direct naar inhoud van 6.4 Planregels
Plan: I Mensfort-Rapenland 1996 (Voltastraat-Galvanistraat)
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0772.80076-0501

6.4 Planregels

De planregels zijn onderverdeeld in:

  • Inleidende regels
  • Bestemmingsregels
  • Algemene regels
  • Overgangs- en slotregels

6.4.1 Inleidende regels

De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten, teneinde te voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In de Begrippen (artikel 1) wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als gebruikte begrippen niet in deze lijst voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het dagelijks taalgebruik. In het artikel over de Wijze van meten (artikel 2) worden de te gebruiken meetmethodes vastgelegd.

6.4.2 Bestemmingsregels

De Bestemmingsregels, de regels bij de bestemmingen, worden hierna afzonderlijk toegelicht.

Bestemming Gemengd (artikel 3 )
Deze bestemming is gelegd op de bebouwing langs de Edisonstraat en op twee plaatsen aan de Wenckenbachstraat. Er is gekozen voor een gemengde bestemming omdat op deze locatie veel functies mogelijk moeten zijn. Dit om de levendigheid van deze wijk te behouden en vergroten. De volgende functies worden - onder voorwaarden - mogelijk gemaakt:

De bouw- en gebruiksregels zijn verder grotendeels hetzelfde als bij de bestemming Wonen. Zie hiervoor ook onder bouwhoogte onder het kopje 'bestemming Wonen (artikel 5)'. Tenslotte wordt hier nog vermeld dat binnen één vlak met de bestemming Gemengd (ten noorden van het plangebied) een 'specifieke vorm van gemengd - 3' is opgenomen ten behoeve van het uitsluiten van een dakterras.

De functie short stay is bedoeld voor de zakelijke markt dan wel voor andere organisaties die 'langdurige' verblijven aanbieden (minimaal een week, maximaal 6 maanden). Hiermee wordt aangesloten bij de woonfunctie in het gebied.

Bestemming Wonen (artikel 5)

Deze bestemming is gelegd op de in het plangebied gelegen gronden met woningen en de bijbehorende voor- en achtererven, de bijbehorende parkeervoorzieningen en de bijbehorende groenvoorzieningen (al dan niet met ondergeschikte beroeps- of bedrijfsuitoefening aan huis; zie ook hiernavolgende). In de regels is onderscheid gemaakt tussen enerzijds hoofdgebouwen en anderzijds bijgebouwen, aanbouwen en uitbouwen. Het gebouw dat door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken, wordt beschouwd als het hoofdgebouw. Bijgebouwen, aanbouwen en uitbouwen zijn in architectonisch opzicht te onderscheiden van, en ondergeschikt aan, het hoofdgebouw. Hoofdgebouwen moeten binnen de aangegeven bouwvlakken worden gebouwd. Binnen een bouwvlak geldt geen beperking ten aanzien van het oppervlak dat mag worden bebouwd. De bouwvlakken mogen dus volledig worden benut.

Geen uitbreiding mogelijk aan voorgevel

De voorzijde van woningen bepaalt in hoge mate het straatbeeld evenals de onderlinge samenhang van de gevels en het straatmeubilair. Een rommelig gevelbeeld zal afbreuk doen aan de belevingswaarde van het straatbeeld. Daarom zal bij een goed stedenbouwkundig plan altijd worden uitgegaan van een helder en evenwichtig gevelbeeld zodat de gevels van de afzonderlijke woningen gezamenlijk een aantrekkelijk ensemble opleveren. Daarbij dient ook samenhang te ontstaan tussen de afmetingen van het profiel van de openbare ruimte en de gevelhoogten en gevelbreedten. Bij substantiële uitbreidingsmogelijkheden aan de voorgevels van bebouwing, dus de gevels die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, bestaat het risico dat de bestaande ruimtelijke kwaliteit van het desbetreffende openbare gebied verstoord wordt. Dit is zeker het geval indien bij individuele gebouwen de voorgevels worden gewijzigd zonder dat sprake is van samenhang met de aanliggende gevels. Het ensemble van de gevels kan dan door een individuele gevelaanpassing in negatieve zin veranderd worden. Om deze ongewenste situatie te voorkomen wordt het in het kader van dit bestemmingsplan niet mogelijk gemaakt substantiële uitbreidingen aan de voorgevels te doen. Voor de achtergevels, dus de gevels die veelal niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, geldt de bovenstaande beperking niet. Een substantiële uitbreiding aan deze gevels is wel mogelijk omdat deze gevel niet beeldbepalend is voor de openbare ruimte. Uiteraard zal in het kader van de omgevingsvergunning altijd gecontroleerd dienen te worden of een substantiële uitbreiding van de achtergevel bouwtechnisch en esthetisch verantwoord is.

