direct naar inhoud van Artikel 4 Agrarisch - Agrarisch bedrijf
Plan: Dorpsstraat 38 - Wildertsebaan ongenummerd
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0744.BSPWildertsebaan-d001

Artikel 4 Agrarisch - Agrarisch bedrijf

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. grondgebonden agrarische bedrijfsdoeleinden;

waarbij geldt dat per bestemmingsvlak één agrarisch bedrijf is toegestaan;

met als ondergeschikte functie:

  • b. woondoeleinden ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
  • c. aan huis gebonden beroepen of bedrijven als ondergeschikte functie en onder de voorwaarden als omschreven in 4.4;

met de daarbij behorende:

  • d. bouwwerken, tuinen, erven en terreinen;
  • e. zorgvuldige landschappelijke inpassing in de vorm van een erfbeplanting met een visueel afschermende of maskerende functie naar het omliggende gebied.

Een en ander met bijbehorende voorzieningen en de in 4.4.3 omschreven ondergeschikte functies.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Alleen bouwen ten dienste van de bestemming

De tot 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' bestemde grond mag uitsluitend worden bebouwd ten dienste van de in de bestemmingsomschrijving aangegeven bestemming. Daarbij gelden per bouwvlak de hierna in 4.2.2 en 4.2.3 gestelde voorwaarden.

4.2.2 Toegestane bouwwerken

Per agrarisch bedrijf mogen worden opgericht:

  • a. agrarische bedrijfsgebouwen, waarbij geldt dat teeltondersteunende kassen niet zijn toegestaan;
  • b. één bedrijfswoning;
  • c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van teeltondersteunende voorzieningen;
  • d. ondergronds bouwen is toegestaan met dien verstande dat:
    • 1. kelders uitsluitend onder de bedrijfswoningen en aanbouwen mogen worden gebouwd en de diepte beneden peil niet meer mag bedragen dan 3 meter;
    • 2. onder bedrijfsgebouwen voorzien mag worden in de aanleg van mestkelders, tunnels en andere voorzieningen die behoren tot een normale agrarische bedrijfsvoering.

4.2.3 Maatvoering van de bouwwerken

De maatvoering van de gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, ten dienste van het agrarisch bedrijf is als volgt:

Bedrijfsgebouwen per bedrijf
 
min.   max.  
goothoogte   n.v.t.   6 m.  
bouwhoogte   n.v.t.   10 m.  
bebouwde oppervlakte bedrijfsgebouwen t.b.v. nevenactiviteit     bestaande oppervlakte  
afstand perceelsgrenzen   5 m.    
dakhelling   12°   45°  

Bedrijfswoning met aanbouwen
 
min.   max.  
goothoogte   n.v.t.   6 m.  
bouwhoogte   n.v.t.   10 m.  
inhoud   n.v.t.   750 m³  
afstand perceelsgrenzen   5 m.   n.v.t.  
dakhelling   12°   60°  

Vrijstaande bijbehorende bouwwerken t.b.v. de bedrijfswoning   min.   max.  
goothoogte   n.v.t.   3,5 m.  
bouwhoogte   n.v.t.   6 m.  
oppervlakte per bedrijfswoning   n.v.t.   80 m²  
afstand tot bedrijfswoning met aanbouw   1 m.   n.v.t.  
afstand achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoning met aanbouw dan wel in of achter het verlengde daarvan   3 m.   n.v.t.  
afstand perceelsgrenzen   3 m.   n.v.t.  
dakhelling   0°   60°  

Bouwwerken geen gebouwen zijnde   min.   max.  
bouwhoogte voedersilo     15 m.  
bouwhoogte lichtmasten     8 m.  
bouwhoogte erfafscheidingen     voor de voorgevel van de bedrijfswoning: 1 m., overige: 2 m.  
oppervlakte carport en overkappingen     25 m2  
bouwhoogte carport en overkappingen     3 m.  
afstand carport, overkappingen en zwembad achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoning met aanbouw dan wel in of achter het verlengde daarvan   3 m.    
afstand zwembad tot zijdelingse bestemmingsgrens   3 m.    
bouwhoogte overige bouwwerken geen gebouwen zijnde     3 m.  

