direct naar inhoud van Artikel 4 Bedrijf
Plan: Voorschoten Oost
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0626.2011Oost-BP50

Artikel 4 Bedrijf

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijfsmatige activiteiten, behorende tot categorie├źn 1 t/m 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, opgenomen in Bijlage 1 van deze regels;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - jachtwerf' uitsluitend voor een jachtwerf, behorende tot maximaal milieucategorie 3.1;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van categorie 3.1' voor een bestaand bedrijf in categorie 3.1;

met daarbij behorende:

  • d. gebouwen;
  • e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • f. terreinen
  • g. parkeervoorzieningen;
  • h. groenvoorzieningen;
  • i. nutsvoorzieningen;
  • j. waterhuishoudkundige voorzieningen.

4.2 Bouwregels

Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, met inachtneming van de volgende regels:

4.2.1 Gebouwen
  • a. Gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' dan wel ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' is aangeduid.

4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan tot een bouwhoogte van:
    • 1. maximaal 2 m voor erf- en terreinafscheidingen;
    • 2. maximaal 10 m voor palen, masten, verkeerstekens en technische installaties;
    • 3. maximaal 5 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • b. overkappingen zijn niet toegestaan voor de voorgevel of het denkbeeldig verlengde daarvan.

4.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van bouwwerken, geen

gebouwen zijnde in verband met het ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid.

4.4 Specifieke gebruiksregels

Onder bedrijven als bedoeld in lid 4.1, zijn niet begrepen:

  • a. detailhandelsbedrijven;
  • b. horecabedrijven;
  • c. maatschappelijke instellingen;
  • d. zelfstandige kantoren.

4.5 Afwijken van de gebruiksregels
  • a. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van lid 4.1 voor andere bedrijfsactiviteiten dan genoemd in Bijlage 1 van deze regels, met inachtneming van de volgende regels:
    • 1. een omgevingsvergunning kan worden verleend voor een bedrijfsactiviteit die niet behoort tot, of niet is genoemd in, categorie 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten (Bijlage 1), mits de betreffende bedrijfsactiviteit naar de feitelijke aard en (milieu-)invloed op de omgeving gelijk kan worden gesteld met bedrijfsactiviteiten als genoemd in categorie 1 of 2;
    • 2. een omgevingsvergunning kan niet worden verleend voor geluidzoneringsplichtige inrichtingen en risicovolle inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
  • b. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 1, ten behoeve van de vestiging van andere bedrijfsactiviteiten, mits deze bedrijfsactiviteiten naar aard en omvang van de milieuhinder die zij veroorzaken, vergelijkbaar zijn met (of een geringere invloed hebben op de omgeving dan) bedrijfsactiviteiten die krachtens lid 1 rechtens zijn toegestaan.