direct naar inhoud van Artikel 7 Detailhandel
Plan: Vianen, Landelijk Gebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0620.bp0001-VG01

Artikel 7 Detailhandel

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. een tuincentrum;
  • b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en water.

7.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van terreinafscheidingen, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. binnen het bouwvlak mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van één bedrijf worden opgericht;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' de bouw van een bedrijfswoning niet is toegestaan;
  • d. overigens geldt het volgende:
  max. aantal per bouwvlak   max. oppervlak   max. inhoud   max. goothoogte   max. bouw- hoogte   min. afstand tot perceels- grens  
bedrijfswoning (inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen)   één, tenzij middels een maatvoeringaanduiding anders is aangegeven     600 m³   6 m   9 m  

5 m  
vrijstaande bijgebouwen behorende bij de bedrijfswoning     75 m²     3 m   6 m    
bedrijfsgebouwen     zie bijlage 1     6 m   10 m   5 m  
erfafscheidingen
- voor de voorgevel van de bedrijfswoning
- overige plaatsen binnen het bouwvlak  
       

1 m

2 m  
 
antennes           10 m    
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak           6 m    
terreinafscheidingen buiten het bouwvlak           2 m    

7.3 Afwijken van de bouwregels
7.3.1 Ten behoeve van het bebouwde oppervlak

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2 onder d, teneinde het maximaal toegestane bebouwde oppervlak met 30% te vergroten, indien aan het volgende wordt voldaan:

  • a. door de aanvrager dient te zijn aangetoond, dat verplaatsing van het bedrijf naar een bedrijventerrein redelijkerwijs niet mogelijk is;
  • b. aangetoond dient te zijn dat de uitbreiding noodzakelijk is voor het behoud van de continuïteit van het bedrijf;
  • c. de goothoogte en de bebouwingshoogte mogen in maatvoering niet hoger zijn dan de hoogste bestaande goot- en bebouwingshoogte; hiervan kan slechts worden afgeweken indien dit noodzakelijk is met het oog op een doelmatige bedrijfsvoering, met dien verstande dat de maatvoering, zoals deze is opgenomen in de tabel in lid 7.2 onder d niet mag worden overschreden;
  • d. de verkeersaantrekkende werking mag niet toenemen;
  • e. er mag geen sprake zijn van een vergroting van de milieubelasting op de omgeving;
  • f. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing.

7.4 Wijzigingsbevoegdheden.
7.4.1 Ten behoeve van een nieuw agrarisch bedrijf/agrarisch bouwvlak

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Detailhandel wijzigen ten behoeve van de vestiging van een agrarisch bedrijf, mits voldaan wordt aan het volgende:

  • a. er dient sprake te zijn van de vestiging van een volwaardig agrarisch bedrijf dan wel een bedrijf dat naar verwachting binnen redelijke termijn zal uitgroeien tot een volwaardig bedrijf; hierover dient tevoren advies te zijn ingewonnen bij een ter zake deskundige;
  • b. de wijziging is uitsluitend toegestaan indien het bestemmingsvlak wordt omgeven door de bestemmingen Agrarisch en Agrarisch met waarden - Landschap;
  • c. afhankelijk van de ligging van het perceel worden de bestemming Detailhandel gewijzigd in de bestemming Agrarisch dan wel in de bestemming Agrarisch met waarden - Landschap;
  • d. binnen de bestemming 'Agrarisch' is de vestiging van niet-grondgebonden agrarische bedrijven, boombedrijven, akkerbouwbedrijven dan wel (vollegronds) tuinbouwbedrijven, niet toegestaan;
  • e. voor het de wijziging in de bestemming Agrarisch met waarden - Landschap betreft, is naast het bepaalde onder d evenmin de nieuwvestiging van fruitteeltbedrijven toegestaan;
  • f. ten opzichte van de bestemming Water dient een afstand van minimaal 10 m in acht te worden genomen;
  • g. afhankelijk van de ligging van het perceel zijn de bouwregels, opgenomen in lid 3.2 (Agrarisch) dan wel lid 4.2 (Agrarisch met waarden - Landschap) overeenkomstig van toepassing;
  • h. wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke karakteristiek en landschapswaarden als omschreven in lid 3.1 (Agrarisch) dan wel lid 4.1 (Agrarisch met waarden - Landschap);
  • i. uit een historisch onderzoek dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie.

7.4.2 Ten behoeve van wijziging naar de bestemming Wonen

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Detailhandel wijzigen in de bestemming Wonen, mits voldaan wordt aan het volgende:

  • a. de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfswoning mag niet worden vergroot;
  • b. de bestaande situering mag niet worden gewijzigd;
  • c. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieuwetgeving;
  • d. de bebouwde oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 75 m² per woning; indien de (gezamenlijke) oppervlakte van de bijgebouwen reeds meer dan 75 m² bedraagt, dan is een maximale bebouwde oppervlakte toegestaan van 75 m² plus de helft van het meerdere, met een totaal maximum van 150 m²;
  • e. in aanvulling op het bepaalde onder d geldt dat alle overtollige, niet beeldbepalende, bedrijfsbebouwing dient te worden gesaneerd;
  • f. het aantal woningen mag uitsluitend worden vermeerderd indien er sprake is van woningsplitsing bij voormalige boerderijen die zijn aangeduid als 'karakteristiek';
  • g. in de gevallen zoals genoemd onder f zijn de volgende criteria van toepassing:
    • 1. de woningtoevoeging noodzakelijk is in verband met het herstel of de verbetering van de te beschermen architectonische of cultuurhistorische waarden;
    • 2. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan twee;
    • 3. de bestaande inhoud van de woning c.q. het pand mag niet worden vergroot;
    • 4. de beide woningen dienen na splitsing een inhoud te hebben van minimaal 350 m³;
    • 5. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkeling van de omliggende agrarische bedrijven voortvloeiend uit de milieuwetgeving;
    • 6. de te realiseren woning dient te passen binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma;
    • 7. voorts zijn de overige maatvoeringeisen met betrekking tot bijgebouwen en andere bouwwerken (artikel 16) van toepassing;
    • 8. uit een historisch onderzoek dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie.