direct naar inhoud van 2.7 Waterparagraaf
Plan: Bestemmingsplan Marknesse
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0171.BP00506-VS01

2.7 Waterparagraaf

2.7.1 Inleiding

De waterparagraaf maakt inzichtelijk hoe het vigerend waterbeleid is vertaald naar waterhuishoudkundige inrichtingsmaatregelen in het bestaand bebouwd gebied van Marknesse. Hoe wordt in dit plangebied omgegaan met water en op welke wijze draagt de inrichting bij aan:

  • 1. Veiligheid;
  • 2. Voldoende water;
  • 3. Anticperen op watertekort;
  • 4. Schoon water.

Proces van de watertoets

Aan de hand van de beslisboom (figuur 1 blz. 14) uit het Waterkader van het Waterschap Zuiderzeeland (januari 2007) kan voor het voorliggende plan de procedure kleine plannen worden gevolgd. Dit geldt voor het conserverende deel van het bestemmingsplan en de ontwikkelingen die het mogelijk maakt, te weten:de verplaatsing van het busstation (van de Breestraat naar het Oosteinde) en het gezondheidscentrum (Emmeloordseweg 2a). Een samenvatting van de resultaten van de watertoets is opgenomen in paragraaf 2.7.2. Indien van toepassing wordt daarbij aandacht besteed aan de ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. De volledige samenvatting van de watertoets (conserverend deel en busstation) en het logboek (gezondheidscentrum) zijn opgenomen in bijlage 3 van de toelichting.

2.7.2 Beschrijving van het watersysteem

  • 1. Veiligheid/Waterkeringen

Het plan ligt niet binnen de kern-, vrijwarings- of buitenbeschermingszone van een waterkering. Het is daarom niet te verwachten dat het plan van invloed zal zijn op de veiligheid van een waterkering.

Er wordt in het plan geen gebruik gemaakt van bodemenergie, ofwel warmte koude opslag.

  • 2. Voldoende Water

Wateroverlast

Het bestemmingsplan maakt een tweetal nieuwe ontwikkelingen mogelijk, namelijk een gezondheidscentrum (Emmeloordseweg 2a) en de verplaatsing van het busstation (Oosteinde). Beide ontwikkelingen hebben een toename van het verhard oppervlak tot gevolg, respectievelijk van 1.097 m2 (gezondheidscentrum) en 1.250 m2 (busstation). In verband met de aanleg van het busstation wordt tevens een sloot gedempt. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal in overleg met het Waterschap worden bepaald hoeveel en waar de watercompensatie moet worden gerealiseerd. Voor de aanleg van de parkeerplaatsen (gezondheidscentrum) zal half open verharding of grastegels worden toegepast. Hiermee vervalt een deel van de compensatieplicht.

Voor het overige heeft de herziening van het bestemmingsplan geen gevolgen voor de huidige situatie. Er vindt geen toename van verhard oppervlak en/of het verdwijnen van ruimte voor waterberging plaats. Dit geeft geen aanleiding om compenserende maatregelen te moeten treffen in het kader van het principe “waterneutraal bouwen” om piekafvoeren te kunnen opvangen. Voor dit gebied geldt de afvoernorm van stedelijk gebied. De maximale afvoer uit het gebied is daarbij 1,5 l/s/ha bij een neerslagsituatie met een herhalingstijd van 100 jaar.

Goed functionerend watersysteem

In verband met de aanleg van het busstation wordt water gedempt. Voordat met enige demping wordt gestart, dient de compensatie van open water (verleggen, verbreden of nieuw aanleggen) te zijn aangelegd. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming en het Interprovinciaal beleid voor de toepassing van secundaire grondstoffen in werken. Het plangebied bevindt zich binnen tien meter afstand van een bestaande watergang. De watergang wordt ten minste aan 1 zijde voorzien van een obstakelvrije werkstrook van minimaal 5 meter breed. Bij een waterbreedte vanaf 12 meter (Noordoostpolder vanaf 8 meter) geldt dit aan weerszijden. Hierbij wordt rekening gehouden met een benodigde doorrijhoogte van 4 meter ten behoeve van onderhoudsmateriaal.

