direct naar inhoud van Artikel 14 Verkeer-2
Plan: Vianen, Landelijk Gebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0620.bp0001-VG01

Artikel 14 Verkeer-2

14.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wegen, alsmede opstelstroken, busstroken, voet- en fietspaden;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-zend- en/of ontvangstinstallatie': voorzieningen ten behoeve van communicatiedoeleinden;

alsmede voor:

  • c. behoud en herstel van karakteristieke laanbeplanting;
  • d. voor zover de gronden zijn gelegen binnen een afstand van 5 m uit de bestemming Water, zonder verdere aanduiding: tevens voor onderhoud en beheer van de aangelegen hoofdwatergang;
  • e. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals viaducten, een ecoduct, bruggen, dammen, geluidswerende voorzieningen, groen, parkeervoorzieningen, voet- en fietspaden, nutsvoorzieningen, abri's, bermen, reclame-uitingen en water.

14.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. het oppervlak voor gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen zoals trafo's, gasregelstations, abri's en zendstations bedraagt ten hoogste 20 m²;
  • b. de bouwhoogte voor gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen zoals trafo's, gasregelstations, abri's en zendstations bedraagt ten hoogste 4 m;
  • c. de bouwhoogte van zend- en/of ontvangstinstallaties bedraagt te hoogste 40 m;
  • d. de bouwhoogte van geluidswerende voorzieningen bedraagt ten hoogste 5 m;
  • e. voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals viaducten, ecoducten, voorzieningen ten behoeve van de verkeersregeling, wegverlichting, aanwijsborden en portalen geldt een maximale bouwhoogte van 20 m.

14.3 Specifieke gebruiksregels

Het is verboden op of in deze, in dit artikel bedoelde gronden houtgewas te verwijderen, anders dan in het kader van het normale beheer en onderhoud.

14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
14.4.1 Aanlegverbod

Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies;
  • b. het graven, dempen, vergroten en/of herprofileren van sloten en oppervlaktewateren;
  • c. het aanbrengen van verhardingen en kavelpaden;
  • d. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen.

14.4.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod

Het in lid 14.4.1 vervatte verbod geldt niet voor de werken of werkzaamheden:

  • a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning of een omgevingsvergunning is verleend;
  • b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren;
  • c. welke het normale beheer en onderhoud betreffen.

14.4.3 Voorwaarden voor de omgevingsvergunning

De in lid 14.4.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien:

  • a. als gevolg van deze werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de landschappelijke waarden voortvloeiend uit de aanwezigheid van de laanbeplanting niet onevenredig worden aangetast;
  • b. de werken en werkzaamheden niet leiden tot aantasting van het karakter van de laan en/of tot schade van de bomen of de wortels van de bomen.