direct naar inhoud van 4.5 Milieu
Plan: Hierden Bosch
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0243.BP00060-0003

4.5 Milieu

4.5.1 Inleiding

In deze paragraaf komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod. Het betreffen hier de randvoorwaarden en beperkingen die voorkomen uit het beleid en wetgeving op het gebied van: geluid (Wet geluidhinder), luchtkwaliteit (Wet luchtkwaliteit), bodem (Wet bodembescherming), geur (Wet geurhinder en veehouderij), bedrijvigheid (Wet milieubeheer) en externe veiligheid (BRZO, REVI, Bevi, Wet milieubeheer).

Dit bestemmingsplan is een consoliderend plan, daarom is een algemene beschrijving gegeven van de reeds beschikbare informatie en onderzoeken. Ontwikkelingen die via een wijzigingsbevoegdheid kunnen worden toegestaan worden bij toepassing van de bevoegdheid getoetst aan de haalbaarheidaspecten.

4.5.2 Geluid

De Wet geluidhinder regelt de mate waarin geluid, veroorzaakt door wegverkeer, het spoor en bedrijvigheid het woonmilieu mag belasten.

Ten zuiden van het plangebied ligt de A28, deze weg heeft een aandachtszone van 400 meter. Parallel aan de snelweg ligt het spoor, deze transportas heeft een aandachtzone van 300 meter. Beide zones liggen over het plangebied Hierden Bosch. Bij ontwikkeling van geluidgevoelige bestemmingen (woningen en scholen) in deze aandachtszones moet zonder meer akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. In onderstaande afbeelding zijn de aandachtszones wegverkeerslawaai uit het Milieubeleidsplan Harderwijk opgenomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0243.BP00060-0003_0009.jpg"

Aangezien het bestemmingsplan geen nieuwe geluidsgevoelige functies toelaat, is geen akoestisch onderzoek verricht. Het aspect geluid vormt vanwege het consoliderende karakter van voorliggend bestemmingsplan geen belemmering voor de uitvoerbaarheid.

4.5.3 Luchtkwaliteit

De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet Milieubeheer hoofdstuk 5, titel 2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin ter bescherming van mens en milieu onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht (o.a. fijn stof en stikstofdioxide) zijn vastgesteld.

De wet stelt bij een (dreigende) grenswaardenoverschrijding aanvullende eisen en beperkingen voor ruimtelijke plannen die "in betekenende mate" (IBM) leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast moet uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening afgewogen worden of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij speelt de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het plan "niet in betekende mate" (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging.


Naast de Wet luchtkwaliteit heeft de gemeente Harderwijk aanvullend beleid vastgesteld met betrekking tot projecteren van gevoelige bestemmingen op minder dan 300 meter van een rijksweg en 50 meter van een provinciale weg. Doel van dit beleid is om kwetsbare groepen, zoals kinderen, astmapatienten en ouderen, zoveel mogelijk te beschermen tegen ongezonde lucht. Deze groepen hebben een verhoogde gevoeligheid voor luchtverontreiniging. Het beleid bepaalt dat nieuwe scholen (basisonderwijs, voorgezet onderwijs of overig onderwijs aan minderjarigen), kinderdagverblijven, bejaarden-, verzorgings- en verpleeghuizen niet meer binnen 50 meter vanaf de provinciale weg en 300 meter van een rijksweg gebouwd mogen.

Op grond van de Wet Luchtkwaliteit worden er binnen het plangebied geen grenswaarden overschreden ook zijn er geen dreigende grenswaardenoverschrijdingen. Het plan Hierden Bosch ligt binnen de 300-meter contour van de A28. Binnen 50 meter van de A28 mogen geen gevoelige bestemmingen worden geprojecteerd .Voor de zone van 50 tot 300 meter geldt een afwijkingsmogelijkheid. Wanneer er zwaarwegende financiële, landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige of vervoerskundige redenen zijn om deze functies binnen de contour te plaatsen mag hiervan worden afgeweken door middel van een collegebesluit.

Het plan leidt niet tot een toename van het aantal verkeersbewegingen waardoor er niet in betekende mate verslechtering van de luchtkwaliteit optreedt. De blootstelling aan luchtverontreiniging in de buitenlucht verandert niet. Er worden niet meer mensen blootgesteld en de luchtverontreiniging neemt niet toe.

In het kader van dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen of uitbreidingen mogelijk gemaakt, die leiden tot een verbetering of verslechtering van de luchtkwaliteit. Zowel vanuit de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening vormt de luchtkwaliteit geen belemmering voor het bestemmingsplan.