4.3 Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Afwijken hoogtematen voor bedrijfsgebouwen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3 voorgeschreven goot- en bouwhoogten voor bedrijfsgebouwen, waarbij geldt dat:

  • a. de gewenste verhoging uit een oogpunt van doelmatige agrarische bedrijfsvoering noodzakelijk moet zijn. Omtrent dit onderwerp vraagt het bevoegd gezag voorafgaand aan het nemen van een besluit advies aan een ter zake deskundige commissie of instantie;
  • b. de bouwhoogte en de goothoogte van bedrijfsgebouwen, anders dan kassen, mogen worden verhoogd tot respectievelijk maximaal 12 meter en maximaal 8 meter;
  • c. afwijken voor de vergroting van de goothoogte uitsluitend mag worden verleend teneinde een hogere doorrijhoogte in het kader van de machineberging mogelijk te maken of indien de vergroting noodzakelijk is met het oog op bouwkundige aanpassingen in verband met dierenwelzijnseisen en/of klimaatbeheersing;
  • d. er sprake dient te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een beplantingsplan.

4.3.2 Afwijken oprichting gebouwen en andere bouwwerken t.b.v. tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken voor het oprichten van gebouwen en andere bouwwerken ten dienste van de tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers - zoals stacaravans voor zover aan te merken als bouwwerk en woonunits, gemeenschappelijke verblijfsruimte (kantine), sanitair (douches, toiletten), kook- en wasgelegenheid - mits:

  • a. een dergelijke huisvesting noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de opvang van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte van dat bedrijf;
  • b. de huisvesting uitsluitend werknemers betreft die alleen binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn werkzaamheden verrichten;
  • c. de huisvesting niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar bedraagt;
  • d. de huisvesting plaatsvindt in een of meer woonunits of stacaravans, waarvan de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 250 m2;
  • e. de hoogte van een woonunit of stacaravan niet meer bedraagt dan 3 meter;
  • f. de woonunit(s) of stacaravan(s) geplaatst word(t)(en) binnen het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' en niet in een bedrijfsgebouw;
  • g. voorzien is in een doelmatige landschappelijke inpassing;
  • h. de woonunit(s) of stacaravan(s) telkens na het tijdelijke gebruik word(t)en verwijderd;
  • i. het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de situering van de woonunit(s) of stacaravan(s) voor zover nodig met het oog op de bescherming van de belangen van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven;
  • j. het bevoegd gezag trekt de omgevingsvergunning in, indien de daaraan ten grondslag liggende grote arbeidsbehoefte niet meer aanwezig is.

4.3.3 Nadere eisen

Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van het bouwen, overeenkomstig het bepaalde in bestemmingsplan Buitengebied 2008 gemeente Baarle-Nassau, artikel 29, alsmede tot het stellen van nadere eisen ten aanzien van bieden van voldoende parkeerruimte op eigen terrein.

4.4 Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Algemene verbodsbepaling

Het is verboden de in dit plan opgenomen gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de gronden gegeven bestemming.

4.4.2 Specifiek strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik als bedoeld in 4.4.1 wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor:

  • a. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten tenzij:
    • 1. dit plaatsvindt ten behoeve van de agrarische productie binnen het bedrijf uitsluitend betrekking heeft op agrarische producten van het eigen bedrijf;
    • 2. dit plaatsvindt ten behoeve van een specifiek toegestane ondergeschikte functie zoals opgenomen in 4.4.3;
  • b. het opslaan, storten of bergen van materialen en producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • c. (motor)crossen;
  • d. grootschalige openluchtevenementen en andere vormen van intensief dagrecreatief medegebruik;
  • e. natuurkamperen;
  • f. een seksinrichting;
  • g. het gebruik van de woning en/of al dan niet vrijstaande bijgebouwen als afhankelijke woonruimte;
  • h. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning;
  • i. het gebruik van bestaande gebouwen, behoudens de bedrijfswoning(en), voor nachtverblijf en direct daarmee verband houdend gebruik van voorzieningen zoals gemeenschappelijke verblijfsruimte (kantine), sanitair (douches, toiletten), kook- en wasgelegenheid;
  • j. het gebruik van gronden en gebouwen voor het plaatsen van en/of geplaatst houden van (sta)caravans, tenten en andere onderkomens;
  • k. niet kleinschalig kamperen bij een functionerend agrarisch bedrijf.

