direct naar inhoud van Artikel 3 Bedrijventerrein
Plan: Noordschil bedrijventerrein
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0308.000009-VA01

Artikel 3 Bedrijventerrein

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven van categorie 3.1 en 3.2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten A dan wel naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2';
  • b. bedrijven van categorie 3.1 tot en met 4.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten A dan wel naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.1';
  • c. bedrijven van categorie 3.1 tot en met 4.2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten A dan wel naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.2';

alsmede:

  • d. een medische onderzoeksinstelling ter plaatse van de aanduiding 'gezondheidszorg';
  • e. een opnamestudio ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - opnamestudio', met dien verstande dat de bedrijfsvloeroppervlakte van de opnamestudio maximaal 4.400 m2 mag bedragen;
  • f. een bouw- en woonmarkt met ondergeschikte horeca, een oliebollenkraam, 6 tuinhuisjes, verkoop van consumentenvuurwerk, tijdelijke detailhandel, pomphuis met reinwaterkelder en een tuincentrum waarin uitsluitend tuincentrumartikelen mogen worden verkocht niet zijnde levende have, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - bouw- en woonmarkt', met dien verstande dat ter plaatse van de gronden met deze aanduiding:
    • 1. de verkoopoppervlakte van de bouw- en woonmarkt in totaal maximaal 16.000 m2 mag bedragen, waarvan:
      a. maximaal 3.600 m2 gebruikt mag worden voor de verkoop van tuincentrumartikelen niet zijnde levende have;
      b. de bedrijfsvloeroppervlakte van de ondergeschikte horeca maximaal 500 m2 mag bedragen;
    • 2. de tijdelijke detailhandel uiterlijk tot 1 oktober 2013 is toegestaan en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - tijdelijke detailhandel';
  • g. een ooglaserkliniek ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - ooglaserkliniek';
  • h. ondergeschikte kantoren;
  • i. al dan niet gebouwde parkeervoorzieningen, met dien verstande dat ten behoeve van de bouw- en woonmarkt en de opnamestudio wordt uitgegaan van een parkeernorm van ten minste 1 parkeerplaats per 50 m2 verkoopvloeroppervlakte c.q. studioruimte;
  • j. 6 zelfstandige kantoren op de 1e verdieping van het bestaande gebouw ter plaatse van de aanduiding 'kantoor';
  • k. bedrijven van categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten B;
  • l. verkeersdoeleinden en al dan niet gebouwde parkeervoorzieningen,
  • m. groenvoorzieningen en water;

met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en paden, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven, met dien verstande dat:

  • het bedrijventerrein is bedoeld voor bedrijfsactiviteiten die zijn te kenmerken als industriële- en distributieactiviteiten;
  • bedrijfswoningen niet zijn toegestaan.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Gebouwen

Gebouwen voldoen aan de volgende regels:

  • a. gebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  • b. de afstand van gebouwen tot iedere perceelsgrens bedraagt minimaal 3 m;
  • c. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 10 m, met dien verstande dat maximaal 35% van de oppervlakte van de gebouwen een bouwhoogte mag hebben van maximaal 12 m;
  • d. het bebouwingspercentage van gebouwen en overkappingen ten opzichte van elk bouwperceel bedraagt maximaal 80;
3.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Bouwwerken geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende regels:

  • a. bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 12 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van reclame-opbouwen en vergelijkbare bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 15 mag bedragen;
3.3 Afwijken van de bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2.1 sub a en b voor:

  • a. de bouw van entreeportalen buiten het bouwvlak, mits:
    • 1. de inhoud maximaal 50 m3 bedraagt;
    • 2. de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt;
    • 3. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
    • 4. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad;
  • b. de bouw van bouwwerken geen gebouwen zijnde buiten het bouwvlak, mits:
    • 1. de bouwhoogte maximaal 12 m bedraagt;
    • 2. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
    • 3. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.
3.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen een gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van:

  • a. bedrijven als bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht ;
  • b. bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
  • c. vuurwerkbedrijven, met uitzondering van verkoop van vuurwerk dat expliciet wordt toegelaten in deze bestemming;
  • d. inrichtingen die zijn genoemd in bijlage C en D van het Besluit m.e.r;
  • e. detailhandel, met uitzondering van detailhandel die expliciet wordt toegelaten in deze bestemming.
3.5 Afwijken van de gebruiksregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 sub a, artikel 3.1 sub b en 3.1 sub c voor het toestaan van een bedrijf in categorie 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten A dan wel een naar de aard daarmee te vergelijken bedrijf, mits:

  • a. de bedrijfsactiviteit qua bedrijfvloeroppervlakte te grootschalig is voor de woonomgeving;
  • b. de bedrijfsactiviteit voor de woonomgeving een duidelijk aantoonbaar sterke verkeersaantrekkende werking heeft;
  • c. door de vestiging de bedrijfsvoering van bedrijven genoemd in categorie 3.1 tot en met 4.2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten A niet onevenredig wordt belemmerd.