direct naar inhoud van 3.5 Water
Plan: Centrum
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0766.BP2013000015-VG01

3.5 Water

Beleid en normstelling

Waterbeheer en watertoets

Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn gemeenten verplicht om bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan (waaronder een bestemmingsplan) overleg te plegen met de besturen van de betrokken waterbeheerder(s). In de toelichting bij het ruimtelijk plan dient een waterparagraaf te worden opgenomen die een beschrijving bevat van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het betreffende ruimtelijke plan voor de waterhuishouding. Deze waterparagraaf vormt de schriftelijke weerslag van de watertoets. De watertoets heeft als doel het voorkomen van negatieve effecten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op het duurzame waterbeheer.

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Brabantse Delta, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met deze instantie over deze waterparagraaf. Het voorontwerpbestemmingsplan wordt namelijk gelijktijdig met de overlegprocedure voorgelegd aan het Waterschap. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens behandeld en voor zover nodig verwerkt in deze waterparagraaf.

Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, alle met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief).

Europa   nationaal   provinciaal  
Kaderrichtlijn Water (KRW)   Nationaal Waterplan (NW)   Provinciaal Waterplan  
  Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21)   Provinciale Structuurvisie  
  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)   Verordening Ruimte  
  Waterwet    

Deze nota's zijn sturend voor het beleid van het Waterschap en de gemeente.

Waterschapsbeleid

Het Waterschap werkt aan een beter watersysteem, voor mensen en voor flora en fauna. Het watersysteem moet robuuster worden: veiliger, minder kwetsbaar voor regenval en droogte, schoner, natuurlijker en beter toegankelijk voor recreanten. Deze thema's pakt het Waterschap in samenhang aan, omdat een integrale aanpak meerwaarde oplevert voor het resultaat. In het Waterbeheerplan (2010-2015) staan de doelen en de noodzakelijke ingrepen. Bij de keuze daarvan heeft het Waterschap een afweging gemaakt tussen belangen van boeren, bedrijven, burgers, natuurbeheerders en andere partijen.

Het Waterschap wil het beheergebied minder kwetsbaar maken voor wateroverlast, zoals afgesproken in het Nationaal Bestuursakkoord Water. Speerpunten daarvoor blijven het minimaliseren van wateroverlast, het realiseren van voldoende waterberging, het afkoppelen van verhard oppervlak en het voorkomen van diffuse verontreinigingen door toepassing van duurzame bouwmaterialen.

De Keur (2005) maakt het mogelijk dat het Waterschap haar taken als waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met regelgeving (gebods- en verbodsbepalingen) voor waterkeringen, watergangen en andere waterstaatswerken. In het algemeen geldt dat voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem bij het Waterschap vergunning dient te worden aangevraagd op grond van de 'Keur'. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor de aanleg van overstorten van de hemelwaterafvoer (HWA) op het oppervlaktewater, het graven van nieuwe watergangen, werkzaamheden binnen de keurzone van de waterkering etc.

Hiervan kan een vergunning worden aangevraagd om een bepaalde activiteit toch te mogen uitvoeren.

Gemeentelijk beleid

In 2008 heeft de raad van de gemeente Dongen het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2008-2012 voor het gehele grondgebied vastgesteld. Voor de planperiode zijn voor voorliggend plan de volgende speerpunten relevant.

  • 1. Reduceren wateroverlast.

In deze planperiode ligt er een hoge prioriteit bij het uitvoeren van de maatregelen om de wateroverlast op te heffen. Voor de lange termijn wordt geanticipeerd op de mogelijke klimaatswijzigingen door het opstellen van een structuurvisie, waarin wordt aangegeven hoe om te gaan met extra veel regenwater in het stedelijk gebied. Het afkoppelen speelt hierin een belangrijke rol.

  • 2. Beheer en onderhoud riolering.

In 2008 wordt de beheerachterstand weggewerkt en gedurende de planperiode wordt meer inzicht verkregen in de kwaliteit en het functioneren van de riolering. De achterstand met betrekking tot de inspecties is in 2015 weggewerkt.

  • 3. Verbeteren waterkwaliteit vijvers.
    Er komt een baggerplan en een onderhoudsplan voor de vijvers en een analyse van de herkomst van de vervuiling. De vijvers worden gebaggerd. Verder wordt onderzocht of de doorstroming kan worden verbeterd in relatie tot het afkoppelen en een heldere voorlichting naar de omwonenden. Ook worden maatregelen genomen om de foutaansluitingen in de verbeterd gescheiden rioolstelsels in de Hoge Akker en de Biezen op te sporen en aan te pakken.

Gebiedsgericht grondwaterbeheer

Momenteel is er een gebiedsplan grondwaterbeheer in ontwikkeling in de gemeente Dongen. Het plangebied ligt voor een gedeelte binnen de contour van het gebiedsplan. Er is gestart met de eerste monstername van het grondwater waarin zich VOCL-verontreinigingen (vluchtige organische gechloreerde verbindingen) bevinden.