4.5.4 Geur

Geur in de leefomgeving is grotendeels afkomstig van bedrijvigheid. Elke geur kan boven een bepaalde concentratie hinder veroorzaken. Om hinder van agrarische bedrijven te voorkomen is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) van toepassing. De wet regelt onderlinge afstanden tussen geurgevoelige functies, zoals woningen, recreatieobjecten en agrarische bedrijvigheid.


Binnen het plangebied liggen geen agrarische bedrijven. Het bestemmingsplan voorziet ook niet in nieuwe mogelijkheden voor agrarische bedrijven. Ook voor geurgevoelige objecten wordt het bestemmingsplan niet gewijzigd. De afstand tussen geurgevoelige objecten en agrarische bedrijvigheid uit omliggende gebieden wordt niet verkleind.

Het milieuaspect geurhinder vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

4.5.5 Bodemkwaliteit

In het plangebied Hierden Bosch zijn zeer veel kleinschalige bodemonderzoeken uitgevoerd. Uit deze onderzoeken blijkt dat de bodemgesteldheid geschikt is voor het huidige en toekomstige gebruik.

Omdat in het verleden veel woningen en bedrijven warm gestookt werden met huisbrandolie en kolen, zijn er diverse ondergrondse huisbrandolietanks aanwezig of aanwezig geweest met de daaraan gerelateerde verontreinigingen. Daarnaast hebben op diverse locaties bedrijfsactiviteiten plaatsgevonden (HBB (Historisch Bodem Bestand) die mogelijk de bodem kunnen hebben verontreinigd. Onderzoek op die locatie geeft daarover meer uitsluitsel. In totaal zijn er 30 onderzoeken, 13 (voormalige) tanks en 19 HBB locaties) in het gemeentelijk archief bekend en deze staan op onderstaande kaart weergegeven.

In verband met verouderde onderzoeken en een nieuw stoffenpakket (2008), geven de onderzoeken een onvolledig beeld van de huidige bodemkwaliteit en zijn zij ongeschikt voor transactieovereenkomsten en/of bouwvergunningen.


Uit de asbestsignaleringskaarten (bronnenkaart en kansenkaart) blijkt dat in het plangebied diverse asbest "verdachte" locaties liggen. Op of rond de aanwezige bebouwing kunnen asbesthoudende materialen zijn toegepast, waardoor het asbest later bij sloopwerkzaamheden of door verwering in de bodem terecht kan komen.

In de provincie Gelderland heeft de afgelopen jaren een grootscheepse sanering plaatsgevonden van asbesthoudende toegangswegen, kavelpaden en erfverhardingen. In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu worden tot en met 2011 honderden verontreinigde locaties gesaneerd. Echter mogelijk zijn niet alle particuliere wegen en/of bebouwing aangemeld bij het Projectbureau Saneringsregeling asbestwegen. Dergelijke locaties moeten dan in opdracht van de eigenaren zelf worden gesaneerd door een erkend saneringsbedrijf.

Na fase 3 (2012) zijn de grootste asbestrisico's -wat wegen betreft- weggenomen.


afbeelding "i_NL.IMRO.0243.BP00060-0003_0010.jpg"

afbeelding "i_NL.IMRO.0243.BP00060-0003_0011.jpg"


Het plangebied valt voor een deel binnen de subzone arseen van de bodemkwaliteitskaart. Op de toekomstige bodemkwaliteitskaart zal deze zone er niet meer zijn in dit gebied. Bekend van dit gebied is dat het opwellen van het grondwater onder bepaalde omstandigheden kan leiden tot karakteristieke ijzeroervorming met daarin verhoogde gehalten aan arseen. In Harderwijk zijn met name in de bovengrond verhoogde gehalten gemeten. Voor grondverzet vanuit dit gebied geldt dat naast het standaard bodempakket ook naar arseen moet worden gekeken. Met de nieuwe kaart (medio derde kwartaal 2011) komt dit te vervallen.


afbeelding "i_NL.IMRO.0243.BP00060-0003_0012.jpg"

Al met al geldt in dit gebied dat als er nieuwe ontwikkelingen zijn, er eerst uitvoerig historisch onderzoek moet plaatsvinden en mogelijk bodemonderzoek om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen.