Bepaling situering bijgebouwen en garages

Om het vlak aan te geven waarbinnen aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen worden gebouwd wordt de bouwaanduiding 'bijgebouwen' gebruikt.

Bebouwingspercentage bouwaanduiding 'bijgebouwen'

Om te voorkomen dat het vlak van de aanduiding 'bijgebouwen' volledig volgebouwd wordt met hoofd- en bijgebouwen is een maximaal bebouwingspercentage van 65% opgenomen. Dit resulteert in de mogelijkheid dat bij relatief kleine percelen met een beperkte aanduiding 'bijgebouwen' minder dan de genormeerde oppervlakte van 75 m2 aan bijgebouwen, uitbouwen en aanbouwen kan worden gerealiseerd. Ingeval van grotere bouwpercelen van 500 m2 en groter geldt een maximum van 100 m2 en 50%. Bij dergelijke grote kavels zal de genormeerde oppervlakte van 100 m2 niet onder druk komen te staan. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen, voorzover binnen het bouwvlak gerealiseerd, worden niet in mindering gebracht op de in het voorgaande genoemde maten en percentages. De gronden met de aanduiding 'bijgebouwen' zijn primair gelegen aan de achterzijde van de hoofdbebouwing.

Bouwhoogte

Het (stedenbouwkundig) ontwerp bevat woningen van twee of drie bouwlagen met platte daken. De maximale bouwhoogte is 7 meter voor de woningen van twee bouwlagen. Voor woningen van drie bouwlagen is de maximale bouwhoogte 11 meter. Dit is middels een maatvoeringsaanduiding op de verbeelding opgenomen omdat het voor het stedenbouwkundige beeld van de nieuwe straat belangrijk is waar woningen van twee bouwlagen en waar woningen van drie bouwlagen exact gesitueerd zullen worden. Aan de achter-en zijkant van enkele woningen is het stedenbouwkundig noodzakelijk dat de bouwhoogte beperkt blijft tot één bouwlaag. Hiervoor is middels een maatvoeringsaanduiding op de verbeelding een bouwhoogte van maximaal 3 meter opgenomen. Aan de Edisonstraat mag de bouwhoogte maximaal 11 meter zijn. Op enkele plekken mag de bouwhoogte maximaal 15 meter (vier bouwlagen) zijn. Dit vanwege panden met commerciële ruimtes op de benedenverdieping met daarbovenop nog drie bouwlagen met woningen. Verder is een bouwaanduiding (speciefieke bouwaanduiding - 4) opgenomen ten behoeve van het doortrekken van gevels en/of het realiseren van poorten zodat de achterterreinen afgesloten kunnen worden. Tenslotte zijn enkele andere bouwaanduidingen opgenomen voor de onderdoorgangen en constructies ten behoeve van de entree van het hofje in het plangebied en voor de voorzijdes van de panden aan de Edisonstraat.

Aan huis-gebonden-beroepen

Het gebruik van ruimten voor aan huis verbonden beroepen is binnen de woonbestemming toegestaan (tot maximaal 50 m2). Met een afwijking van de regels is het onder bepaalde voorwaarden mogelijk om maximaal 75 m² vloeroppervlak te benutten voor aan huis gebonden beroepen. Tevens is het na afwijking met een omgevingsvergunning onder bepaalde voorwaarden mogelijk om maximaal 30 m2 te benutten voor kleinschalige bedrijvigheid. Indien sprake is van beroeps- c.q. bedrijfsuitoefening aan huis dan is deze meegenomen in de bestemming `Wonen´.

Bestemming Verkeer - Verblijfsgebied (artikel 4)

Deze bestemming is geprojecteerd op de wegen die primair ingericht zijn als woonstraten, pleinen en voet-en fietspaden. Binnen deze bestemming is een bouwaanduiding opgenomen voor het realiseren van constructies ten behoeve van de entree van het hofje in het plangebied.

6.4.3 Algemene regels

Onder de Algemene regels zijn opgenomen de Anti-dubbeltelbepaling , de Algemene afwijkingsregels.

6.4.4 Overgangs- en slotregels

In de Overgangs- en slotregels zijn het Overgangsrecht en de Slotregel opgenomen.