direct naar inhoud van Regels
Plan: Bedrijventerreinen 2015
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0617.bpbt-vg01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

het bestemmingsplan Bedrijventerreinen 2015 met identificatienummer NL.IMRO.0617.bpbt-vg01 van de gemeente Strijen.

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waar gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5 aan- en uitbouw

een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.

1.6 achterste perceelsgrens

de van de weg gekeerde grens van een perceel; indien meerdere zijden van het perceel van de weg gekeerd zijn, wijzen burgemeester en wethouders een achterste perceelsgrens aan.

1.7 antennedrager

een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.

1.8 antenne-installatie

een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.

1.9 bedrijf

een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en/of distribueren van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt in de vorm van nevenassortiment.

1.10 bedrijfs- of dienstwoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, vanwege de bestemming van het gebouw of het terrein.

1.11 bedrijfsvloeroppervlakte

de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.

1.12 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen

afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.13 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.14 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.15 Bevi-inrichting

bedrijf zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

1.16 bevoegd gezag

bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.17 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

1.18 bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.19 bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor functies uit de bestemmingsomschrijving geschikt of geschikt te maken is.

1.20 bouwmarkt

een al dan niet overdekt detailhandelsbedrijf, waarin een volledig of nagenoeg volledig assortiment aan bouwmaterialen en doe-het-zelfproducten uit voorraad wordt aangeboden.

1.21 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.22 bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel.

1.23 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.24 bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.25 bouwwerk, geen gebouw zijnde

elk bouwwerk, geen gebouw en geen overkapping zijnde.

1.26 bijgebouw

een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.

1.27 consumentenvuurwerk

vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik.

1.28 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

1.29 detailhandel in volumineuze goederen

een detailhandelsbedrijf te onderscheiden in de volgende categorieën:

  • a. detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen;
  • b. detailhandel in volumineuze goederen, zoals auto's, boten, motoren, caravans, scooters, zwembaden, buitenspeelapparatuur, fitnessapperatuur, piano's, surfplanken, tenten, grove bouwmaterialen en landbouwwerktuigen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en materialen;
  • c. grootschalige meubelbedrijven met een omvang van minimaal 1.000 m² bruto vloeroppervlak, inclusief in ondergeschikte mate een assortiment woninginrichting en stoffering, detailhandel in keukens, badkamers, vloerbedekking, parket, zonwering en jacuzzi's;
  • d. tuincentra met een omvang van minimaal 1.000 m² bruto vloeroppervlak;
  • e. bouwmarkten met een met een omvang van minimaal 1.000 m² bruto vloeroppervlak.
1.30 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.31 geluidsgevoelige objecten

woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder.

1.32 hoofdgebouw

gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.33 kantoor

voorziening gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.

1.34 luchtbrug

een loopbrug tussen twee gebouwen.

1.35 maaiveld

het maaiveld wordt geacht te liggen ter hoogte van de kruin van de weg die gelegen is aan de kant van de voorste perceelsgrens.

1.36 maatschappelijke voorzieningen

(overheids)voorzieningen inzake welzijn, volksgezondheid, cultuur, religie, sport, onderwijs, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren.

1.37 nevenassortiment

ondergeschikt assortiment dat direct verband houdt met het ter plaatse geproduceerde, bewerkte of herstelde goederen of goederen die rechtstreeks in verband staan met het primaire verkochte of geproduceerde product.

1.38 nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

1.39 overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met ten hoogste aan één zijde een gesloten wand.

1.40 platte afdekking

een horizontaal vlak, ter afdekking van een gebouw, dat meer dan tweederde van de grondoppervlakte van het gebouw beslaat.

1.41 seksinrichting

het bedrijfsmatig – of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt – gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen.

1.42 Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein'

de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein' die van deze regels deel uitmaakt.

1.43 Staat van Horeca-activiteiten

de Staat van Horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt.

1.44 verkoopvloeroppervlakte

de vloeroppervlakte van voor het publiek toegankelijke winkelruimten.

1.45 voorgevel

de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.

1.46 voorste perceelsgrens

de naar de weg gekeerde grens van een perceel; indien meerdere zijden van het perceel naar de weg gekeerd zijn, wijzen burgemeester en wethouders een voorste perceelsgrens aan.

1.47 zijdelingse perceelsgrens

de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 afstand

de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.

