direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Paraplu- en herstelbeheersverordening Deurne 2021
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0762.BV202001-C001

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

De gemeente Deurne is voornemens een 'Paraplu- en herstelbeheersverordening Deurne 2021' op te stellen. Met de paraplu- en herstelbeheersverordening worden de geldende beheersverordeningen gedeeltelijk herzien en een aantal omissies hersteld. Met de gedeeltelijke herziening wordt het geactualiseerde beleid op het gebied van de ruimtelijke ordening verwerkt. Hierdoor kunnen gemeentelijke procedures, zoals het verlenen van omgevingsvergunningen, eenvoudiger verlopen.

Verder zijn na vaststelling van beheersverordeningen een aantal omissies geconstateerd. Enerzijds betreft dit het niet meenemen van reeds vergunde situaties, anderzijds is er sprake van ongewenste regelingen (naar aanleiding van jurisprudentie) die de leesbaarheid c.q. uitvoerbaarheid van het plan bemoeilijken.

Het is veel werk om alle afzonderlijke beheersverordeningen hiervoor te wijzigen. Met een zogenaamde paraplu- en herstelbeheersverodening kan de gemeente kleine aanvullingen op meerdere huidige beheerverordeningen tegelijkertijd doen. Een paraplu- en herstelbeheersverordening heeft een aanvullende werking op de huidige beheersverordeningen.

Tegelijkertijd wordt met de 'Paraplu- en herstelbeheersverodening Deurne 2021' een 'Paraplubestemmingsplan Deurne 2021', een 'Herstelbestemmingsplan bebouwd gebied Deurne 2021' en een 'Paraplu- en herstelbestemmingsplan Buitengebied Deurne 2021' opgesteld. Dit omdat een paraplu- en herstelbeheersverordening een bestemmingsplan niet kan aanvullen. Uit artikel 3.39 lid 2 Wet ruimtelijke ordening (Wro) volgt namelijk dat bij inwerkingtreding van een bestemmingsplan de beheersverordening komt te vervallen. Artikel 3.39 lid 1 Wro bevat het spiegelbeeld: zodra een beheersverordening in werking treedt, vervalt het bestemmingsplan. Beide bepalingen leiden er dus toe dat nooit tegelijkertijd een bestemmingsplan en een beheersverordening van kracht kunnen zijn (bijvoorbeeld uitspraak RvS 201800747/1/R3).

Met het 'Paraplubestemmingsplan Deurne 2021' wordt het meest recente beleid op het gebied van de ruimtelijke ordening doorvertaald naar een bestemmingsplanregeling. Het 'Herstelbestemmingsplan bebouwd gebied Deurne 2021' heeft betrekking op een aantal omissies in vijf bestemmingsplannen binnen het bebouwd gebied van Deurne.

Het 'Paraplu- en herstelbestemmingsplan Buitengebied Deurne 2021' heeft betrekking op de 'Derde herziening bestemmingsplan Buitengebied'. Toevoegingen die op dit bestemmingsplan nodig zijn worden integraal verwerkt in de Derde herziening. Dit met name om de leesbaarheid en het gebruiksgemak van de Derde herziening in stand te laten.

1.2 Opbouw

Deze paraplu- en herstelbeheersverordening is opgebouwd volgens een heldere structuur en bestaat naast deze toelichting uit regels en een verbeelding.

De ontwikkelingen en aanpassingen, die onderdeel uitmaken van deze paraplu- en herstelbeheersverordening zijn gerubriceerd naar hun achtergrond. De eerste rubriek omvat onderwerpen die gelden voor het totale plangebied van alle beheersverordeningen. Het betreft beleidsonderwerpen die niet in alle bestemmingsplannen zijn voorzien van een passende en/of actuele regeling. Dit betreft een regeling voor de huisvesting van tijdelijke arbeidsmigranten, parkeren, ondergronds bouwen en evenementen.