4.4.3 Geen strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik als bedoeld in 4.4.1 en 4.4.2 wordt in ieder geval niet verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor de navolgende functies, mits het gaat om een ondergeschikte functie ten opzichte van de agrarische functie zoals omschreven in 4.1:

  • a. wonen in bedrijfswoningen door (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van de bebouwing of het terrein noodzakelijk is;
  • b. het gebruik van de bedrijfswoning en bij de bedrijfswoning behorende bijgebouwen voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf/beroep, doch uitsluitend indien die activiteit wordt uitgeoefend op de wijze als hieronder begrepen:
    • 1. de woonfunctie dient zowel visueel als qua aard primair te blijven en de activiteit mag niet leiden tot verstoring van het woongenot ter plaatse en in de directe omgeving;
    • 2. de activiteit in of het gebruik van de woning mag niet leiden tot onevenredige publieksaantrekkende werking;
    • 3. de activiteit in of het gebruik van de woning mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en op de parkeerbalans. Dit betekent onder meer dat binnen het bouwvlak binnen de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' moet worden voorzien in de voor de activiteit benodigde parkeerruimte;
    • 4. de activiteit of het gebruik mag in de woning en/of een bijgebouw worden uitgeoefend;
    • 5. degene die de activiteiten zal uitvoeren dient tevens de bewoner van de woning te zijn;
    • 6. ten hoogste 40% van het vloeroppervlak van de woning en de daarbij behorende gebouwen ten behoeve van de aan huis gebonden bedrijf/beroep in gebruik mag zijn, tot een gezamenlijk maximum van 200 m2;
    • 7. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop van ter plaatse vervaardigde producten als ondergeschikte activiteit en wel in verband met het aan huis gebonden bedrijf of beroep;
    • 8. geen activiteit of gebruik mag worden uitgeoefend welke onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren; voor zover het een inrichting betreft in de zin van de Wet milieubeheer zijn slechts bedrijven toegestaan welke voorkomen onder categorie 1 en 2 zoals gesteld in de 'Brochure bedrijven en milieuzonering', editie 2009 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, mits het niet betreft geluidszoneringsplichtige inrichtingen;
  • c. detailhandel in door het agrarisch bedrijf zelf voortgebrachte agrarische producten of agrarische streekproducten tot een verkoopvloeroppervlak van maximaal 100 m² of zeer beperkte verkoop in het klein in direct verband met het aan huis gebonden beroep;
  • d. gebruik van bestaande bouwwerken voor stalling van caravans en/of kampeerauto's tot een maximale oppervlakte van 1.000 m²;
  • e. bewerking en/of verwerking van door het agrarisch bedrijf zelf voortgebrachte agrarische producten in maximaal 30 % van de aanwezige bedrijfsgebouwen en tot maximaal 300 m²;
  • f. kleinschalig kamperen bij een functionerend agrarisch bedrijf;

4.4.4 Afwijken kleinschalig dagrecreatief medegebruik

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.2 onder f. teneinde kleinschalige vormen van intensief dagrecreatief medegebruik toe te staan op een bestemmingsvlak. Hierbij dient aan het volgende te worden voldaan:

  • a. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing middels een beplantingsplan;
  • b. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieuwetgeving;
  • c. de oppervlakte aan bebouwing welke wordt aangewend voor de nevenactiviteit mag niet meer bedragen dan 150 m²;
  • d. detailhandel is uitsluitend toegestaan als ondergeschikte functie tot een oppervlakte van maximaal 100 m²;
  • e. de activiteit mag niet leiden tot onevenredige publieksaantrekkende werking;
  • f. de activiteit mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en op de parkeerbalans. Dit betekent onder meer dat moet worden voorzien in de voor de activiteit benodigde parkeerruimte;
  • g. de afstand tot ten tijde van de aanvraag reeds aanwezige locaties waar verblijfs- of dagrecreatie plaatsvindt dient minimaal 250 meter te bedragen.

