direct naar inhoud van TOELICHTING
Plan: Zwolle-zuidwest
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0193.BP15011-0003

TOELICHTING

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Dit bestemmingsplan Zwolle-zuidwest biedt een actuele juridisch-planologische regeling voor de wijk Zuidwest met daarin de buurten Schelle, Schellerhoek, Schellerbroek, Schellerlanden, Oldenelerlanden en Oldenelerbroek.

Aanleiding voor dit bestemmingsplan is het feit dat de bestaande planologische regeling voor de wijk bijna 10 jaar oud is. In de Wet ruimtelijke ordening is de actualiseringsplicht voor gemeenten opgenomen die inhoudt dat bestemmingsplannen niet ouder mogen zijn dan 10 jaar.

De gemeente Zwolle heeft onder het project 'Zwolle op Orde' van 2003-2013 een grote inhaalslag gemaakt in het actualiseren van bestemmingsplannen. Voor grote delen van de stad, waarbij in grote lijnen de wijkindeling is gevolgd, en voor het buitengebied zijn de planologische regelingen herzien. De bestemmingsplannen die onder het project Zwolle op Orde zijn vernieuwd en de bestemmingsplannen die voor het buitengebied zijn opgesteld zijn in de onderstaande overzichtkaart weergegeven. De eerste bestemmingsplannen van de actualiseringsronde van Zwolle op Orde zijn weer aan actualisatie toe, waaronder ook dit bestemmingsplan Zwolle-zuidwest.

De planologische regeling voor Zwolle-zuidwest, die is vastgesteld op 10 juli 2006, nadert zijn uiterste houdbaarheidsdatum. Het plan is opgesteld vóór inwerkingtreding van de Wabo en de digitaliserings- en standaardiseringsverplichting uit de Wet ruimtelijke ordening. Ook zijn in de loop der jaren voor diverse bouwplannen afwijkingsprocedures gevoerd en zijn enkele (postzegel)bestemmingsplannen in het gebied opgesteld. Deze worden nu in het bestemmingsplan verwerkt. Het nieuwe plan voorziet weer in een actuele, uniforme, digitale en gestandaardiseerde regeling.

In principe is dit een consereverend bestemmingsplan. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen in meegenomen. Uitzondering hierop is de uitbreiding van een woonzorgeenheid aan de Cornelissemarke / Gouverneurlaan. Zie voor meer informatie hierover hoofdstuk 3.1.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP15011-0003_0001.png"

figuur 1 bestemmingsplannen Zwolle op Orde

1.2 Plangebied

Het plangebied wordt globaal begrensd door de IJsselallee aan de noordzijde, de spoorlijn Zwolle-Deventer aan de oostzijde, de professor Feldmannweg aan de zuidzijde en de Campus, het Schellerpark en het buitengebied rondom het buurtschap Oldeneel aan de westzijde. Op figuur 2 is het plangebied aangeduid.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP15011-0003_0002.jpg"

figuur 2 plangebied Zwolle Zuidwest

1.3 Geldende bestemmingsplannen

In het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen:

3350

Bestemmingsplan Zwolle-zuidwest, vastgesteld bij raadsbesluit van 10 juli 2006, goedgekeurd door gedeputeerde staten van Overijssel bij besluit van 10 juli 2006, inwerking getreden en onherroepelijk geworden op 6 juni 2007

7000

Bestemmingsplan Zwolle op Orde, partiële herziening archeologie en bijgebouwen, vastgesteld bij besluit van 22 september 2008, goedgekeurd gedeputeerde staten van Overijssel bij besluit van 26 november 2008, inwerking getreden en onherroepelijk geworden op 26 februari 2009.

9003

Bestemmingsplan IJsselallee, vastgesteld bij raadsbesluit van 7 december 2009, inwerking getreden en onherroepelijk geworden op 28 januari 2010.

10003

Bestemmingsplan Park Schellerdriehoek, vastgesteld bij raadsbesluit van 18 oktober 2010.

14011

Wijzigingsplan Zwolle-zuidwest, Energieweg 7, vastgesteld bij collegebesluit op 19 september 2014.

14015

Bestemmingsplan Zwolle-zuidwest, Zwarteweg 26, vastgesteld bij raadsbesluit op 24 november2014.

14028

Bestemmingsplan Zwolle-zuidwest, snippergroen Forel-, Houting-, Karperkolk, vastgesteld bij raadsbesluit op 15 februari 2016.

Hoofdstuk 2 Beleidskader

2.1 Inleiding

In dit hoofdstuk komen enkele, voor het bestemmingsplan relevante, onderdelen omtrent het beleidskader aan de orde zoals rijksbeleid inclusief de Ladder voor duurzame verstedelijking, provinciaal- en gemeentelijk beleid.

2.2 Ruimtelijk beleid

2.2.1 Rijksbeleid

Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur (hierna: SVIR) vastgesteld. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De SVIR geeft de ambitie aan voor Nederland in 2040. Die ambitie is vertaald in doelen voor de middellange termijn tot 2028.

Uitgangspunt van de SVIR is decentraal wat kan, centraal wat moet. Bij het bepalen van wat centraal moet, zijn slechts 13 rijksbelangen omschreven. Een rijksverantwoordelijkheid is slechts dan aan de orde, als:

  • een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, of;
  • over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, of;
  • het een onderwerp betreft dat provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is.

Conclusie

Er is bij het plan geen sprake van rijksbelangen, waardoor de conclusie is dat het plan niet in strijd is met het rijksbeleid.

2.2.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking

Aan artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is op 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking (hierna te noemen: ladder) toegevoegd. Dit artikel bepaalt dat bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen gemotiveerd moet worden dat er een regionale behoefte is aan die ontwikkeling en dat bovendien de gekozen locatie daarvoor geschikt is.

In artikel 1.1.1 is omschreven wat verstaan moet worden onder een stedelijke ontwikkeling. Namelijk een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

Conclusie

Het bestemmingsplan Zuidwest is conserverend van aard. Er worden geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De ladder blijft verder buiten beschouwing.

2.2.2 Provinciaal beleid

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel

De provincie Overijssel heeft op 1 juli 2009 de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld. Hierin is het ruimtelijk beleid van de provincie vastgelegd. In het beleid van de provincie staan de zorg voor ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid centraal. Deze elementen zijn derhalve binnen de hele omgevingsvisie terug te vinden.

De sturingsfilosofie van de provincie is als volgt samen te vatten: als sprake is van een bepaalde ontwikkeling, dan moet eerst worden nagegaan, aan de hand van de generieke beleidsuitgangspunten die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen, of er behoefte is aan de ontwikkeling. Indien dat zo is, moet worden nagegaan of de gekozen plek geschikt is voor het aldaar doorvoeren van de ontwikkeling.

Om antwoord te kunnen geven op die laatste vraag dient de ontwikkelingsperspectievenkaart bekeken te worden. Wanneer uit die kaart blijkt dat een ontwikkeling, zoals gepland, niet in strijd is met deze kaart, kan verder worden bezien hoe de ontwikkeling vormgegeven moet worden. Hierbij heeft de provincie gekozen voor een vierlagenbenadering, in welke benadering vier kaarten/lagen worden onderscheiden. Dit zijn de natuurlijke laag, de laag van het agrarische cultuurlandschap, de stedelijke laag en de lust- en leisurelaag. Samen met de catalogus gebiedskenmerken kan worden geconstrueerd welke kenmerken per laag van belang zijn om rekening mee te houden bij de planvorming.

Ontwikkelingsperspectief

Volgens de Ontwikkelingsperspectievenkaart wordt het plangebied aangeduid als woonwijk.

Gebiedskenmerken

Het plangebied heeft volgens de vierlagenbenadering de volgende gebiedskenmerken;

  • Natuurlijke laag: komgronden;
  • Agrarisch cultuurlandschap: stedelijk gebied;
  • Stedelijke laag: woonwijken 1955 - nu;
  • Lust- en leisurelaag: stedelijk gebied en stads- en dorpsranden.

Conclusie

In principe worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het plan is in overeenstemming met het provinciaal beleid.

2.2.3 Gemeentelijk beleid

Structuurplan Zwolle 2020

Het structuurplan dat op 16 juni 2008 door de raad is vastgesteld geeft de gemeentelijke visie op de gewenste sociale, economische en ruimtelijke structuur in 2020 weer. Het Structuurplan verwoordt niet alleen een kwantitatieve opgave, maar heel nadrukkelijk ook een kwalitatieve opgave. De visie wordt uiteengerafeld in programma's voor de verschillende beleidsterreinen. De globale visies op de toekomstige sociale, economische en ruimtelijke structuur zijn uitgewerkt tot de kern van het structuurplan: de plankaart met een beschrijving in hoofdlijnen van de meest gewenste ontwikkelingen voor de komende vijftien jaar. De plankaart geeft zo een integraal beeld van de beoogde functies van stad en ommeland tot 2020.

Op de structuurplankaart is het plangebied aangeduid als 'woongebied'. Het woongebied heeft een 'groenstedelijk' woonmilieu wat wordt omschreven als een woongebied met laagbouwwoningen: rijtjeshuizen met tuin. Een beperkt deel is gestapeld. De bruto woningdichtheid is 20-30 woningen per hectare. Er zijn veel groene plekken en speelvoorzieningen en er is weinig functiemenging. Tussen de Oude Deventerstraatweg en de Zwarteweg (Oud-Schelle) is het gebied aangeduid als 'dorps'. De dichtheid is laag (10-20 per ha.)

Het Schellerpark en de sportvelden aan de Landsheerlaan zijn aangeduid als structuurgroen. Dit geldt ook voor de 'historische linten' als de Zwarteweg, Oude Deventerstraatweg, Schellerbergweg en de Ittersumallee / Eekhoornveld. Het structuurplan geeft aan dat in het structuurgroen voorzieningen gebouwd kunnen worden die passen bij desbetreffende functie.

Conclusie

In principe worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het plan is in overeenstemming met het gemeentelijke structuurplan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP15011-0003_0003.png"

figuur 3 Structuurplan Zwolle

2.3 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid

Archeologisch beleid

Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988.

Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's).

Cultuurhistorisch beleid

De Nota Belvedere uit 1999 was het kader voor een verdergaande integratie van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Hoofddoelstelling van de Nota is de cultuurhistorische identiteit als volwaardig uitgangspunt richtinggevend te maken voor de inrichting van de ruimte. Het credo daarbij is 'behoud door ontwikkeling'. Daarmee wordt bedoeld dat de aanwezige cultuurhistorische waarden een bron vormen van inspiratie voor vernieuwing en verandering. Het behoud en het benutten van het cultureel erfgoed voegt kwaliteit toe aan de ruimtelijke inrichting.

In november 2009 stemde de Tweede Kamer in met de beleidsbrief modernisering monumentenzorg (MoMo). Het behoud en de bescherming van monumenten blijft een belangrijk doel, maar er vindt een verbreding plaats naar de omgeving. Overal in steden, dorpen en landschappen zijn plaatsen van herinnering, plaatsen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Goede ruimtelijke ordening betekent dat alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte in de besluitvorming worden betrokken. Daarom is de eerste pijler van MoMo gericht op cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en daar conclusies aan moeten verbinden die in een bestemmingsplan worden verankerd.

Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren.

Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen. Tevens is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het archeologisch en cultuurhistorisch beleid.

2.4 Verkeersbeleid

Mobiliteitsvisie

Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks – en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 2 februari 2009.

Uit de Mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet opgevangen kan worden door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen. Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het verkeersbeleid.

2.5 Groenbeleid

Groenbeleidsplan, Structuurplan 2020 en Groene Kaart

Het Groenbeleidsplan (1998) geeft aan dat de stedelijke hoofgroenstructuur bestaat uit een samenstel van groenelementen die tezamen een betekenis hebben voor de stad als geheel. Water maakt er veelal een onlosmakelijk onderdeel van uit. Deze hoofdgroenstructuur moet stevig genoeg zijn om duurzaam in stand te worden gehouden. Hij zal meerdere functies vervullen, zal natuurwaarden in zich bergen en zal duidelijk herkenbaar zijn in de stad. Groen en water behoren tot de stedelijke hoofdgroenstructuur als zij een functie vervullen in één of meer van de volgende verbanden:

  • het draagt ruimtelijk of functioneel bij aan een min of meer aaneengesloten netwerk;
  • het is op stedelijk niveau in belangrijke mate structuur – en identiteit bepalend;
  • het behoort op stedelijk niveau tot de belangrijkste recreatieve gebruiksruimtes;
  • het begeleidt een recreatieve hoofdroute;
  • het heeft een belangrijke betekenis voor de stedelijke ecologische structuur;
  • het draag in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid van de stad.

De visie is dat de stedelijke hoofdgroenstructuur in de toekomst in essentie overeind moet worden gehouden, omdat dat van belang is voor de stad als geheel. Er wordt een terughoudend beleid gevoerd met het toevoegen van nieuwe bebouwing binnen de stedelijke hoofdgroenstructuur. Initiatieven worden getoetst aan de groene functies die de stedelijke hoofdgroenstructuur ter plaatse moet vervullen. Het stedelijk groen zal in de bestemmingsplannen een goed op de groenfuncties toegesneden bestemming krijgen.

Het netwerk van groene dragers in het Structuurplan 2020 is grotendeels afgeleid van de Hoofdgroenstructuur uit het Groenbeleidsplan en aangevuld met nieuw structuurgroen dat voor de periode tot 2020 op het programma staat. Wijkgroen staat niet zelfstandig op de plankaart van het Structuurplan, maar wel op de Groene Kaart (2013). Hoofdgroenstructuur en Wijkgroenstructuur vormen hier een onlosmakelijk onderdeel van de ruimtelijke opzet en inrichting van woon- en werkmilieus.

Bomenverordening en Groene Kaart

Voor de bomen geldt de in 2013 vastgestelde Bomenverordening. Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven groenstructuren (Hoofdgroenstructuur, Wijkgroenstructuur, Groenvoorzienend boomgebied en Hoogstedelijk boomgebied), zoals die staan aangegeven op de Groene Kaart, is een (kap)omgevingsvergunning nodig voor bomen met een omtrek groter dan 30 cm, die staat op een perceel van 400 m² en groter. Onder vellen valt ook het rooien, het verplanten en het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand als gevolg kunnen hebben.

Bomen die, vanwege ouderdom, omvang, soort of andere redenen bijzonder zijn, staan op de Groene Kaart aangegeven als bijzondere boom. Voor deze bomen geldt dat ze in principe niet gekapt mogen worden, tenzij daarvoor een uitzonderlijke reden is. Dit verbod geldt voor alle bijzondere bomen, ongeacht de locatie op de Groene Kaart, de stamomvang van de boom en de perceelsgrootte van het perceel waarop de bijzondere boom staat.

Het basisprincipe is dat bij kap van bomen herplant plaats vindt; voor iedere gekapte boom een nieuwe boom. Wanneer er geen mogelijkheden zijn voor (voldoende) herplant, moet financiële compensatie plaatsvinden.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het groenbeleid.

2.6 Waterbeleid

Europees en nationaal beleid

Duurzaam, schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn, heel in het kort, de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die voortaan samengaan via het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW).

Europese Kaderrichtlijn Water

De Kaderrichtlijn water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van “een goede chemische toestand”. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen.

Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand).

In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is. De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen.

Waterbeer 21e eeuw

Waterbeheer 21e eeuw (WB21) anticipeert op toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzaam waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer:

  • Vasthouden, bergen en vertraagt afvoeren;
  • Schoonhouden, scheiden en zuiveren.

