direct naar inhoud van Regels
Plan: Tam-omgevingsplan h22b aansluitplicht warmtenet en verplichtingen voor installaties
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0184.TAM22b-VA01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Toepassingsbereik

1.1 Omgevingsplan Urk

Dit plan wijzigt het omgevingsplan van de gemeente Urk in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan een hoofdstuk 22b wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22b van het omgevingsplan van de gemeente Urk. In de koppen van de artikelen en bijlagen behorende bij hoofdstuk 22b moet voor het artikelnummer '22b' gelezen worden.

Als in dit plan wordt verwezen naar een artikel van 'het omgevingsplan' dan wordt met 'het omgevingsplan' gedoeld op het omgevingsplan gemeente Urk (ook wel genoemd 'de bruidsschat') zoals deze gold ten tijde van de vaststelling van dit plan.

1.2 Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat (voorrangsbepaling)

De regels in artikel 22.10 van het omgevingsplan zijn in zijn geheel niet van toepassing voor de regels in dit plan. De regels in artikel 22.63 van het omgevingsplan worden in dit plan aangevuld. Voor zover de regels in 22.63 van het omgevingsplan in strijd zijn met de regels in dit plan, hebben de regels in dit plan voorrang.

1.3 Verwijzing naar verbeelding

De regels in dit plan zijn van toepassing op de locatie Tam-omgevingsplan h22b Verplichtingen distributienet voor warmte en technische eisen aan installaties, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer .NL.IMRO.0184.TAM22b-VA01

Artikel 2 Begripsbepalingen

2.1 Van toepassing verklaring

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit plan.

2.2 Aanvullende begrippen

In aanvulling op het bepaalde in artikel 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de volgende begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.16 gehanteerd.

2.3 Plan

Tam-omgevingsplan h22b "Verplichtingen distributienet voor warmte en technische eisen aan installaties" met identificatienummer NL.IMRO.0184.TAM22b-VA01 bestaande uit:

  • 1. de geometrisch bepaalde planobjecten zoals vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0184.TAM22b-VA01;
  • 2. de in dit plan opgenomen regels; en
  • 3. de daarbij behorende bijlagen;
2.4 Akoestisch rapport

een akoestisch rapport is een document dat het resultaat is van een akoestisch onderzoek dat voldoet aan de vereisten uit Bijlage IVh en XVII van de Omgevingsregeling;

2.5 Bouwwerk

constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerk gebonden installaties;

2.6 Bruto vloeroppervlak

bruto-vloeroppervlakte als bedoeld in NEN 2580;

2.7 Distributienet voor warmte

collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater;

2.8 Installatie

collectieve of individuele installatie die warmte levert aan een bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden ten behoeve van ruimteverwarming;

2.9 Gebruiksfunctie

gedeelten van een of meer bouwwerken die dezelfde gebruiksbestemming hebben en die samen een gebruikseenheid vormen;

2.10 Gebruiksgebied

vrij indeelbaar gedeelte van een gebruiksfunctie waar voor de gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten plaatsvinden, dat bestaat uit een of meer op dezelfde bouwlaag gelegen ruimten gelegen in een brandcompartiment die niet door een dragende scheidingsconstructie van elkaar zijn gescheiden en die geen toiletruimte, badruimte, technische ruimte of verkeersruimte zijn, tenzij die ruimte zelf een functieruimte is;

2.11 Gelijkwaardige maatregel

maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet;

2.12 Geluidgevoelig gebouw

een gebouw als bedoeld in artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

2.13 Logiesfunctie

gebruiksfunctie voor het bieden van recreatief verblijf of tijdelijk onderdak aan personen;

2.14 Unitbouw

verschillende aan elkaar gebouwde autonoom functionerende panden met eigen toegang, eigen toilet, eigen nutsaansluitingen met eigen meterruimte. Elk pand is bestemd voor de uitoefening van één bedrijf en zijn met minimaal één gehele zijde aan elkaar gebouwd;

2.15 Verblijfsgebied

gebruiksgebied of een gedeelte daarvan voor het verblijven van personen;

2.16 Woonfunctie

gebruiksfunctie voor het wonen.