4.4.5 Afwijken Bed and Breakfast

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.1 tot en met 4.4.3 teneinde een verblijfsrecreatief medegebruik in de vorm van Bed and Breakfast toe te staan op een bestemmingsvlak doch uitsluitend indien die activiteit wordt uitgeoefend op de wijze als hieronder begrepen:

  • a. de woonfunctie dient zowel visueel als qua aard primair te blijven en de activiteit mag niet leiden tot verstoring van het woongenot ter plaatse en in de directe omgeving. Ook dient de ruimtelijke uitstraling in overeenstemming te zijn met de woonfunctie;
  • b. de oppervlakte aan bebouwing welke wordt aangewend voor de Bed and Breakfast mag per bestemmingsvlak niet meer dan 40% van het oppervlak aan gebouwen bedragen met dien verstande dat het maximale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 150 m²;
  • c. de activiteit mag niet leiden tot onevenredige publieksaantrekkende werking;
  • d. de activiteit mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en op de parkeerbalans. Dit betekent onder meer dat binnen het bestemmingsvlak ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ moet worden voorzien in de voor de activiteit benodigde parkeerruimte;
  • e. het verblijfsrecreatief medegebruik is uitsluitend toegestaan indien dit wordt geëxploiteerd door de bewoner van de bedrijfswoning;
  • f. het bevoegd gezag trekt de omgevingsvergunning in, indien de bestemming van het bestemmingsvlak wordt gewijzigd in een andere bestemming.

4.4.6 Afwijken mantelzorg

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.2 onder h en toestaan dat een deel van de woning en/of een al dan niet vrijstaand bijgebouw gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte. Hierbij dient aan het volgende te worden voldaan:

  • a. een dergelijke bewoning dient noodzakelijk te zijn vanuit een oogpunt van mantelzorg en op grond van een medische indicatie te worden aangetoond. Het bevoegd gezag vraagt voorafgaand aan het te nemen besluit advies aan een ter zake deskundige instantie;
  • b. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven;
  • c. indien de afhankelijke woonruimte geheel wordt gesitueerd binnen een vrijstaand bijgebouw dient de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake vrijstaandebijgebouwen te worden ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m²;
  • d. indien de bij het verlenen van de ontheffing bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is:
    • 1. trekt het bevoegd gezag de omgevingsvergunning in;
    • 2. wordt door de aanvrager een garantieverklaring afgegeven waarin is opgenomen dat indien de noodzaak van mantelzorg is komen te vervallen, het gebruik van het bijgebouw als afhankelijke woonruimte wordt beëindigd en de bouwkundige voorzieningen hiertoe ongedaan worden gemaakt.

4.4.7 Afwijken tijdelijke huisvesting tijdelijke werknemers in bestaand gebouw

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.2 onder j ten behoeve van nachtverblijf voor de tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers mits:

  • a. een dergelijke huisvesting noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de opvang van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte van dat bedrijf;
  • b. de huisvesting uitsluitend werknemers betreft die alleen binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn werkzaamheden verrichten;
  • c. de huisvesting niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar bedraagt;
  • d. de gezamenlijke vloeroppervlakte ten behoeve van het nachtverblijf niet meer bedraagt dan 250 m²;
  • e. er geen sprake is van zelfstandige wooneenheden;
  • f. het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de situering van de bebouwing die geschikt wordt gemaakt voor het bieden van nachtverblijf voor zover nodig met het oog op bescherming van de belangen van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven;
  • g. het bevoegd gezag trekt de omgevingsvergunning in, indien de daaraan ten grondslag liggende tijdelijk grote arbeidsbehoefte niet meer aanwezig is.