Bij “vasthouden, bergen en afvoeren” wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer er toch een wateroverschot ontstaat wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij “schoonhouden, scheiden en zuiveren” gaat het om een voorkeurvolgorde waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon- en vuilwater zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd.

Deltawet

Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoog water en de zoetwatervoorziening op orde houden.

De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land is voorbereid op de toekomst. En om daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. In het Deltaprogramma werken het rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris, waarvan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu de coördinerende bewindspersoon is.

Naast de lopende programma's, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en Hoogwaterbeschermingsprogramma, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal. Voor 2015 worden die voorgelegd aan het kabinet. Deze beslissingen gaan over de normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het peil van het IJsselmeer, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water.

Provinciaal beleid

Provincie Overijssel heeft haar beleid vastgelegd in een omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Op 1 juli 2009 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld. Hierin is het ruimtelijk beleid van de provincie vastgelegd, dat ondermeer in plaats treedt van het Streekplan Overijssel 2000+ en de Verordening voor de Fysieke Leefomgeving (VFLO). De Omgevingsvisie heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer.

Waterschapsbeleid

Het algemene beleid van Waterschap Groot Salland is verwoord in het Waterbeheerplan 2010-2015, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2007 is de nota "Leven met Water in stedelijk gebied" vastgesteld. Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken wil het waterschap het beheer en onderhoud van deze wateren overnemen van de gemeenten. Op watergangen van Waterschap Groot Salland is de keur van toepassing. In de keur is aangegeven wat wel en niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen. De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van Waterschap Groot Salland. Ook zijn deze te raadplegen op de internetsite: www.wgs.nl.

Gemeentelijk beleid

Gemeente Zwolle heeft haar waterbeleid in 2008 vastgelegd in het Stedelijke Waterplan. Hierin zijn de ambities met betrekking tot de beleving en de kwaliteit van water beschreven. Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van hemelwaterinfiltratie vastgelegd in de gemeentelijke bouwverordening. Verder zijn in het gemeentelijk rioleringsplan ontwerprichtlijnen en beleidskeuzes beschreven waaraan voldaan moet worden.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het waterbeleid.

2.7 Volkshuisvestingsbeleid

Woonvisie 2005-2020 en Woonagenda 2013-2017

Het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid, waaronder de woningbouw, is vastgelegd in de Woonvisie 2005-2020 (vastgesteld raad april 2005). De Woonvisie 2005-2020 geeft de gemeentelijke koers voor de woningbouw in de komende jaren weer. Naast blijvende aandacht voor het realiseren van productieaantallen (bouwopgave) ligt de ambitie in een versterking van de woonmilieudifferentiatie waarbij wordt ingespeeld op de woonwensen vanuit de leefstijlprofielen.

Vanaf medio 2008, dus na de vaststelling van de Woonvisie, is de woningmarkt echter sterk teruggevallen als gevolg van de financiële en economische crisis. De wereld om ons heen is sindsdien ingrijpend gewijzigd, dit geldt ook voor de woningbouw. De raad heeft in december 2012 ingestemd met de gedachte dat het beleid minder programmerend moet zijn en meer faciliterend. Tevens is besloten de verwachtingen omtrent de woningproductie in de komende vijf jaar te halveren tot gemiddeld 400 woningen per jaar, waarvan de helft op locaties in bestaand stedelijke gebied. Voor de jaren na 2017 zou van een iets hogere productie mogen worden uitgegaan.

Deze nieuwe inzichten zijn uitgewerkt in de Woonagenda 2013-2017 (vastgesteld raad juni 2013). In de Woonagenda is onder meer vastgelegd dat voor ontwikkelaars op woningbouwlocaties in beginsel programmatische vrijheid bestaat, maar dat de plannen worden beoordeeld op basis van de 'kleurenwaaier'. De kleurenwaaier heeft als toekomstbeeld: toevoeging sociale huurwoningen, geen grootschalige clustering van koopwoningen met matige kwaliteit, toevoeging van de vrije sector huurwoningen, toevoeging ruime en goede middeldure koopwoningen, realiseren bijzondere architectuur en/of woonmilieus, realiseren functiemenging, realiseren pauzewoningen.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het volkshuisvestingsbeleid.

2.8 Sportbeleid

Sportnota en Masterplan Sportaccommodaties

In 2006 is de sportnota 2006-2011 vastgesteld. Deze sportnota vormt nog steeds het voornaamste kader voor het Zwolse sportbeleid. Daarnaast is in 2009 het Masterplan Sportaccommodaties vastgesteld, dat het vigerende sportaccommodatiebeleid omvat en de kaders schetst voor de gewenste kwaliteit, kwantiteit en spreiding van de Zwolse sportaccommodaties voor de periode 2010 tot 2020. Op basis van de beide nota's en de actuele situatie omvat het huidige sportbeleid, met als missie 'een leven lang sporten en bewegen', de volgende doelstellingen:

  • het in stand houden van de sportparticipatie;
  • sport inzetten als integraal onderdeel van de maatschappij om middels sport andere (maatschappelijke) doelen te verwezenlijken. Sport vormt dan ook een integraal en onlosmakelijk onderdeel van het sociale domein;
  • bevorderen van de samenwerking tussen verenigingen om de sportinfrastructuur te verstevigen.

Het waarborgen van een goede kwaliteit en kwantiteit aan sportvoorzieningen en -accommodaties is een randvoorwaarde om bovenstaande doelstellingen te bereiken.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het sportbeleid.

2.9 Recreatiebeleid

Recreatievisie

In de Recreatievisie 2004 wordt het belang van goede recreatieve mogelijkheden in en om de stad benadrukt. Het aantrekkelijke en afwisselende buitengebied van Zwolle biedt veel mogelijkheden voor uiteenlopende vormen van recreatie en toerisme. In de Visie wordt gesteld dat deze mogelijkheden moeten worden versterkt, uitgebreid en gedifferentieerd. De voorzieningen zullen voortdurend afgestemd moeten worden op de veranderende behoeften en wensen van de recreant en toerist. Voorts wordt geconstateerd dat het recreatieve routenetwerk in en om de stad verder geoptimaliseerd kan worden.

Als algemeen geldende ambitie kan gesteld worden dat de gemeente Zwolle ernaar streeft de hoeveelheid voorzieningen mee te laten groeien met de recreatie behoefte van de stad. In het beleid wordt onderscheid gemaakt in watergebonden, intensieve en extensieve recreatie.

Speelbeleid

Het Zwolse speelbeleid is vastgelegd in de Nota Speelruimte in Zwolle uit 2000. Hierin is onder meer de wens vastgelegd dat voor kinderen van 0 tot 6 jaar binnen 100 meter van hun woning een speelplek zou moeten zijn. Voor kinderen van 7 tot 12 is dat binnen 400 meter van hun woning. In de Speelruimtekaarten van 2004 zijn deze zogenaamde 100- en 400 meter speelvoorzieningen aangegeven.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het recreatiebeleid. Het aantal speelplekken is nagenoeg gebiedsdekkend; er zijn er voldoende speelmogelijkheden.

2.10 Evenementenbeleid

Evenementenbeleid 'Zwolle heeft het allemaal'

Op 21 mei 2012 heeft de gemeenteraad de nota evenementenbeleid 'Zwolle heeft het allemaal' vastgesteld. Het beleid is er mede op gericht dat de diverse evenementenlocaties binnen de gemeente moeten fungeren als geschikt decor voor de evenementen die op die locaties plaatsvinden. Dit betekent dat een locatie moet aansluiten op het karakter van het evenement en daaraan een meerwaarde moet geven. Bij de beoordeling of een locatie een geschikt decor voor een bepaald evenement is, wordt gekeken naar de risico's op het gebied van openbare orde en veiligheid, de impact op de omgeving en de eventuele gevolgen voor het verkeer.

Het publieksprofiel (bijvoorbeeld aantal en type bezoekers), het ruimtelijk profiel (bijvoorbeeld locatie evenement, toegankelijkheid aan- en afvoerwegen) en het activiteitenprofiel (bijvoorbeeld soort evenement, duur evenement ) zijn hier heel belangrijk.

Locaties waar grootschalige evenementen (evenementen voor meer dan 5000 bezoekers en/of evenementen met een toegestane geluidsbelasting van 85 dB(A)/95 dB(C)) op basis van het gemeentelijk beleid kunnen worden gehouden zijn de Grote Markt, het Grote Kerkplein, de Melkmarkt en het Rodetorenplein in de binnenstad, het manifestatieterrein park de Wezenlanden en in het buitengebied de locatie op en nabij de Wijthmenerplas.

De regulering met betrekking tot evenementen is vastgelegd in de Beleidsregel evenementen in de open lucht 2012. Deze beleidsregel geeft een nadere invulling aan de Algemene Plaatselijke Verordening Zwolle. Dit is de wettelijke basis voor behandeling van aanvragen voor een evenementenvergunning. De beleidsregel stelt regels met betrekking tot het aantal evenementen, de spreiding, evenementenlocaties, eindtijden, de geluidsbelasting, procedurele aspecten en openbare orde en veiligheid.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het evenementenbeleid. Binnen het plangebied worden geen grootschalige evenementen georganiseerd.

2.11 Beleid overige maatschappelijke voorzieningen

Het accommodatiebeleid is ondersteunend aan het gemeentelijk sociaal beleid. Accommodaties vormen de fysieke uitkomst van beleidsontwikkeling op terreinen als welzijn, zorg, sport, onderwijs en cultuur. Voor zover belanghebbende groepen daartoe niet in staat zijn, zorgt de gemeente in de voorwaardenscheppende sfeer voor voldoende en kwalitatief goede accommodaties, evenwichtig over de stad gespreid. Voorts moet het strategisch accommodatiebeleid een belangrijke bijdrage leveren aan de doelstelling dat Zwolle levensloopbestendige wijken krijgt. Hiervoor moet het voorzieningenniveau op peil, toegankelijk en aantrekkelijk zijn. Voorzieningen voor jong en oud, draagkrachtig en minder draagkrachtig, autochtoon en allochtoon, mensen met of zonder beperking.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het beleid.

2.12 Economisch beleid

Beroep- en bedrijf aan huis

Beroep aan huis wordt toegestaan.

Kantorenbeleid

In de Kadernota Kantorenlocaties 2011-2020 wordt ingegaan op de belangrijkste ontwikkelingen in de kantorenmarkt en wordt een stedelijke kantorenstrategie uitgezet. De nota is vastgesteld door de raad op 16 december 2010. Aandachtspunt in de nota is de landelijke trend van krimp in de vraag naar nieuwe kantoren. De kantorenmarkt ontwikkelde zich van een groeimarkt naar een verplaatsingsmarkt. Per saldo moet Zwolle rekening houden met een lagere afzet van nieuwe kantoren dan in de afgelopen decennia het geval was.

Zwolle is door haar ligging en stedelijke kwaliteiten (bereikbaarheid/woonmilieus/onderwijs/jonge bevolking) in het landelijke concentratieproces op de kantorenmarkt zeer goed in staat om nieuwe werkgelegenheid aan te trekken. Belangrijk uitgangspunt is dat Zwolle inzet op aantrekkelijke kantorenmilieus.

Conclusie

Het plan maakt geen nieuwe kantoorlocaties mogelijk. Het plan is in overeenstemming met het economisch beleid.

2.13 Detailhandelsbeleid

Kadernota detailhandel 2012-2020, TopWinkelstad Zwolle

De Kadernota Detailhandel geeft een beeld van het detailhandelsbeleid voor de periode tot 2020. Deze nota is vastgesteld door de gemeenteraad in april 2012. Het algemene doel is versterking van de aantrekkelijkheid van Zwolle als winkelstad, voor zowel eigen inwoners als bezoekers uit de regio. Het beleid is erop gericht om evenwicht te brengen tussen ruimte geven aan dynamiek/nieuwe ontwikkelingen en het behoud/versterken van de bestaande winkels. En dit in een steeds veranderende winkelomgeving.
De winkelgebieden in Zwolle worden onderscheiden in: binnenstad, wijk- en buurtcentra, periferie, bezoekersknooppunten.

Verruiming en verduidelijking vestigingsmogelijkheden perifere detailhandel

Op 7 september 2010 hebben burgemeester en wethouders de beslisnota 'Verruiming en verduidelijking perifere detailhandel' vastgesteld en een informatienota hierover naar de raad gezonden. Besloten is om op de huidige bedrijventerreinen alleen winkels toe te laten waar volgens het bestemmingsplan ook daadwerkelijk een winkelbestemming ligt.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het detailhandelsbeleid.

2.14 Horecabeleid

Horecavisie 2012-2017 Gastvrij en vitaal

Vanwege de ontwikkeling van de stad en nieuwe trends in de horeca is in 2012 de Horecavisie 2012-2017 door de gemeente Zwolle opgesteld. De kern van de visie wordt gevormd door een tweetal onderwerpen:

- Kwaliteit en innovatie van de bestaande horeca,
- Uitbreiding van de horecasector op een wijze die kwaliteit en innovatie nastreeft door:

  • Gesegmenteerde uitbreiding van aanbod
  • Gesegmenteerde horecagebieden
  • Maximum m2 toe te voegen horeca
  • 'Pareltjes'

De horeca speelt een belangrijke rol in de gastvrijheid en de economische vitaliteit van de stad. In die Horecavisie is gekozen voor een plafond in de uitbreiding van de horecasector. Er wordt gekozen voor kwaliteit en een verstandig niveau van uitbreiding. Hiermee wil men inspelen op de trends en ontwikkelingen aan de vraagzijde. In de Horecavisie wordt gestreefd naar uitbreiding in deelsectoren die nu ontbreken in Zwolle. Dat betekent uitbreiding van de restaurantsector, grand cafés, healthy fastfood, koffieconcepten en cafetaria's. Daarnaast kan het aantal B&B’s (Bed and Breakfast) worden uitgebreid. Voor de natte horeca (cafés) geldt een zeer beperkte toevoeging.

De volgende horecagebieden worden in de visie onderscheiden: Primair horecagebied, Secundair horecagebied, Rondom de Peperbus, Winkelgebied, Working class, Cultuurzone, Buiten het centrum. Per horecagebied wordt beschreven op welk segment in de horeca het zich voornamelijk concentreert.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het horecabeleid.

2.15 Coffeeshopbeleid

Het Zwolse coffeeshopbeleid gaat, onder andere, uit van de handhaving van maximaal 5 te gedogen coffeeshops in Zwolle.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het coffeeshopbeleid. Binnen het plangebied zijn geen coffeshops aanwezig.

2.16 Prostitutiebeleid

Het Zwolse prostitutiebeleid gaat uit van een maximaal stelsel. Het maximum aantal seksinrichtingen is daarbij gesteld op 10 (inclusief escortbedrijven). Deze mogen zich alleen bevinden in het zogenaamde vestigingsgebied. Dit gebied bestaat uit het gebied binnen de stadsgrachten, enige uitvalswegen (Willemskade, Harm Smeengekade, Pannekoekendijk, Schuttevaerkade, Zamenhofsingel, Diezerkade, Thomas à Kempisstraat tot de hoek Vechtstraat, Groot Wezenland, Assendorperstraat tot Molenweg), alsmede het gebied buiten de bebouwde kom.

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het prostitutiebeleid.

2.17 Milieubeleid

Algemeen beleid

De gemeenteraad heeft in 2005 de milieuvisie 'Milieu op scherp' vastgesteld. De milieuvisie geeft de richting aan van het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie worden ambities en doelstellingen geformuleerd en worden prioriteiten gesteld in de ontwikkeling en uitvoering van het Zwolse milieubeleid.
In de milieuvisie is de strategie geformuleerd die Zwolle wil hanteren om te komen tot een effectief en efficiënt milieubeleid. Er worden parallelle sporen gevolgd.

