direct naar inhoud van Artikel 3 Bedrijf
Plan: bestemmingsplan '''t Harde 2009"
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0230.BPTHARDE2009-VST1

Artikel 3 Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Bedrijf" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven, voor zover op de verbeelding is aangeduid met de gebiedsaanduiding “milieuzone - categorie II” (II): voor bedrijfsactiviteiten zoals genoemd in de bij deze regels als bijlage 1 behorende Staat onder de categorie 1 en 2, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtingen;
  • b. bedrijven, voor zover op de verbeelding is aangeduid met de gebiedsaanduiding “milieuzone - categorie III” (III): voor bedrijfsactiviteiten zoals genoemd in de bij deze regels als bijlage 1 behorende Staat onder de categorie 1, 2 en 3, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtingen, ter plaatse van de op de verbeelding voorkomende functieaanduiding "metaal verwerkend bedrijf" (sb-mvb) is een metaalbewerkingsbedrijf toegestaan;
  • c. bedrijven, voor zover op de verbeelding is aangeduid met de gebiedsaanduiding “milieuzone - categorie IV” (IV): voor bedrijfsactiviteiten zoals genoemd in de bij deze regels als bijlage 1 behorende Staat onder de categorie 1, 2, 3 en 4;
  • d. bedrijfswoningen ter plaatse van de op de verbeelding voorkomende functieaanduiding “bedrijfswoning” (bw);
  • e. aan de hoofdfunctie ondergeschikte verkeers-, parkeer-, nuts- en groenvoorzieningen, tuinen, erven en terreinen;
  • f. indien en voorzover de bestemming samenvalt met de dubbelbestemming "Leiding - Gas (dubbelbestemming)" is in eerste instantie het bepaalde in artikel 29 van toepassing.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Gebouwen

Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • b. de bedrijven dienen zich met hun voorkant / entreezijde te presenteren naar de openbare weg;
  • c. het bebouwingspercentage van een bouwperceel bedraagt maximaal 80%, tenzij op de verbeelding een ander percentage door de maatvoeringsaanduiding "maximum bebouwingspercentage" wordt aangegeven;
  • d. de hoogte ter plaatse van de op de verbeelding voorkomende maatvoeringsaanduiding "maximale bouwhoogte", mag niet worden overschreden;
  • e. de afstand van gebouwen tot de perceelsgrenzen dient minimaal 5 meter te bedragen, dan wel - indien deze afstand kleiner is - de afstand zoals deze is ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerp van het bestemmingsplan, met dien verstande dat deze afstand niet mag worden verkleind;
  • f. ter plaatse van de op de verbeelding voorkomende functieaanduiding "bedrijfswoning" (bw) mag één bedrijfswoning worden gebouwd met een inhoud van maximaal 650 m3, een maximum goothoogte van 6,50 meter en een maximale bouwhoogte van 9,50 meter, tevens zijn bijgebouwen met een grondoppervlakte van maximaal 50 m2 toegestaan;
  • g. met betrekking tot de hoogte van uitbreidingen van een bedrijfswoning en van bijgebouwen geldt, dat:
    • 1. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen maximaal 3 meter en de bouwhoogte maximaal 5 meter mag bedragen;
    • 2. de goothoogte van uitbreidingen van een bedrijfswoning en aangebouwde bijgebouwen maximaal gelijk mag zijn aan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, vermeerderd met 0,3 meter;
  • h. de afstand van uitbreidingen van een bedrijfswoning tot de perceelsgrens ten minste 5 meter dient te bedragen;
  • i. bijgebouwen mogen worden gebouwd tot op de perceelsgrens;
  • j. bij de realisatie van de bebouwing dient te worden voorzien in de parkeerbehoefte op grond van de meest recente normering van het C.R.O.W. (ten tijde van het in ontwerp ter visie leggen van het plan de "Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom", het ASVV 2004).

3.2.2 Andere bouwwerken

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. de hoogte binnen het bouwvlak maximaal 10 meter mag bedragen;
  • b. de hoogte buiten het bouwvlak:
  • c. maximaal 2 meter mag bedragen, indien gesitueerd vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens mogen deze niet meer dan 1 meter bedragen;
  • d. maximaal 40 meter mag bedragen ter plaatse van de op de verbeelding gegeven aanduiding "reclamemast".

3.3 Nadere eisen
  • a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen omtrent:
    • 1. de situering van milieuhinderlijke bedrijfsactiviteiten op een terrein in relatie tot hindergevoelige functies in de omgeving;
    • 2. de afmetingen van de andere bouwwerken, welke in gevolge deze regels mogen worden gebouwd, met dien verstande, dat afhankelijk van de situering en het doel een hoogte kan worden geëist tussen de 0,20 meter en 2,50 meter;
    • 3. de situering van nutsgebouwen, waarbij geëist kan worden dat de gebouwen inpandig in bedrijfsbebouwing gerealiseerd worden.
  • b. Bovengenoemde eisen mogen uitsluitend worden gesteld na afweging van de in het geding zijnde belangen, waaronder begrepen:
    • 1. het voorkomen van onevenredige aantasting van bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
    • 2. de planologisch stedenbouwkundige belangen, met inbegrip van beeldkwaliteit;
    • 3. verkeersveiligheidsbelangen;
    • 4. het voorkomen van onevenredige aantasting van de na te streven beeldkwaliteit.

