direct naar inhoud van 5.4 Groen, blauw en natuur
Plan: Van Riebeeck/Bonairelaan
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0402.17bp00riebbon-oh01

5.4 Groen, blauw en natuur

5.4.1 Groen

Binnen de planperiode worden geen ontwikkelingen voorzien in het groengebied. De huidige groenstructuur blijft daarmee intact.

5.4.2 Blauw

De Van Riebeeckvijver vormt momenteel de blauwe structuur in het plangebied. Dit zal in de planperiode niet wijzigen.

5.4.3 Natuur

Ecologische structuur

Direct ten zuiden en het oosten van het gebied Bonairelaan liggen een aantal bossen en natuurterreinen. Deze gebieden maken onderdeel uit van de provinciale ecologische hoofdstructuur. Het plangebied behoort niet tot de ecologische hoofdstructuur maar grenst bij de Bonairelaan en Huidecopersweg wel direct aan de ecologische hoofdstructuur.

Gebiedsbescherming

Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied. Het heide- en boscomplex 'Heide achter Sportpark' grenzend aan de zuidzijde van de Diependaalselaan is op 26 juli 1989 door de toenmalige minister van Landbouw en Visserij aangewezen als Beschermd Natuurmonument. Het gebied is circa 400 hectare groot en bestaat uit een afwisselend terrein met opslag van (naald)bos en heide. Aangezien dit gebied buiten het plangebied is gelegen en het bestemmingsplan een consoliderend karakter heeft kan uitgesloten worden dat er (significant) negatieve effecten op dit Beschermde Natuurmonument.

Soortbescherming

Het plangebied is naar verwachting maar deels geschikt leefgebied voor een aantal in Hilversum en landelijk algemeen voorkomende beschermde flora - en fauna soorten van het stedelijk gebied. Het gebied rondom Van Riebeeck en het Arenapark is een dicht bebouwd stedelijk gebied waarin weinig parken of stedelijk groen aanwezig is. De aanwezige soortenvariatie is laag. Binnen Hilversum behoort het gebied niet tot de gebieden met een hoge natuurverwachtingswaarde. Het gebied Bonairelaan bestaat voor een groot deel uit villa´s en heeft een parkachtig bosrijk uiterlijk. Dit gebied grenst aan de Ecologische hoofdstructuur en ligt nabij het Beschermd Natuurmonument 'Heide achter Sportpark'. Het gebied is echter ook grotendeels ingesloten door zware infrastructuur: zowel de buitenring van Hilversum, als de Soestdijkerstraatweg en de A27 waardoor de uitwisseling van natuurwaarden met de Utrechtse Heuvelrug beperkt is. In dit deel van het plangebied zijn, met name, in de parken en grote tuinen wel beschermde soorten uit een aantal soortengroepen te verwachten. Gezien de ligging van het gebied Bonairelaan grenzend aan natuurgebieden en de parkachtige en bosrijke inrichting, behoort het gebied tot de gebieden binnen de gemeente Hilversum met de hoogste natuurwaarden.

Algemeen beschermde soorten (tabel 1-soorten) die in het gebied zijn te verwachten zijn ondermeer; egel, konijn, ware- en woelmuizen, vos, hermelijn, bunzing, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Er zijn daarnaast diverse (strikt) beschermde soorten (tabel 2 en 3-soorten) binnen de grenzen van het bestemmingsplangebied te verwachten. Uit de volgende soortengroepen zijn (incidenteel) binnen de grenzen van het bestemmingsplangebied ondermeer te verwachten; amfibieën (rugstreeppad, kamsalamander, heikikker) en zoogdieren (eekhoorn, boommarter, das, diverse vleermuissoorten). In de omliggende natuurterreinen is het voorkomen van de volgende reptielensoorten bekend (levenbarend hagedis, hazelworm, ringslang). Het parkachtig gebied rondom de Bonairelaan is in potentie geschikt voor genoemde soorten.

