Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Elburg en Oostendorp
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0230.BPELBODORP2010-VST1

2.5 Bedrijf - Nutsvoorziening

 
Doel
De bestemming "Bedrijf - Nutsvoorziening" is bedoeld voor het behoud van nutsvoorzieningen in het plangebied. Daarbij gaat het hoofdzakelijk om kleinschalige nutsbebouwing (elektriciteitskasten etc.).   
 
Functionele mogelijkheden
Allereerst worden binnen de bestemming nutsvoorzieningen mogelijk gemaakt. In het plangebied voorkomende antennemasten kunnen onder deze bestemming worden geschaard, maar worden specifiek aangeduid. Dit heeft te maken met afwijkende bouwmogelijkheden. Voor de bestemming zijn ook daarbij horende gebouwen, bouwwerken, groenvoorzieningen en water, wegen en paden, erven en parkeervoorzieningen mogelijk. Door dit toe te staan worden maximale mogelijkheden geboden voor de nutsvoorziening.
  
Bouwmogelijkheden gebouwen en bijbehorende bouwwerken
Voor de nutsvoorzieningen mogen gebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak. De maximale bouwhoogte is daarbij in het bouwvlak aangeduid. In het algemeen gaat het om bebouwing met een hoogte van maximaal 4,00 meter.
  
Bouwmogelijkheden antennemast
De antennemast in het plangebied wijkt af van de 'gewone' nutsvoorzieningen, met name door de bouwhoogte. Deze is veel groter dan de eerder genoemde 4,00 meter. De hoogte is in het vlak met de aanduiding 'antennemast' aangegeven. De antennemast mag niet buiten het vlak met de aanduiding 'antennemast' worden gebouwd. Hierdoor is het behoud van de antennemast op de huidige locatie verzekerd.
  
Bouwmogelijkheden andere bouwwerken
Voor de andere bouwwerken is bij deze bestemming een algemene regeling opgenomen. Daarbij is aangesloten bij een algemene regeling voor bouwmogelijkheden van andere bouwwerken. Ook is aansluiting gezocht bij de mogelijkheden met betrekking tot vergunningvrij bouwen, zoals dit opgenomen is in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht. Het gaat bij andere bouwwerken in dit geval om erf- en terreinafscheidingen en overige andere bouwwerken. De erf- en terreinafscheidingen mogen voor de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van een hoofdgebouw niet groter zijn dan 1,00 meter. In andere gevallen mag het maximaal 2,00 meter hoog zijn. Dit heeft te maken met het ruimtelijk beeld van het perceel.
 
Overige andere bouwwerken mogen ten hoogste 5,00 meter hoog zijn. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om een kleinschalig bouwwerk als een lichtmast. Wanneer een dergelijk bouwwerk 5,00 meter hoog wordt, is de impact op de omgeving klein.