2.2 bouwhoogte van een antenne-installatie
  • a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie;
  • b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie.
2.3 bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.4 breedte, lengte en diepte van een gebouw

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren.

2.5 goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.6 inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.7 oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.8 vloeroppervlakte

de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2': bedrijven tot en met categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein';
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1': bedrijven tot en met categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein';
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2': bedrijven tot en met categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein';
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.1': bedrijven tot en met categorie 4.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein';
  • e. ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf - 1 t/m 13': tevens een bedrijfsactiviteit met de SBI-code zoals hierna in de tabel genoemd, uit ten hoogste de voor deze bedrijfsactiviteit in de tabel aangegeven categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein':

aanduiding   SBI-code 1993   uit ten hoogste milieucategorie  
specifieke vorm van bedrijf - 1   281   4.1  
specifieke vorm van bedrijf - 2   90   3.1  
specifieke vorm van bedrijf - 3   514   3.1  
specifieke vorm van bedrijf - 5   1584 / 5121 / 5122   4.2  
specifieke vorm van bedrijf - 6   29   3.2  
specifieke vorm van bedrijf - 7   2851 / 501 / 502   3.2  
specifieke vorm van bedrijf - 8   222   3.2  
specifieke vorm van bedrijf - 9   281 / 2851   4.1  
specifieke vorm van bedrijf - 10   517   3.1  
specifieke vorm van bedrijf - 11   451 / 452 / 501 / 502   3.1  
specifieke vorm van bedrijf - 12   153   3.2  

  • f. detailhandel in volumineuze goederen, zoals bedoeld in artikel 1.29, met dien verstande dat grootschalige meubelbedrijven inclusief detailhandel in keukens en badkamers uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel volumineus' zijn toegestaan en bouwmarkten en tuincentra niet zijn toegestaan;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel': tevens detailhandel zoals bedoeld in artikel 1.28;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'brandweerkazerne: tevens een brandweerkazerne/gemeentewerken;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'sportcentrum': tevens een sportcentrum;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt voor motorbrandstoffen, met lpg': uitsluitend een verkooppunt voor motorbrandstoffen, inclusief lpg, met daarbij behorende andere detailhandel en een autowasstraat;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'vulpunt': tevens een vulpunt;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorzieningen': uitsluitend nutsvoorzieningen;
  • m. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor': tevens bestaande kantoren;
  • n. ter plaatse van aanduiding 'specifieke vorm van kantoor - 1': tevens nieuwe kantoren;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'antennemast': uitsluitend voorzieningen ten behoeve van de telecommunicatie;
  • p. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': tevens een bedrijfswoning;
  • q. alsmede voor het uitoefenen van detailhandel voor zover dit een normaal en ondergeschikt bestanddeel uitmaakt van de totale bedrijfsuitoefening, zoals ingevolge het voorafgaande toegestaan;
  • r. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen.

3.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

  • a. In, op of boven deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:
    • 1. bedrijfsgebouwen;
    • 2. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': een bedrijfswoning;
    • 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
  • b. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd;
  • c. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens mag aan één zijde niet minder bedragen dan 3 m, terwijl deze afstand aan de andere zijde niet minder mag bedragen dan 1 m;
  • d. van de afstand van 1 m tot de zijdelingse perceelsgrens, zoals genoemd onder c, mag worden afgeweken indien de gebouwen op twee naast elkaar gelegen percelen aan elkaar en in dezelfde zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd;
  • e. aan de zijde(n) waar een gebouw niet aan een ander gebouw wordt aangebouwd, moet de afstand tussen gebouwen op één perceel ten minste 3 m bedragen;
  • f. ter plaatse van de figuur 'gevellijn' dient de naar de watergang toegekeerde gevel in deze gevellijn te worden gebouwd;
  • g. een lpg-tank is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1';
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' mogen uitsluitend gebouwen in de vorm van overstekken op de 2e en 3e bouwlaag van het (aangrenzende) gebouw, inclusief ten behoeve van de constructieve noodzakelijke voorzieningen worden gebouwd;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'antennemast' mag de oppervlakte van het gebouw niet meer bedragen dan 15 m² met een bouwhoogte van 3 m en de hoogte van de antennedrager mag niet meer bedragen dan 53,5 m;
  • j. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt per bouwperceel ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak;
  • k. de inhoud van een bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 600 m³ inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen;
  • l. de gezamenlijke oppervlakte aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag per bedrijfswoning niet meer bedragen dan 65 m²;
  • m. draagconstructies voor reclamevoorzieningen op gebouwen zijn uitsluitend toelaatbaar tot een hoogte van 1 m, gemeten vanaf de bovenkant van de draagconstructie en de hoogte van het gebouw waarop de draagconstructie is bevestigd;
  • n. solitaire draagconstructies ten behoeve van reclamevoorzieningen zijn uitsluitend toegestaan tot een hoogte van 6 m en niet hoger dan de bouwhoogte van het op het betreffende perceel gesitueerde hoofdgebouw;
  • o. de bouwhoogte van gebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste de met de maatvoeringsaanduiding (m) aangegeven bouwhoogte;
  • p. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste:
    • 1. van erf- en terreinafscheidingen 2 m;
    • 2. van lichtmasten 9 m;
    • 3. van vrijstaande techniekkast, beveiligingscamera's, vlaggenmasten, straatverlichting en bewegwijzering 15 m;
    • 4. van vrijstaande antenne-installaties, niet zijnde schotelantennes ten behoeve van mobiele telecommunicatie 5 m;
    • 5. van schotelantennes 3 m;
    • 6. van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2,5 m.
3.3 Nadere eisen