Ter hoogte van de Walcherselaan-Sluis bevindt zich een schutsluis in de Zwolsevaart, waarmee in de kern van Marknesse een scheiding aanwezig is tussen de beheergebieden van de de Lage Afdeling en de Hoge Afdeling. Ten oosten van de sluis is het streefpeil

-4.50 m NAP van de Zwolsevaart met het omliggende oppervlaktewatersysteem, waartoe ook het pand van de Marknesservaart deels behoort. Ter hoogte van de Expansie gaat de Marknesservaart door middel van een aanwezige stuwconstructie over naar de Tussenafdeling (-5.00 m NAP). Ten westen van de sluis is het streefpeil -5.70 m NAP met daar het omheen liggend watersysteem. Deze streefpeilen gelden zowel voor de zomer- als de winterperiode.

Het hoogste maaiveldniveau in de kern van Marknesse bevindt zich zowel langs de westzijde van de Marknesservaart en direct ten zuiden van de Zwolsevaart (-2.50 m NAP). Het gebied aan de noordwestzijde van de woonkern is lager: -3.50 m NAP. Het bestaande bedrijventerrein aan de oostzijde van de Marknesservaart heeft een maaiveldhoogte van -3.10 m NAP.

In Marknesse-Zuid (west) is sprake van een gestuwd peilvak. Het stuwpeil is hoger (-3.80 m NAP) dan het aangrenzende waterpeil. Ten gevolge van weersomstandigheden kan dit waterpeil tijdelijk fluctueren tussen 0,20 m boven en 0,20 m onder het stuwpeil.

In situaties met een watertekort, waarbij het waterpeil uitzakt naar een lager niveau dan -3.85 m NAP, moet buitenwater vanuit de Hoge Afdeling van de Zwolsevaart worden ingelaten. Door middel van aanwezige aanvoersloten ten zuidoosten en zuiden van Marknesse-zuid wordt water aangevoerd naar het opvoergemaal. In het opvoergemaal kan via een terugslagklep buitenwater worden ingelaten in de stedelijke waterpartij. Bij het stijgen van een waterpeil hoger dan -3.55 m NAP vindt via een gereguleerde overstort met behulp van aanwezige wervelventielen plaats met een maximale afvoer van 1,5 l/s/ha naar de Zwolsevaart (-5.70 m NAP).

In het plangebied is een voldoende drooglegging aanwezig, rekeninghoudend met het hiervoor gehanteerde Normaalwaternormpeil (N.W.-normpeil). Ten opzichte van de aanleghoogten wordt voldaan aan de drooglegging voor stedelijk gebied van 1,20 meter. Er zijn geen structureel nadelige gevolgen aanwezig voor en door (grond)water in de omgeving.

  • 3. Anticiperen op watertekortr

Tijdens extreme droge perioden dient het inlaten van water mogelijk te zijn/blijven. De beschikbaarheid van water binnen het plangebied wordt in perioden van extreme droogte bepaald volgens de landelijke verdringingsreeks:

  • 1. Veiligheid en voorkomen van onomkeerbare schade: achtereenvolgens stabiliteit waterkeringen, klink en zetting (veen en hoogveen) en natuur (gebonden aan bodemgesteldheid).
  • 2. Nutsvoorzieningen. Achtereenvolgens drinkwatervoorzieningen en energievoorzieningen.
  • 3. Kleinschalig hoogwaardig gebruik: tijdelijke beregening kapitaalintensieve gewassen en proceswater.
  • 4. Overige belangen: scheepvaart, landbouw, natuur (zolang geen onomkeerbare schade optreedt), industrie, waterrecreatie en binnenvisserij.

4. Schoon water

Goede structuur diversiteit

Bij de inrichting van het bestaande watersysteem wordt gestreefd naar het behouden van een ecologisch gezond watersysteem.

