direct naar inhoud van 5.2 Waarden
Plan: Lagebrugweg 1a, Helenaveen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0762.BP201104-C001

5.2 Waarden

5.2.1 Archeologie en cultuurhistorie

5.2.1.1 Archeologie

Het plan omvat geen uitbreiding van bebouwing. Er is derhalve geen aanleiding het plan te toetsen aan het gemeentelijke archeologiebeleid.

Conclusie
Er zijn geen archeologische waarden van belang. Een nader onderzoek is niet vereist.

5.2.1.2 Cultuurhistorie

Het dorp Helenaveen is onderdeel van een beschermd dorpsgezicht zoals genoemd in artikel 35 van de Monumentenwet 1988. Het plan leidt tot een versterking van het beschermd dorpsgezicht.

Binnen het plangebied zijn geen individuele objecten van bijzondere cultuurhistorische waarden aanwezig.

Conclusie
Het plan leidt tot een versterking van het cultuurhistorisch waardevolle karakter van Helenaveen.

5.2.2 Flora en fauna

Ten behoeve van de bescherming van zeldzame of kwetsbare planten en dieren zijn twee wetten van toepassing . Middels de Natuurbeschermingswet 1998 worden waardevolle natuurgebieden beschermd. De Flora- en faunawet bevat een soortenbescherming.

Beschermde gebieden
Het plangebied ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000 en de ecologische hoofdstructuur.

De Natuurbeschermingswet 1998 kent tevens een zogenaamde 'externe werking'. Dat betekent dat ook projecten buiten beschermde gebieden vergunningplichtig kunnen zijn wanneer zij een negatief effect hebben op beschermde gebieden.

De afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Deurnesche Peel & Mariapeel) bedraagt ca 800 meter. Gezien de beperkte omvang van het plan wordt geconcludeerd dat het plan geen effect heeft op beschermde gebieden.

Soortenbescherming
De gronden binnen het plangebied zijn thans gedeeltelijk bebouwd met kassen. Het saneren van de kassen is van positieve invloed op de in de omgeving aanwezige beschermde soorten.

Voor werkzaamheden geldt een algemene gedragscode, hetgeen onder meer betekent dat geen broedende vogels mogen worden gestoord. Tijdens de werkzaamheden zal hiermee rekening worden gehouden.

Conclusie
Het aspect flora en fauna vormt geen planologische belemmering voor het plan.