direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Heren van Wormer
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0880.BW2181020000-0401

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Op de hoek van de Talingstraat en de Kemphaanstraat in Wormer was voorheen de gemeentelijke bibliotheek gevestigd. Na sloop van de bibliotheek is de locatie beschikbaar gekomen voor de ontwikkeling van woningbouw. Voor het plangebied is om die reden een woningbouwplan ontwikkeld dat voorziet in de realisatie van acht grondgebonden twee-onder-één-kapwoningen.

In het vigerende bestemmingsplan "Woonkern Wormer en Lint" hebben de gronden van het plangebied een maatschappelijke bestemming en een groenbestemming. De ontwikkeling van het beoogde bouwplan is op basis van het vigerende bestemmingsplan dan ook niet mogelijk.

Wel is er in het bestemmingsplan voor het plangebied een wijzigingsbevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders opgenomen. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen, met dien verstande dat de bestemmingen ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingzone - wijzigingsgebied 2' kunnen worden gewijzigd in de bestemmingen 'Groen', 'Natuur', 'Tuin', 'Verkeer - Verblijfsgebied' en/of 'Wonen'.

Om de ontwikkeling mogelijk te maken is de gemeente voornemens om gebruik te maken van de in het plan opgenomen wijzigingsbevoegdheid. Het voorliggend wijzigingsplan maakt de realisatie van het beoogde woningbouwplan mogelijk.

1.2 Plangebied

Zoals reeds aangeven bevindt het plangebied zich op de hoek van de Talingstraat en de Kemphaanstraat in Wormer. Het betreft een locatie aan de noordzijde van de wijk Plaszoom. Direct ten noorden van het plangebied zelf bevindt zich een watersportvereniging direct gelegen aan de 'De Poel'. Voor het overige kan de omgeving van het plangebied getypeerd worden als een woonomgeving. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit intensief beheerd grasland met bomen. De voormalige bibliotheek is reeds geruime tijd geleden gesloopt.

Op de navolgende afbeeldingen is de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij voorliggend wijzigingsplan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0880.BW2181020000-0401_0001.jpg"

Globale ligging plangebied

afbeelding "i_NL.IMRO.0880.BW2181020000-0401_0002.jpg"

Globale begrenzing plangebied

1.3 Geldend bestemmingsplan

De gronden van het plangebied vallen onder de werking van het bestemmingsplan "Woonkern Wormer en Lint", vastgesteld op 21 maart 2017. De gronden binnen het plangebied zijn bestemd als 'Maatschappelijk', 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Groen'.

De ontwikkeling van het beoogde woningbouwplan met acht grondgebonden twee-onder-één- kapwoningen is op basis van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk. Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan "Woonkern Wormer en Lint" ter plaatse van het plangebied weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0880.BW2181020000-0401_0003.jpg"

Uitsnede vigerend bestemmingsplan met globale aanduiding plangebied (blauw kader)

Ter plaatse van het plangebied geldt, naast de beschreven bestemmingen, de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 2'. In artikel 41, lid 3 van de planregels is de bevoegdheid opgenomen voor het college van burgemeester en wethouders om het bestemmingsplan te wijzigen, met dien verstande dat de bestemmingen ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 2' kunnen worden gewijzigd in de bestemmingen 'Groen', 'Natuur', 'Tuin', 'Verkeer - Verblijfsgebied' en/of 'Wonen'. Aan de wijzigingsbevoegdheid is een aantal voorwaarden verbonden, waarop in hoofdstuk 3.2.4 nader wordt ingegaan.

Opgemerkt wordt dat het plangebied van voorliggend wijzigingsplan niet de gehele gebiedsaanduiding beslaat, maar slechts een deel. Het plangebied is met een blauwe omlijning weergegeven in bovenstaande figuur, de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 2' met een rode omlijning.

Dit wijzigingsplan maakt de beoogde ontwikkeling van acht grondgebonden twee-onder-één-kapwoningen juridisch-planologisch mogelijk, door toepassing van de wijzigingsbevoegdheid uit artikel 41.3 van het bestemmingsplan "Woonkern Wormer en Lint".

1.4 Leeswijzer

Dit wijzigingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit vijf hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk (hoofdstuk 2) beschrijft de bestaande en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader van de verschillende overheden waaraan het plan moet voldoen en bevat de milieu- en omgevingsaspecten van het plan. De toelichting sluit af met hoofdstukken over de opbouw van de planregels (hoofdstuk 4) en de uitkomsten van de gevolgde procedure (hoofdstuk 5).