  • Per sector (geluid, bodem, externe veiligheid, luchtkwaliteit enzovoort) wordt beleid geformuleerd. Op dit moment is voor de sectoren energie, duurzaam bouwen, bodem, grondwater, geluid, afval en externe veiligheid beleid vastgesteld.
  • Zwolle heeft daarnaast gebiedsgericht milieubeleid ontwikkeld. Door middel van een gebiedsgerichte aanpak wordt het sectorale milieubeleid per gebied geïntegreerd. Het principe is dat binnen het grondgebied van Zwolle diverse gebiedstypen worden onderscheiden op basis van ruimtelijke kenmerken en functies. Vervolgens wordt vastgesteld welke milieukwaliteit nagestreefd wordt bij een dergelijk gebiedstype. Uiteindelijk zal dit referentie milieukwaliteitsprofiel de basis vormen voor de uitwerking van het milieubeleid in een specifiek gebied.

Het gebiedsgerichte milieubeleid is voor de aspecten geluid en externe veiligheid vastgesteld. Het beleid voor de aspecten geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit wordt hierna kort beschreven.

Geluid

In de milieuvisie 'Milieu op scherp' wordt de ambitie voor geluid als volgt omschreven.
Zwolle is een dynamische stad met geluidsniveaus die passen binnen de wettelijke grenswaarden. Er zijn alleen geluiden die passen bij de functie van een gebied. Een belangrijke doelstelling is het verminderen van geluidshinder in bestaande woningen en voorkomen van geluidshinder bij renovatie en nieuwbouw. Een belangrijke maatregel om deze doelstelling te bereiken is het toepassen van stillere wegdeksoorten. Een andere maatregel is het meenemen van de geluidsdoelstellingen bij de ruimtelijke planontwikkeling.

In de door de gemeenteraad vastgestelde 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle' (juli 2007) en in de beleidsregel 'Hogere waarden Wet geluidhinder' (februari 2007) worden de begrippen ambitieniveau en grenswaarde (dit is de basiskwaliteit, die de gemeente voor een bepaald gebied nastreeft; indien de basiskwaliteit niet wordt bereikt, dan dient akoestische compensatie te worden verkregen) geïntroduceerd. Ambitieniveau en grenswaarde verschillen per gebiedstype. Naast het ambitieniveau en de grenswaarde blijven de voorkeursgrenswaarde en de hoogste toelaatbare waarde uit de Wet geluidhinder gehanteerd.

Het bestemmingsplan Zwolle-zuidwest behoort voor het overgrote deel tot het gebiedstype 'Groen stedelijk'. Het gebied grenzend aan de IJsselallee en het spoor Zwolle-Deventer is Stroomzone. In onderstaande tabel zijn de desbetreffende waarden van de Wet geluidhinder en het gemeentelijk beleid opgenomen.

Gebiedstype   Ambitieniveau   Voorkeursgrens
Waarde (Wgh)  
Grenswaarde   Hoogst toelaatbare waarde (Wgh)  
Groen stedelijk   43 dB   48 dB   53 dB   63 dB  
Stroomzone   48 dB   48 dB*   63 dB*   63 dB*  

* wegverkeer; voor railverkeer geldt een voorkeurswaarde van 55 dB en een grenswaarde en hoogst toelaatbare waarde van 68 dB

Luchtkwaliteit

Het luchtkwaliteitsplan gemeente Zwolle 2007-2011 beschrijft de luchtkwaliteitssituatie in Zwolle, de opgave, de ambitie en de aanpak om de vastgestelde doelen te bereiken.
Zwolle wil binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente, een significante bijdrage leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Om dat te bereiken zijn de volgende doelen geformuleerd:

  • voldoen aan wet- en regelgeving;
  • anticiperen op de toekomst;
    Knelpunten in de toekomst moeten voorkomen worden. Dit betekent dat de luchtkwaliteit in het planvormingsproces van ruimtelijke plannen en verkeersplannen wordt meegenomen;
  • beleid ten aanzien van luchtkwaliteit inbedden in bestaand gemeentelijk beleid
    De gemeente streeft ernaar dat het aspect door gaat werken in het verkeers- en vervoersbeleid, het ruimtelijke ordeningsbeleid en het beleid van vergunningen en handhaving.

Externe veiligheid

De beleidsvisie externe veiligheid is in maart 2007 vastgesteld door de gemeenteraad en geactualiseerd in 2013. Grote lijn van de visie is het voldoen aan de basisveiligheid binnen de gemeentelijke grenzen. Dit betekent dat:

  • Overal voldaan wordt aan de normen voor plaatsgebonden risico.
  • Een gebiedsgerichte invulling wordt gegeven aan groepsrisicobeleid met een gebiedsgericht kader voor externe veiligheid.
  • Veiligheidsdoelstellingen passend bij de typering van het gebied worden ontwikkeld.
  • Zoveel mogelijk geanticipeerd wordt op de landelijke beleidsontwikkeling die een ongunstige invloed kan hebben op de veiligheidssituatie in Zwolle met als doel het bewaken van een optimaal veiligheidsniveau.

In januari 2009 hebben burgemeester en wethouders het gebiedsgerichte beleidskader externe veiligheid vastgesteld. Het gaat om een ruimtelijke uitwerking van het externe veiligheidsbeleid dat aansluit op het gebiedsgerichte milieubeleid. Op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen is een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van een mogelijke toename van het groepsrisico.

Tevens is op basis van dezelfde kenmerken van een gebiedstype bepaald of er plaats is voor nieuwe risicobronnen.

Het bestemmingsplan Zwolle-zuidwest behoort voor het overgrote deel tot het gebiedstype 'Groen stedelijk'. Voor dit gebiedstype geldt een stand still beleid waarbij een overschrijding van de oriëntatiewaarde en een toename van het groepsrisico als gevolg van interne gebiedsontwikkelingen niet is toegestaan. Er is geen plek voor nieuwe risicovolle activiteiten. Een uitzondering wordt gemaakt voor kleine risicovolle activiteiten waarvan de PR 10-6 contour binnen de inrichtingsgrens blijft en die geen noemenswaardige invloed op het groepsrisico hebben.

De zone langs de IJsselallee en het spoor Zwolle-Deventer is getypeerd als stroomzone. Stroomzones zijn gebieden rondom infrastructuur (spoorlijnen, wegen en waterwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Voor stroomzones is een apart beleidskader geformuleerd.

Het beleidskader voor de stroomzone is, anders dan de overige gebieden, niet normatief (t.a.v. het groepsrisico) maar is vooral gericht op een goede borging van de externe veiligheid belangen in het gebiedsontwikkelingsproces. Dit betekent dat er bij het ontwerpproces op voorhand geen maximaal groepsrisiconiveau voorgeschreven wordt maar dat er gezamenlijk gezocht wordt naar een verantwoorde ontwikkeling. Dit gebeurt door vanuit het beleidskader randvoorwaarden, uitgangspunten en handreikingen aan het ontwerp mee te geven ten aanzien van functies, inrichting en eventuele maatregelen. Op deze manier zal het groepsrisico zoveel mogelijk beperkt worden en kan het bestuur een verantwoord besluit nemen over het eventueel te accepteren restrisico.

Duurzaamheid

Klimaatbeleid-interim beleid 2009

In 2009 heeft het college een interim klimaatbeleid vastgesteld met betrekking tot nieuwbouw van woningen en utiliteitsgebouwen om het verouderde gemeentelijk klimaatbeleid in overeenstemming te brengen met het rijksbeleid vooruitlopend aan de vaststelling van nieuw gemeentelijk klimaatbeleid. Daarbij is de volgende doelstelling geformuleerd: het aandeel duurzame energie van het totale energiegebruik voor een nieuw te bouwen woning of gebouw bedraagt tenminste 60%. Hierbij dient onderscheid gemaakt te worden tussen duurzame warmteopwekking en duurzame opwekking van elektriciteit. Duurzame warmteopwekking geschiedt door middel van individuele systemen, waarbij iedere woning wordt voorzien van een eigen duurzaam energiesysteem, zoals een warmtepomp met bodemwarmtewisselaar en/of een zonneboiler voor de opwekking van warm tapwater, óf door middel van een collectief systeem, waarbij de warmte centraal wordt opgewekt en verspreid via een warmtenet (stadsverwarming). In de ruimtelijke planvorming dient rekening gehouden te worden met een locatie voor de centrale voorzieningen, zoals een biomassa-installatie of warmtepompinstallatie met koude en warmteopslag in de bodem. Afhankelijk van de toe te passen installatie moet rekening worden gehouden met afstand tot gevoelige bebouwing. De toepassing van warmte koude opslag (WKO) draagt in belangrijke mate bij niet alleen aan de doelstellingen van het interim klimaatbeleid, maar ook aan de doelstellingen van de Visie op de Ondergrond en het daarvan afgeleide gebiedsbeheersplan.

Elektriciteit wordt duurzaam opgewekt door middel van photovoltaïsche (PV) panelen of door middel van een bio-warmtekrachtkoppeling (WKK) installatie. Laatstgenoemde is een collectieve installatie, die elektriciteit opwekt door verbranding van biomassa, waarbij de vrijkomende warmte via een warmtenet aan de woningen en andere gebouwen wordt geleverd.

Andere maatregelen om genoemde doelstellingen te bereiken zijn warmteterugwinning en verbeterde isolatie.

Duurzaamheidsvisie en programma duurzaamheid 2011

De gemeente Zwolle heeft in 2011 een visie op duurzaamheid aangenomen, waarin een omschrijving van het begrip duurzaamheid wordt gegeven: voor Zwolle betekent duurzaamheid een langdurige balans tussen people, planet en profit. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten voor beleids- en gebiedsontwikkelingen. Duurzaamheid als leidend principe; beslissingen worden genomen op basis van duurzaamheid. Duurzaamheid is van en voor de stad; niet opgelegd maar gedragen door de stad, omdat het de stad dient. Benutting van lokale bronnen. Transitie en innovatie: deze zijn nodig voor het realiseren van de voorgaande principes.

In het bijbehorende programma duurzaamheid is de doelstelling opgenomen om in de gebouwde omgeving van Zwolle (woningen én bedrijven) in 2020 20 % CO2-uitstoot te hebben gereduceerd ten opzichte van 1990. Om deze doelstelling te bereiken zal gestreefd moeten worden naar energieneutrale nieuwbouw, waarbij geen gebruik meer wordt gemaakt van fossiele brandstoffen, maar energie zoveel mogelijk duurzaam en lokaal wordt opgewekt (bodemenergie en zonne-energie).

Visie op de ondergrond

Zwolle wil de evenwichtige groei en duurzame ontwikkeling van de stad voortzetten en goed regelen. Als eerste gemeente in Nederland voegt Zwolle een extra dimensie toe bij het nadenken over een optimale inrichting en gebruik van haar ruimte: de ondergrondse dimensie.
De gemeenteraad heeft hiervoor in oktober 2007 de visie op de ondergrond vastgesteld en besloten de basisprincipes uit deze visie toe te passen in projecten.
Belangrijke uitgangspunten zijn het structureel en georganiseerd toepassen van warmte- koude-opslag (WKO), het koppelen van WKO's met grondwatersanering en het werken met ondergrondse bestemmingen en functies.
Aanpak volgens de visie versterkt een duurzame ontwikkeling, zorgt voor energiebesparing en CO2 reductie, leidt door de koppeling van functies tot kostenvoordeel en kan hierdoor de stedelijke ontwikkeling een enorme impuls geven.

Voor het Centrumgebied heeft de gemeente een gebiedsbeheerplan opgesteld. Het plangebied Zwolle-zuidwest valt niet binnen het Centrumgebied.

Duurzaam bouwen

In januari 2007 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Duurzaam Bouwen vastgesteld. Het beleid is van toepassing op gebouwen en grond.-, weg- en waterbouw en is erop gericht dat overal een minimaal niveau voor duurzaamheid bereikt moeten worden. Duurzaam bouwen heeft betrekking op de thema's energie, materialen, afval, water, gezondheid en woonkwaliteit. Het minimaal te bereiken niveau van kwaliteit- en duurzaamheidsprestaties komt overeen met de toepassing van de vaste, kosten neutrale maatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzame (Utiliteits)bouw (maatregelen, die altijd technisch goed toepasbaar zijn en in de regel kostenneutraal zijn).

Conclusie

Het plan is in overeenstemming met het milieubeleid.

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.

3.1 Stedenbouw

3.1.1 Huidige situatie

De diverse plandelen zijn ontwikkeld als zelfstandige woonbuurten met een complexe structuur. De wijk is opgezet met doorgaande voet- en fietsroutes en woonstraten. Doorgaande autowegen ontbreken. Kenmerkend voor de stedenbouwkundige opzet is de doorgaande waterstructuur, die tot inzet van de diverse woonbuurten is gemaakt. Hierdoor ontstaan bijzondere typologieën langs stenige kades, groene singels en achtertuinen met terrassen aan het water. De openbare ruimte is versnipperd en wordt sterk bepaald door verspringende rooilijnen en oriëntatie van de woningen, aangrenzende voor- en achtertuinen, blinde kopgevels en parkeervoorzieningen.

Oude linten

De Schellerweg, de Schellerbergweg/Schellerallee, Oude Deventerstraatweg en de Zwarte weg zijn herkenbaar aan de laanbeplanting, de individuele woningen van één laag met een A-kap dwars op de weg uit de jaren dertig en oorspronkelijke agrarische bebouwing. De lijnen vormen de verbinding met de binnenstad, de landgoederen en het landschap. Tussen de Oude Deventerstraatweg en de Zwarteweg ligt het wijkpark Schellerdriehoek.

Schelle, Schellerhoek

De landelijke bebouwing van het voormalige lint Schelle is ingepast en begeleidt de belangrijke langzaamverkeersverbinding naar de binnenstad en het station. Opvallend is de invulling van de oude percelen achter de lintbebouwing met kleinschalige nieuwbouwclusters, met een individueel en landelijk karakter.

Schellerbroek, Schellerlanden, Oldenelerlanden en Oldenelerbroek

De uitbreidingen van de latere jaren tachtig tonen eerst een neutraal kleurgebruik en hebben routes met zicht op bijzondere elementen en het landschap. Bijzonder is de Provincieroute met oriëntatie op de Peperbus en de IJsselcentrale. De bebouwing uit de jaren negentig heeft een thematische opzet, waarbij elk clusters een eigen expressie en opzet heeft.

De bebouwing in Schellerbroek, Schellerlanden bestaat veelal uit twee lagen met zadeldak. De woningen hebben metselwerk in wildverband met lichte en zandkleurige baksteen en betonsteen. De zadeldaken zijn veelal van beton pannen in de kleuren donker bruin/grijs en rood. De bebouwing in Oldenelerlanden, Oldenelerbroek presenteert zich duidelijk aan de openbare ruimte. De bebouwing bestaat uit vrijstaande, geschakelde en rijenhuizen van twee en drie lagen met een plat dak en diverse kapvormen. De woningen zijn veelal samengestelde volumes met bijzondere architectonische accenten en divers materiaal- en
kleurgebruik.