De uitgestrekte tuinen en bossen leefgebied voor een gevarieerde vogelgemeenschap, met name bosvogels waaronder diverse spechtachtige (zwarte specht, grote bonte specht, groene specht), roofvogels (sperwer, havik, buizerd), uilen (bosuil, ransuil) en zangvogels. Alle vogels in Nederland zijn gelijk beschermd. Werkzaamheden waarbij vogels worden gedood, of waardoor hun nesten of vaste rust- of verblijfplaatsen worden verstoord, zijn verboden. Voor vogels geldt dat bij werkzaamheden op voor vogels geschikte broedlocaties (openbaar groen, tuinen, etc) vooral in het broedseizoen sprake zal zijn van verontrusting, doden of verstoren van nesten of vaste rust- of verblijfplaatsen. Door de werkperiode aan te passen (buiten het broedseizoen) wordt overtreding van de Flora- en faunawet veelal voorkomen. Speciale aandacht verdienen de nestlocaties van vogelsoorten die jaarlijks gebruik maken van dezelfde nestlocatie. Deze nestlocaties zijn als vaste verblijfplaats het gehele jaar beschermd onder de Flora- en faunawet. Aandachtssoorten binnen het stedelijke gebied zijn de nestlocaties van onder meer de eventueel aanwezige roofvogels (Sperwer, Buizerd, Torenvalk), uilen (bosuil), spechten en zwaluwen (gier- huis- en boerenzwaluw),

Binnen het stedelijke gebied zijn (oude) gebouwen, groenstructuren en waterpartijen van belang voor diverse soorten vleermuizen als foerageergebied of verblijfplaats. In gebouwen en oude (holle) bomen in het Bonairelaan gebied kunnen zich kolonies bevinden van (boombewonende) vleermuizen. Vaste verblijfplaatsen zijn het gehele jaarrond strikt beschermd als vaste verblijfplaats. Bij ruimtelijke ontwikkeling aan potentieel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen zal vanwege het mogelijk voorkomen van deze strikt beschermde soortgroep een aanvullende inventarisatie verricht dienen te worden. Voor de algemeen voorkomende, maar strikt beschermde (bijlage IV van de Habitatrichtlijn), vleermuissoorten zal voorafgaand aan de sloop van gebouwen of de kap van oude bomen met holten onderzocht dienen te worden of er al dan niet verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. In specifieke gevallen zal ook bij aanbouw aan bestaande bouw een vleermuisinventarisatie noodzakelijk zijn. Als de huidige begroeiing en bebouwing gehandhaafd blijft is er geen strijdigheid met natuurwetgeving.

Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij negatieve effecten op de nesten van jaarrond beschermde nesten (ook buiten het broedseizoen), niet zijn uit te sluiten, kunnen niet zonder meer doorgang vinden zonder aanvullend onderzoek en passende mitigerende maatregelen. Aangezien het bestemmingsplan grotendeels consoliderend is, mag verwacht worden dat er geen negatieve effecten optreden. Het voortbestaan van de populaties van beschermde soorten in dit gebied komt niet in gevaar. Bij eventuele (grootschalige) ruimtelijke procedures zal vanwege het voorkomen van beschermde soorten een aanvullende inventarisatie verricht dienen te worden. Verder zijn alle in het gebied voorkomende vogelsoorten beschermd. Hiervan moet een rapportage gemaakt worden. Indien bepaalde beschermde soorten worden aangetroffen, zal ontheffing in het kader van artikel 75 lid 4 van de Flora- en faunawet bij het ministerie van EL&I aangevraagd moeten worden. Onderdeel van deze aanvraag is een projectplan waarin wordt aangegeven hoe met de beschermde soorten wordt omgegaan. De aanvraag resulteert naar alle waarschijnlijkheid in een ontheffing met bindende voorschriften. De voorschriften kunnen onder andere leiden tot planaanpassing. En ontheffing is niet nodig indien er alleen effecten optreden op algemeen beschermde soorten (tabel 1-soorten) zijn welke onder de vrijstellingsregeling vallen, zoals die in de Algemene Maatregel van Bestuur (Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten) is opgenomen en welke sinds 1 februari 2005 van kracht is.