direct naar inhoud van Artikel 3 Bedrijf
Plan: Centrum Deurne
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0762.BP201016-C003

Artikel 3 Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'garage': een garagebedrijf;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'nutsbedrijf': een nutsbedrijf;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': een nutsvoorziening;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'zend-/ontvangstinstallatie': een zend- en ontvangstinstallatie;
  • e. het behoud en herstel van het bebouwingsbeeld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - behoud en herstel van het bebouwingsbeeld';
  • f. tuinen, erven en terreinen;
  • g. wegen, paden en parkeervoorzieningen;
  • h. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen.
3.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels.

3.2.1 Gebouwen
  • a. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak.
  • b. De goothoogte en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' is aangegeven.
  • c. Bestaande situaties die afwijken van bovenstaande bouwregels mogen bij herbouw worden gehandhaafd.
  • d. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - behoud en herstel van het bebouwingsbeeld' dient bij herbouw het bebouwingsbeeld dat tot uitdrukking komt in de karakteristiek van de bebouwing en het smalle wegprofiel te worden gerespecteerd.

3.2.2 Ondergronds bouwen
  • a. Ondergronds bouwen is alleen toegestaan onder gebouwen of in gronden aansluitend aan deze gebouwen.
  • b. De verticale diepte mag niet meer bedragen dan 4 meter.

3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van een hoofdgebouw en de denkbeeldige lijn door de naar de weg gekeerde gevel van een hoofdgebouw ten hoogste 1 meter mag bedragen;
  • b. De hoogte van kunstobjecten, palen en masten mag niet meer bedragen dan 8 meter;
  • c. De hoogte van de zend- en ontvangstinstallatie ter plaatse van de aanduiding 'zend-/ontvangstinstallatie' mag niet meer bedragen dan 30 meter;
  • d. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 meter.
3.3 Afwijken van de bouwregels

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2.3 onder a voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen op hoeksituaties van wegen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen naast het hoofdgebouw, mits niet minder dan 2 meter achter de denkbeeldige lijn door de voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw en voor de denkbeeldige lijn door de voorgevel van het om de hoek gelegen hoofdgebouw, mag ten hoogste 2 meter bedragen;
  • b. de belangen van rechthebbenden van aan het bouwperceel aanliggende gronden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  • c. de verkeersveiligheid mag niet in gevaar worden gebracht.
3.4 Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van gebouwen voor permanente of tijdelijke bewoning;
  • b. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor het uitoefenen van enige vorm van bedrijf, met uitzondering van de in artikel 3.1 toegelaten bedrijven.