4.4.8 Afwijken zorgboerderij

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.1 tot en met 4.4.3 teneinde een zorgboerderij als nevenactiviteit bij een in bedrijf zijnd agrarisch bedrijf toe te staan op een bestemmingsvlak, doch uitsluitend indien die activiteit wordt uitgeoefend op de wijze als hieronder begrepen:

  • a. het agrarisch bedrijf dient zowel visueel als qua aard primair te blijven en de activiteit mag niet leiden tot belemmering van agrarische bedrijven. Ook dient de ruimtelijke uitstraling in overeenstemming te zijn met agrarische functie
  • b. de oppervlakte aan bebouwing welke wordt aangewend voor een zorgboerderij mag per bestemmingsvlak niet meer dan 40% van het oppervlak aan gebouwen bedragen met die verstande dat het maximale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 400 m²;
  • c. de activiteit mag niet leiden tot onevenredige publieksaantrekkende werking;
  • d. de activiteit mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en op parkeerbalans. Dit betekent onder meer dat moet worden voorzien in voor de activiteit benodigde parkeerruimte;
  • e. de zorgboerderij is uitsluitend toegestaan indien dit wordt geëxploiteerd door de bewoner van de bedrijfswoning;
  • f. het bevoegd gezag trekt de omgevingsvergunning in, indien de bestemming van het bestemmingsvlak wordt gewijzigd in een andere bestemming.

4.4.9 Afwijken kleinschalig kamperen

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.2 onder l teneinde kleinschalig kamperen bij een functionerend agrarisch bedrijf toe te staan op een bestemmingsvlak. Hierbij dient aan het volgende te worden voldaan:

  • a. de activiteiten moeten leiden tot een verrijking c.q. verbreding van het toeristisch product in de streek;
  • b. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing middels een beplantingsplan;
  • c. de activiteit mag niet leiden tot onevenredige publieksaantrekkende werking;
  • d. de activiteit mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling en op de parkeerbalans. Dit betekent onder meer dat binnen het bestemmingsvlak ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ moet worden voorzien in de voor de activiteit benodigde parkeerruimte;
  • e. het bevoegd gezag trekt de omgevingsvergunning in, indien de bestemming van het bestemmingsvlak wordt gewijzigd in een niet-agrarische bestemming.

4.4.10 Algemene afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het onder 4.4.1 vervatte verbod, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

4.5 Wijzigingsbevoegdheid
4.5.1 Wijzigingsbevoegdheid t.b.v. verkleining of vormverandering bedrijf

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ wijzigen in de bestemming ‘Agrarisch’, ‘Agrarisch met waarden, agrarische functie met landschappelijke waarden’ of ‘Agrarisch met waarden, agrarische functie met natuurwaarden’ ten behoeve van een verkleining of vormverandering van een bestemmingsvlak ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’. Aan toepassing van deze bevoegdheid zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  • a. in het geval van vormverandering dient vast te staan dat deze noodzakelijk is uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering of –ontwikkeling. Omtrent dit onderwerp vragen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het nemen van een besluit advies aan een ter zake deskundige commissie of instantie;
  • b. bij zowel verkleining als vormverandering dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing;
  • c. verkleining van het bedrijf kan uitsluitend plaatsvinden als bij een bedrijfsomschakeling en/of beëindiging van een bedrijfstak sprake is van een afbraak van overtollige bedrijfsgebouwen of een substantieel verlies of inlevering van bouwrechten die aantoonbaar niet meer op kortere termijn vervangen kunnen worden en waarbij verkleining van het bestemmingsvlak voor de omliggende bestemmingen een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitswinst oplevert;

