direct naar inhoud van Artikel 16 Wonen
Plan: Kortland
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0542.BPKLKortland-oh01

Artikel 16 Wonen

16.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het wonen daaronder begrepen een aan-huis-gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf': tevens bedrijfsactiviteiten uit ten hoogste categorie B2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging';
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening': tevens dienstverlening;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor': tevens een kantoor;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk': tevens maatschappelijke voorzieningen;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'nutsbedrijf': tevens een nutsbedrijf;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel': tevens detailhandel;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum': tevens een tuincentrum;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'horeca': tevens horeca uit ten hoogste categorie 1b van de Staat van Horeca-activiteiten;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 1': tevens een constructiewerkplaats - gesloten gebouw met een productieoppervlak van meer dan 200 m² met SBI-code 281;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - perifeer 6': tevens perifere detailhandel, uitsluitend zoals hierna in de tabel genoemd;

adres bedrijf   type bedrijf  
IJsseldijk 432   autogarage met showroom  

  • l. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, water, groen en wegen.

16.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

16.2.1 Hoofdgebouwen
  • a. per bestemmingsvlak mogen niet meer hoofdgebouwen worden gerealiseerd dan ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan aanwezig zijn;
  • b. hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd;
  • c. de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 3,5 m, tenzij anders aangeduid;
  • d. de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m meer dan de toegestane goothoogte;
  • e. de hoofdgebouwen mogen uitsluitend vrij- of halfvrijstaand worden gebouwd;
  • f. de voorgevels van hoofdgebouwen dienen evenwijdig aan en in de voorgevelrooilijn te worden gebouwd;
  • g. de afstand van het hoofdgebouw tot de achterste perceelsgrens dient ten minste 5 m te bedragen;
  • h. de afstand van een gevel van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 3 m te bedragen;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek', mag de bestaande maatvoering van gebouwen en/of bouwwerken niet worden gewijzigd, tenzij het bevoegd gezag een omgevingsvergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering heeft verleend.

16.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
  • a. ten behoeve van geringe uitbreidingen aan het hoofdgebouw, mag de voorgevelrooilijn met ten hoogste 1 m worden overschreden door aan- of uitbouwen;
  • b. de goothoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m;
  • c. op ieder perceel dient achter het hoofdgebouw een terrein van ten minste 25 m² onbebouwd te blijven;
  • d. een bouwperceel mag ten hoogste voor 50% met gebouwen worden bebouwd;
  • e. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden ten minste 3 m achter de voorgevel (of het verlengde daarvan) van het hoofdgebouw gebouwd;
  • f. de oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 50 m²;
  • g. de oppervlakte van plantenkasjes en/of volières bedraagt in totaal ten hoogste 20 m²;
  • h. indien de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen niet plat worden afgedekt, dan dient de helling van dakvorm en dakhelling overeen te komen met de dakhelling en dakvorm van het hoofdgebouw.

16.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde
  • a. de bouwhoogte van erfafscheidingen, voor zover gelegen vóór de voorgevelrooilijn of op een afstand van 1 m of minder van openbaar toegankelijk gebied, bedraagt ten hoogste 1 m;
  • b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m;
  • c. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt ten hoogste 5 m;
  • d. de bouwhoogte van palen en masten bedraagt ten hoogte 7 m;
  • e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

16.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan:

  • a. de situering van de voorgevel van hoofdgebouwen, met dien verstande, dat in verband met de versterking van de ontsluitingsstructuur van het plangebied en/of de sociale veiligheid geëist kan worden, dat de voorzijde van hoofdgebouwen aan de hoofdontsluitingswegen of hoofdgroenstructuur worden gebouwd;
  • b. de situering van hoofdgebouwen tot een zijdelingse perceelsgrens, indien dit noodzakelijk is in verband met de gebruiksmogelijkheden van gronden en bouwwerken op het aangrenzende bouwperceel, het handhaven van parkeergelegenheid op het betreffende perceel en de bebouwingskarakteristiek van de omgeving, met dien verstande, dat ten hoogste een afstand van 3 m geëist kan worden;
  • c. de situering van de zijgevel en de achtergevel van hoofdgebouwen ten opzichte van gevels van hoofdgebouwen op aangrenzende percelen, indien dit noodzakelijk is in verband met de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken en de bebouwingskarakteristiek van de omgeving, met dien verstande, dat ten hoogste een afstand van 10 m geëist kan worden;
  • d. de situering en het aantal parkeervoorzieningen op eigen terrein, indien dit noodzakelijk is in verband met de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • e. de afmeting van de bebouwing en situering, voor zover niet hierboven genoemd, indien dit noodzakelijk is in verband met de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken en de bebouwingskarakteristiek van de omgeving;
  • f. de dakvorm en dakhelling van hoofdgebouwen, indien dit noodzakelijk is in verband met de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken en de bebouwingskarakteristiek van de omgeving.

16.4 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van:

