direct naar inhoud van Artikel 20 Tuin
Plan: Voorschoten Oost
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0626.2011Oost-BP50

Artikel 20 Tuin

20.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. tuinen;

met daarbij behorende:

  • b. gebouwen;
  • c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • d. toegangspaden;
  • e. waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen;

20.2 Bouwregels

Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming, met inachtneming van de volgende regels:

20.2.1 Gebouwen
  • a. Ten aanzien van gebouwen, fietsen- en containerbergingen en overkappingen geldt dat uitsluitend bestaande gebouwen, fietsen- en containerbergingen en overkappingen zijn toegestaan, behoudens het bepaalde in lid 20.2.3 en 20.4.

20.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. Windmolens zijn niet toegestaan;
  • b. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan tot een bouwhoogte van:
    • 1. maximaal 1 m voor erf- en terreinafscheidingen;
    • 2. maximaal 7 m voor vlaggenmasten;
    • 3. maximaal 2 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

20.2.3 Erker en ingangsportaal

Ten aanzien van het bouwen van een erker en/of ingangspoort aan een woning gelden de volgende regels:

Algemeen:

  • a. de totale breedte van een erker en/of een ingangspoort mag niet meer dan 60% van de breedte van de betreffende gevel van de woning bedragen;

t.a.v. erkers:

  • b. de diepte uit de betreffende gevel van de woning mag niet meer bedragen dan 50% van de breedte van de erker met een maximum van 1,8 m, waarbij geldt dat de tuin over een diepte van ten minste 60% onbebouwd moet blijven;
  • c. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens of de zijgevel van de woning mag niet minder dan de diepte van de erker bedragen, tenzij het betreft de zijdelingse perceelgrens of zijgevel tussen twee aaneengebouwde woningen;
  • d. in afwijking van het bepaalde onder c, mag de afstand tot de zijdelingse perceelgrens minder dan 2┬ám bedragen, indien het naburige erf een openbare weg of een openbaar water is, ook nadat die weg of dat water zijn openbare bestemming heeft verloren;
  • e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van de woning, vermeerderd met 0,25 m;

t.a.v. ingangsportalen:

  • f. de diepte uit de betreffende gevel van de woning mag niet meer bedragen dan 1,2 m;
  • g. de afstand tot de perceelgrens mag niet minder dan 2 m bedragen;
  • h. de breedte mag niet meer bedragen dan 1,5 m;
  • i. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van de woning, vermeerderd met 0,25 m.

20.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde in verband met het ruimtelijk beeld, de verkeersveiligheid alsmede in verband met bezonning en bruikbaarheid van aangrenzende percelen.

20.4 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 20.2 ten behoeve van het bouwen van:

  • a. een fietsenberging, tot een oppervlakte van 3 m2 en een bouwhoogte van 1,2 m;
  • b. een containerberging, tot een oppervlakte van 2 m2 en een bouwhoogte van 1,2 m;

waarbij geldt dat een omgevingsvergunning alleen wordt verleend indien een dergelijke voorziening niet inpandig of elders bij de betreffende woning kan worden gerealiseerd, met een redelijke bereikbaarheid en toegankelijkheid vanaf de openbare weg.