direct naar inhoud van Artikel 25 Wonen
Plan: bestemmingsplan '''t Harde 2009"
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0230.BPTHARDE2009-VST1

Artikel 25 Wonen

25.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. woondoeleinden;
  • b. detailhandel, waar op de verbeelding de functieaanduiding "detailhandel" (dh) is aangegeven met een grondoppervlakte van maximaal 50 m2 ;
  • c. instandhouding en versterking van de cultuurhistorische waarde, waar op de verbeelding de bouwaanduiding "monument" (sba-m) is aangegeven;
  • d. bij de bestemming behorende gebouwen, en andere bouwwerken, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen en water, tuinen, erven en parkeervoorzieningen;
  • e. indien en voorzover de bestemming samenvalt met de dubbelbestemming "Leiding - Gas" is in eerste instantie het bepaalde in artikel 29 van toepassing.

25.2 Bouwregels
25.2.1 Gebouwen

Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. de hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken en/of -stroken;
  • b. het bestaande aantal woningen binnen een bouwvlak en/of -strook mag niet worden vermeerderd;
  • c. de afstand van (uitbreidingen van) het hoofdgebouw tot zijdelingse perceelsgrenzen dient ten minste te bedragen:
    • 1. bij vrijstaande woningen 5 meter;
    • 2. bij blokken van aaneengesloten woningen 3 meter;
    • 3. tenzij op de verbeelding anders is aangegeven, dan wel de bestaande afstand tot de zijdelingse perceelsgrens geringer is, in welk geval deze afstand niet mag worden verkleind;
  • d. de hoogte ter plaatse van de op de verbeelding voorkomende maatvoeringsaanduiding "maximale goot- en bouwhoogte" en "maximale bouwhoogte", mag niet worden overschreden;
  • e. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen uitbreidingen van hoofdgebouwen op het achtererf worden gebouwd, met dien verstand dat:
    • 1. de totale diepte van het hoofdgebouw en de uitbreiding gemeten vanaf de voorgevelrooilijn maximaal 12,5 meter mag bedragen;
    • 2. een aaneengesloten grondoppervlakte van 35 m2 van het achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven;
    • 3. de goothoogte maximaal gelijk mag zijn aan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, vermeerderd met 0,3 meter;
  • f. in afwijking van het bepaalde onder d. met betrekking tot de op de verbeelding voorkomende bouwaanduiding "monument" (sba-m) geldt dat:
    • 1. de op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van het plan bestaande goothoogte, dakhelling en hoogte van het hoofdgebouw niet mag worden gewijzigd;
    • 2. bij gehele of gedeeltelijke herbouw of verbouw de cultuurhistorische waarde van het hoofdgebouw niet in onevenredige mate mag worden aangetast, tenzij het betreft een herstel van de oorspronkelijke waarde;
    • 3. uitbreidingen van het hoofdgebouw niet zijn toegestaan, tenzij de cultuurhistorische waarde van de gebouwen niet in onevenredige mate wordt geschaad;
  • g. de gezamenlijke grondoppervlakte van aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen op percelen:
    • 1. kleiner dan 500 m2 mag niet meer bedragen dan 50 m2;
    • 2. groter dan of gelijk aan 500 m2 en kleiner dan 1.250 m2 mag niet meer bedragen dan 10% van de perceelsoppervlakte;
    • 3. groter dan of gelijk aan 1.250 m2 mag niet meer bedragen dan 125 m2 ;
    • 4. met dien verstande dat een aaneengesloten grondoppervlakte van 35 m2 van het achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven;
    • 5. in afwijking van het bepaalde onder g.4. mag op een perceel kleiner dan 500 m2 in ieder geval een bijgebouw van 6 m2 worden opgericht;
  • h. met betrekking tot de situering van bijgebouwen geldt, dat deze minimaal 1 meter achter (het verlengde van) de naar de weg toegekeerde voorgevel van de woning gesitueerd dienen te worden en dat de afstand tot het openbaar toegankelijk gebied ten minste 1 meter bedraagt;
  • i. voor het bouwen in hoeksituaties van wegen geldt, in afwijking van het bepaalde onder h., dat bijgebouwen minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning en achter (het verlengde van) de voorgevelrooilijn (niet zijnde de rooilijn welke is gelegen aan de zijde van de voorgevel van de woning) gesitueerd dienen te worden;
  • j. met betrekking tot de hoogte van bijgebouwen geldt, dat:
    • 1. de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen maximaal 3 meter en de bouwhoogte maximaal 5 meter mag bedragen;
    • 2. de goothoogte van aangebouwde bijgebouwen maximaal gelijk mag zijn aan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw, vermeerderd met 0,3 meter;
  • k. bijgebouwen mogen worden gebouwd tot op de perceelsgrens.

25.2.2 Andere bouwwerken

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. de hoogte mag maximaal 2 meter bedragen, mits gesitueerd achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde voorgevel en maximaal 1 meter indien gesitueerd vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde voorgevel;
  • b. de hoogte van een overkapping mag maximaal 2,7 meter bedragen, mits gesitueerd op 1 meter achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde voorgevel en de grondoppervlakte maximaal 20 m2 bedraagt.

25.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de plaats, vorm en de afmeting van de bebouwing:

  • a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
  • c. ter waarborging van de verkeersveiligheid;
  • d. ter waarborging van de ongestoorde ligging van kabels en leidingen;
  • e. ter waarborging van het uitzicht van woningen.