Hoofdstuk 2 Aansluitplicht warmtenet

Artikel 3 Toepassingsbereik

De regels in dit hoofdstuk gaan over de aansluitplicht op het distributienet voor warmte binnen het plangebied en de uitzonderingen hierop.

Artikel 4 Aansluitplicht warmtenet

  • 1. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid, de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een nieuw te bouwen bouwwerk, een gebouw zijnde, aangesloten op het distributienet voor warmte.
  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing indien een gelijkwaardige maatregel wordt toegepast. Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft tenminste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in de beleidsregels 'Warmteplan Zeeheldenwijk en Port of Urk' opgenomen waarden, zoals deze gelden ten tijde van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning.
  • 3. Onverminderd het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing op het bouwen van een bouwwerk, een gebouw zijnde, dat kleiner is dan 100 vierkante meter bruto vloeroppervlak en geen woon- of logiesfunctie bevat.
  • 4. Als voor de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing.

Artikel 5 Ontheffing van aansluitplicht warmtenet

  • 1. Het warmtebedrijf kan een gemotiveerd verzoek doen aan het college tot ontheffing van de aansluitplicht indien de aansluitafstand dermate groot is, dat het vanuit het vanuit technisch, financieel en/of praktisch oogpunt niet wenselijk is om het bouwwerk aan te sluiten.
  • 2. Het college kan medewerking verlenen aan dit verzoek als het warmtebedrijf voldoende aannemelijk maakt dat:
    • a. het om een uitzonderlijke situatie gaat;
    • b. het aannemelijk is dat voldaan wordt aan lid 1.

Hoofdstuk 3 Aanvullende eisen voor collectieve of individuele installaties

Artikel 6 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op een installatie, die wordt gerealiseerd na de inwerkingtreding van dit plan.

Artikel 7 Geluidvoorschrift

In aanvulling op artikel 22.63, eerste lid, van het omgevingsplan en met het oog op het beperken van geluidhinder, is het geluid door een installatie die (i) buitenpandig is gerealiseerd of in de gevel, dak of schoorsteen is verwerkt en (ii) een tonaal geluid veroorzaakt als bedoeld in de NEN-ISO 1996-2:2017 en beschreven in artikel 4 bijlage XVII van de Omgevingsregeling, afzonderlijk of in combinatie met andere bestaande of vergunde installaties, op een geluidgevoelig gebouw niet hoger dan:

  • 1. 45 dB (A) in de periode 07.00 - 19.00 uur (dagperiode);
  • 2. 40 dB (A) in de periode 19.00 - 23.00 uur (avondperiode);
  • 3. 35 dB (A) in de periode 23.00 - 07.00 uur (nachtperiode).

Artikel 8 Voorschrift beperken netcongestie

  • 1. Met het oog op het beperken van netcongestie mag een collectieve of individuele installatie die warmte levert aan een bouwwerk met een verblijfsgebied ten behoeve van ruimteverwarming - bij piekbelasting - maximaal 0.3 elektrische aanvoervermogen per 1.00 kW thermisch afgegeven vermogen verbruiken bij een afgiftetemperatuur van 40oC.
  • 2. Bij het bepalen van het elektrisch aanvoervermogen, als bedoeld in het eerste lid, blijft de externe afgifte buiten beschouwing.

Artikel 9 Meldingsplicht

Acht weken voorafgaand aan het eerste gebruik van een installatie moet een melding worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders, waarbij moet worden bijgevoegd:

  • 1. Wanneer sprake is van een installatie die (i) buitenpandig is gerealiseerd of in de gevel, dak of schoorsteen is verwerkt en (ii) een tonaal veroorzaakt als bedoeld in de NEN-ISO 1996-2:2017 en (iii) binnen een afstand is gelegen van 50 meter tot een geluidgevoelig gebouw: een akoestisch rapport waaruit volgt dat is voldaan aan de geluidnormen uit artikel 3.2.
  • 2. Voor iedere installatie: een berekening volgens Bijlage Q van de NTA 8800, waaruit volgt dat de installatie voldoet aan de norm uit artikel 3.3 eerste lid.
  • 3. Voor een installatie met als bron de buitenlucht moet worden uitgegaan van de buiten(ontwerp)conditie van een tempratuur van -7oC en een afgiftetemperatuur van 40oC.