Bevoegd gezag kan, met inachtneming van de maxima en minima, zoals in 3.2 aangegeven, nadere eisen stellen ten aanzien van:

  • a. het representatieve karakter van het bedrijventerrein langs de Trambaan en de Industriestraat door:
    • 1. de representatieve zijde van de bedrijfsgebouwen naar vernoemde wegen te doen situeren;
    • 2. de inrichting van de onbebouwde gronden tussen de bedrijfsgebouwen en de wegen op een samenhangende en representatieve wijze te ontwikkelen;
  • b. de situering van de ontsluiting vanaf de weg en de situering van de bebouwing op het perceel met het oog op het realiseren van parkeerplaatsen op eigen terrein;
  • c. de situering van gebouwen en de inrichting van de gronden in verband met de consequenties van de sectorale milieuwetgeving;

met dien verstande dat:

  • d. daardoor de gebruikswaarde van het bedrijventerrein niet onevenredig wordt geschaad;
  • e. geen inbreuk wordt gedaan op de maximaal toegestane bouwmogelijkheden.

3.4 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:

  • a. Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan;
  • b. Wgh-inrichtingen zijn niet toegestaan;
  • c. opslag van consumentenvuurwerk is niet toegestaan;
  • d. seksinrichtingen zijn niet toegestaan;
  • e. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 m is op onbebouwde gronden niet toegestaan;
  • f. ten hoogste 50% van het bedrijfsoppervlak per bedrijf, niet zijnde kantoren zoals onder lid 3.1 onder o en p bedoeld, voor kantooractiviteiten mag worden gebruikt;
  • g. de brutovloeroppervlakte van kantoren ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor - 1' mag niet meer bedragen dan 1000 m²;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt voor motorbrandstoffen, inclusief lpg' bedraagt de verkoopvloeroppervlakte ten behoeve van detailhandel ten hoogste 125 m²;
  • i. nevenassortiment behorende bij detailhandel zoals onder lid 3.1 onder f bedoeld is toegestaan indien:
    • 1. ten hoogste 20% van het netto verkoopvloeroppervlak voor de verkoop van het nevenassortiment wordt gebruikt, en;
    • 2. het nevenassortiment past bij het hoofdassortiment.

3.5 Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Afwijken van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein'

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 3.1:

  • a. om bedrijven toe te laten uit ten hoogste twee categorieën hoger dan in lid 3.1 genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 3.1 genoemd;
  • b. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein' zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 3.1 genoemd.

3.5.2 Afwijken ten behoeve van een bouwmarkt of tuincentra

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 3.1 onder f:

  • a. om een bouwmarkt of tuincentrum tot te staan met een oppervlak van ten minste 1.000m² indien er geen sprake is van strijdigheid met het beleid voor perifere detailhandel.

Artikel 4 Groen

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groen, water en voet- en fietspaden;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 4': tevens een luchtbrug;
  • c. parkeervoorzieningen en nutsvoorzieningen.