Binnen de wijk Schellerlanden valt de bebouwing aan twee straten erg op. Het gaat hier om de Zalmkolk en Karperkolk. De vrijstaande woningen van de Zalmkolk liggen op ruime kavels in een groene omgeving. Zodoende zijn zij stedenbouwkundig gezien belangrijk als schakel in de overloop van het buitengebied naar de stad. Het unieke woningtype wordt gekenmerkt door een zo goed als volmaakte piramidevorm. Deze is door de gehele straat doorgezet. De Karperkolk kent stedenbouwkundig gezien dezelfde schakelfunctie. Het woningtype wijkt iets af van de Zalmkolk: hier zijn de woningen lichter, spitser en tentvormig (in plaats van piramidevormig), maar desalniettemin kennen zij eveneens een zeer opvallende architectuur.

Aan de Energieweg is een nieuwbouwbuurtje gerealiseerd. Dit nieuwbouwplan, waarvoor in 2014 een wijzigingsplan is vastgesteld, wordt overgenomen in dit bestemmingsplan. Het buurtje bestaat uit een combinatie van vrijstaande en geschakelde woningen. De ontsluiting is via de Energieweg en de Bep Wiersmastraat.

3.1.2 Uitgangspunt bestemmingsplan

Het bestemmingsplan beoogt in principe geen ontwikkelingen. De stedenbouwkundige structuur van het plangebied blijft ongewijzigd. De bebouwing en het openbaar gebied in het plangebied wordt in bestemmingsplan Zwolle-zuidwest hoofdzakelijk conserverend bestemd.

Een uitzondering betreft het bouwblok op de hoek Gouverneurlaan - Cornelissenmarke. Hier wordt de bestaande woonzorglocatie van Frion uitgebreid met een nieuwe woonzorgeenheid. Hiervoor wordt een deel van het hoofdgebouw uitgebreid en worden twee afzonderlijke hoofdgebouwen via een tussenlid met elkaar verbonden. In ruimtelijk opzicht wordt het rijtje woningen aan de Cornelissenmarke (ter hoogte van nummer 17) vergroot. Hiervoor is een akoestisch onderzoek verricht dat als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd (zie bijlage 1).

In het bestemmingsplan wordt dit bouwplan mogelijk gemaakt door het bouwvlak op het perceel te verruimen. Het tussenlid en de nieuw te realiseren woonzorgeenheid wordt hiermee planologisch mogelijjk gemaakt.

Op onderstaande afbeeldingen is het bouwplan te zien.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP15011-0003_0004.jpg"

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP15011-0003_0005.jpg"

figuur 4 bouwplan Frion, Gouverneurlaan 30

3.2 Archeologie

In 2002 is door de gemeente Zwolle een Archeologische Waarderingskaart Zwolle vervaardigd. Voor de waarderingskaart is gebruik gemaakt van informatie uit het Centraal Archeologisch Archief (CAA) bij de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed in Amersfoort (RvCE), informatie van amateur-archeologen, gegevens van het team archeologie van de gemeente Zwolle, het kadastrale minuutplan uit 1832, de geomorfologische kaart en waarnemingen in het veld. Dit heeft geresulteerd in een analoge en digitale waarderingskaart. De digitale versie is door de gemeente verwerkt en toegankelijk gemaakt binnen het geografische informatiesysteem Geopoort. In 2002 is vastgelegd dat de kaart dynamisch is. Dit betekent dat de waarde van de gebieden kan veranderen.

In de Wet voor de archeologische monumentenzorg en het daarop gebaseerde archeologiebeleid binnen de gemeente Zwolle is vastgelegd dat de archeologische waarden in de bestemmingsplannen vastgelegd moeten worden met de erbij horende consequenties. Aan de verschillende waarden worden consequenties verbonden. Er zijn 5 waarden: 0%, 10%, 50%, 90% en 100%.

3.2.1 Huidige situatie

De gebieden met een waardering van 50% of hoger worden hieronder genoemd. In de beschrijving wordt verteld over de historie en de (mogelijke) archeologische waarden in de gebieden.

De archeologische waardering van het plangebied is aangegeven in figuur 5.

Dekzandrug Zwarteweg/Oude Deventerstraatweg (72) – waardering 50%

Dit gebied ligt tussen de Zwarteweg en de Oude Deventerstraatweg en maakt onderdeel uit van een dekzandrug. Op deze dekzandrug zijn sporen van de prehistorie tot de middeleeuwen te verwachten. Archeologisch onderzoek heeft echter nog nooit plaatsgevonden. In de periode 1825 - 1850 werden de meeste grote toegangswegen tot de stad verhard met klinkers. Door de opkomst van nieuwe meetapparatuur werd daarom besloten om een nieuwe verharde weg richting Deventer te projecteren, de Oude Deventerstraatweg. Deze straat had veel meer het karakter van een allee en was aan weerszijden voorzien van grote bomen. De verbinding liep dwars door de moerassige laagte tussen de twee dekzandruggen. De weg is tegenwoordig bekend als het traject Oude Deventerstraatweg/Nieuwe Deventerweg. Op het oudste kadastrale minuutplan uit 1832 is nog vrijwel geen bebouwing te zien. Ten noorden van de herberg de Rozeboom is een gebouw zichtbaar. Dit gebouw zal waarschijnlijk als paardenstalling voor de reizigers hebben gediend. De overige huizen aan de Zwarte weg dateren van na 1832. Veel huizen stammen zelfs uit de eerste helft van de 20de eeuw. Op de dekzandrug ligt nog een stuk onbebouwd gebied, de Schellerdriehoek. Dit gebied is van groot belang voor de archeologische waardering van de dekzandrug.

Dekzandrug Vrouwenlaan (73) – waardering 50%

In dit gebied zijn in 1994 aan de Vrouwenlaan/Energieweg in 1994 een zestigtal Mesolithische haardkuilen opgegraven. Deze kuilen vormen de oudste restanten van menselijke activiteiten binnen de gemeente Zwolle. Naast haardkuilen is ook een concentratie vuursteenafslagen gevonden. Van alle haardkuilen zijn houtskoolmonsters genomen. Het eigenlijke onderzoek naar de houtsoorten en de datering moet nog plaatsvinden. De haardkuilen werden aangetroffen op een dekzandrug. De dekzandrug loopt oost-west onder de wijk De Geren en een deel van de Marslanden. Op deze dekzandrug zijn aan de Huub van Doornestraat (Penitentiaire Inrichting) en de Ittersumallee vondsten uit het Mesolithicum gedaan. Aan de Ittersumallee zijn in 2003 nog twintig haardkuilen opgegraven. Van deze haardkuilen zijn er vier bemonsterd.

Dekzandrug Hanzeland (75) – waardering 50%

Dit gebied vormt de uitloper van een dekzandrug waarop ook de wijk Hanzeland ligt. In dit gebied zijn net als onder het Stadskantoor aan het Lübeckplein en onder het huizenblok bij de Wismarstraat mogelijk Mesolithische haardkuilen te verwachten. Deze haardkuilen vormen de oudste sporen van prehistorische aanwezigheid in Zwolle (meer dan 6000 jaar geleden). Van deze haardkuilen zijn houtskoolmonsters genomen. Het eigenlijke onderzoek naar de houtsoorten en de datering moet nog plaats vinden. Tegenwoordig wordt het hele gebied in beslag genomen door de Hogeschool Windesheim.

Dekzandrug Zwarteweg (76) – waardering 50%

Dit gebied valt grotendeels samen met de rivierkleiafzettingen (rK1 Rz en rK1-2) op de geomorfologische kaart van het buitengebied van de stad Zwolle. De afzettingen zijn van toepassing op de gebieden waarin de bovengrond rivierklei wordt aangetroffen. De ondergrond bestaat vaak uit dekzand. Bovengenoemde afzettingen liggen daarom naar alle waarschijnlijkheid op een oost-west georiënteerde dekzandrug. Op deze dekzandrug is in het Pleistoceen of zelfs in het Holoceen een rivierduin gevormd. Dit rivierduin is herkenbaar als de afzetting Rz op de geomorfologische kaart. Op de plek van het rivierduin wordt ook in de bovengrond al rivierduinzand aangetroffen. Op de dekzandruggen liggen meestal de oudste, soms al uit de Prehistorie, daterende wegen. De huidige Zwarteweg is een goed voorbeeld van een zeer oude weg die zeker al tot in de Middeleeuwen teruggaat. De weg vormde de verbinding tussen Deventer en Zwolle en wordt op oude kaarten ook wel aangeduid als de weg tussen Zwolle en Deventer. Deze oude weg liep vanaf de Sassenpoort over de Van Karnebeekstraat, de Schellerweg, de Zwarteweg en de Hollewandsweg naar Deventer. De naam Van Karnebeekstraat dateert pas van na de Tweede Wereldoorlog. In de periode daarvoor werd de weg aangeduid als de Meulenstraete. Deze naam verwijst naar de Voortmolen die op de kruising van de Van Karnebeekstraat, Molenweg en Groeneweg heeft gestaan. Ook de Zwarteweg is ontstaan door een naamsverandering ergens in de 20de eeuw. De Zwarteweg wordt door Pot rond 1900 nog aangeduid als het Schellerpad. In de periode voor 1900 had de weg geen expliciete naam en komt het op kaarten voor als de weg naar Zwolle en Deventer. Deventerstraatweg/Nieuwe Deventerweg.

Rivierduin Zwarteweg (282) – waardering 50%

Dit gebied wordt gekenmerkt door een bodem die bestaat uit rivierduinzand. Dit zand is moeilijk van dekzand te onderscheiden maar is in het algemeen wat fijner en meer afgerond van structuur. Het rivierduin is in het Pleistoceen of Holoceen gevormd op een oudere dekzandrug. In het gebied liep vroeger het Schellerpad. Deze weg vormde vroeger een verbinding tussen de Schellerallee en de Assendorperlure en is vrijwel geheel verdwenen. Alleen het huis van D. Sluiter, vroeger aan het Schellerpad geadresseerd, thans Pilotenlaan 64, is blijven bestaan. De overige straten in het gebied zijn genoemd naar piloten of Joodse Zwollenaren die het slachtoffer zijn geworden van de jodenvervolgingen.

De Kolthoorn (283) – waardering 50%

De Kolthoorn is de naam van een boerderij die ligt aan de Zwarteweg. Deze weg werd vroeger aangeduid als de weg naar Deventer. De boerderij staat al op het oudste kadastrale minuutplan uit 1832 aangegeven. Opmerkelijk is dat in de beschrijving van de watersnoodramp in 1825 gesproken wordt van het tweede Kolthoorn. Hieruit blijkt dus dat er twee huizen met de naam Kolthoorn moeten zijn geweest. Wanneer de boerderij exact is gebouwd is onduidelijk.

De Rozeboom (284) – waardering 50%

De Rozeboom is de naam van een herberg met uitspanning aan de Zwarteweg. De naam Zwarteweg dateert waarschijnlijk pas uit de 19de eeuw en is van toepassing op de oudst bekende weg naar Deventer. In de beschrijving van de watersnoodramp in 1825 wordt Gerrit Buisman als kastelein in de herberg de Rozeboom vermeld. Gerrit moest zich op 4 februari 1825 enige tijd met zijn zieke vrouw en drie zonen naar de zolder begeven. Een dag later, `s middags om drie uur, werd het gezin in veiligheid gebracht. Door het aanleggen van de Oude Deventerstraatweg rond 1825-1850 raakte de Rozeboom in een isolement. Volgens Van der Pot werd de herberg verplaatst naar het zuiden aan de Nieuwe Deventerweg. Op deze plek aan de Nieuwe Deventerweg is later een Chinees restaurant gevestigd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP15011-0003_0006.jpg"

figuur 5 archeologie in Zwolle Zuidwest

3.2.2 Uitgangspunt bestemmingsplan

De archeologische waardering van het plangebied blijft ongewijzigd. De gronden met een archeologische waardering van 50% hebben in het bestemmingsplan de dubbelbestemming Waarde - Archeologie gekregen. Deze dubbelbestemming bevat een regeling om op een passende manier rekening te houden met de kans op archeologische vondsten. Informatie over de dubbelbestemming is opgenomen in paragraaf 4.3 Bestemmingsregels.

3.3 Cultuurhistorie

3.3.1 Analyse

In het gecultiveerde landschap zijn nog vele sporen aanwezig die informatie geven over de historische situatie of ontwikkeling van een gebied. Deze structuren en objecten vertellen het verhaal van hoe de mens in en om Zwolle woonde en werkte. Ze houden de identiteit en belevingswaarde van de fysieke leefomgeving in stand. Cultuurhistorie en erfgoed zijn daarom nauw verbonden met de kwaliteit van de omgeving.

Cultuurhistorische analyse

In 2013 is een cultuurhistorische analyse van Zwolle-Zuid opgesteld. Het bestemmingsplangebied Zwolle Zuidwest vormt een deel van het in deze analyse onderzochte gebied. De cultuurhistorische analyse geeft inzicht in de historisch-geografische cultuurhistorische waarden zodat deze waarden beter in stand kunnen worden gehouden en kunnen dienen als randvoorwaarde en inspiratie bij ruimtelijke opgaven. De analyse heeft de functie van een attentiedocument. In voorkomende gevallen is daarom een verdiepende analyse naar specifieke objecten of structuren nodig om de cultuurhistorische waarden nader te bepalen en de betekenis toe te kennen over de wijze van omgaan met de waarden.

Beschrijving bestaande situatie

Zwolle-Zuidwest is gelegen in de IJsselvechtdelta, van oorsprong een gebied van dekzandruggen en lage natte gronden in het stroomgebied van de IJssel. Om de afwatering te verbeteren worden sloten gegraven, die water afvoeren naar de diverse natuurlijke waterlopen. Omdat het door de bedijking van de IJssel nauwelijks mogelijk was om op de rivier af te wateren, is in het gebied al in de veertiende eeuw een systeem van weteringen aangelegd. Dit systeem loopt parallel aan de IJssel. In Zwolle-Zuid herinneren namen als de Soestwetering, Zandwetering en Steenwetering hier nog aan. Gaandeweg wordt het gebied steeds verder ontgonnen om het voor agrarisch gebruik geschikt te maken. De bebouwing in dit agrarische gebied bestaat voornamelijk uit boerderijen en lintbebouwing langs de bestaande uitvalswegen; waaronder de Zwarte Waterweg, de Deventerstraatweg en de Schellerweg. Belangrijk onderdeel van het gebied vormt de voormalige buurtschap Schelle, dat tot 1967 o.a. met de marken Ittersum en Oldeneel tot het Zwollerkerspel behoort. De aanleg van de spoorlijn Zwolle-Deventer in 1866 zorgt voor een doorkruising van het gebied. In 1880 is het spoor naar het oosten verlegd en vormt tegenwoordig de oostelijke begrenzing van het bestemmingsplangebied Zuidwest. De betere bereikbaarheid draagt bij aan de groei van Zwolle vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw. Langs de bestaande linten met voornamelijk agrarische bebouwing verschijnen steeds meer burgerwoningen. Zwolle-Zuidwest wordt een populaire woonomgeving voor spoorwegmedewerkers. De aanwijzing van Zwolle als groeikern in het kader van de Derde Nota Ruimtelijke Ordening (1976) betekent een belangrijke impuls voor de verstedelijking van dit gebied. Vanaf de jaren zeventig komen er verschillende woonbuurten tot stand die zich kenmerken door de gedachtes over stedenbouw en architectuur in de jaren zeventig en tachtig. De kleinschaligheid van de woonbuurten met autoluwe woonerven bepalen het karakter van deze buurten. Tegelijk blijven oude verbindingsstructuren met nog enkele boerderijen en erfstructuren en de oude marke Schelle nog herkenbaar. Op figuur 6 zijn de terreinen van Huize Schellerberg te zien zijn, gelegen in een agrarisch landschap. Op de kaart zijn ook de Zandwetering en de Steenwetering te zien.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP15011-0003_0007.png"

figuur 6 Uitsnede Topgrafische Militaire Kaart (bron: www.watwaswaar.nl)

Cultuurhistorische waarden

Schellerallee, Zwarteweg, Grenslaan en de Oude Deventerstraatweg

De oude verbindingswegen de Schellerweg, de Zwarteweg, de Grenslaan en de Oude Deventerstraatweg vormen restanten van de pre-stedelijke periode in dit verder grotendeels verstedelijkte gebied. De Oude Deventerstraatweg is een voormalige uitvalsweg van voor 1850 die vanuit Zwolle via Ittersum naar Deventer leidde. Langs de weg met karakteristieke laanbeplanting vinden we tussen de bebouwing uit het interbellum en de naoorlogse periode ook nog enkele boerderijen (nr. 53). Daarnaast staan er enkele middenstandswoningen uit de jaren 1910-1930 met een hoge cultuurhistorische en architectonische waarde (nrs. 28, 50-52, 78-88, 90-92). De Zwarteweg is eveneens een oude verbindingsstructuur, die min of meer parallel aan de Oude Deventerstraatweg loopt. Aan de weg staan vooral karakteristieke, overwegend twintigste-eeuwse woningen en enkele boerderijen (nrs. 22-26, 57). Diverse panden wijzen door hun schuine ligging ten opzichte van de weg nog op de oude perceelsstructuren. De Grenslaan, voorheen samen met het Grenspad Verbindingsweg genoemd, is een iets jongere verbindingsweg die aansloot op de Schellerallee. Langs de weg is overwegend bebouwing uit het interbellum aanwezig. Vanuit de stad gezien vormt de Zwarteweg het verlengde van de Schellerweg. De Schellerweg was de weg die de stad met het buitengebied verbond. Langs deze weg zien we historische lintbebouwing, waaronder landarbeiderswoningen (nrs. 110.1-110.2) en woon-/winkelpanden (nr. 33).