4.5.2 Wijzigingsmogelijkheid naar de bestemming 'Wonen' ten behoeve van omzetting naar een burgerwoning

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ waarbij na bedrijfsbeëindiging de verbouw c.q. het gebruik van een voormalige boerderij voor woondoeleinden kan worden toegestaan. Aan toepassing van deze bevoegdheid zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  • a. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing;
  • b. de bevoegdheid kan uitsluitend worden toegepast als sprake is van een afbraak van overtollige bedrijfsbebouwing. Daarbij geldt dat de benodigde afbraak in voldoende mate moet zijn zeker gesteld;
  • c. indien de inhoud van een te handhaven voormalige bedrijfswoning, inclusief de inpandige stal/deel en aanbouwen, het in de bestemming ‘Wonen’ gegeven maximum overschrijdt geldt dat deze inhoud mag worden gehandhaafd indien het een pand met cultuurhistorische waarde betreft. Hieromtrent wordt advies gevraagd aan een ter zake deskundige commissie of instantie;
  • d. de bebouwde oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 80 m² per woning; indien sprake is van amovering van voormalige bedrijfsgebouwen kan een bebouwde oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen worden toegestaan van 80 m² vermeerderd met 20% van de bebouwde oppervlakte van de geamoveerde gebouwen tot een totaal maximum bebouwde oppervlakte van 200 m²;
  • e. de oppervlakte van het te wijzigen bestemmingsvlak mag niet vergroot worden en dient verkleind te worden voor zover dat voor een doelmatige inrichting en gebruik van de hergebruiksfunctie mogelijk is met dien verstande dat de oppervlakte nooit meer mag bedragen dan 0,5 hectare;
  • f. het aantal woningen mag niet worden vermeerderd.

4.5.3 Wijzigingsmogelijkheid naar bestemming 'Agrarisch technisch hulpbedrijf'

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ wijzigen in de bestemming ‘Agrarisch, agrarisch-technisch hulpbedrijf’ waarbij na bedrijfsbeëindiging een agrarisch-technisch hulpbedrijf kan worden toegestaan. Aan toepassing van deze bevoegdheid zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  • a. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een beplantingsplan;
  • b. de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking mag niet onevenredig toenemen in relatie tot de functie en de aard van de weg waaraan de locatie is gelegen;
  • c. detailhandel is niet toegestaan, behoudens als ondergeschikte functie;
  • d. voor wat betreft de hoeveelheid bedrijfsgebouwen die hergebruikt mag worden geldt dat maximaal de bestaande oppervlakte mag worden hergebruikt;
  • e. de oppervlakte van het te wijzigen bestemmingsvlak mag niet vergroot worden en dient verkleind te worden voor zover dat voor een doelmatige inrichting en gebruik van de hergebruiksfunctie mogelijk is, met dien verstande dat de omvang nooit meer mag bedragen dan 1,5 hectare.

4.5.4 Wijzigingsmogelijkheid naar bestemming 'Agrarisch, agrarisch verwant bedrijf'

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ wijzigen in de bestemming ‘Agrarisch, agrarisch verwant bedrijf’ waarbij na bedrijfsbeëindiging een agrarisch bedrijf kan worden toegestaan. Aan toepassing van deze bevoegdheid zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  • a. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een beplantingsplan;
  • b. de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking mag niet onevenredig toenemen in relatie tot de functie en de aard van de weg waaraan de locatie is gelegen;
  • c. detailhandel is niet toegestaan, behoudens als ondergeschikte functie;
  • d. voor wat betreft de hoeveelheid bedrijfsgebouwen die hergebruikt mag worden geldt dat maximaal de bestaande oppervlakte mag worden hergebruikt;
  • e. de oppervlakte van het te wijzigen bestemmingsvlak mag niet vergroot worden en dient verkleind te worden voor zover dat voor een doelmatige inrichting en gebruik van de hergebruiksfunctie mogelijk is, met dien verstande dat de omvang nooit meer mag bedragen dan 1,5 hectare.

4.5.5 Wijzigingsmogelijkheid naar bestemming 'Agrarisch, paardenhouderij'

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ wijzigen in de bestemming ‘Agrarisch, paardenhouderij’ waarbij na bedrijfsbeëindiging een paardenhouderij kan worden toegestaan. Aan toepassing van deze bevoegdheid zijn de volgende voorwaarden verbonden:

  • a. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een beplantingsplan;
  • b. de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking mag niet onevenredig toenemen in relatie tot de functie en de aard van de weg waaraan de locatie is gelegen;
  • c. detailhandel is niet toegestaan, behoudens als ondergeschikte functie;
  • d. bij gebleken noodzaak geldt dat de voormalige agrarische bedrijfslocatie uitgebreid kan worden tot een maximum van 1,5 hectare.