4.5.6 Externe veiligheid

Inleiding

Activiteiten met gevaarlijke stoffen brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het
gaat daarbij om de productie, opslag en gebruik van gevaarlijke stoffen (bijvoorbeeld ammoniak en LPG) en het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en door buisleidingen. Deze activiteiten leggen beperkingen op aan de omgeving omdat veiligheidsafstanden tussen risicovolle activiteiten en (beperkt) kwetsbare objecten nodig zijn.
Externe veiligheid kent twee belangrijke toetsingscriteria waarmee het risico gekwantificeerd kan worden: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Beide risico's zijn gebaseerd op een kansbenadering en zijn niet effectgericht. Dat betekent dat de gevolgen van een ongeval met gevaarlijke stoffen merkbaar zijn buiten de afstanden die gelden voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Wet- en regelgeving

Risicobron   Vigerende wet- en regelgeving  
A28 en spoor   circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen  
aardgastransportleiding   Besluit externe veiligheid buisleidingen
Regeling externe veiligheid buisleidingen  

Veiligheidsafstanden en veiligheidsnormen

Risicobron   Afstanden en normering  
  Invloedsgebied
groepsrisico  
Plaatsgebonden
risico  
Afstanden  
spoor   200 meter   grenswaarde 10-5/jaar (1)
streefwaarde 10-6/jaar (1)
grenswaarde 10-6/jaar (2)  
-
-
-  
A28   200 meter   zie spoor    
aardgastransportleiding:
36 inch, 66,2 bar
12,5 inch, 40 bar,  

430 meter
150 meter  
grenswaarde 10-6/jaar (3)   0 meter (4)  
(1) Bestaande situaties
(2) Nieuwe situaties
(3) Voor kwetsbare objecten geldt een grenswaarde,
Voor beperkt kwetsbare objecten geldt een richtwaarde
(4) Bron: http://nederland.risicokaart.nl/  

Invloedsgebieden

afbeelding "i_NL.IMRO.0243.BP00060-0003_0013.png"

Beoordeling risico

In de directe omgeving van het plangebied liggen 4 risicobronnen. Dit zijn 2 aardgastransportleidingen en 2 transportroutes voor gevaarlijke stoffen, de A28 en het spoor. Voor de beoordeling van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico voor Hierden Bosch zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • het bestemmingsplan Hierden Bosch is een conserverend plan, het nieuwe plan staat geen nieuwe of extra (beperkt) kwetsbare objecten toe;
  • ook de omgeving van het plan blijft ongewijzigd;
  • recente risicoanalyses die het plaatsgebonden risico en het groepsrisico in beeld brengen zijn niet voor handen;
  • eerder uitgevoerde risicoanalyses geven een beeld van het plaatsgebonden risico en groepsrisico voor gebieden langs dezelfde risicobronnen waar meer personen verblijven dan in het plangebied en de omgeving van het plangebied.

Voor dit plan zijn de eerder opgestelde risicoanalyses niet geactualiseerd. Omdat het plan conserverend is en dus de populatie niet wijzigt, levert een actualisatie van de risicoanalyse geen nieuw beeld op. Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico blijven gelijk.

A28

Uit de eerder uitgevoerde risicoanalyses (zie bijlage 2) blijkt dat langs de A28 het plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico in de gebieden met een hogere personendichtheid niet wordt overschreden. Hieruit kan geconcludeerd worden dat het plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico in het plangebied ook niet zal worden overschreden.

Spoor

Uit de laatste stand van zaken van het basisnet spoor dat moet leiden tot het Besluit transport externe veiligheid blijkt dat voor “enkele delen van het traject Amersfoort-Zwolle” voor de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico een afstand van 6 meter en een plasbrandaandachtsgebied van 30 meter gaat gelden. Aan beide afstanden wordt in het plangebied voldaan.
Uit de laatste stand van zaken blijkt ook dat langs het traject Amersfoort-Zwolle de oriëntatie waarde voor groepsrisico niet wordt overschreden.

Gasleiding

Voor beide aardgastransportleidingen is een risicoanalyse opgesteld voor de structuurvisies voor de Groene Zoom en de Zuidelijke Stadsrand. Uit deze analyse (zie bijlage 3) blijkt dat inclusief de ontwikkelingen in de Groene Zoom en de Zuidelijke Stadsrand de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico niet wordt overschreden. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de oriëntatie waarde in het plangebied ook niet zal worden overschreden.
Uit de risicokaart (http://nederland.risicokaart.nl/) blijkt dat in het plangebied de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico niet wordt overschreden.

Maatregelen om het groepsrisico te verlagen, hebben in dit plan niet veel toegevoegde waarde. Naast een ruimtelijke scheiding tussen bron en ontvanger, leveren uitsluiten van grote groepen personen en niet zelfredzame personen de grootste bijdrage aan een verlaging van het groepsrisico. Hieraan voldoet het plan. Het plan voorziet ook in een goede ontsluiting die dienst kan doen als een vluchtroute die is afgekeerd van de risicobronnen.