Deze wegen vormen samen een markant historisch ensemble, als oude verbindingsstructuren met relicten van de historische verkaveling en de aanwezigheid van diverse boerenerven (zie figuur 7). Door het gebied liep de spoorlijn Zwolle-Deventer voordat deze werd verlegd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP15011-0003_0008.png"

figuur 7 Topografische kaart 1954 (bron: www.watwaswaar.nl)

Schellerdriehoek

De oude verbindingswegen omsluiten een groenzone die de Schellerdriehoek wordt genoemd. Deze open groene zone, tegenwoordig met een speeltuin, vormt een waardevol relict uit de pre-stedelijke periode.

Schellerallee

De Schellerallee, met in het verlengde de Schellerbergweg die buiten het bestemmingsplangebied valt, was een belangrijke pre-stedelijke uitvalsweg naar het buurtschap Schelle. Dit oude tracé markeert nog steeds op een heldere manier de overgang van de bebouwde kom naar het landelijke gebied. De aaneengesloten laat negentiende- en vroeg twintigste-eeuwse bebouwing aan weerszijden van de Schellerallee vormt tezamen met de (weliswaar recente) laanbeplanting aan deze straat een markant historisch ensemble. Parallel aan de Schellerallee ligt de Van Laersweg, met aan de zuidzijde aaneengesloten vroeg twintigste-eeuwse bebouwing en aan de overzijde de zogenoemde overtuinen. Deze overtuinen vormden de laatste bezittingen van de oude Ittersumermarke. Het geheel vormt een markant historisch ensemble van na 1900.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP15011-0003_0009.png"

figuur 8 De Van Laersweg met de 'overtuinen' in 1965 (Inklaar 2010, 15).

Waardevolle objecten

  • Oude Deventerstraatweg 28 (middenstandsvilla),
  • Oude Deventerstraatweg 53 (boerderij),
  • Oude Deventerstraatweg 90-92 (middenstandsvilla),
  • Schellerweg 33 (winkelpand met woning),
  • Schellerweg 110.1 en 110.2 (dubbele landarbeiderswoning),
  • Zwarteweg 57 (boerderij).

3.3.2 Uitgangspunt bestemmingsplan

Uitgangspunt is dat de cultuurhistorische waarden, zoals die zijn omschreven in paragraaf Cultuurhistorie in stand worden gehouden en waar mogelijk worden versterkt. Cultuurhistorie geldt verder als inspiratiebron bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor de juridische vertaling van dit uitgangspunt wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 Juridische aspecten.

3.4 Verkeer

3.4.1 Huidige situatie

Wegenstructuur

In de periode van 1999 tot en met 2002 is Zwolle-zuidwest duurzaam veilig ingericht. De categorisering van de wegen, waarbij verschillende functies aan wegen worden toegekend, heeft ertoe geleid dat vrijwel alle wegen als erftoegangsweg (maximale snelheid 30 km/h) zijn aangeduid en als zodanig ingericht. De inrichting is sober uitgevoerd middels de aanleg van diverse plateaus, drempels, bussluizen, geleiders en andere verkeersremmende maatregelen. De Oldeneelallee, Burgemeester de Vos van Steenwijklaan, Ittersumallee, Burgemeester van Walsumlaan en een gedeelte van de Pilotenlaan en de Reysigerweg hebben echter een gebiedsontsluitende functie waarvoor een maximale snelheid van 50 km/h is vastgesteld. Ook voor de IJsselcentraleweg en de Professor Feldmannweg geldt een maximum snelheid van 50 km/h. De IJsselallee (2x2 rijstroken) maakt onderdeel uit van de buitenring en heeft een essentiële gebiedsontsluitende functie met een maximale snelheid van 70 km/h. De capaciteitsvergroting van 2x2 rijstroken naar 2x3 rijstroken tussen het verkeersplein Zwolle Zuid en de Burgemeester van Walsumlaan heeft de situatie ter plaatse verbeterd. (zie figuur 9)

Openbaar vervoer

Alle woongebieden in Zwolle-zuidwest worden door het openbaar vervoer ontsloten. Diverse stadsbuslijnen zorgen, mede door de hoge frequentie, voor een goede bereikbaarheid van het centrum en andere delen van de stad. In het GVVP is het streven vastgelegd dat snelheidsremmende maatregelen op verbindende routes van de bus alleen worden toegepast indien zich geen merkbaar alignement voor de bus voordoet, geen substantiële vertraging van de onbelemmerende doorrijtijd oplevert en een afstand van 200 tot 300 meter tussen de maatregelen wordt aangehouden.

Fietsverkeer

Het fietsroutenetwerk bestaat uit hoofdfietsroutes en overige (recreatieve) fietsroutes. De belangrijkste vrijliggende hoofdfietsroutes in Zwolle-zuidwest zijn: Steenweteringpad (gedeelte), Ringpad, Oldeneelpad (gedeelte), Zandweteringpad, Lunenpad, Veerpad, Elandveld en het Damhertveld . Maar ook de Provincieroute, Zwarteweg, Schellerweg, Burgemeester van Walsumlaan (gedeelte), Campus (gedeelte), maken deel uit van de hoofdfietsroute, deze zijn echter niet vrijliggend. De Zwarteweg en Schellerweg zijn ingericht als fietsstraten. De (vrijliggende) fietspaden hebben een belangrijke doorgaande verkeersfunctie en hebben daarom waar mogelijk /noodzakelijk voorrang op het kruisende verkeer (zie figuur 9)

Parkeren

In Zwolle-zuidwest vindt momenteel geen betaald parkeren plaats. Er bevinden zich enkele locaties waar sprake is van een hoge parkeerdruk, veelal bij scholen en andere verkeersaantrekkende voorzieningen. Enkele straten in de nabijheid van de Hogeschool Windesheim zijn ingericht als parkeerschijfzone. Het gaat om de Wibergstraat en delen van de Pilotenlaan en de Diasporalaan.

Bij nieuwe ontwikkelingen in het plangebied dient rekening te worden gehouden met voldoende parkeerruimte. Ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan is hiervoor een nieuwe regeling in voorbereiding. Totdat deze nieuwe is vastgesteld, wordt voor het bepalen van de vereiste hoeveelheid parkeerruimte verwezen naar de Beleidsregel Parkeergelegenheid bij of in Gebouwen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP15011-0003_0010.jpg"

figuur 9 verkeerssituatie Zuidwest

3.4.2 Uitgangspunt bestemmingsplan

Het bestemmingsplan beoogt geen ontwikkelingen. De verkeersstructuur van het plangebied blijft ongewijzigd. Het openbaar gebied en de wegen in het plangebied worden in bestemmingsplan Zuidwest conserverend bestemd. In de algemene regels is een bepaling opgenomen dat voldaan moet worden aan de beleidsregel Parkeergelegenheid bij of in Gebouwen of de wijzigingen daarop.

3.5 Natuur

3.5.1 Huidige situatie

Stedelijke hoofdgroenstructuur

De wijk Zwolle Zuid kent enkele oude gedeelten die allen gelegen zijn op evenwijdig aan de IJssel gelegen zandruggen (het dorp Ittersum, de buurtschappen Schelle en Oldeneel en de landgoederen Schellerberg en Zandhove). Hiervan ligt alleen de buurtschap Schelle binnen het plangebied. De oude landroutes, die deze hoge en droge delen met elkaar en met de stad Zwolle verbinden, worden gekenmerkt door een begeleiding met zware bomenrijen (lanen en alleeën).

De Stedelijke hoofdgroenstructuur, die voor Zwolle is vastgelegd op de Groene Kaart (2013), bestaat hierdoor in het centrale deel van de wijk hoofdzakelijk uit een netwerk van droge groene verbindingen. Binnen het plangebied zijn dit de Oude Deventerstraatweg, de Grenslaan, de Schellerweg, de Schellerallee en de Schellerbergweg. De bomenstructuur moet hier in stand worden gehouden en versterkt. Zowel dwars als lengteprofiel moeten hun groene karakter behouden.

Tussen deze hoge delen zijn weteringen aanwezig voor de afwatering. Deze zijn als natte verbindingen in de Stedelijke hoofdgroenstructuur opgenomen. Binnen het plangebied geldt dat voor de Steenwetering. Ook hier geldt dat het gehele groene dwarsprofiel behouden moet blijven. Het water moet zoveel mogelijk (ook visueel) ononderbroken zijn. Alle bovengenoemde verbindingen zijn tevens belangrijke recreatieve routes. De continuïteit hiervan moet gewaarborgd zijn.

Als jonge infrastructuurlijn en onderdeel van het stedelijk hoofdwegennet wordt ook de IJsselallee beschouwd als onderdeel van de Stedelijke hoofdgroenstructuur. Zowel de bermen als de taluds van de geluidswallen als de boombeplanting als de begeleidende watergangen en oevers behoren tot het groene dwarsprofiel van deze groene structuurlijn en moeten hun groene karakter behouden. Het rangeerterrein is vanwege de ligging, ingeklemd tussen Landgoed Schellerberg en het Engelse Werk, eveneens onderdeel van de Stedelijke hoofdgroenstructuur.

Bij de verdere ontwikkeling van Zwolle-zuid is naar de IJssel toe doelbewust een brede zone agrarisch gebied niet verstedelijkt, maar groen gehouden. Voorzover hier belangrijke stedelijke groenfuncties in zijn gelegen, behoren deze tot de Stedelijke hoofdgroenstructuur. Binnen het plangebied zijn dat het Schellerpark inclusief de wijkboerderij en het volkstuincomplex Ons Genoegen, het sportpark Jo van Marle en het Oldenelerpark.

Wijkgroenstructuur

Typerend voor de zuidwestelijke rand van Zwolle-zuidwest zijn de groene vensters, waardoor vanuit de wijk zicht is op de groene IJsselzone, zoals het Archenaultplantsoen, het groen langs het Otterveld, langs het Oldeneelpad en de centrale groen ruimte in Oldenelerbroek. De hoofdontsluiting van de wijk nadert deze vanaf de noord- en oostzijde (Burgemeester Van Walsumlaan, Ittersumallee en Oldeneelallee) en vertakt zich één of twee keer tot op buurtniveau. Het is belangrijk dat deze ontsluitingsstructuur wordt begeleid door boombeplanting. Dit geldt ook voor enkele belangrijke interne routes, zoals de Burgemeester De Vos van Steenwijklaan en de Provincieroute. Tenslotte zijn enkele groene ruimtes belangrijk omdat er groene wijkgerichte voorzieningen in liggen, zoals de jeugdtuinen in de Schellerdriehoek en het groen bij het Damhertveld.

Op figuur 10 Groenstructuur (uitsnede uit de Groene Kaart) is een overzicht van de groenstructuur in het plangebied weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP15011-0003_0011.jpg"

figuur 10 Groenstructuur

3.5.2 Uitgangspunt bestemmingsplan
3.5.2.1 Natuurbescherming

Het plangebied grenst direct aan beschermd natuurterrein (Natura 2000 - gebied Rijntakken). Deze uiterwaarden vlak buiten het plangebied bieden een biotoop voor vele soorten water-, moeras- en weidevogelsoorten. Met betrekking tot de weidevogels is het gebied van regionale betekenis. Voor doortrekkende en overwinterende vogelsoorten maakt het gebied deel uit van een groot pleistergebied tussen Windesheim en Zwolle, dat van internationale betekenis kan worden genoemd met name voor kleine zwanen.

Duidelijk is dat de biologische waarden zich concentreren in de plassen, moerasjes en vochtige graslanden van de uiterwaarden en in de dijkzone. Dergelijke natuurwaarden zijn over het algemeen gebaat bij continuïteit in beheer en gebruik en vooral rust. Effecten op deze gebieden (ook van buitenaf) mogen de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet in gevaar brengen.

De (externe) effecten op deze terreinen, door de activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, wijzigen echter niet. Binnen het plangebied liggen in het Oldenelerpark enkele kolken en een bosje. De oevervegetatie herbergt onder andere Dotterbloem, Rietorchis, Middelst helmkruid, Beekpunge en Rode waterereprijs. Het bosje heeft een rijke ondergroei van natte voedselrijke bodem. Deze terreinen hebben een op deze natuurwaarden toegesneden bestemming.

3.5.2.2 Flora en fauna

Voor werkzaamheden ter uitvoering van dit bestemmingsplan kunnen de bepalingen uit de Flora- en faunawet in het geding zijn. Dit kan van invloed zijn op de vergunbaarheid en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden.

Er is geen limitatieve opsomming bekend over in het plangebied voorkomende soorten planten en dieren, die bescherming genieten in het kader van de Flora- en faunawet. Zeer waarschijnlijk zijn sommige gebouwen in het plangebied geschikt als verblijfplaats van vleermuizen. Deze zijn strikt beschermd. Ook is het mogelijk dat gebouwen in het plangebied dienen als vaste verblijfplaats van broedvogels. Vaste verblijfplaatsen van broedvogels zijn beschermd. In het openbaar groen komen beschermde planten en dieren voor. Voordat er sloop of ingrijpende verbouw van gebouwen plaatsvindt, moet de eventuele aanwezigheid van vleermuizen en broedvogels worden gecontroleerd. In het openbaar groen wordt gewerkt met een gedragscode.

3.6 Water

3.6.1 Huidige situatie
3.6.1.1 Waterstructuur

Rondom en in het plangebied zijn veel watergangen aanwezig met de functie wateraanvoer en -afvoer. Al deze watergangen zijn in eigendom en beheer van Waterschap Groot Salland. Het beheer van de beschoeiing wordt uitgevoerd door gemeente Zwolle. Op de verbeelding hebben deze de functie Water.

Drooglegging

In plangebied wordt een ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 m gehanteerd. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld.

