direct naar inhoud van 4.4 Luchtkwaliteit
Plan: De Geer
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0642.bp08degeer-3001

4.4 Luchtkwaliteit

Beleid en normstelling

Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet.

Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden, die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan), onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a) of de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1).

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied.

Besluit niet in betekenende mate (nibm)

In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit kan het geval zijn wanneer een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10).

Plan van Aanpak Luchtkwaliteit

In 2006 heeft de gemeente Zwijndrecht een Plan van Aanpak Luchtkwaliteit vastgesteld. In dit Plan van Aanpak is beschreven hoe de gemeente de luchtkwaliteit in situaties waar de grenswaarden worden overschreden, gaat verbeteren.

Onderzoek

Het bestemmingsplan maakt een (beperkte) uitbreiding van de bedrijfsbestemming op gronden die op Achterlindt mogelijk. Deze ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende werking van 420 mvt/etmaal (zie paragraaf 2.3). Uit de NIBM-tool (www.infomil.nl) van het ministerie van Infrastructuur en Milieu blijkt dat deze verkeersgeneratie niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties stikstofdioxide en fijn stof. Toetsing aan de grenswaarden kan daarom achterwege blijven.

Behalve de bedrijven maakt het bestemmingsplan via een afwijkingsbevoegdheid ook de realisatie van een bouwmarkt nodig. Deze ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende werking van 3.110 mvt/etmaal. Uit de NIMB-tool blijkt dat deze verkeersgeneratie zeker in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van deze afwijkingsbevoegdheid moet daarom door middel van een luchtkwaliteitsonderzoek worden aangetoond dat de grenswaarden uit de Wlk niet worden overschreden.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de saneringstool (www.saneringstool.nl) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Hieruit blijkt dat ter plaatse van het plangebied de jaargemiddelde achtergrondconcentratie stikstofdioxide in 2011 tussen de 20 en 22,5 µg/m³ ligt. In datzelfde jaar ligt de jaargemiddelde achtergrondconcentratie fijn stof hier tussen de 22 en 24,5 µg/m³. De concentraties liggen ruimschoots onder de grenswaarden uit de Wlk. De uitstoot van de reeds aanwezige bedrijven binnen het plangebied maakt onderdeel uit van de achtergrondconcentraties. Ter plaatse van het plangebied is dan ook sprake van een aanvaardbaar verblijfsklimaat.

Conclusie

Er wordt geconcludeerd dat de Wlk de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staat. Uit het oogpunt van luchtkwaliteit is sprake van een aanvaardbaar verblijfsklimaat ter plaatse.