direct naar inhoud van Artikel 7 Cultuur en ontspanning
Plan: Buitengebied Leerdam
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0545.BPBUITENGEBIED-VS01

Artikel 7 Cultuur en ontspanning

7.1 Bestemmingsomschrijving
7.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving

De voor Cultuur en ontspanning aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. cultuur en ontspanning als opgenomen in 7.1.2 onder a;
  • b. waterhuishoudkundige doeleinden;
  • c. behoud en herstel van aanwezige poelen en watergangen;
  • d. onderhoudspaden langs watergangen;

één en ander met de bijbehorende voorzieningen en overeenkomstig de in 7.1.2opgenomen nadere detaillering van de bestemming.

7.1.2 Nadere detaillering van de bestemming
a Staat van cultuur en ontspanning

Op de gronden met deze bestemming zijn ter plaatse van de aanduiding, zoals opgenomen in de navolgende Staat van cultuur en ontspanning in de kolom 'Aanduiding' uitsluitend de maatschappelijke functies toegestaan zoals deze zijn opgenomen onder de bijbehorende kolom 'Betekenis':

Aanduiding   Betekenis   Cultuur en ontspanningsactiviteit   Adres   Activiteiten   Omvang  
(sco-bijb)   specifieke vorm van cultuur en ontspanning - bijbelmuseum   bijbelmuseum, restauratie-atelier   Lingedijk 36      
(sco-bzc)   specifieke vorm van cultuur en ontspanning - bezoekerscentrum   bezoekerscentrum natuur- en vogelwacht   Overboeicop 15   bezoekerscentrum, waaronder een zaal met 80 zitplaatsen, een winkel met verkoop natuurgerelateerde producten en een bijbehorende bar, natuur(beheer)gerelateerde lezingen, cursussen, exposities en vergaderingen.   max 215 m2  
b Bedrijfswoningen

Voor bedrijfswoningen geldt het volgende:

  • 1. Een bedrijfswoning is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' en maximaal één per aanduiding. Een en ander met dien verstande dat wanneer een bedrijfswoning door afsplitsing of vervreemding niet langer deel uitmaakt van de functie, daarvoor in de plaats geen nieuwe woning mag worden gebouwd; in dergelijke gevallen vervalt het recht op die bedrijfswoning.
  • 2. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal bedrijfswoningen niet meer bedragen dan met deze aanduiding is aangegeven.
c Niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

Voor zover ingevolge deze regels een bedrijfswoning is toegestaan, mag ter plaatse ook een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit worden uitgeoefend, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • 1. ten behoeve van de activiteit mag maximaal 25% van het gezamenlijk vloeroppervlak van de bedrijfswoning met een maximum van 50 m2 worden gebruikt;
  • 2. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid;
  • 3. er vindt geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaats;
  • 4. er mag geen afbreuk worden gedaan aan het woonkarakter van de omgeving;
  • 5. horeca of detailhandel zijn niet toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
  • 6. de activiteit wordt door de bewoner uitgeoefend.
d Publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis

Het gebruik van een deel van de woning en/of de bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis is uitsluitend toegestaan na verlening van ontheffing ex 7.5.1.

7.2 Bouwregels
7.2.1 Algemeen

Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken ten dienste van de bestemming.

7.2.2 Bouwvlak

Gebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'.

7.2.3 Inhoud bedrijven maatschappelijk

De gezamenlijke inhoud van de gebouwen ten behoeve van de maatschappelijke functie mag maximaal de bestaande inhoud bedragen.

7.2.4 Maatvoeringseisen

De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen:

Gebouwen maatschappelijk   Min.   Max.  
Goothoogte   n.v.t.   Zie  

Bedrijfswoning   Min.   Max.  
Goothoogte   N.v.t.   6 m  
Bouwhoogte   N.v.t.   9 m  
Inhoud inclusief aan-, uit- en bijgebouwen   N.v.t.   650 m3  
Afstand vrijstaande bedrijfswoning tot zijdelingse bouwperceelgrens   5 m   N.v.t.  

Bijgebouwen bij bedrijfswoning   Max.  
Inhoud bijgebouwen: zie tabel bedrijfswoning    
Goothoogte   3 m  
Bouwhoogte   6 m  

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde   Max.  
Hoogte erfafscheidingen   Voor voorgevelrooilijn: 1 m;
Overige: 2 m  
Hoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   Voor voorgevelrooilijn: 1 m;
Overige: 3 m  
7.2.5 Afwijkingenregeling

In afwijking van het bepaalde in 7.2.4 geldt, dat voorzover de bestaande goot- of bouwhoogte, de bebouwde oppervlakte of de inhoud meer bedraagt dan ingevolge bovenstaande tabel is toegestaan, de bestaande goot- of bouwhoogte, de bestaande bebouwde oppervlakte of de bestaande inhoud als maximum, voorzover het gebouw legaal is gebouwd. Nieuwbouw hiervan is niet toegestaan.