Riolering

In het plangebied is grotendeels een gescheiden rioolstelsel aanwezig, waarbij de droogweerafvoer via vuilwaterleidingen naar de AWZI wordt afgevoerd en de hemelwaterafvoer wordt via hemelwaterleidingen geloosd op het aanwezig oppervlaktewater. In het noordoostelijk deel van het plangebied, het gebied Schelle en het transportriool, is een gemengd rioolstelsel aanwezig, waarbij de droogweerafvoer en de hemelwaterafvoer in één leiding wordt afgevoerd naar de AWZI.

3.6.1.2 Waterwinning

Het plangebied grenst aan de westzijde direct aan het grondwaterbeschermingsgebied rondom de waterwinning “Engelse Werk”; in het noorden is er een kleine overlapping van het plangebied met het grondwaterbeschermingsgebied.

3.6.1.3 Overstromingsrisico

Quickscan

Het plangebied (zie figuur 11) is gelegen in dijkring 53, Salland. Deze dijkring wordt omsloten door de Vecht aan de noordzijde, de IJssel aan de westzijde en het Zwarte Water aan de noordwestzijde. Omdat het bestemmingsplan ruimte biedt aan de ontwikkeling van niet incidentele overstromingsgevoelige functies en omdat het plangebied gelegen is in dijkring 53 is een overstromingsrisicoparagraaf verplicht.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP15011-0003_0012.png"

figuur 11 Dijkring 53

Risico-inventarisatie

Voor de keringen van dijkring 53 is de overschrijdingkans genormeerd op 1/1.250e per jaar. Op basis van de provinciale risicokaart wordt de maximale waterdiepte, in Zwolle voor dijkring 53 tijdens een overstroming, geschat tussen de 0,8 en 2,0 meter. De mogelijke waterdiepte kan daarmee worden aangeduid als ondiep (figuur 12).

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP15011-0003_0013.png"

figuur 12 Maximale waterdiepte tijdens overstroming

Afhankelijk van de locatie waar een dijk doorbreekt zal water dijkring 53 binnen stromen. In figuur 3 zijn twee maatgevende locaties (Olst en Berkum) weergegeven die uiteindelijk zullen leiden tot een waterstand weergegeven in figuur 2 en de snelheid waarmee het water dijkring 53 instroomt (figuur 13). Afhankelijk van de locatie binnen dijkring 53 kan het wenselijk zijn om maatregelen dan wel voorzieningen te treffen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP15011-0003_0014.png"

figuur 13 Boven dijkdoorbraak Olst, onder dijkdoorbraak Berkum (Zwolle)

Maatregelen

Bij nieuwe ontwikkelingen binnen de dijkringen is het gewenst dat tijdig wordt nagedacht over voorzieningen dan wel maatregelen die kunnen worden getroffen waarbij eventuele risico's en nadelige effecten van een overstroming kunnen worden beperkt. Het betreft ook een stuk bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden.

Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Voor onderhavige ontwikkeling kan worden gedacht aan navolgende voorzieningen/ maatregelen:

  • Aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied.
  • Voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, eventueel verhoogde drempels.
  • Aansluiting plangebied op dichtstbijzijnde weg zodat bereikbaarheid gewaarborgd blijft.
  • Zodanig inrichten gebouw zodat bij eventuele overstromingen schade zoveel mogelijk wordt beperkt (bijvoorbeeld materiaalgebruik, minder gevoelige ruimten begane grond).
  • Opstellen van evacuatieplan.
3.6.2 Uitgangspunt bestemmingsplan

Het bestemmingsplan beoogt geen ontwikkelingen. Het watersysteem van het plangebied blijft ongewijzigd. De watergangen en waterkering in het plangebied worden in het bestemmingsplan conserverend bestemd.

Drooglegging

In plangebied wordt een ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 m gehanteerd. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte.

Riolering

Droogweerafvoer

De droogweerafvoer vanuit het gebied moet worden afgevoerd naar het bestaande gemeentelijk vuilwaterriolering of gemengde rioolstelsel. Er worden geen (grootschalige) nieuwbouw en/of inbreidingen verwacht. De toename van het hoeveelheid afvalwater is derhalve gering. Er is geen sprake van overbelasting van het bestaande rioolstelsel en de AWZI.

Hemelweerafvoer

De hemelwaterafvoer van nieuw aan te leggen daken, terrassen en parkeerplaatsen moet binnen het plangebied worden geborgen en worden geïnfiltreerd in de bodem. Binnen het plangebied dient daartoe minimaal een statische berging gecreëerd te worden van 20 mm per vierkante meter afvoerend oppervlak. Indien direct grenzend aan een watergang is er – in overleg met gemeente Zwolle en Waterschap Groot Salland – een mogelijkheid om een groot deel van het hemelwater rechtstreeks af te voeren naar oppervlaktewater. Hiervoor is waarschijnlijk wel een ontheffing van de Keur nodig van Waterschap Groot Salland.

3.7 Wonen

3.7.1 Huidige situatie

In Zwolle-zuidwest woonden op 1 januari 2014 ruim 14.000 personen. Dat is een daling ten opzichte van 2004 van ruim 1000 personen. De verklaring voor de daling van het aantal inwoners ligt in de huishoudenssamenstelling. Het aantal huishoudens is de laatste 10 jaar vrijwel stabiel, op ruim 5500. Er is echter een toename van het aantal één- en tweepersoonshuishoudens waar te nemen en een daling van het aantal huishoudens met kinderen. De gemiddelde huishoudensgrootte is sinds 2004 gedaald van 2,7 naar 2,5. Het aantal eengezinswoningen (geschakelde woningen) is groter dan het Zwolse gemiddelde (76% - 62%). Het aandeel gestapelde woningen is relatief laag (16% - 33%). Dit is verdeeld over 65% koopwoningen en 35% in de huursector. Gemiddeld ligt dit in Zwolle op 48% - 52%.

In het plangebied zijn 7 locaties voor woonwagenstandplaatsen aanwezig. Het betreft locaties aan de Backermarke (5 standplaatsen), Luzernevlinder (4 standplaatsen), Steurkolk (4 standplaatsen), Vrouwenlaan (3 standplaatsen) en Van Pallandtmarke (3 x 2 standplaatsen).

Binnen het plangebied komt aan de Zwarteweg op een enkele plek kamerverhuur voor. De woningen zijn niet onttrokken aan de woningvoorraad.

3.7.2 Uitgangspunt bestemmingsplan

Het bestemmingsplan beoogt geen ontwikkelingen. De functionele structuur van het plangebied blijft ongewijzigd. De woningen in het plangebied worden in bestemmingsplan Zwolle-zuidwest conserverend bestemd.

3.8 Voorzieningen

3.8.1 Centrum

Zwolle zuidwest beschikt over een kleinschalig en redelijk compleet primair winkelaanbod rondom een supermarkt aan de Forelkolk. Op basis van het inwonertal (circa 14.000) kan worden gesproken van kwetsbaarheid in termen van economische mogelijkheden voor winkels. De situatie in Zwolle-zuidwest is echter redelijk stabiel. Het gemeentelijke detailhandelsbeleid is gericht op het consolideren van de eerstelijns detailhandelvoorzieningen op buurt-en wijkniveau. Dit is voor wat betreft de buurtwinkelvoorziening aan de Forelkolk te vertalen in een bij tijd houden van het winkelgebied c.q. het maken van een kwaliteitsslag.

3.8.2 Commercieel

Detailhandel

Naast het genoemde winkelcentrum zijn er geen detailhandelsactiviteiten in Zwolle Zuidwest met uitzondering van kleinschalige ondergeschikte detailhandel bij bedrijvigheid aan huis.

Horeca

In Zwolle zuidwest zijn weinig horecagelegenheden. Binnen het plangebied bevindt zich snackbar Scheller Snack aan de Forelkolk.

Bedrijven

Binnen het plangebied bevinden zich slechts op één locatie een aantal bedrijven die als zodanig bestemd zijn. Het betreft twee locaties met lichte bedrijvigheid (meubelmaker en opslag / garagebedrijf) aan de Energieweg.

Beroepen en bedrijven aan huis c.q. afwijkend gebruik

Daarnaast bevindt zich verspreid door de wijk een aantal beroepen en bedrijven aan huis. Deze komen vooral voor in de oudere bebouwing langs de Schellerweg en de Zwarteweg.

3.8.3 Maatschappelijk

In Zwolle-zuidwest zijn de een groot aantal maatschappelijke voorzieningen aanwezig, waaronder basisscholen, kinderopvang en diverse zorgvoorzieningen.

onderwijs

De volgende bassischolen zijn binnen het plangebied gevestigd:

  • De Octopus (openbaar onderwijs), Provincieroute 143
  • De Phoenix (Jenaplanschool), Zalmkolk 2
  • De Markesteen (openbaar onderwijs) Daltonschool, Gedeputeerdenlaan 45
  • De Ark (protestant-christelijk), Gedeputeerdenlaan 47
  • De Ichtus (protestant-christelijk), Zwarteweg 74
  • Openbare Montessorischool (openbaar onderwijs), Energieweg 9
  • De Sluis (openbaar speciaal onderwijs), Zwarteweg 120

Daarnaast zijn er op diverse plekken locaties voor kinderdagopvang gererealiseerd, vaak in combinatie met een basisschool. Ook zijn er een aantal gastouderbureaus in het gebied gevestigd. In de wijkboerderij in het Schellerpark is tevens een peuterspeelzaal gevestigd.

zorgvoorzieningen

Diverse zorgvoorzieningen bevinden zich verspreid over de wijk. Aan de Burgemeester van Walsumlaan bevindt zich een opvanglocatie van het Leger des Heils, een orthodontiepraktijk en een dierenkliniek. Rondom het winkelcentrum aan de Forelkolk bevinden zich ook diverse zorggerelateerde voorzieningen (waaronder een tandartsenpraktijk). Aan de Landsheerlaan is een uitvaartverzorging gevestigd.

bijzonderde woonvormen

  • Stichting Fokus Ittersumerlanden, Democratenlaan 75
  • Stichting Frion

- locatie IJsselbolder, woonwerkcentrum voor mensen met een verstandelijke handicap, Commissarislaan

- locatie Looweerd, woonvorm, Eekhoornveld

- locatie Stern, woonvorm, Gouveneurslaan

  • Regionale Instelling Begeleid Wonen (RIBW), locatie Muijdermanstraat 2

religie

Aan de Pilotenlaan en Landsheerenlaan bevinden zich twee religieuse instellingen.

overige voorzieningen

In het Schellerpark is de wijkboerderij Schellerhoeve gelegen. Naast een kinderdagopvang en peuterspeelzaal maken diverse maatschappelijke organisaties gebruik van de wijkboerderij.

3.9 Milieu

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op aspecten die beperkingen met zich meebrengen bij het toekennen van bestemmingen. Het betreft zowel de diverse milieuaspecten als de ligging van kabels, leidingen en straalpaden. Op figuur 14 Milieukaart is een overzicht opgenomen van de beperkingen die van belang zijn voor het plangebied opgenomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.BP15011-0003_0015.png"

figuur 14 Milieukaart

3.9.1 Geluid

Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met de geluidsproductie van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Aan deze aspecten wordt in deze paragraaf aandacht besteed.

Wegverkeerslawaai

Volgens de WGH moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd naar de actuele geluidsbelasting indien een bestemmingsplan geluidsgevoelige functieveranderingen toestaat voor gebieden die liggen langs zoneplichtige wegen. Deze verplichting geldt niet voor wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 kilometer per uur. Dit geldt voor de meeste wegen in het plangebied. Langs de zoneplichtige wegen in het plangebied (IJsselallee, Oldeneelallee, Burgemeester De Vos van Steenwijklaan, Ittersumallee, Burgemeesteer Van Walsemlaan, IJsselcentraleweg, Professor Feldmannweg en een gedeelte van de Pilotenlaan en de Reysigerweg) zijn geen nieuwe geluidsgevoelige functies opgenomen, zodat een nader akoestisch onderzoek achterwege kan blijven.

In 2009 is een akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van een bestemmingsplanprocedure om verkeerskundige maatregelen ter verbetering van de doorstroming op de IJsselallee ruimtelijk mogelijk te maken. De resultaten van het onderzoek gaven aan dat vanwege de wijzigingen aan de betreffenden wegen geen sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder en dat het wegverkeerslawaai geen belemmering voor de uitvoering vormt.

Industrielawaai

Energiecentrale Harculo

In het plangebied bevindt zich het noordelijkste deel van de bestaande geluidszone van de energiecentrale Harculo. Deze zone is op de plankaart weergegeven. Er worden geen wijzingen in de bestaande zonegrens aangebracht. Binnen deze zone bevinden zich geen geluidsgevoelige bestemmingen. Ook zijn hier geen ontwikkelingen voorzien. Nader akoestisch onderzoek is dan ook niet nodig.

Locatie Energieweg

De woningbouwlocatie aan de Energieweg (planologisch bestemd in 2014: Wijzigingsplan Zwolle-Zuidwest Energieweg 7) is gelegen binnen de milieuzonering van een garagebedrijf en een schoolgebouw. Beide inrichtingen vallen onder milieucategorie 2, waarvoor een afstandsrichtlijn van 30 m tot gevoelige bebouwing geldt in een omgeving, die is aan te merken als rustige woonwijk. Aangezien een aantal van de woningen is geprojecteerd binnen een afstand van 30 meter tot genoemde bedrijven is, ten tijde van het voorbereiden van het wijzigingsplan, een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten op de gevels van de dichtstbijzijnde woningen (Nieman Raadgevende ingenieurs B.V. ref. WU130671aaA2.kt; d.d.15 januari 2014, gewijzigd 25 april 2014). De geluidsbelasting van het garagebedrijf is beoordeeld op basis van de activiteiten, die zijn gemeld in het kader van de AMvB. Uit het onderzoek is gebleken dat de bedrijfsactiviteiten niet leiden tot een overschrijding van de toetswaarde van 50 dB(A).

Voor de school is stemgeluid op de buitenspeelplaatsen akoestisch relevant. Hiervoor is geen wettelijke geluidnorm. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet voor menselijk stemgeluid wel een akoestische afweging gemaakt worden. Als beoordelingsniveau is aansluiting gezocht bij een waarde van 50 dB(A). Uit het onderzoek is gebleken, dat zonder voorzieningen de toetswaarde bij 12 woningen wordt overschreden. Er is inmiddels een geluidscherm geplaatst. Bij plaatsing van een geluidscherm van 2 m hoog op de erfafscheiding is bij slechts één woning sprake van een overschrijding op de zijgevel van de eerste verdieping. Ter compensatie kan de betreffende gevel doof worden uitgevoerd.

Spoorweglawaai

Aan de oostgrens van het plangebied ligt de spoorweg Zwolle-Deventer. Aan de Westkant de spoorlijn Zwolle-Amersfoort. De tot nu toe wegens een te geringe afstand tot de spoorlijn geldende beperkingen in de bestemmingen maatschappelijke doeleinden en gemengde doeleinden zijn overgenomen. Ook zijn de bestaande beperkingen in verband met het spoorweglawaai in de hoogte van de woonbebouwing in Oldenelerbroek overgenomen.

