direct naar inhoud van 4.4 Luchtkwaliteit
Plan: Buitengebied, Zaltbommel
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0297.BGBBP20130009-VS02

4.4 Luchtkwaliteit

De Wet milieubeheer, afdeling 5.2 Luchtkwaliteitseisen betreft het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit. Dit onderdeel wordt ook wel 'Wet Luchtkwaliteit' genoemd welke op 15 november 2007 in werking is getreden. Met het inwerking treden van deze wet is het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Het gedeelte van het Besluit luchtkwaliteit 2005 dat betrekking heeft op de grenswaarden voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen is opgenomen als bijlage 1 behorende bij de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer, afdeling 5.2 (luchtkwaliteitseisen) ziet hierdoor toe op de bescherming van de gezondheid van de mens ten gevolge van de luchtkwaliteit.

De gevolgen van luchtverontreiniging zijn bijvoorbeeld schade aan de gezondheid van mensen en dieren en schade aan planten en gebouwen. Stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) veroorzaken gezondheidsklachten en versterken hooikoorts, allergische en astmatische problemen.

De voornaamste bronnen van luchtverontreiniging zijn wegverkeer, industriële bedrijven en de landbouw.

Stikstofdioxide

Veruit de belangrijkste bron van stikstofdioxide in de buitenlucht is het gemotoriseerd verkeer. Momenteel worden in Nederland de normen voor stikstofdioxide in stedelijke gebieden en nabij drukke verkeerswegen regelmatig overschreden. Daarbuiten liggen de concentraties ver onder de Europese grenswaarden. Dat is ook het geval in het buitengebied van Zaltbommel. Dat is te zien in de bijgaande afbeelding.

afbeelding "i_NL.IMRO.0297.BGBBP20130009-VS02_0019.png"

Situatie stikstofdioxide (bron: http://geodata.rivm.nl/gcn/)

Fijnstof

De huidige concentraties fijnstof worden voor een belangrijk deel veroorzaakt door de al aanwezige achtergrondconcentraties. In landelijke gebieden met een agrarisch karakter wordt een belangrijk deel van het fijnstof in de lucht veroorzaakt door de veehouderij en het wegverkeer.

Op basis van onderzoek van het RIVM blijkt dat de concentratie in het plangebied in de huidige situatie maximaal 29 µg/m3 bedraagt. Daarmee blijven de concentraties ruim binnen de grenswaarden. In ieder geval zijn er in en rondom het plangebied geen knelpunten ten aanzien van fijnstof.

afbeelding "i_NL.IMRO.0297.BGBBP20130009-VS02_0020.png"

Situatie fijnstof, (bron: http://geodata.rivm.nl/gcn/)

Conclusie

Op basis van gegevens van het RIVM is te concluderen dat er rondom het plangebied geen knelpunten zijn ten aanzien van fijnstof.