De tweede rubriek omvat 'Planverbeteringen', waarin de wijzigingen zijn beschreven die worden ingegeven door voortschrijdend inzicht of andere informatie die zich heeft aangediend na de vaststelling van een bestemmingsplan. Per geval wordt aangegeven welke aanpassing wordt doorgevoerd en om welke reden.

1.3 Bestaande beheersverordeningen

De paraplu- en herstelbeheersverordening omvat de volgende beheersverordeningen:

Beheersverordening   Datum onherroepelijk  
Houtenhoek/Schutsboom-de Romein   5-8-2016  
Sint Jozefparochie   24-7-2015  
Heiakker e.o./Noordrand   21-10-2016  
Zeilberg   24-7-2015  
Willibrordhaege   21-4-2017  

Deze paraplu- en herstelbeheersverordening zal gelden voor de gronden binnen de plangebieden van deze beheersverordeningen. Door de regeling in dit plan ontstaat uniformiteit en rechtsgelijkheid ten aanzien van de onderwerpen voor het gehele gemeentelijke grondgebied.

De paraplu- en herstelbeheersverordening is niet van toepassing op de gebieden waarvoor een bestemmingsplan geldt. Hiervoor worden gelijktijdig aparte plannen in procedure gebracht. (zie paragraaf 1.1).

Hoofdstuk 2 Algemene regelingen in een bestemmingsplan

2.1 Inventarisatie beleidsonderwerpen

Om het gemeentelijke beleid op het gebied van de ruimtelijke ordening op een gestructureerde wijze te kunnen inventariseren en adequaat te kunnen actualiseren, is het van belang een overzicht te maken van de relevante beleidsonderwerpen. Het gaat om de beleidsregels waaraan momenteel wordt getoetst bij het al dan niet verlenen van vrijstellingen dan wel ontheffingen. Hierna worden de regelingen uit de diverse beleidsregels toegelicht.

2.2 Beleidsnotitie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten 2019

Op 3 juli 2019 heeft de gemeenteraad de 'Beleidsnotitie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten 2019' vastgesteld. In deze notitie zijn de algemene uitgangspunten van beleid geschetst. Op hoofdlijnen is bepaald waar, hoe en wanneer arbeidsmigranten mogelijkerwijs gehuisvest kunnen worden. Deze uitgangspunten moeten worden omgezet naar een normatief kader bestaande uit een ruimtelijk normenkader (bestemmingsplan) en een normenkader om de exploitatie en overlast te reguleren (verordening). Met onderhavige paraplu- en herstelbeheersverordening wordt invulling gegeven aan het eerste kader, het bestemmingsplan.

2.3 Regeling parkeernormen Deurne 2019

Op 12 november 2019 heeft de gemeenteraad de 'Regeling parkeernormen Deurne 2019' vastgesteld. Deze regeling vervangt de 'Nota parkeernormen 2013'.

Sinds 29 november 2014 zijn, als gevolg van de inwerkingtreding van de Reparatiewet Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) 2014, de stedenbouwkundige voorschriften uit de gemeentelijke bouwverordening komen te vervallen. Alle stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening moeten sindsdien in een bestemmingsplan worden opgenomen. Een van de consequenties van het vervallen van de stedenbouwkundige voorschriften is dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning niet meer op basis van de bouwverordening getoetst kan worden aan de gemeentelijke parkeernormen. Hiervoor gold een overgangstermijn tot 1 juli 2018.

In het overgrote deel van de bestemmingsplannen van de gemeente Deurne is inmiddels voorzien in een regeling voor parkeernormen. Echter, de diverse regelingen verschillen van elkaar en daarnaast is inmiddels nieuw parkeerbeleid vastgesteld. Met voorliggend paraplu- en herstelbeheersverordening wordt voorzien in een actuele en eenduidige juridisch-planologische borging van de parkeerregeling. Tevens wordt in een verwijzing naar toekomstige wijzigingen van het parkeerbeleid voorzien.

