Zuidendijk537
Status: | vastgesteld |
Idn: | NL.IMRO.0505.UP167Zuidendijk537-3001 |
Regels uitwerkingsplan
'Locatie Zuidendijk 537'
Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen
1.1 het plan
Het uitwerkingsplan "Locatie Zuidendijk 537" met identificatienummer NL.IMRO.0505.UP167Zuidendijk537-3001 van de gemeente Dordrecht.
1.2 uitwerkingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3 aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4 aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5 bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.
1.6 bouwgrens
De grens van een bouwvlak.
HOOFDSTUK 2 Bestemmingsregels
Artikel 2 Wonen
2.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
wonen;
tuinen en erven;
bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals verhardingen en groen.
2.2 Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels.
2.2.1 Bouwen algemeen
Toegestaan zijn hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
2.2.2 Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak';
indien in de verbeelding een maximum woningaantal is ingeschreven mag dat aantal niet worden overschreden;
de bouwhoogte bedraagt ten hoogste de in de verbeelding aangegeven hoogtemaat.
2.2.3 Bijbehorende bouwwerken
Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:
bijbehorende bouwwerken zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten';
de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 3 meter, met dien verstande dat aan de achterkant en zijkant van de woning tot een diepte van maximaal 2,5 meter buiten de aanduiding 'bouwvlak' een bouwhoogte is toegestaan van 0,25 meter boven de vloer van de eerste verdieping tot een maximum van 4 meter of als de woning lager is, tot de bouwhoogte van de woning;
het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 50 % van het bouwperceel, het hoofdgebouw niet meegerekend, tot een maximum van 50 m2.
2.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste voor:
erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied 1 m
overige erfafscheidingen 2 m
vlaggenmasten 9 m
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 4 m
voor het maximale oppervlak van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dient het bepaalde in lid 2.2.3 onder c. in acht te worden genomen.
2.3 Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
lid 2.2.3 onder b. voor het bouwen van hogere aanbouwen en overkappingen met dien verstande dat de hoogte niet meer mag bedragen dan 0,25 meter boven de vloer van de tweede verdieping van de woning tot een maximum van 7 meter of als de woning lager is, tot de hoogte van de woning. Indien een tweede verdiepingsvloer ontbreekt, mag de hoogte niet meer bedragen dan noodzakelijk voor voldoende stahoogte, met dien verstande dat de hoogte van 7 m niet mag worden overschreden;
lid 2.2.3 onder b. voor het aan de zijkant van de woning bouwen van hogere aanbouwen en overkappingen, met dien verstande dat de hoogte niet meer mag bedragen dan 7 meter of als de woning lager is, tot de hoogte van de woning;
lid 2.2.3 onder b. voor het bouwen van een kap op bijbehorende bouwwerken met dien verstande dat de hoogte van aan- en bijgebouwen niet meer dan 3,5 meter mag bedragen;
lid 2.2.3 onder c. voor het toestaan van bijbehorende bouwwerken tot een oppervlak van 75 m2, mits in totaal het bebouwd oppervlak niet meer dan 50% van het bouwperceel.
Artikel 3 Tuin
3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
tuin;
bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, parkeren, groen en water.
3.2 Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels.
3.2.1 Bouwen algemeen
Toegestaan zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van carports en overkappingen.
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste voor:
erfafscheidingen 1 m
vlaggenmasten 9 m
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 4 m
Artikel 4 Verkeer
4.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
rijwegen;
voetpaden;
parkeerplaatsen;
in samenhang daarmee
groenvoorzieningen;
bij de bestemming behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen.
4.2 Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels.
4.2.1 Bouwen algemeen
Toegestaan zijn gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.2.2 Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
de oppervlakte bedraagt ten hoogste 10 m2;
de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste 3 m;
4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 20 m.
HOOFDSTUK 3 Algemene regels
Artikel 5 Algemene bouwregels
5.1 Ondergronds bouwen
5.1.1 Algemeen
De regels inzake de toelaatbaarheid, de aard, de omvang en de situering van gebouwen zijn in geval van ondergrondse bouw van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat ondergrondse bouw deze uitsluitend is toegestaan met inachtneming van de volgende voorwaarden:
ondergrondse bouw is uitsluitend toegestaan onder de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, alsmede ter verbinding van gebouwen;
gebouwd mag worden tussen peil en 3,5 m onder peil,
5.1.2 Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1.1 onder a. voor ondergrondse bouw buiten de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
de hoogte van kelders bedraagt ten hoogste 10 cm beneden peil;
de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens en de openbare weg bedraagt ten minste 1 m, met dien verstande dat in geval van kelderbouw in belendende percelen in de zijdelingse perceelsgrens mag worden gebouwd;
kelders mogen niet worden voorzien van een dakraam of lichtkoepel.
5.2 Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen de aanduiding 'bouwvlak' of de aanduiding 'bestemmingsvlak' worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en reclame-uitingen, buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 0,50 m wordt overschreden.
5.3 Parkeren, laden en lossen
5.3.1 Parkeren
Ten behoeve van het parkeren of stallen van auto’s dient in voldoende mate ruimte te zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
5.3.2 Afwijken
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in de leden 5.3.1:
indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of
voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien.
HOOFDSTUK 4 Slotregels
Artikel 6 Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels uitwerkingsplan 'Locatie Zuidendijk 537'.