Hoofdstuk 2 Het plan

2.1 Bestaande situatie

Het plangebied betreft de voormalige locatie van de bibliotheek in Wormer. De bestaande bebouwing op het perceel is reeds geruime tijd geleden gesloopt en thans bestaat het plangebied uit intensief beheerd grasland met enkele bomen. In navolgende figuur is een impressie van het plangebied weergegeven in de periode dat de bibliotheek nog aanwezig was. De bibliotheek is reeds in 2011 gesloopt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0880.BW2181020000-0401_0004.jpg"

Impressie voormalige situatie plangebied

Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2.300 m2 en is aan de westzijde begroeid met een aantal forse bomen die bij de planontwikkeling worden behouden. Aan deze westzijde bevindt zich ook een watergang, die in de nieuwe situatie direct grenst aan de tuinen van de nieuw te ontwikkelen woningen. Het plangebied grenst aan de oostzijde aan de bestaande woonwijk. Aan de noordzijde is een watersportvereniging gelegen.

In navolgende figuur is een globale impressie van het plangebied weergegeven na sloop van de bibliotheek.

afbeelding "i_NL.IMRO.0880.BW2181020000-0401_0005.jpg"

Impressie huidige situatie plangebied

2.2 Toekomstige situatie

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een stedenbouwkundige verkaveling inclusief beeldkwaliteitparagraaf opgesteld. Dit document is als Bijlage 1 bij dit wijzigingsplan gevoegd. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van acht grondgebonden twee-onder-één- kapwoningen met bijbehorende tuinen en parkeervoorzieningen. In totaal betreft dit een viertal bouwvolumen. De uitgeefbare grond binnen het plangebied heeft een omvang van circa 1.700 m2 en het openbare gebied heeft een omvang van circa 600 m2. Navolgend wordt ingegaan op de stedenbouwkundige verkaveling binnen het plangebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0880.BW2181020000-0401_0006.png"

Stedenbouwkundige verkaveling plangebied

Stedenbouw

De omgeving van het plangebied rondom de Kemphaanstraat is grotendeels in stroken met woningen verkaveld. Deels met drie lagen en een plat dak en deels in twee lagen en een kap. Het plangebied grenst aan de westzijde aan een fraaie watergang waar ook een viertal hoge bomen staan.

Om de maximale opbrengst van de zon te kunnen genereren (niet alleen warmte en licht, maar ook energetische opbrengsten) en om voor alle woningen een tuin aan het water te kunnen situeren, is ervoor gekozen de volumen van de woningen zoveel mogelijk te situeren aan de oostzijde van het plangebied.

Gekozen is om de typologie van stroken bebouwing te continueren, maar dan met een aaneenschakeling van twee-onder-één-kapwoningen. Hiermee sluit het stedenbouwkundig ontwerp aan bij de omringende bebouwing. Navolgend is indicatief een tweetal perspectieven van de beoogde nieuwbouw opgenomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0880.BW2181020000-0401_0007.jpg"

Aanzicht vanaf de Kemphaanstraat (indicatief)

afbeelding "i_NL.IMRO.0880.BW2181020000-0401_0008.jpg"

Aanzicht vanaf de Sternstraat (indicatief)

Bebouwing

De acht grondgebonden twee-onder-één-kapwoningen worden uitgevoerd in een viertal bouwvolumen. Er ontstaat een meer individueel karakter doordat de woningen in verschillende kleuren metselwerk uitgevoerd worden. De woningen zijn identiek en gespiegeld ten opzichte van elkaar.

De woningen worden uitgevoerd als zogeheten ZEN-woningen (zeer energie zuinig). Zo worden de woningen niet aangesloten op aardgas, maar is sprake van een duurzame opwekking van stroom in de vorm van warmtekoudopslag en PV panelen. Daarnaast zijn de woningen levensloopbestendig en geschikt voor verschillende doelgroepen.

Verkeer en parkeren

De woningen worden ontsloten aan de oostzijde. Hier zal een korte oprit naar een parallelweg gaan, waar zestien parkeerplaatsen zijn gelegen. Daarnaast worden er twee parkeerplaatsen aan de overzijde van deze parallelweg gerealiseerd. De woningen worden aan de oostzijde vanaf deze weg ontsloten. De parkeerplaatsen van de woningen liggen voor de entree van de woningen. In totaal worden achttien nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd, naast de reeds aanwezige parkeerplaatsen aan de Kemphaanstraat.

Groen

Een aantal bomen binnen het plangebied moeten mogelijk gerooid worden, onder andere als gevolg van het einde van de levensduur of als gevolg van de uitvoering van voorliggend plan. Compensatie bij de uitvoering is gewenst en volgt na overleg tussen ontwikkelaar en gemeente. Aan de noord- en zuidzijde zullen begroeide hagen de erven van de openbare weg scheiden. Aan de westzijde sluiten de tuinen van de woningen aan op de watergang. De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden blijven onaangetast.