4.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

  • a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 4' is een luchtbrug aan de 2e of 3e bouwlaag van het aangrenzende gebouw toegstaan, waarbij de breedte van de luchtbrug ten hoogste 3 m bedraagt;
  • c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen tussen de voorgevel en de openbare weg bedraagt ten hoogste 1 m;
  • d. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m;
  • e. de bouwhoogte van antennes, vlaggenmasten, straatverlichting en bewegwijzering bedraagt ten hoogste 15 m;
  • f. bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

Artikel 5 Maatschappelijk

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. een gemeentehuis;
  • b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en toegangswegen.

5.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

5.2.1 Gebouwen
  • a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd;
  • b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste:
    • 1. van erf- en terreinafscheidingen tussen de voorgevel en de openbare weg 1 m;
    • 2. van erf- en terreinafscheidingen elders 2 m;
    • 3. van antennes, vlaggenmasten, straatverlichting en bewegwijzering 15 m;
    • 4. van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 3 m.

Artikel 6 Verkeer

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wegen met ten hoogste 2 x 1 doorgaande rijstrook en voet- en fietspaden (opstelstroken en busstroken daaronder niet inbegrepen);
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein': tevens een vrachtwagenparkeerterrein;
  • c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals geluidswerende voorzieningen, groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, reclame-uitingen en water.

6.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

  • a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
  • b. in afwijking van het bepaalde in 6.2 onder a mag ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' een gebouw ten behoeve van het stallen van fietsen worden gebouwd;
  • c. de oppervlakte en bouwhoogte van een fietsenstalling ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'bedraagt respectievelijk 11 m² en 2,5 m.
  • d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste:
    • 1. van antennes, vlaggenmasten, straatverlichting en bewegwijzering 15 m;
    • 2. van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 3 m.

 

Artikel 7 Water

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. water ten behoeve van de waterhuishouding;
  • b. waterberging;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 4': tevens een luchtbrug.

7.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

  • a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 4' is een luchtbrug aan de 2e of 3e bouwlaag van het aangrenzende gebouw toegestaan, waarbij de breedte van de luchtbrug ten hoogste 3 m bedraagt;
  • c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling of de verlichting, bedraagt ten hoogste 3 m.

 

Artikel 8 Wonen

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het wonen met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten niet zijnde detailhandel en horeca;
  • b. tuinen behorende bij de aangrenzende hoofdgebouwen;
  • c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en water.
8.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

8.2.1 Algemeen
  • a. het gezamenlijke oppervlakte van woningen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 40% van het perceel.

8.2.2 Hoofdgebouwen

  • a. hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan in een bouwvlak;
  • b. het aantal woningen, voor zover aangegeven op de verbeelding, bedraagt niet meer dan het aantal aangegeven woningen;
  • c. de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de maatvoeringaanduiding aangegeven goothoogte;
  • d. de voorgevel van een hoofdgebouw dient gebouwd te worden in de naar de ontsluitende weg gekeerde bouwgrens of binnen een afstand van 3 meter achter deze begrenzing; indien er meerdere naar de weg gekeerde bestemmingsgrenzen zijn, dan dient de bouwgrens te worden aangehouden waarin de ten tijde van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan bestaande voorgevel is gebouwd;
  • e. de diepte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 15 meter;
  • f. de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt bij vrijstaande hoofdgebouwen aan één zijde ten minste 3 meter en aan de andere zijde ten minste 5 meter;
  • g. de afstand van hoofdgebouwen tot de achterste perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 8 meter;
  • h. bij aaneengebouwde hoofdgebouwen mag de achtergevel ten hoogste 2,50 meter naar achteren liggen ten opzichte van de achtergevel van het aangrenzende hoofdgebouw.

8.2.3 Aan- en uitbouwen, overkappingen en bijgebouwen
  • a. bijgebouwen en aan- en uitbouwen mogen uitsluitend aan de achterzijde of zijkant van het hoofdgebouw gebouwd worden;
  • b. de afstand van aan- en uitbouwen, overkappingen en bijgebouwen tot de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten minste 2,50 m;
  • c. de afstand van de voorzijde van garages tot de bestemming 'Verkeer' bedraagt ten minste 5 m;
  • d. de totale oppervlakte aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen op het zij- en achtererf bedraagt ten hoogste 65 m², met dien verstande dat de oppervlakte van dierenverblijven ten hoogste 10 m² bedraagt;
  • e. voor zover bijgebouwen en aan- en uitbouwen niet in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd, moet de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 1 meter bedragen; een en ander met dien verstande dat zijgevels van bijgebouwen en aan- en uitbouwen op straathoeken niet mogen liggen voor de voorgevel van de hoofdgebouwen en uitbouwen die om de hoek staan;
  • f. aan de zijden waar aan- of uitbouwen of bijgebouwen niet aan een ander gebouw wordt gebouwd, bedraagt de afstand tot het naastgelegen gebouw ten minste 1 meter;
  • g. de goothoogte van bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 3 meter.