3.4 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde onder 3.2 ten aanzien van de volgende onderwerpen:

  • a. de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen ten dienste van een openbare (nuts)voorziening met een grondoppervlakte van maximaal 25 m2 die bestaan uit maximaal één bouwlaag en die niet hoger is dan 3 meter, zoals transformatorhuisjes, gemaalgebouwtjes, schakelhuisjes, wachthuisjes, telefooncellen en andere nutsgebouwtjes en andere bouwwerken ten dienste van een openbare (nuts)voorziening, met een maximale bouwhoogte van 15 meter, zoals antennemasten, lichtmasten, kunstobjecten;
  • b. de bouw van een ander bouwwerk dan onder a. met een grondoppervlakte van maximaal 25 m2 dat niet hoger is dan 3 meter;
  • c. het veranderen van de in het plan voorgeschreven maatvoering voor gebouwen en andere bouwwerken met 10%, indien zulks verband houdt met de bouwaanvragen waarvan de realisering gewenst of noodzakelijk is;
  • d. het in geringe mate afwijken van het plan ten einde enig onderdeel van het plan, zoals een bouwgrens nader te bepalen, uitsluitend indien bij definitieve uitmeting en verkaveling blijkt, dat deze aanpassing in belang van een juiste verwerkelijking van het plan redelijk gewenst en/of noodzakelijk is, waarbij de grenzen met niet meer dan 2 meter mogen worden verschoven.

3.5 Specifieke gebruiksregels
  • a. Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken strijdig met deze bestemming;
  • b. Onverminderd het bepaalde onder a. is het in ieder geval verboden onbebouwde gronden te gebruiken voor:
    • 1. opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen;
    • 2. de opslag van gebruiksklare en onklare dan wel aan hun bestemming ontrokken voer- of vaartuigen of onderdelen hiervan;
    • 3. het plaatsen van of geplaatst houden van onderkomens;
    • 4. detailhandel;
    • 5. prostitutiedoeleinden;
  • c. Onverminderd het bepaalde onder a. is het in ieder geval verboden bouwwerken te gebruiken voor:
    • 1. detailhandel;
    • 2. prostitutiedoeleinden en seksinrichtingen.
  • d. Het bepaalde onder b. is niet van toepassing voorzover het betreft het tijdelijk opslaan van materialen en werktuigen welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de bestemming;
  • e. Opslag mag niet plaatsvinden aan de naar de weg gekeerde zijde van de gebouwen voor de voorgevel van deze gebouwen;
  • f. Het parkeren of stallen van grote motorvoertuigen en aanhangers bestemd voor de aan- en afvoer van goederen is niet toegestaan tussen de weg en de voorgevel van het gebouw.

3.6 Ontheffing van de gebruiksregels
  • a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 3.5 ten behoeve van:
    • 1. detailhandel in stoffen en goederen waarvan de verkoop in winkelcentra niet past in verband met de verstoring van het aldaar gewenste milieu, zoals de verkoop van brand- en explosiegevaarlijke of andere milieubelastende stoffen en goederen;
    • 2. detailhandel in grove bouwmaterialen alsmede bouwmarkten;
    • 3. detailhandel in volumineuze goederen, mits daardoor geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de structuur van het plaatselijke en/of regionale distributieapparaat of een reeds bestaande verstoring wordt vergroot en in voldoende mate verzekerd is dat geen onevenredige verkeers- en/of parkeeroverlast zal optreden voor de omgeving;
    • 4. voor bedrijfsactiviteiten in één categorie hoger dan de categorie welke op grond van de planregels is toegestaan, mits geen onevenredig afbreuk wordt gedaan aan het bestaande woon- en leefklimaat in de directe omgeving;
    • 5. bedrijven die naar de aard en de invloed op de omgeving, gelijk te stellen zijn met bedrijven die zijn genoemd de categorieën 1, 2, en 3 van de bij deze regels behorende Staat van Inrichtingen, mits het geen geluidszoneringsplichtige inrichtingen betreft;
    • 6. voor zelfstandige kantoren in de op de verbeelding voorkomende gebiedsaanduiding “milieuzone-categorie II” mits dit geen milieuhinderlijke beperkingen voor omliggende bedrijven met zich meebrengt.
  • b. Burgemeester en wethouders verlenen, behoudens voor wat betreft doeleinden als bedoeld onder 3.5 sub b onder 5 en 3.5 sub c onder 2, ontheffing van het bepaalde in lid 3.5 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

3.7 Wijzigingsbevoegdheid
3.7.1 Wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op:

  • a. het oprichten van transformatorhuisjes, gemaalgebouwtjes en andere gebouwen ten dienste van een openbare nutsvoorziening, met een grondoppervlakte van maximaal 50 m2 dat bestaat uit maximaal één bouwlaag en waarvan de goothoogte niet hoger is dan 4 meter;
  • b. een enigszins andere situering en of begrenzing van de bouwpercelen dan wel bouwvlakken en/of stroken, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken, dat verschuiving in verband met de ingekomen bouwaanvragen nodig zijn ter uitvoering van een bouwplan, mits de oppervlakte van het betreffende bouwperceel, dan wel bouwvlak of - strook met niet meer dan 10% zal worden gewijzigd;
  • c. het wijzigen van de voorgeschreven maatvoering voor gebouwen en andere bouwwerken met maximaal 20%, indien in verband met ingekomen bouwaanvragen deze wijzigingen nodig zijn;
  • d. het wijzigen van de categorie indeling dan wel het opnemen van nieuwe inrichtingen in de bij de planregels als bijlage 1 opgenomen staat van bedrijfsactiviteiten indien zulks wenselijk is ten gevolge van technische ontwikkelingen;
  • e. het wijzigen van bestemmingsgrenzen ten behoeve van de aangrenzende bestemmingen met maximaal 5 meter;
  • f. het oprichten van bouwwerken ten behoeve van (tele)communicatiedoeleinden tot een hoogte van maximaal 45 meter.
3.7.2 Procedureregels

Bij de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid worden de procedureregels van Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht in acht genomen.