direct naar inhoud van Artikel 5 Cultuur en ontspanning
Plan: De Vesting
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0530.BPDeVesting2011-VG01

Artikel 5 Cultuur en ontspanning

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Cultuur en ontspanning' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. ateliers;
  • b. musea;
  • c. theaters;
  • d. muziekscholen;
  • e. kunstencentra;
  • f. scouting;
  • g. bezoekerscentrum;
  • h. evenementen;
  • i. horecavoorzieningen als bedoeld in artikel 1.47;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'bowlingbaan': uitsluitend een bowlingbaan;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'horeca': tevens horeca in categorie 1 en 3;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met categorie 3': tevens horeca in categorie 1, 2 en 3;
  • m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - droogdok': een droogdok met pomphuis, bezoekerscentrum, multifunctionele ruimte en een scheepsbouw- en reparatiebedrijf met de SBI-code 3511 (SBI 1993);
  • n. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - markthal': tevens een markthal;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - molen': uitsluitend een molen;
  • p. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - vuurtoren': uitsluitend een vuurtoren;
  • q. ter plaatse van de aanduiding 'wonen': tevens voor het wonen;
  • r. ter plaatse van de aanduiding 'zend-/ontvangstinstallatie': een zend-/ontvangstinstallatie;
  • s. bijbehorende voorzieningen, zoals groen, water en verharding.

Ten behoeve van het toegestane gebruik zijn op en in deze gronden toegelaten:

  • t. gebouwen;
  • u. bijbehorende bouwwerken;
  • v. bouwwerken geen gebouwen zijnde;
  • w. gebouwen en bouwwerken voor doeleinden van openbaar nut.

5.2 Bouwregels
5.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd op de gronden die zijn voorzien van een bouwvlak;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifiek vorm van cultuur en ontspanning- vuurtoren' bedraagt de goothoogte ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' aangegeven hoogte, de bouwhoogte bedraagt ten hoogste ten hoogste 20 m;
  • c. de goot- en bouwhoogte van overige gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en/of bouwhoogte' aangegeven hoogte, indien geen bouwhoogte is aangegeven geldt de bestaande hoogte als maximale bouwhoogte;
  • d. het bouwvlak mag voor 100% bebouwd worden.

5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de hoogte maximaal 6 m mag bedragen, met uitzondering van erfafscheidingen die voor de voorgevelrooilijn maximaal 1 m en achter de voorgevelrooilijn maximaal 2 m hoog mogen bedragen.

5.2.3 Bouwwerken van openbaar nut

Voor het bouwen van bouwwerken ten behoeve van doeleinden van openbaar nut gelden de volgende bepalingen:

  • a. de inhoud van bouwwerken mag maximaal 50 m³ per op te richten bouwwerk bedragen;
  • b. de bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen.

5.3 Afwijken van de gebruiksregels
5.3.1

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1, ten behoeve van het realiseren van kleinschalige verblijfsrecreatie, met dien verstande dat:

  • a. ten behoeve van een bed & breakfast maximaal 2 verblijfseenheden zijn toegestaan;
  • b. geen nieuwe bebouwing mag worden opgericht;
  • c. als gevolg van de verblijfsrecreatie de bestaande bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van de omringende bedrijven uit milieuhygiënisch oogpunt niet onevenredig worden beperkt;
  • d. de vestiging van verblijfsrecreatie geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben en voorzien kan worden in voldoende parkeerplaatsen;
  • e. geen afbreuk wordt gedaan aan aanwezige cultuurhistorische waarden, natuurwaarden en/of de landschappelijke kwaliteit;
  • f. geen bed & breakfast is toegestaan ter plaatse van musea, theaters en ter plaatse van de aanduiding 'bowlingbaan'.

5.3.2

De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.3.1 wordt uitsluitend verleend indien:

  • a. het doel en de uitgangspunten van het plan niet onevenredig worden aangetast;
  • b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast.