direct naar inhoud van 6.1 Bodem
Plan: Woongebied II
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0396.BPwoongebiedII2010-VA01

6.1 Bodem

Inleiding

Het is een conserverend bestemmingsplan. De bodem zal hierdoor niet geroerd worden wat betekent dat er geen actueel bodemonderzoek benodigd is. Wel is een bodemtoets uitgevoerd. Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen, projectbesluit, bestemmingsplannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening moet worden gehouden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan of projectbesluit.

Daarnaast is in de Bouwverordening geregeld dat het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld.

Het onderzoek mag niet meer dan 5 jaar oud zijn en moet de vastgestelde informatiekwaliteit bieden. Indien aan die voorwaarden niet kan worden voldaan dient aanvullend onderzoek plaats te vinden.

Voor het plangebied is een bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan opgesteld die de algemene bodemkwaliteit ter plaatse van het gehele plangebied als schoon aanmerkt. Hierdoor kan bij ontwikkelingen in veel gevallen worden volstaan met alleen historisch onderzoek. Dit historisch onderzoek dient ter verificatie van de hypothese dat sprake is van een onverdachte gebied met betrekking tot bodemverontreiniging. Voorwaarde hiervoor is dat het historisch onderzoek uitwijst dat op de locatie geen bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden.

Voorbeelden van bodembedreigende activiteiten kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • de (voormalige) aanwezigheid van ondergrondse brandstoftanks;
  • voormalige kassencomplexen;
  • gedempte watergangen;
  • met puin verharde wegen;
  • grond- of slibdepots.

Daarnaast kan uit het historisch onderzoek blijken dat (op een gedeelte van de locatie) reeds een bodemonderzoek heeft plaatsgevonden, waarbij een verontreiniging is aangetoond die een belemmering zou kunnen vormen voor de beoogde gebruiksfunctie. Indien deze situatie zich voordoet, dient een bodemonderzoek uitgevoerd te worden om de eventuele ernst van de verontreiniging en de eventuele noodzaak tot bodemsanering vast te stellen.

Verkennend bodemonderzoek

Indien uit historisch onderzoek blijkt dat sprake is van bodembedreigende activiteiten of een bodemverontreiniging die de beoogde gebruiksfunctie in de weg staat dan dient de hypothese dat sprake is van een onverdacht gebied met betrekking tot bodemverontreiniging verworpen te worden en dient een bodemonderzoek uitgevoerd te worden op het hele te bebouwen terrein met extra aandacht voor de verdachte terreindelen.

Ontwikkeling M. van Heemskerckstraat

De ontwikkeling van Maarten van Heemskerckstraat ligt in de wijk Waterackers- Lunetten. Het plan valt binnen het bestemmingsplan 'Waterakkers-Lunetten' en betreft een invulling van het bestemmingsplan. Voor de hele wijk Waterakkers-Lunetten is in het verleden bodemonderzoek verricht. Op een aantal plaatsen is bodemverontreiniging geconstateerd die aangepakt moet worden. Over de te nemen maatregelen zijn afspraken gemaakt en deze zijn of worden steeds uitgevoerd voorafgaand aan de uitvoering van een bepaald plandeel. Naast deze verontreinigingen waarvoor maatregelen getroffen zijn of moeten worden is er een zogenaamde gebiedseigen verontreiniging aanwezig. Dit betreft een licht verhoogd arseengehalte in het grondwater. Deze verontreiniging is echter gebiedseigen, dat wil zeggen dat ze in de hele streek voorkomt en waarschijnlijk van origine aanwezig is. Omdat ze niet gevaarlijk is zijn hiervoor geen maatregelen getroffen.

Conclusie

Het betreft een grotendeels een conserverd bestemmingsplan. Bodemonderzoek is op dit moment niet nodig. Op basis van de bodemtoets is de grond in het plangebied schoon. Voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning voor de ontwikkeling aan de Maerten van Heemskerckstraat wordt geadviseerd een historisch onderzoek uit te voeren conform de NVN-5725. Mocht blijken dat de onderzoeken niet dekkend te zijn dient er een aanvullend een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd conform de NEN-5740.