2.4 Ondergronds bouwen

Als in een bestemmingsplan niets is geregeld over ondergronds bouwen dan gelden de bouwregels ook voor ondergrondse bouwwerken. Hiervan is inmiddels veel jurisprudentie bekend.

Voor het gehele grondgebied van de gemeente Deurne wordt een eenduidige regeling voor ondergronds bouwen voorgestaan. Uitgangspunt is dat ondergronds bouwen alleen is toegestaan onder gebouwen of in gronden aansluitend aan deze gebouwen. De diepte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer dan 4 meter bedragen.

2.5 Evenementen

Op dit moment moet voor een evenementen die met regelmaat, bijvoorbeeld jaarlijks, plaatsvinden ook steeds een vergunning worden aangevraagd en worden afgegeven om in afwijking van het bestemmingsplan het evenement ter plaatse toe te staan. Dit omdat de bestemming het gebruik van de gronden voor het evenement niet toestaat. Zowel voor de organisatie van het evenement als voor de gemeente is dit niet wenselijk. Derhalve wordt voorgesteld om te voorzien in een algemene afwijkingsmogelijkheid waarbij voor een langere periode, maximaal 5 jaar, een evenement op grond van het bestemmingsplan kan worden toegestaan.

Wel is op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (Apv) en overige regelgeving nog steeds voor de meeste evenementen een evenementenvergunning noodzakelijk. Voor kleinere evenementen worden in de Apv een uitzondering gemaakt.

2.6 Bestaande bebouwing en bestaand gebruik

In de diverse bestemmingsplannen komt de omschrijving van wat onder 'bestaand' moet worden verstaan niet overeen. In sommige gevallen ontbreekt bijvoorbeeld de verwijzing naar aangevraagde vergunningen. Met het toevoegen van een definitie wordt dit voor alle bestemmingsplannen gelijk.

2.7 Agrarisch grondgebruik

Binnen een agrarische bestemming is veelal bepaald dat agrarisch grondgebruik is toegestaan voor de agrarische bedrijfsvoering. Hobbymatig agrarisch gebruik, zoals het houden van paarden, valt volgens jurisprudentie hier niet onder. Dit komt niet overeen met het gebruik dat de gemeente Deurne voor agrarische gronden voorstaat. Het hobbymatig houden van dieren zou op agrarische gronden mogelijk moeten zijn.

Aan het bestemmingsplan wordt voor agrarisch grondgebruik dan ook de volgende definitie toegevoegd:

het bedrijfsmatig gebruik van gronden voor het telen van gewassen en/of het weiden van dieren alsmede het gebruik van gronden voor het weiden van hobbymatig gehouden dieren.

2.8 Standplaatsen

In 2015 is de 'Nota vergunningverlening bij standplaatsen, gemeente Deurne' vastgesteld. In deze nota zijn binnen het centrumgebied enkele vaste standplaatslocaties aangewezen. Buiten het centrumgebied en op particulier terrein zijn standplaatsen volgens deze nota vergunningsvrij. Wel zijn voorwaarden gesteld waaraan ten allen tijde moet worden voldaan. Bij deze nota is geen rekening gehouden met het bestemmingsplan. De in de gemeente geldende bestemmingsplannen voorzien niet in een regeling voor standplaatsen. Dit betekent dat iedere standplaats in strijd is met het bestemmingsplan. Op grond van het criterium 'een goede ruimtelijke ordening' is het volledig vrijgeven voor het inrichten van gronden met een standplaats niet gewenst. Derhalve wordt voor het centrumgebied een regeling opgenomen waar standplaatsen op de in de nota vastgestelde locaties zijn toegestaan en wordt voor het overige voorzien in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid.

Hoofdstuk 3 Planverbeteringen

3.1 Garageboxen

Binnen de bebouwde kom van Deurne zijn garageboxen aanwezig. Deze garageboxen zijn echter niet voorzien van een passende planologische regeling. Ter plaatse is de bestemming 'Woongebied' van toepassing. Echter is hierin niets geregeld voor een garagebox. Derhalve wordt nu in een passende regeling voorzien.

