direct naar inhoud van Artikel 14 Wonen-4
Plan: Wateringse Binnentuinen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0518.BP0203BWateringBin-50VA

Artikel 14 Wonen-4

14.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen-4' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen;
  • b. parkeren;
  • c. paden;
  • d. tuinen en erven;

één en ander met de daarbij behorende hoofdgebouwen, aan- en bijgebouwen, bouwwerken, geen gebouw zijnde, wegen, groen, water en overige voorzieningen.

14.2 Bouwregels
14.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. als hoofdgebouwen zijn uitsluitend (half)vrijstaande woningen toegestaan.
  • b. de hoofdgebouwen moeten zich bevinden binnen het op de plankaart aangegeven bouwvlak.
  • c. de nokhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan op de plankaart is aangegeven.
  • d. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan dan op de plankaart is aangegeven.
  • e. aan- en bijgebouwen zijn buiten het op de plankaart aangegeven bouwvlak toegestaan, met dien verstande dat het totale oppervlak aan aan- en bijgebouwen niet meer dan 30 m2 mag bedragen.
  • f. de goothoogte van aan- en bijgebouwen met kapconstructie mag niet meer bedragen dan 3 m.
  • g. de nokhoogte van aan- en bijgebouwen met kapconstructie mag niet meer bedragen dan 6,5 m.
  • h. de hoogte van aan- en bijgebouwen met plat dak mag niet meer bedragen dan 3 m.
  • i. indien op de plankaart in een bestemmingsvlak geen bouwvlak is opgenomen, mogen woningen gebouwd worden met dien verstande dat:
    • 1. de regels zoals opgenomen in artikel 14.2.1 onder f, g en h in acht worden genomen.
    • 2. als hoofdgebouwen uitsluitend vrijstaande woningen gebouwd mogen worden.
    • 3. de goothoogte van hoofdgebouwen niet meer mag bedragen dan 4 m;
    • 4. de nokhoogte van hoofdgebouwen niet meer mag bedragen dan 9 m.
    • 5. de afstand van de voorgevel van hoofdgebouwen tot de voorerfgrens minimaal 6 m dient te bedragen.
    • 6. de afstand van de zijgevel van hoofdgebouwen tot de zijerfgrens minimaal 3 m dient te bedragen.
    • 7. de afstand van hoofdgebouwen tot de achtererfgrens minimaal 3 m dient te bedragen.
    • 8. per perceel mag de gezamenlijke oppervlakte van aan- en bijgebouwen niet meer dan 30 m2bedragen.
    • 9. het bebouwingspercentage per perceel mag niet meer bedragen dan 20%.
14.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 4 m.
14.3 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van:

  • a. lid 14.2.1, onder e voor het bouwen van aan- en bijgebouwen buiten het bouwvlak met een maximale oppervlakte van 50 m2.
  • b. lid 14.2.1 , onder h voor het bouwen van aan- en bijgebouwen buiten het bouwvlak met een maximale hoogte van 6 m.
14.4 Specifieke gebruiksregels
  • a. ter plaatse van de aanduiding "bedrijf" mogen op de gronden worden gebruikt ten behoeve van bedrijven indien deze behoren tot de categorieën A en B uit de staat van bedrijfsactiviteiten als opgenomen in Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging, met uitzondering van inrichtingen als bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder en inrichtingen als bedoeld in het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen.
  • b. ter plaatse van de aanduiding "garagebedrijf" mogen de gronden worden gebruikt ten behoeve van een garagebedrijf.
  • c. Voor het gebruik van de van gronden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor de exploitatie van een garagebedrijf, als bedoeld onder a gelden de volgende regels:
    • 1. de omvang van het gebruik voor de exploitatie van een garagebedrijf mag niet worden vergroot ten opzichte van de omvang die bestond op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan;
    • 2. het gebruik voor de exploitatie van een garagebedrijf mag worden veranderd in een gebruik overeenkomstig de bestemming;
    • 3. het gebruik voor de exploitatie van een garagebedrijf mag niet worden hervat indien het na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar is onderbroken en/of indien toepassing is gegeven aan het bepaalde onder 2.
  • d. bij vrijstaande en halfvrijstaande woningen dient per woning tenminste één parkeerplaats op het bij de woning behorende erf gerealiseerd te worden.