25.4 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde onder 25.2 ten aanzien van de volgende onderwerpen:

  • a. de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen ten dienste van een openbare nutsvoorziening met een grondoppervlakte van maximaal 25 m2 dat bestaat uit maximaal één bouwlaag en dat niet hoger is dan 3 meter, zoals transformatorhuisjes, gemaalgebouwtjes, schakelhuisjes, wachthuisjes, telefooncellen en andere nutsgebouwtjes en andere bouwwerken ten dienste van een openbare (nuts)voorziening, met een maximale bouwhoogte van 15 meter, zoals antennemasten, lichtmasten, kunstobjecten;
  • b. de bouw van een ander bouwwerk dan onder a. met een grondoppervlakte van maximaal 25 m2 dat niet hoger is dan 3 meter;
  • c. de bouw van een praktijkruimte ten behoeve van beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten in of bij een woning tot een maximale grondoppervlakte van 25 m2;
  • d. de bouw van een erker of een luifel op het voorerf of op het zij-erf waarvan de diepte gemeten loodrecht op de voorgevel niet meer bedraagt dan 1,25 meter, de breedte niet meer bedraagt dan 2/3 deel van de breedte van de gevel en de hoogte niet meer bedraagt 0,30 meter boven de vloer van de eerste bouwlaag van de woning;
  • e. het veranderen van de in het plan voorgeschreven maatvoering voor gebouwen en andere bouwwerken met maximaal 10%, indien zulks verband houdt met de bouwaanvragen waarvan de realisering gewenst of noodzakelijk is;
  • f. het in geringe mate afwijken van het plan ten einde enig onderdeel van het plan, zoals een bestemmingsgrens nader te bepalen, uitsluitend indien bij definitieve uitmeting en verkaveling blijkt, dat deze aanpassing in belang van een juiste verwerkelijking van het plan redelijk gewenst en/of noodzakelijk is, waarbij de grenzen met niet meer dan 2 meter mogen worden verschoven.

25.5 Specifieke gebruiksregels
  • a. Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken strijdig met deze bestemming;
  • b. Onverminderd het bepaalde onder a. is het in ieder geval verboden onbebouwde gronden te gebruiken voor:
    • 1. opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen;
    • 2. de opslag van gebruiksklare en onklare dan wel aan hun bestemming ontrokken voer- of vaartuigen of onderdelen hiervan;
    • 3. het plaatsen van of geplaatst houden van onderkomens;
    • 4. prostitutiedoeleinden.
  • c. Onverminderd het bepaalde onder a. is het in ieder geval verboden opstallen te gebruiken voor:
    • 1. detailhandel behoudens waar op de verbeelding de functieaanduiding "detailhandel" (dh) is aangegeven;
    • 2. prostitutiedoeleinden en seksinrichtingen;
  • d. Het bepaalde onder b. is niet van toepassing voorzover het betreft:
    • 1. het tijdelijk opslaan van materialen en werktuigen welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de bestemming;
    • 2. het stallen van één kampeermiddel, zoals een caravan of een camper ten dienste van de gebruiker van de hoofdbestemming.

25.6 Ontheffing van de gebruiksregels
  • a. Burgemeester en wethouders verlenen, behoudens voor wat betreft doeleinden als bedoeld onder 25.5 sub b onder 4 en 25.5 sub c onder 2, ontheffing van het bepaalde in lid 25.5, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
  • b. Burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van het bepaalde in lid 25.5, voor het uitoefenen van beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten in woningen en aangebouwde bijgebouwen mits:
    • 1. de grondoppervlakte niet meer dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning bedraagt, met een maximum van 50 m2 ;
    • 2. een rechtstreekse relatie bestaat tussen de bedrijfsmatige activiteiten en de hoofdbewoner van de woning;
    • 3. geen gebruik plaats vindt dat vergunning- of meldingsplichtig is op grond van de Wet Milieubeheer zoals die luidde op het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan;
    • 4. geen detailhandel plaatsvindt;
    • 5. geen verkeersaantrekkende werking optreedt waardoor extra parkeervoorzieningen noodzakelijk zijn of een verkeersonveilige situatie ontstaat;
    • 6. geen reclame uitingen worden aangebracht.

25.7 Wijzigingsbevoegdheid
25.7.1 Wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op:

  • a. het oprichten van transformatorhuisjes, gemaalgebouwtjes en andere gebouwen ten dienste van een openbaar nutsvoorziening, met een grondoppervlakte van maximaal 50 m2 dat bestaat uit maximaal één bouwlaag en waarvan de goothoogte niet hoger is dan 4 meter;
  • b. een enigszins andere situering en of begrenzing van de bouwpercelen dan wel bouwvlakken en/of stroken, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken, dat verschuiving in verband met de ingekomen bouwaanvragen nodig zijn ter uitvoering van een bouwplan, mits de oppervlakte van het betreffende bouwperceel, dan wel bouwvlak of - strook met niet meer dan 10% zal worden gewijzigd;
  • c. het wijzigen van de voorgeschreven maatvoering voor gebouwen en andere bouwwerken met maximaal 20%, indien in verband met ingekomen bouwaanvragen deze wijzigingen nodig zijn;
  • d. het wijzigen van bestemmingsgrenzen ten behoeve van aangrenzende bestemmingen met maximaal 5 meter.
25.7.2 Procedureregels

Bij de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid worden de procedureregels van Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht in acht genomen.