De garageboxen zijn gelegen aan:

  • Appeldijk, Deurne
  • Groenewoud thv 18, Deurne
  • Kemper thv 15, Deurne
  • Vriezenkamp thv 2, Deurne
  • Kuilheuvel thv 20, Deurne
  • Reek thv 46, Deurne
  • Kemper thv 48, Deurne
  • Kreienheuvel 20, Deurne
  • Verdisstraat 36, Deurne
  • Strausslaan 78, Deurne
  • Verdisstraat 6, Deurne
  • Wagnerstraat 17, Deurne
  • Franckstraat 23, Deurne
  • Beethovenlaan 13d
  • St Willibrordusplantsoen 7a, Deurne
  • Hellemansstraat 49a, Deurne
  • Past. Jacobsstraat 40a, Deurne

Hoofdstuk 4 Aanwezige waarden en milieu- en wateraspecten

4.1 Archeologische, cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden

De in deze 'Paraplu- en herstelbeheersverordening Deurne 20120' opgenomen regelingen hebben geen consequenties voor de aanwezige waarden op archeologisch, cultuurhistorisch, landschappelijk en/of natuurlijk terrein. Derhalve is in het kader van deze paraplu- en herstelbeheersverordening geen verdere inventarisatie naar eventueel in geding zijnde waarden uitgevoerd omdat bij eerdere planvorming of bij eerder doorlopen procedures reeds geoordeeld is dat geen onevenredige aantasting van genoemde waarden plaatsvindt.

4.2 Milieuaspecten

De aanpassingen in deze paraplu- en herstelbeheersverordening hebben geen milieuhygiënische consequenties. Verder leidt het herstel van omissies ten opzichte van de bestaande situatie niet tot nieuwe situaties waarvoor een milieubeoordeling noodzakelijk is.

4.3 Wateraspecten

Voor de waterhuishoudkundige aspecten is dezelfde redenering van toepassing, als hierboven beschreven onder de paragraaf 'milieuaspecten'.

Hoofdstuk 5 Juridische opzet

5.1 Herziene onderdelen

Zoals uit voorgaande hoofdstukken mag blijken, bestaan geen overwegende bezwaren tegen de genoemde wijzigingen en aanpassingen. De beheersverordeningen worden conform de genoemde, te herziene onderdelen aangepast.

De regels van de afzonderlijke beheersverordeningen blijven integraal van toepassing met daarop de aanpassingen en aanvullingen uit deze paraplu- en herstelbeheersverordening.

Hoofdstuk 6 De procedure

6.1 De te volgen procedure

De beheersverordening doorloopt als (voor)ontwerp respectievelijk vastgesteld en onherroepelijke beheersverordening de volgende procedure, te weten:

  • a. Voorbereiding:
  • b. Ontwerp: 1e ter inzage legging (ontwerp beheersverordening)
  • c. Vaststelling: Vaststelling door de Raad 2e ter inzage legging (vastgestelde beheersverordening)

6.2 Inspraakreacties

In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen, en met de besturen van de provincie en het Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn.

In het kader van het vooroverleg is de beheersverordening toegezonden aan het waterschap en de provincie.

Provincie Noord-Brabant: De provincie heeft op 18 maart 2021 een vooroverlegreactie toegezonden. In de reactie heeft de provincie een aantal opmerkingen geplaatst bij de regels. Naar aanleiding van deze opmerkingen zijn de regels van de beheersverordening aangepast.

Waterschap Aa en Maas: Het waterschap heeft op 28 januari 2021 een vooroverlegreactie toegezonden, waarin zij laat weten dat de beheersverordening geen waterbelangen raakt en het waterschap daarom kan instemmen met het plan.

6.3 Ontwerpbeheersverordening

De ontwerpbeheersverordening heeft gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Tijdens de inzagetermijn zijn twee zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn in de besluitvorming meegenomen. Een nota van zienswijzen en nota van wijzigingen is toegevoegd als Bijlage 1 bij de toelichting.