direct naar inhoud van 4.5 Luchtkwaliteit
Plan: Zeeheldenkwartier 2010
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0518.BP0227EZeeheldenkw-70OH

4.5 Luchtkwaliteit

4.5.1 Beleidskader

Op 15 november 2007 is de gewijzigde Wet milieubeheer (Wm) van kracht geworden. De luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2. Dit hoofdstuk wordt wel de 'Wet luchtkwaliteit' genoemd en vervangt het Besluit Luchtkwaliteit 2005'. Op basis van de wet gelden de volgende regelingen:

  • AMvB niet in betekenende mate bijdragen (Stb.440)
  • Regeling niet in betekenende mate bijdragen (Stcrt.nr.218)
  • Regeling projectsaldering 2007 (Stcrt.nr.218)
  • Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Stcrt.nr.220)

Met de nieuwe Wet milieubeheer is de AMvB 'Niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)', van kracht geworden. Deze AMvB houdt onder andere in dat projecten die een bijdrage aan een overschrijding tot 1% van de grenswaarde als gevolg hebben, doorgang kunnen vinden; 1% van 40 microgram voor zowel fijn stof als stikstofdioxide komt neer op 0,4 microgram.

In dit kader zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval kunnen worden aangeduid als niet in betekenende mate (hierna nibm) zijn, en waarbij niet getoetst hoeft te worden. Voor woningbouwlocaties geldt dat een project met één ontsluitingsweg en kleiner dan 500 woningen nibm is. Voor kantoorlocaties geldt dat een project met één ontsluitingsweg en kleiner dan 33.333 m2 bruto vloeroppervlak (bvo) nibm is. Bij twee ontsluitingswegen mogen de aantallen verdubbeld worden. Voor projecten met zowel woningbouw als kantoorlocaties bestaat een logische verdeelsleutel.

Samenvattend:

  • Woningbouwprojecten tot 500 woningen bij één ontsluitingsweg kunnen doorgang vinden;
  • Kantoorprojecten tot 33.333 m2 bvo bij één ontsluitingsweg kunnen doorgang vinden;
  • Een combinatie van de twee is ook mogelijk zonder dat verder wordt getoetst.

De hierboven beschreven uitzondering van toetsing is vooralsnog alleen mogelijk voor woningbouw- en/of kantoorprojecten en geeft inzicht in wat in ieder geval realiseerbaar is. Het is echter denkbaar dat ook andere bestemmingen en/of een groter aantal van genoemde bestemmingen niet tot 1% bijdrage aan eventuele overschrijdingen leiden.

In detail zal naar aanleiding van een plan, moeten worden bekeken wanneer met een bepaald project op die knelpunten de 1%-grens wordt bereikt.

4.5.2 Luchtkwaliteit in het plangebied

Door de gemeente is een luchtonderzoek uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan Zeeheldenkwartier (rapport nummer 14.05.2008.AO).

Met betrekking tot fijn stof PM10 blijkt uit dit rapport dat de ontwikkeling ten gevolge van het bestemmingsplan ten opzichte van de autonome ontwikkeling op alle plaatsten in het gebied een niet in betekenende mate invloed op de luchtkwaliteit heeft. In alle beoordelingsjaren (2008, 2010, en 2018) wordt de jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3 niet overschreden, noch wordt de grenswaarde voor het aantal toegestane overschrijdingen van de 24-uursgemiddelde concentratie fijn stof (35 dagen) op de onderzochte wegvakken, ongeacht het beoordelingsjaar, overschreden.

Met betrekking tot stikstofdioxide NO2 blijkt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan voorstaat een niet in betekenende mate invloed hebben op de concentratie. Tot uiterlijk januari 2010 geldt een plandrempel van 40 µg/m3 NO2 (zie bijlage 2 van de Wet Milieubeheer). Voor zowel de autonome situatie als de situatie met planontwikkeling wordt deze plandrempel op geen enkele plaats overschreden. Ook in 2010 wordt de grenswaarde van 40 µg/m3 op geen enkele plaats overschreden.

Bij de Carnegielaan tussen de Scheveningseweg en het Carnegieplein, en de Groot Hertoginnenlaan tussen de Laan van Meerdervoort en de Waldeck Pyrmontkade is er een concentratietoename van meer dan 0,4 µg/m3. Er is hier echter geen sprake van een overschrijding. Het aantal overschrijdingen van de uurgemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide is in alle situaties en in alle beoordelingsjaren 0.

De concentraties voor de overige stoffen (benzo(a)pyreen, koolmonoxide, zwaveldioxide en benzeen) overschrijden de desbetreffende grenswaarden niet.