Goede oppervlaktewaterkwaliteit

Voor Marknesse-zuid (west) is voldoende zorg besteed aan een goede oppervlaktewaterkwaliteit door het instellen van een gestuwd peilvak. Door het hanteren van een hoger peil ten opzichte van het omliggende polderpeil, kan de aanwezige negatieve kwel worden onderdrukt. De aangelegde stedelijke waterpartij wordt voldoende gevoed door de in deze woonwijk aanwezige wadi's en regenwaterpartijen.

Op het bedrijventerrein van de Expansie heeft de aanwezige waterpartij een waterpeil van -4.50 m NAP, waar de maximale afvoer van 1,5 l/s/ha wordt geregeld door middel van een regelbare stuw ter plaatse van de Marknesservaart.

Ter plaatse van de Groene Zoom is in de bestaande woonkern van Marknesse een gracht opgenomen, waarbij vanuit de Marknesservaart (-4.50 m NAP) ter hoogte van het Kerkpad water wordt ingelaten. De aflaat vindt vervolgens plaats door middel van aanwezige duikerverbinding ter hoogte van de Boslaan naar de Zwolsevaart (-5.70 m NAP). Door middel van het aanwezige peilverschil tussen de Marknesservaart en de Zwolsevaart vindt langs natuurlijke weg een voldoende circulatie plaats om het stedelijk water voldoende te verversen met het kwalitatief betere water van de Hoge Afdeling. Daarnaast is in de Warande met de aansluitende hofjes Meidoorn-, Rozen- en Jasmijnhof, Clematisstraat-Boszoom en de Westervoor recent naast het gemengde riool een regenwaterleiding aangelegd. Het ingezamelde regenwater wordt afgevoerd naar de aanwezige gracht in de Groen Zoom en draagt ook bij aan de verversing van de oppervlaktewaterkwaliteit.

Goed omgaan met afvalwater

Binnen de bestaande oude dorpskern is een verbeterd gemengd rioleringsstelsel aanwezig. In dit rioleringsstelsel zijn een viertal externe riooloverstorten opgenomen. De locaties van de drie noodoverstorten zijn aanwezig ter hoogte van Hoge Sluis en Oude Weg, Barrage en Emmeloordseweg en Oudeweg en Expansie. De hoofdoverstort bevindt zich in het verlengde van de Emmeloordseweg in de groenstrook ter hoogte van Parcours naar de Zwolsevaart. Voor het bewerkstelligen van een milieutechnische verbetering is voor deze overstort een bergbezinkbassin met een inhoud van circa 400 m3 aangelegd. Bij hevige regenval, waarbij het totale gemengde rioleringsstelsel overbelast raakt, dringt het bergbezinkbassin bij incidentele overstortingen de vuiluitworp op het oppervlaktewater van de Espelervaart met circa 50% terug.

Op bedrijventerrein De Expansie is een deels verbeterd gescheiden en een gescheiden rioleringsstelsel aanwezig. Bij het verbeterd gescheiden stelsel wordt de zogenaamde “first flush” afgevoerd naar het aanwezig pompgemaal om vervolgens te kunnen worden afgevoerd naar de awzi te Tollebeek. De verharde oppervlakken aangemerkt als schoon, worden door middel van het gescheiden stelsel direct afgevoerd naar de aanwezige waterpartij op dit bedrijventerrein.

In Marknesse-zuid (west) is tijdens de eerste fase een gemengd rioleringsstelsel aangelegd, gevolgd in de tweede fase door de aanleg van alleen een ondergrondse droogweerafvoer. In de tweede fase is in deze woonwijk gekozen om het regenwater via aanwezige molgoten bovengronds af te voeren naar wadi's, drainkoffers en oppervlaktewater. Het ingezamelde stedelijk afvalwater van fasen 2, voert het afvalwater gecombineerd met het in planfase 1 uitgevoerde gemengde rioleringsstelsel af, via een zinker onder de Zwolsevaart naar het aanwezige gemengde rioleringsstelsel in de oude dorpskern van Marknesse.

Bij toekomstige vervanging van het bestaande gemengde rioleringsstelsel, is het de doelstelling van de gemeente Noordoostpolder om kansen te benutten om het relatief schone regenwater te scheiden van de bestaande afvalwaterstroom.

Conclusie

Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen planvorming.