7.3 Ontheffing van de bouwregels
7.3.1 Ontheffing inhoud bedrijfsbebouwing

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de in 7.2.3 opgenomen maximale inhoud van bedrijfsgebouwen van maatschappelijke functies, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. de inhoud mag eenmalig worden uitgebreid met maximaal 10% van de bestaande inhoud van gebouwen met een maatschappelijke functie;
  • b. de belangen van de omliggende (niet) agrarische bedrijven en andere functies worden niet onevenredig aangetast;
  • c. er vindt geen toename van de milieubelasting plaats;
  • d. er vindt geen opslag buiten de gebouwen plaats;
  • e. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing;
  • f. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
  • g. het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast.
7.3.2 Ontheffing voor vergroting inhoud bedrijfswoning

Burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van de maximale inhoud van bedrijfswoningen, inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot een maximum van 850 m3 onder de volgende voorwaarden:

  • a. er is sprake van een zorgvuldige stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing in de omgeving;
  • b. binnen het bestemmingsvlak ontstaat een ruimtelijke eenheid van bebouwing;
  • c. binnen het bestemmingsvlak is sprake van een aanvaardbare verhouding tussen het bebouwde en onbebouwde oppervlak;
  • d. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;
  • e. de uitbreiding mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving.
7.4 Specifieke gebruiksregels
7.4.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik in de zin van artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis.

7.5 Ontheffing van de gebruiksregels
7.5.1 Ontheffing publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 7.4.1 voor het toestaan van een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. ten behoeve van de activiteit mag maximaal 25% van het gezamenlijk vloeroppervlak van de bedrijfswoning met een maximum van 50 m2 worden gebruikt;
  • b. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein;
  • c. er vindt geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaats;
  • d. er mag geen afbreuk worden gedaan aan het landelijke karakter van de buurt en de omgeving;
  • e. horeca of detailhandel zijn niet toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
  • f. de activiteit wordt door de bewoner uitgeoefend;
  • g. in monumentale en karakteristieke panden ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek', mag de bedrijfsfunctie het gehele bouwvolume van alle gebouwen bestrijken indien dit bijdraagt aan het behoud van het pand c.q. de betreffende cultuurhistorische waarden.
7.6 Aanlegvergunning
7.6.1 Aanlegvergunningenplicht

Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de in het schema onder 7.6.3 opgenomen aanlegvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren.
De aanlegvergunning kan uitsluitend worden verleend als wordt voldaan aan de in de tabel genoemde criteria.

7.6.2 Uitzonderingen vergunningenplicht

Het onder 7.6.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:

  • a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning is verleend;
  • b. die ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren;
  • c. die betreffen het normale beheer en/of onderhoud.
7.6.3 Schema aanlegvergunningen

Aanlegvergunningplichtige werken/werkzaamheden   Criteria voor verlening van de aanlegvergunning  
het dempen van sloten en kleine oppervlaktewateren   1. het verkavelingspatroon mag niet onevenredig worden aangetast;
2. er mag geen verandering van de bodemstructuur optreden;
3. de waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder.  
het verwijderen van houtgewas, houtwallen, bosschages   1. de activiteiten mogen geen onevenredige aantasting betekenen van de aanwezige landschaps- en natuurwaarden.  
7.6.4 Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in 7.6.1 is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 2 van de Wet op de economische delicten.

7.7 Wijzigingsbevoegdheid
7.7.1 Wijzigingsbevoegdheid functieverandering

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ingevolge artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, deze bestemming te wijzigen teneinde in afwijking van het bepaalde in 7.1.2 onder a een functiewijziging toe te staan binnen de bestemming, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de belangen van de omliggende (niet) agrarische bedrijven en andere functies worden niet onevenredig aangetast;
  • b. het woon- en leefklimaat van omliggende functies mogen niet onevenredig worden aangetast;
  • c. de beoogde functie is niet toegestaan indien er geen sprake is van een goed leef- en verblijfsklimaat voor de beoogde functie;
  • d. er vindt geen toename van de milieubelasting plaats;
  • e. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
  • f. uit onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de gevel van een geluidsgevoelig object de voorkeursgrenswaarde niet overschrijdt;
  • g. het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast;
  • h. de nieuwe functie wordt opgenomen in de tabel als opgenomen in 7.1.2 onder a en op de verbeelding.
7.7.2 Wijziging geen bedrijfswoning

Burgemeester en Wethouders kunnen met toepassing van het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening deze bestemming wijzigen teneinde na splitsing van gronden op de verbeelding de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' op te nemen, teneinde te regelen dat geen bedrijfswoning is toegestaan.