Ontwikkeling Gouverneurlaan - Cornelissenmarke

Op de hoek Gouverneurlaan - Cornelissenmarke wordt een bestaande woonzorgbestemming uitgebreid met een woonzorgeenheid (zie paragraaf 3.1). In verband met de nieuwbouw van deze woning is een onderzoek uitgevoerd naar geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai (Akoestisch onderzoek geluidbelasting, verbouw zorgapp. Gouverneurlaan Zwolle; 16-02-2016, nr. 20151213, Nieman Raadgevende Ingenieuers B.V.). Uit het onderzoek is gebleken dat niet aan de voorkeursgrenswaarde voor railverkeerslawaai kan worden voldaan. Wel wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde op grond van de Wet geluidhinder en aan de grenswaarde die op grond van gemeentelijk beleid wordt gehanteerd voor groenstedelijk gebied. Omdat tevens wordt voldaan aan de voorwaarde “opvulling van een open plek in de bebouwing” hebben burgemeester en wethouders besloten hogere waarden te verlenen. De hogere waarde procedure verloopt parallel aan de bestemmingsplanprocedure.

3.9.2 Bedrijvigheid (Wet milieubeheer)

Er is geïnventariseerd welke bedrijvigheid voorkomt in de wijk (zie paragraaf 3.8). Alle bedrijven in de gemeente Zwolle beschikken over een milieuvergunning op grond van de Wet Milieubeheer of over een melding ingediend op grond van een Algemene Maatregel van Bestuur. De verspreid door de wijk aanwezige kleinschalige bedrijvigheid heeft weinig invloed op de milieusituatie aldaar.

3.9.3 Luchtkwaliteit

In 2007 heeft de gemeente Zwolle ter voorbereiding op de vaststelling van het luchtkwaliteitsplan de luchtkwaliteit berekend ten gevolge van het autoverkeer op de gemeentelijke wegen en de rijksweg A28 in 2010 en 2020. Gebleken is dat in het plangebied in beide jaren geen overschrijdingen en ook geen bijna-overschrijdingen van de normen voor fijn stof (PM10) en NOx voorkomen. Ook uit de jaarrapportage 2012 van het ministerie van I&M voor de luchtkwaliteit in Nederland blijkt dat de concentraties PM10 en NOx in 2011, 2015 en 2020 ver onder de normen blijft. Er is geen overschrijding van de 24 uursconcentraties voor PM10 (minder dan 35 dagen). Bovendien zijn in dit bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen opgenomen, die van invloed zijn op de luchtkwaliteit in het plangebied.

3.9.4 Bodemkwaliteit

Zwolle-zuidwest bestaat voornamelijk uit woonbebouwing met een aantal maatschappelijke voorzieningen. Binnen het plangebied komt wat lichte bedrijvigheid voor. Op grond van historische informatie worden geen (grote) bodemverontreinigingen verwacht.

3.9.5 Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op het beheersen van risico's. Er wordt gelet op het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen in bedrijven alsmede op het transport van gevaarlijke stoffen via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Net buiten het plangebied bevindt zich het LPG-tankstation aan de IJsselallee Voor dit LPG-vulpunt, met een doorzet van maximaal 1000 m³ per jaar, zoals vastgelegd in de milieuvergunning, geldt een straal van 45 meter voor het plaatsgebonden (individuele) risico 10-6/jaar . Dit levert voor het plangebied geen probleem op. Binnen de straal van 45 meter bevinden zich geen gebouwen. Groepsrisico is een aandachtspunt, indien binnen een straal van 150 meter personen permanent verblijven. Er bevinden zich ca 10 woningen binnen een straal van 150 m van het vulpunt. Dit aantal is zo beperkt dat het groepsrisico ver beneden de oriëntatiewaarde blijft. Bovendien zijn er geen nieuwe ontwikkelingen binnen de invloedssfeer van het LPG-tankstation. Er worden gevaarlijke stoffen vervoerd over de IJsselallee en over de spoorwegen Zwolle-Amersfoort en Zwolle-Deventer. Langs deze assen zijn in dit bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen opgenomen.

3.9.6 Kabels, leidingen en straalpaden

Binnen het plangebied bevinden zich twee ondergrondse hoogspanningsverbindingen (behorend tot de 110.000 Volt hoogspanningskabelverbinding Zwolle Frankhuis - Zwolle Weteringkade). Eén bevindt zich ten noorden van de IJsselallee en de ander bevindt zich ten zuiden van de IJsselallee. Daarnaast bevinden zich in het plangebied een aantal hoofdwaterleidingen. Alle verbindingen en leidingen hebben in het bestemmingsplan een dubbelbestemming gekregen.

3.10 Duurzaamheid

Op 8 januari 2007 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Duurzaam Bouwen vastgesteld. Het beleid is van toepassing op gebouwen en grond-, weg- en waterbouw en is erop gericht dat overal een minimaal niveau voor duurzaamheid bereikt moeten worden. De beleidsvisie biedt twee mogelijkheden voor het realiseren van het minimale niveau. Bouwpartijen kunnen een keuze kunnen maken voor één van beide. De methodes verschillen in flexibiliteit. Eén methode, toepassing van GPR Gebouw geeft maximale flexibiliteit voor de bouwpartijen. Hierbij wordt het minimale niveau meegegeven, waarbij bouwpartijen door selectie uit een keur van maatregelen aan dit niveau kunnen komen. Het andere betreft een lijst van acht maatregelen, waaruit minimaal vijf maatregelen gekozen moeten worden. Dit geeft minder flexibiliteit aan bouwpartijen, maar wel duidelijkheid. Ook het minimale niveau is bovenwettelijk en ligt dus boven het niveau van het Bouwbesluit. Daarom zal gewerkt moeten worden met andere instrumenten, zoals bijvoorbeeld een convenant met de projectontwikkelaars.

 

Hoofdstuk 4 Juridische aspecten

4.1 Inleiding

Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Zwolle-zuidwest zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Zwolle-zuidwest.

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken:

Gevolgd door de volgende bijlagen:

Hoofdstuk 1 Inleidende regels:

De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels:

Artikel 1 Begrippen;

Artikel 2 Wijze van meten.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels:

Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen:

Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen.

Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen. De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht.

Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden.

De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt:

  • 1. Bestemmingsomschrijving;
  • 2. Bouwregels;
  • 3. Nadere eisen;
  • 4. Afwijken van de bouwregels;
  • 5. Specifieke gebruiksregels;
  • 6. Afwijken van de gebruiksregels;
  • 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;
  • 8. Wijzigingsbevoegdheid.

Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven.

  • 1. Bestemmingsomschrijving:

In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten.

  • 2. Bouwregels:

In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld.

Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een 'uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op het zelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak'. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'. Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde'.

De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen. De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden.

De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn. Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak.

  • 3. Nadere eisen:

Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld. Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie, en verkeersveiligheid. De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden door het stellen van nadere eisen. De criteria zijn in de bepaling van nadere eisen zelf opgenomen.

De procedure voor het stellen van nadere eisen is in deze bestemmingsregels omschreven in Algemene procedureregels .

  • 4. Afwijken van de bouwregels:

Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan kan worden afgeweken. Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels. De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen.

De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

  • 5. Specifieke gebruiksregels:

In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan.

  • 6. Afwijken van de gebruiksregels:

Bij specifieke gebruiksregels wordt in een aantal bestemmingen een daarop gerichte afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij zo'n specifieke afwijkingsbevoegdheid zijn ook hier de criteria opgenomen. Ook deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro

De procedure voor het afwijken van de gebruiksregels is omschreven in de Wabo.

  • 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden:

Door het opnemen van de eis voor een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo, kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Het betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bouwen wordt niet aangemerkt als zo'n inrichtingsactiviteit. De eis voor een dergelijke omgevingsvergunning wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals de landschappelijke of cultuurhistorische waarde. De eis voor deze omgevingsvergunning wordt met de criteria voor vergunningverlening in de bestemmingsregel opgenomen.

  • 8. Wijzigingsbevoegdheid:

Het gaat hier om een specifieke op een bepaalde bestemming gerichte wijzigingsbevoegdheid als bedoel in artikel 3.6, eerste lid onder a, van de Wro. Hierin wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om de betreffende bestemming op de aangegeven punten te wijzigen.

Op het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid is de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Uov) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing.

Toelichting op de regels voor dubbelbestemmingen:

Een dubbelbestemming wordt opgenomen in een bestemmingsplan wanneer er sprake is van twee functies die onafhankelijk van elkaar op dezelfde plaats voorkomen. Het opnemen van een dubbelbestemming zorgt met het oog op een specifiek belang voor bescherming van het betreffende gebied.

Het betreft in dit plan:

Artikel 22 Leiding - Hoogspanning;

Artikel 23 Leiding - Water;

Artikel 24 Waarde - Archeologie;

Artikel 25 Waarde - Cultuurhistorie;

Artikel 26 Waterstaat - Waterkering.

Deze bestemmingen liggen als het ware over de reguliere (enkel)bestemmingen heen. De bestemmingsomschrijving van de dubbelbestemming geeft aan dat de gronden, naast de andere aan die gronden gegeven (enkel)bestemmingen, mede voor deze dubbelbestemming zijn bestemd.

De opbouw van een dubbelbestemmingregel is dezelfde als die van een (enkel)bestemmingsregel, maar alleen die regels worden ter aanvulling opgenomen die noodzakelijk zijn. De regels in de dubbelbestemming geven de verhouding van de enkelbestemming ten opzicht van de dubbelbestemming aan.

Hoofdstuk 3 Algemene regels:

In de algemene regels zijn de volgende regels in onderstaande volgorde opgenomen:

Artikel 27 Anti-dubbeltelregel;

Artikel 28 Algemene bouwregels;

Artikel 30 Algemene aanduidingsregels milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied;

Artikel 31 Algemene aanduidingsregels vrijwaringszone - dijk

Artikel 32 Algemene afwijkingsregels;

Artikel 35 Algemene wijzigingsregels;

Artikel 34 Algemene procedureregels.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels:

In dit laatste hoofdstuk komen de overgangsregels en de slotbepaling aan de orde.

BIJLAGEN BIJ DE REGELS :

Ten slotte zijn als bijlagen bij de regels gevoegd:

4.2 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd.

Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft.

Artikel 2 Wijze van meten

Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.

4.3 Bestemmingsregels

Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven:

Artikel 4 Bedrijf - Nutsvoorziening

Uitgangspunten:

  • Nutsgebouwtjes met een oppervlakte van minder dan 15 m² en een hoogte van minder dan 3 meter zijn vergunningvrije bouwwerken. In de regels werd er daarom tot nu toe al geen rekening mee gehouden.
  • In het kader van de deregulering worden openbare nutsvoorzieningen tot een oppervlakte van 50 m² en met een goothoogte tot 3 meter en een nokhoogte tot 6 meter in de groen en verkeersbestemmingen toegestaan.
  • Nutsgebouwen met een oppervlakte van meer dan 50 m² worden specifiek op de plankaart aangegeven. Deze bestemming wordt ook op de plankaart aangegeven op plaatsen waar bestaande kleinere nutsgebouwtjes tot meer dan 50 m² moeten kunnen worden uitgebreid.

Artikel 9 Groen

Uitgangspunten:

  • Het structuurgroen en het buurtgroen is bestemd tot 'Groen'. De overige groengebieden zijn bij de bestemming 'Verkeer - Erftoegangsweg' gevoegd. In de bestemming Groen zijn paden voor langzaam verkeer toegestaan maar geen wegen en parkeervoorzieningen voor snelverkeer. Dit is vast beleid waar niet van zal worden afgeweken.
  • Bermen en groenstroken langs wegen, die geen structuur- of buurtgroen zijn, zijn opgenomen in de verkeersbestemmingen. Binnen deze laatste bestemmingen is een uitwisseling van groen, verkeer en parkeren overal toegestaan.
  • Binnen de bestemming Groen zijn overal trapveldjes en speelvoorzieningen mogelijk.
  • Binnen deze bestemming mogen overal gebouwtjes voor openbare nutsvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen tot 50 m² en met een goothoogte tot 3 meter en een nokhoogte tot 6 meter worden gebouwd.

Artikel 13 Sport

Op de gronden met deze bestemming mogen sportterreinen worden aangelegd en gebouwen ten behoeve van sportvoorzieningen worden gebouwd, waaronder ook een kantine is begrepen. Voor het bouwen van tribunes en gebouwen van meer dan 15 m² geldt dat deze uitsluitend binnen een bouwvlak mogen worden gebouwd.

Artikel 14 Tuin

Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen en carports bij recht worden gebouwd. Via een afwijking zijn bij een aangrenzend hoofdgebouw behorende bouwwerken wel mogelijk, mits geen aantasting plaatsvindt van de in de afwijkingsbevoegdheid genoemde criteria. Het gaat hier om bebouwing ten behoeve van uitbreiding van hoofdgebouwen, bij een aangrenzend hoofdgebouw behorende bijgebouwen en carports. Tevens moet zo nodig rekening worden gehouden met de Wet geluidhinder.

Artikel 16 Verkeer - Erftoegangsweg

Deze bestemming is opgenomen voor het verkeers- en verblijfsgebied met een erftoegangsfunctie. Het heeft een inrichting gericht op gemengd verkeer in een 30 kilometer gebied. Behalve de rijbanen zelf worden ook de bijbehorende bermen, voetpaden, fietspaden en parkeerplaatsen in de bestemming opgenomen. Ook groenvoorzieningen en speelvoorzieningen zijn als onderdeel van de verblijfsfunctie mogelijk in deze bestemming. Binnen deze bestemming mogen ook gebouwtjes voor openbare nutsvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen tot 50 m² en met een goothoogte tot 3 meter en een nokhoogte tot 6 meter worden gebouwd.

Artikel 18 Water

Deze bestemming omvat al het water dat van belang is voor de waterhuishouding van het gebied. Water dat voor de waterhuishouding niet van belang is, is opgenomen in de bestemmingsomschrijving van andere bestemmingen.

Artikel 19 Wonen

Deze bestemming is bedoeld voor de eengezinshuizen. Dit zijn gebouwen, welke één woning omvatten.

Uitgangspunten:

  • Alle bestaande eengezinshuizen in het plangebied worden als zodanig bestemd.
  • De bestaande bebouwing wordt conform het huidige legale gebruik en volume bestemd. Indien het geldende plan ruimere mogelijkheden geeft dan er gerealiseerd zijn, wordt volgens die ruimere mogelijkheden bestemd, indien realisatie nog aanvaardbaar is qua licht- en luchttoetreding.
  • Binnen het bouwvlak mogen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak worden gebouwd.
  • Op het erf binnen deze bestemming, dat buiten het bouwvlak is gelegen, mogen bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak worden gebouwd, maar geen zelfstandige hoofdgebouwen, waarvan situering niet ondenkbaar wordt bij het toestaan van grotere oppervlakten.
  • Halve meters bij hoogtebepalingen worden in het kader van de deregulering afgerond naar boven.
  • In het kader van de deregulering mag het erf binnen deze bestemming aan de zijkant en de achterkant van het bouwvlak zonder afwijking worden bebouwd met bijbehorende bouwwerken tot maximaal 50% en 100 m².
  • Ter wille van de openheid in het stedenbouwkundig beeld blijft het uitgangspunt waar mogelijk van toepassing om bijbehorende bouwwerken in de zijtuin achter de voorgevel van het hoofdgebouw te plaatsen.
  • Bij de bepaling van de voorzijde wordt gekeken waar de naar de weg toegekeerde grens van een bouwvlak en de naar de weg toegekeerde grens van de gevel van een hoofdgebouw is gelegen. Hierbij is de zijde van de hoofdtoegang van het hoofdgebouw bepalend.
  • In de voortuinen komt de bestemming 'Tuin', waar in principe geen gebouwen en carports zijn toegestaan.
  • Indien in de voortuinen gebouwen aanwezig zijn, wordt ter wille van de eenvoud van regeling en beheer een gebied met de bestemming 'Wonen' aangegeven dat voor 100% mag worden bebouwd.
  • Carports in de voortuinen worden niet wegbestemd, maar binnen de bestemming 'Wonen' met de 'specifieke bouwaanduiding-carport' aangegeven. Carports in de voortuinen worden alleen daar aangegeven waar de bouw van andere bijbehorende bouwwerken niet kan worden toegestaan.
  • Zelfstandige complexen van garageboxen worden binnen de bestemming 'Wonen' met een aparte aanduiding aangegeven.
  • Zo nodig kunnen nadere eisen worden gesteld aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, zodat bij het ontwikkelen van ongewenste situaties nog kan worden ingegrepen.
  • De huidige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis, die groter zijn dan de standaardregeling worden als afwijkend gebruik toegestaan.