  • a. het bepaalde in lid 16.2.1 onder e voor het aaneenbouwen van hoofdgebouwen;
  • b. het bepaalde in lid 16.2.1 onder h voor een geringere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, mits voorzien is in een parkeergelegenheid op het betreffende perceel en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken, en de cultuurhistorische waarden niet in onevenredige mate worden aangetast;
  • c. het bepaalde in lid 16.2.3 onder a voor een erfafscheiding van ten hoogste 2 m bij hoofdgebouwen, grenzend aan twee wegen, voor één erfscheiding; de afwijking mag slechts verleend worden tot 1 m voor de voorgevelrooilijn van de achtergelegen hoofdgebouwen, indien daardoor het straatbeeld en de verkeersveiligheid niet in onevenredige mate worden aangetast.
  • d. het bepaalde in lid 16.2.1 voor het bouwen hoger dan de toegestane goot- en/of bouwhoogte, met inachtneming van de volgende regels:
    • 1. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m;
    • 2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m;
    • 3. de bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan de helft van de afstand tot de tegenoverliggende gevel;
    • 4. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het woon- en leefmilieu, waarbij stedenbouwkundige kwaliteit, woonkwaliteit, bezonning en wegverkeerslawaai worden afgewogen;
  • e. het bepaalde in lid 16.2.1 voor het bouwen buiten het bouwvlak, met inachtname van de volgende regels:
    • 1. de oppervlakte van het hoofdgebouw mag maximaal 25% meer bedragen dan de oppervlakte van het bouwvlak;
    • 2. de afstand van het hoofdgebouw tot de bouwperceelgrens grenzend aan de openbare ruimte bedraagt minimaal 1 m;
    • 3. de afstand van het hoofdgebouw tot de as van de weg waar het hoofdgebouw aan gelegen is, mag niet minder zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw;
    • 4. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het woon- en leefmilieu, waarbij stedenbouwkundige kwaliteit, woonkwaliteit, bezonning en wegverkeerslawaai worden afgewogen;
  • f. het bepaalde in lid 16.2.2 onder f voor het bouwen van een groter bebouwd oppervlak, met inachtname van de volgende regels:
    • 1. het gezamenlijke bebouwde oppervlak van de voornoemde bouwwerken mag niet meer bedragen dan 100 m²;
    • 2. ten minste 75 m² van het bouwperceel achter de voorgevelrooilijn dient onbebouwd te blijven;
    • 3. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan het woon- en leefmilieu, waarbij stedenbouwkundige kwaliteit, woonkwaliteit, bezonning en wegverkeerslawaai worden afgewogen;
  • g. het bepaalde in lid 16.2.2 onder h voor het bouwen van een andere dakvorm en/of dakhelling, mits er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu, waarbij stedenbouwkundige kwaliteit, woonkwaliteit, bezonning en wegverkeerslawaai worden afgewogen.

16.5 Specifieke gebruiksregels
  • a. het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte is niet toegestaan;
  • b. een aan-huis-gebonden beroep, zoals omschreven in lid 1.3, is toegestaan met inachtneming van de volgende regels:
    • 1. de voor de beroepsuitoefening te gebruiken vloeroppervlakte mag maximaal 40% van de totale vloeroppervlakte van het hoofdgebouw inclusief de bijbehorende bouwwerken op hetzelfde perceel bedragen;
    • 2. er mag geen onevenredige afbreuk aan de woonfunctie worden gedaan;
    • 3. er mag geen onevenredige milieu- of verkeers- en parkeerhinder ontstaan;
    • 4. het beroep moet worden uitgeoefend door de bewoner van het betreffende perceel;
    • 5. de activiteiten mogen niet vergunning- of meldingplichtig zijn op grond van de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
    • 6. er mag geen buitenopslag plaatsvinden;
  • c. webwinkels-aan-huis zijn toegestaan met inachtneming van de volgende regels:
    • 1. de webwinkel-aan-huis mag geen ruimtelijke uitstraling van detailhandel hebben, reclame-uitingen op het perceel zijn niet toegestaan;
    • 2. er mogen vanuit huis geen producten tentoongesteld, afgehaald, gekocht en/of worden uitgekozen;
    • 3. er mag geen grootschalige opslag plaatsvinden;
    • 4. de transactie mag uitsluitend via internet plaatsvinden;
    • 5. de te gebruiken vloeroppervlakte mag maximaal 40% van de totale vloeroppervlakte van het hoofdgebouw inclusief de bijbehorende bouwwerken op hetzelfde perceel bedragen, zulks met een maximum van 50 m², waarbij de uitoefening van het beroep niet op aangrenzende gronden/in aangrenzende bouwwerken mag worden uitgeoefend;
    • 6. er mag geen onevenredige afbreuk aan de woonfunctie worden gedaan;
    • 7. er mag geen onevenredige milieu- of verkeers- en parkeerhinder ontstaan;
    • 8. het beroep moet worden uitgeoefend door de bewoner van het betreffende perceel;
    • 9. de activiteiten mogen niet vergunning- of meldingplichtig zijn op grond van de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
    • 10. er mag geen buitenopslag plaatsvinden;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' zijn geen nieuwe geluidgevoelige objecten toegestaan.

16.6 Afwijken van de gebruiksregels
16.6.1 Afwijken ten behoeve van mantelzorg

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 16.5 onder a, waarbij wordt toegestaan dat een bijgebouw gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte, uitsluitend ten behoeve van mantelzorg, met dien verstande dat:

  • a. de noodzakelijkheid aangetoond is;
  • b. er geen onevenredig aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven;
  • c. de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 50 m²;
  • d. de afhankelijke woonruimte een ruimtelijke samenhang heeft met de bijbehorende woning.

16.6.2 Afwijken ten behoeve van bed & breakfast-voorziening

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 16.1 ten behoeve van een b & b-voorziening, met dien verstande dat:

  • a. parkeren op eigen terrein plaatsvindt en er geen nadelige effecten op de verkeersafwikkeling plaatsvinden;
  • b. er een nachtregister wordt bijgehouden;
  • c. de oppervlakte van de b & b ten hoogste 50 m² bedraagt;
  • d. er geen keukenfaciliteiten zijn toegestaan;
  • e. het woon- en leefklimaat van omwonenden en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven niet onevenredig worden aangetast;
  • f. de b & b aan maximaal 5 personen aangeboden mag worden;
  • g. ter voorkoming van permanente bewoning een maximum verblijfsduur van zeven dagen per verblijf wordt gehanteerd;
  • h. het authentieke uiterlijk of de verschijningsvorm van de woning of bijgebouw worden gehandhaafd.