De achtergrond van het opstellen van het gebiedsplan ligt in feit dat in het verleden industriële activiteiten van onder meer een chemische wasserij en een zuivelfabriek hebben geleid tot enkele grootschalige grondwaterverontreinigingen in het centrum van Dongen. Sanering van deze verontreinigingen is niet haalbaar. Om te voorkomen dat de grondwaterverontreinigingen toekomstige ontwikkelingen in het centrum belemmeren, heeft het college besloten om te gaan starten met gebiedsgericht grondwaterbeheer.

Toetsing/beoordeling

Huidige situatie

De kern van Dongen maakt deel uit van het stroomgebied van de Donge. De afwatering vindt onder vrij verval plaats op de Bergsche Maas. In de kern Dongen liggen twee belangrijke waterlopen, de Donge en het Wilhelminakanaal.

Deze waterlopen liggen buiten het plangebied. In het plangebied wordt de waterhuishoudkundige situatie bepaald door een relatief groot verhard oppervlak en een traditioneel (gemengd) rioleringssysteem. Door het grote verharde oppervlak en de intensieve ont- en afwatering vindt minder infiltratie plaats naar het grondwater. In het Park Vredeoord is wel sprake van infiltratie van regenwater naar het grondwater. Ter plaatse van de mogelijke inbreidingslocaties zijn mogelijkheden aanwezig voor maatregelen in het kader van een meer duurzaam waterbeheer.

Toekomstige situatie

Toepassen duurzaam stedelijk waterbeheer bij ontwikkelingen

Het bestemmingsplan maakt, met uitzondering van de woningbouwontwikkeling langs de Jan Mertenslaan en het realiseren van een MFA op de locatie van De Cammeleur, geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Het bestemmingsplan is overwegend consoliderend. Het biedt daarom weinig of geen mogelijkheden om het watersysteem en -beheer te verbeteren. Mochten er in de toekomst ontwikkelingen plaatsvinden, dan is het van belang om de uitgangspunten van duurzaam stedelijk waterbeheer, zoals geformuleerd door het waterschap, daar waar mogelijk toe te passen. De conclusies van de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Jan Mertenslaan (woningbouw) en het realiseren van een MFA en het woningbouwplan Binnenhoven zijn hierna toegelicht. Voor de volledige toelichting van het onderdeel water van deze ruimtelijke ontwikkelingen wordt verwezen naar de bijlagen 1, 2 en 3.

Woningbouw langs Jan Mertenslaan

De locatie is in de huidige situatie deels verhard en deels onverhard. Als gevolg van de ontwikkeling neemt het totale aandeel verharding beperkt toe. De woningen worden grotendeels gerealiseerd binnen reeds bestemmende bouwvlakken. Een deel van de woningen zal gerealiseerd worden binnen de bestemming verkeer. De aanleg van open water ligt niet voor de hand, omdat niet kan worden aangesloten bij het regionale watersysteem.

Afvalwater en riolering

Voor de nieuwbouw is het gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:

  • hemelwater vasthouden voor benutting;
  • (in)filtratie van afstromend hemelwater;
  • afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater;
  • afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI.

Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling aan de Jan Mertenslaan geen belemmering vormt voor de waterhuishouding in het gebied.

Realisatie nieuwe MFA 

In de huidige situatie is de projectlocatie reeds volledig verhard. Bij de (her)bouw wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd dat aangesloten wordt het aanwezige gemengde rioolstelsel. In 2013 wordt het aanwezige gemengde rioolstelsel vervangen door een gescheiden stelsel. Het rioleringssysteem van de nieuwe MFA kan hierop aangesloten worden.

Geconcludeerd wordt dat de herontwikkeling van De Cammeleur niet strijdig is met waterdoelstellingen dan wel noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen.

Concreet is het belangrijk om bij (eventuele) ontwikkelingen duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen toe te passen (dus geen zink, lood, koper en PAK's-houdende materialen) om diffuse verontreiniging van water en bodem te voorkomen. Ook dienen eventuele toenames in het verhard oppervlak gecompenseerd te worden door de aanleg van retentie.

Verder dient afstromend hemelwater van schone oppervlakken te worden gescheiden van afvalwater en afgevoerd te worden naar het oppervlaktewater. Het afvoeren van afgekoppeld hemelwater naar het oppervlaktewater zal per riolering(deel)gebied nader bekeken worden om wateroverlast te voorkomen.

Woningbouwontwikkeling Binnenhoven

Op basis van het ontwerp wordt het terrein grotendeels verhard (woningen en parkeren). Het verhard oppervlakte is echter minder dan in de voormalige situatie toen de fabriekspanden aanwezig waren. Ten opzicht van deze situatie neemt het verhard oppervlak af met 600 m².

Geconcludeerd wordt dat de woningbouwontwikkeling Binnenhoven niet strijdig is met waterdoelstellingen dan wel noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen. Aangezien de belangrijkste uitgangspunten voor het Waterschap naar wens zijn opgenomen heeft het Waterschap een positief wateradvies afgegeven (brief d.d. 11 april 2013).

Conclusie

Het bestemmingsplan heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem in het plangebied.