Beroep aan huis:

Volgens vaste jurisprudentie moet binnen een woonbestemming ook een aan huis verbonden beroep worden toegelaten. Uit de jurisprudentie kan als enige ruimtelijk relevant criterium worden afgeleid het hebben van 'een ruimtelijke uitwerking of uitstraling, die in overeenstemming is met de woonfunctie van het betrokken perceel'.

Er is in dit plan een regeling opgenomen voor het gebruik van een deel van een woning voor een aan huis verbonden beroep, zoals in de gemeente Zwolle bij deze bestemming gebruikelijk is. De beperking van het ruimtebeslag van de woning met inbegrip van de bijgebouwen tot 30% van het vloeroppervlak van de woning (met een absoluut maximum van 50 m²) dient om het verlies of de bovenmatige aantasting van de woonfunctie of van het woonkarakter tegen te gaan. Op deze wijze wordt tevens voorkomen dat de verkeersaantrekkende werking te groot zal worden.

Het verhuren of anderszins beschikbaar stellen van woonruimte aan derden voor de uitoefening van een beroep of bedrijf, hoe gering ook van omvang, is zonder meer als strijdig met de woonbestemming aan te merken.

In de begrippen is een definitie opgenomen over wat onder een aan huis verbonden beroep moet worden verstaan. Het gaat om een dienstverlenend beroep. De definitie van beroep aan huis is gelijk aan de landelijk gehanteerde standaarddefinitie. Indien er personeel in dienst wordt genomen kan er eerder sprake zijn van een ruimtelijke uitwerking of uitstraling die niet met de woonfunctie in overeenstemming is.

Bouwwerken, zonder dak:

Bij de regeling van deze bouwwerken is geen verschil gemaakt tussen verschillende soorten bouwwerken. Elk bouwwerk dat functioneel past in de bestemming kan worden toegelaten. Volstaan is met algemene bepalingen omtrent de maximum hoogte. Daarbij is voor erf- of perceelafscheidingen aansluiting gezocht bij het criterium voor vergunningvrij bouwen van het Bor en voor de afwijking bij het criterium van de Bouwverordening.

Afwijkend gebruik:

De hoofdgebouwen met een afwijkend gebruik dat niet valt onder beroep aan huis of met een beroep aan huis groter dan 30% / 50m² zijn met een aanduiding op de plankaart aangegeven. In Bijlage 1 Lijst van afwijkend gebruik behorend bij de regels staat aangegeven welk afwijkend gebruik is toegelaten en voor welk deel van het hoofdgebouw dit afwijkende gebruik is toegestaan.

Wet geluidhinder

In verband met de Wet geluidhinder is het op een aantal erven niet toegestaan geluidsgevoelige functies te realiseren. De desbetreffende erven zijn aangeduid als 'specifieke vorm van wonen uitgesloten - geluidsgevoelige functie'. In de begrippen is omschreven wat onder geluidsgevoelige functies bij woningen moet worden verstaan.

Artikel 20 Wonen - Meergezinshuis

Deze bestemming is bedoeld voor meergezinshuizen. Dit zijn flats en andere gebouwen met meerdere naast en/of boven elkaar gelegen woningen, welke in tegenstelling tot het eengezinshuis qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kunnen worden. De definitie van eengezinshuis en meergezinshuis is opgenomen in de begrippen. Voor deze bestemming gelden de zelfde uitgangspunten en regels als voor de bestemming 'Wonen'.

Bijgebouwenregeling:

De regels voor bijbehorende bouwwerken wijken af van de regeling voor de eengezinshuizen. Per afzonderlijke gestapelde woning mag buiten het bouwvlak 25 m² worden gebouwd. Daarnaast mag er een onbeperkte oppervlakte worden gebouwd ten behoeve van algemene voorzieningen voor het meergezinshuis. Dit voorzover het bestemmingsvlak dit toelaat. Waar geen bijbehorende bouwwerken gewenst zijn, komt de bestemming 'Tuin'.

Artikel 21 Wonen - Woonwagen

Deze bestemming is voor de woonwagenlocaties in het plangebied. De regels bij deze bestemming volgen zoveel mogelijk de geldende regels zoals vastgelegd in de richtlijnen van de nota 'Woonwagenlocaties en standplaatsen' van april 2000.

Artikel 23 Leiding - Water

Deze bestemming valt samen met andere bestemmingen en wordt daarom dubbelbestemming genoemd. Deze dubbelbestemming omvat het in het plangebied gelegen ondergrondse net van hoofdtransportleidingen voor de drinkwatervoorziening. Deze leidingen transporteren drinkwater van de productielocatie naar centrale punten in de verderop gelegen voorzieningsgebieden.
In een brief van 27 februari 2004 heeft waterleidingbedrijf Vitens de gemeente verzocht de voor het bedrijf cruciale hoofdtransportleidingen in de bestemmingsplannen op te nemen. Het bedrijf beriep zich daarbij op de 'Handreiking en beoordeling ruimtelijke plannen' van de provincie Overijssel. Voor de invoer van de juiste gegevens heeft Vitens de gemeente later een digitaal bestand met de bedoelde hoofdtransportleidingen toegezonden. De leidingen zijn conform dit bestand opgenomen.
Bouwwerken ten behoeve van andere bestemmingen, welke met deze dubbelbestemming samenvallen, mogen uitsluitend worden gebouwd met toepassing van een afwijking, nadat advies van de leidingbeheerder is ingewonnen.
Ter bescherming van de leidingen is voor het uitvoeren van een aantal werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een omgevingsvergunningenstelsel van toepassing.

Artikel 24 Waarde - Archeologie

Uitgangspunten voor deze dubbelbestemming zijn:

  • De gebieden die volgens de gemeentelijke archeologische waarderingskaart een grote vondstkans hebben (50% of meer) zijn mede bestemd tot archeologisch waardevol gebied.
  • Bij de regeling voor de dubbelbestemming is nauwe aansluiting gezocht bij de Wet op de archeologische monumentenzorg.
  • Bij verstoringen in de bodem met een grotere diepte dan 0,5 meter en een grotere oppervlakte dan 100 m² zijn specifieke bouwregels en een omgevingsgunningenstelsel conform de regeling uit de Wet op de archeologische monumentenzorg van toepassing.

Artikel 26 Waterstaat - Waterkering

Bouwwerken ten behoeve van andere bestemmingen, welke met deze dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering samenvallen, mogen uitsluitend worden gebouwd met toepassing van een afwijking, mits geen afbreuk wordt gedaan aan de waterstaatsbelangen en vooraf advies is ingewonnen van de waterstaatsbeheerder. Naast deze dubbelbestemming blijft de keur van het waterschap Drents Overijsselse Delta onverkort van kracht. Op grond van de keur is voor een aantal werken en werkzaamheden een watervergunning van het waterschap nodig. Ter voorkoming van dubbele regelgeving en bevoegdheidsconflicten en ter voorkoming van een onnodig star en bij een wijziging van de keur snel verouderend bestemmingsplan zijn de voorschriften van de keur niet in het bestemmingsplan opgenomen.
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning ten behoeve van een andere (dubbel)bestemming dienen niet alleen de belangen van deze bestemmingen te worden afgewogen, maar ook de waterstaatsbelangen. Voor werken en werkzaamheden met betrekking tot het aanbrengen van rivier- en kanaalverlichting, bebakeningvoorwerpen en waterstandsignalerende apparatuur is geen omgevingsvergunning nodig.

4.4 Algemene regels

Artikel 27 Anti-dubbeltelregel

De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Artikel 28 Algemene bouwregels

In dit artikel wordt geregeld dat een bouwplan moet voorzien in voldoende ruimte voor parkeren, laden en lossen. Wat voldoende is, wordt op basis van het algemene parkeerbeleid van de gemeente Zwolle bepaald tijdens de beoordeling van een bouwplan. Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien anderszins in voldoende ruimte kan worden voorzien. Ten slotte kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, onder andere op basis van criteria van het algemene parkeerbeleid.

Artikel 29 Algemene aanduidingsregels geluidzone - industrie 2

Dit artikel betreft de vastlegging van de bestaande geluidszone rond de energiecentrale Harculo.

Artikel 30 Algemene aanduidingsregels milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied

Dit artikel regelt de bescherming van het grondwaterbeschermingsbied 'Engelse Werk'. Hier mogen in principe niet zonder vergunning beouwwerken worde opgericht of werken en werkzaamheden uitgevoerd.

Artikel 32 Algemene afwijkingsregels

In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van de zogenaamde 'toverformule' opgenomen. Bij een omgevingsvergunning moet van het gebruiksverbod worden afgeweken, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Daarnaast wordt in deze regels de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn.

Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen.

Artikel 34 Algemene procedureregels

Hierin wordt de standaardprocedure bij Zwolse bestemmingsplannen voor de voorbereiding van een besluit tot het stellen van een nadere eis beschreven.

Artikel 35 Algemene wijzigingsregels

Deze regel maakt het mogelijk de bestemmingen 'Groen', 'Tuin', 'Verkeer - Erftoegangsweg', 'Wonen' alsmede 'Wonen - Meergezinshuis' onder in deze regel omschreven voorwaarden zodanig te wijzigen dat de situering en de vorm van de in het plan aangegeven bouwvlakken met bijbehorende tuinen, erven, wegen en groenvoorzieningen worden gewijzigd dan wel nieuwe bouwvlakken met bijbehorende tuinen, erven, wegen en groenvoorzieningen worden aangegeven.

4.5 Overgangs- en slotregels

Artikel 36 Overgangsrecht

Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Bro is voorgeschreven.

Tevens is een hardheidsclausule opgenomen in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht op de wijze zoals door de regering bij de totstandkoming van het Bro werd aanbevolen.

Artikel 37 Slotregel

Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.

4.6 Bijlagen

Bijlage 1 Lijst van afwijkend gebruik:

Deze bijlage omvat per adres het afwijkend gebruik dat binnen de bestemmingen Wonen en Wonen - Meergezinshuis is toegestaan

Bijlage 2 Lijst met horecacategorieën:

Deze lijst geeft de horecacategorieën aan, welke toelaatbaar zijn in de bestemmingen Detailhandel - Bovenwoning. Het is een algemene lijst, welke toegepast wordt in de Zwolse bestemmingsplannen. Per bestemming wordt bepaald welke categorieën toelaatbaar zijn.

Bijlage 3 Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging:

De staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging is een algemene staat die toegepast wordt bij bestemmingsplannen van de gemeente Zwolle. De staat is gebaseerd op het VNG-rapport 'Bedrijven en milieuzonering' van maart 2009. De staat behoort bij de bestemming Bedrijf en Gemengd. De staat maakt als Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging onderdeel uit van de regels en daardoor heeft zij rechtstreekse werking. Een niet in de staat genoemd bedrijf kan dus niet worden gevestigd, evenmin als een wel genoemd bedrijf, dat als niet toelaatbaar staat aangegeven. Een zodanig bedrijf kan in een concreet geval qua aard en invloed op de omgeving toch wel aanvaardbaar zijn. Daarom is voorzien in een afwijking voor gelijkwaardige bedrijven. De formulering is afgestemd op de eisen die de jurisprudentie daaraan stelt. In Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging is voorafgaand aan de staat een algemene verklaring van de opzet van de staat en de betekenis van de gebruikte afkortingen opgenomen.

Bijlage 5 Lijst met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en structuren:

De Lijst met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en structuren heeft een attentiewaarde. De opgenomen bebouwing is van hoge cultuurhistorische waarde en dient zo veel als mogelijk beschermd te worden.

4.7 Handboek

Dit bestemmingsplan is vervaardigd conform de richtlijnen van het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21.

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid

5.1 Economische uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan is hoofdzakelijk conserverend van karakter. In verband met het feit dat de gemeente binnen het conserverende gedeelte van het plangebied geen nieuwe ontwikkelingen met financiële consequenties initieert, is het niet nodig om bij dit bestemmingsplan een exploitatieplan voor het conserverende gedeelte te voegen.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1 Uitkomsten overleg

Op 21 januari 2016 is het voorontwerpbestemmingsplan Zwolle-Zuidwest in het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening naar 7 instanties verzonden met het verzoek om voor 18 februari 2016 te reageren.

Het plan is toegezonden naar de volgende instanties:

  • 1. provincie Overijssel
  • 2. Tennet
  • 3. Gasunie
  • 4. Vitens
  • 5. Veiligheidsregio
  • 6. Waterschap Drents Overijsselse Delta
  • 7. Wijkenvereniging Zwolle Zuid

Ad 1

De provincie geeft aan dat indien het plan ongewijzigd in procedure wordt gebracht er vanuit het provinciaal belang geen beletselen zijn voor het verdere vervolg van deze procedure.

Ad 2

Tennet geeft aan dat één van de hoogspanningskabels in het plangebied niet is vermeld op de verbeelding. Daarnaast stelt Tennet voor de planregels aan te passen conform eerder gemaakte afspraken en doet zij een voorstel om de toelichting te verduidelijken op het punt van de hoogspanningsverbindingen.

Reactie gemeente

De juiste dubbelbestemmingen met hoogspanningskabels zijn op de verbeelding ingetekend. Het betreffen twee kabels ten noorden en zuiden van de IJsselallee. De planregels en de toelichting zijn aangepast conform de opmerkingen van Tennet.

Ad 3

De Gasunie geeft aan dat het voorontwerp geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen.

Ad 4

Geen reactie ontvangen.

Ad 5

De Veiligheidsregio geeft in haar reactie aan dat bij nieuwe ontwikkelingen die passend zijn binnen het bestemmingsplan aandacht besteed moet worden aan mechanische ventilatie vanwege de mogelijkheid van toxische wolken bij ongevallen op de IJsselallee. Daarnaast moet in het bestemmingsplan aandacht besteed worden aan het vragen van advies over zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid.

Reactie gemeente

De vooroverlegreactie wordt doorgestuurd aan de afdeling Vergunningen zodat zij initiatiefnemers kunnen wijzen op de mechanische ventilatie bij aanvragen om ongevingsvergunningen. In de toelichting is in de paragraaf milieuparagraaf aandacht geschonken aan de aspecten zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid. Deze aspecten, alsmede het vragen van advies aan de brandweer, komen aan de orde bij de vergunningverlening.

Ad 6

Het waterschap geeft aan dat de (dubbel)bestemming 'Waterstaat - Waterkering' ontbreekt voor de dijk langs de IJssel. Daarmee samenhangend ontbreekt ook de vrijwaringszone aan de binnendijkse zijde. Het waterschap verzoekt hierop de verbeelding, planregels en toelichting aan te passen.

Reactie gemeente

De dijk is gelegen in het uiterste zuidelijke puntje van het plangebied. De dubbelbestemming is opgenomen op de verbeelding. De toelichting en planregels zijn aangepast.

Ad 7

Het voorontwerpbestemmingsplan is ter kennis gestuurd aan de wijkenvereniging.