8.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. de bouwhoogte van erfafscheidingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1 meter;
  • b. de bouwhoogte van erfafscheidingen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, aan de zijkant van het hoofdgebouw die gelegen zijn binnen een afstand van 1,50 meter van de zijdelingse perceelsgrens en die aan die zijde direct grenzen aan een openbare ruimte, bedraagt ten hoogste 1 meter.
8.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van:

  • a. het bepaalde in lid 8.2.3 onder b. teneinde het toestaan dat de voorgevel van een aan- of uitbouw minder dan 2,50 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd dan wel op één lijn met genoemde voorgevel wordt gebouwd, met dien verstande dat dit niet mag leiden tot aantasting van het straatbeeld;
  • b. het bepaalde in lid 8.2.3 onder c. teneinde de bouw van een garage niet tot gevolg heeft dat de aanwezige parkeergelegenheid verloren gaat ter plaatse van de uitrit van de te bouwen garage;
  • c. het bepaalde in lid 8.2.4 onder b. teneinde bouwwerken, geen gebouwen zijnde toe te staan tot een hoogte van 2 meter mits de verkeerskundige en stedenbouwkundige situatie ter plaatse dat mogelijk maakt.

8.4 Specifieke gebruiksregels

Onder de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in samenhang met het wonen wordt verstaan het gebruik van gedeelten van woningen ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, voor zover:

  • a. het vloeroppervlak ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten niet groter is dan 25% van het vloeroppervlak van de woning, inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen;
  • b. ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien;
  • c. de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en niet gepaard gaan met horeca en detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan de uitoefening van de betrokken kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten.

Artikel 9 Waterstaat - Waterkering

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de waterkering.

9.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 9.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m;
  • b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

9.3 Specifieke gebruiksrels

Op de gronden mag ten behoeve van de in lid 9.1 genoemde bestemming, geen opslag van goederen plaatsvinden.

9.4 Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 9.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de waterbeheerder.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 10 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 11 Algemene bouwregels

11.1 Hoogtematen

De ten hoogste toelaatbare hoogten zoals vermeld in hoofdstuk 2 mogen worden overschreden door schoorstenen, liftkokers, trappenhuizen en andere ondergeschikte bouwdelen, tenzij in hoofdstuk 2 anders is bepaald.

11.2 Overschrijding bouwgrenzen

De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door:

  • a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's, afdaken, liftkokers en koelunits, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt;
  • b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt;
  • c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1 m bedraagt.
11.3 Bestaande maten

Met betrekking tot bestaande maten geldt het volgende:

  • a. voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat:
    • 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten hoogste toelaatbaar mogen worden aangehouden;
    • 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten minste toelaatbaar mogen worden aangehouden;
  • b. ingeval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt;
  • c. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het overgangsrecht bouwwerken, als opgenomen in dit plan, niet van toepassing.

Artikel 12 Algemene afwijkingsregels

12.1 Maten en bouwgrenzen
  • a. tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is, kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken van de regels voor:
    • 1. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%;
    • 2. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.
  • b. de omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

Artikel 13 Algemene wijzigingsregels

13.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen

Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.

Artikel 14 Overige regels

14.1 Voldoende parkeergelegenheid
  • a. Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, kan niet worden gebouwd wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden.
  • b. Bij een omgevingsvergunning wordt aan de hand van CROW publicatie 317 bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Er dient te worden uitgegaan van parkeernormen voor weinig stedelijk en rest bebouwde kom.
  • c. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 15 Overgangsrecht

15.1 Overgangsrecht bouwwerken

Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt:

  • a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan;
  • b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%;
  • c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

15.2 Overgangsrecht gebruik

Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt:

  • a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  • b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  • c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
  • d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 16 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Bedrijventerreinen 2015'.