Hoofdstuk 3 Haalbaarheid

3.1 Inleiding

Ten behoeve van het wijzigingsplan moet de uitvoerbaarheid van het plan worden aangetoond. Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een nieuwe ontwikkeling ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. Hierbij moet worden gedacht aan onder meer het ruimtelijke beleid van de hogere overheden en de gemeente zelf, milieuaspecten als geluid, bodem en hinder van bedrijven, water, externe veiligheid, archeologie en economische haalbaarheid. De beoogde ontwikkeling is op deze aspecten getoetst. In dit hoofdstuk is aangegeven wat hiervan de resultaten zijn.

3.2 Beleid

3.2.1 Algemeen

Bij voorliggend plan wordt gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid uit het geldend bestemmingsplan "Woonkern Wormer en Lint" van de gemeente Wormerland. Voor wat betreft het gemeentelijk beleid wordt dan ook uitsluitend aan de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid getoetst. Voorliggend plan wordt in overeenstemming geacht te zijn met het rijks- en provinciaal beleid omdat de wijzigingsbevoegdheid reeds in het kader van het 'moederplan' is getoetst aan dit beleid. Voor de volledigheid is echter wel een beperkte toetsing uitgevoerd.

3.2.2 Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Conclusie

In de 'Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte' zijn nationale belangen opgenomen die zorgen voor een gegarandeerde basiskwaliteit voor alle bewoners van Nederland. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is van beperkte betekenis voor onderhavig wijzigingsplan. Dit wijzigingsplan voorziet in de toevoeging van een achttal woningen binnen bestaand stedelijk gebied op de voormalige locatie van de bibliotheek. Voor dit initiatief is in de SVIR geen specifiek ruimtelijk beleid van toepassing.

Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede lid)

Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek is opgenomen. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening.

Met de ladder worden eisen gesteld aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Conclusie

Dit wijzigingsplan voorziet in de toevoeging van een achttal woningen binnen bestaand stedelijk gebied op de voormalige locatie van de bibliotheek. Ten opzichte van de geldende planologische situatie neemt het aantal woningen in het plangebied toe. De realisatie van de woningen is, middels een wijzigingsbevoegdheid, reeds mogelijk gemaakt in het moederplan ("Woonkern Wormer en Lint"). Het initiatief wordt, gezien het aantal woningen, niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling en wordt bovendien binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd.

3.2.3 Provinciaal beleid

Structuurvisie Noord-Holland 2040

In de 'Structuurvisie 2040: Kwaliteit door veelzijdigheid' (geactualiseerd op 28 september 2015), geeft de provincie aan welke belangen een rol spelen bij de ruimtelijke ordening in Noord-Holland. Hierbij gaat het om ruimtelijke kwaliteit, duurzaam ruimtegebruik en klimaatbestendigheid. Deze worden geborgd en uitgevoerd door instrumenten in te zetten vanuit de onderliggende provinciale ruimtelijke belangen. De provincie wil steden optimaal benutten, landschappen open houden en ruimte bieden aan economie en woningbouw. De provincie Noord-Holland streeft naar verdere stedelijke verdichting en helpt gemeenten bij het optimaliseren van het gebruik van bestaand bebouwd gebied (voorheen 'rode contour').

Conclusie

Dit wijzigingsplan voorziet in de toevoeging van een achttal woningen binnen bestaand stedelijk gebied op de voormalige locatie van de bibliotheek. Hiermee wordt het stedelijk gebied verder verdicht en wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse verbeterd. Hiermee draagt het plan bij aan de provinciale doelstellingen.

Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie

Bij de Structuurvisie hoort een Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), die de regels stelt waaraan bestemmingsplannen, wijzigings- en uitwerkingsplannen, beheersverordeningen en (tijdelijke) omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan dienen te voldoen. Het is aan gemeenten om hun ruimtelijke plannen in overeenstemming te brengen met de PRV.

De verordening stelt regels voor de begrenzing van bestaand stedelijk gebied en zeer restrictieve regels voor verstedelijkingsbeleid in het landelijk gebied. Deze regels komen voort uit de ruimtelijke hoofddoelstellingen van de structuurvisie en gaan onder andere over stedelijke ontwikkeling in het buitengebied en de daaraan te stellen ruimtelijke kwaliteitseisen, de Ruimte voor Ruimte-regeling en de mogelijkheden voor verbrede landbouw.

Conclusie

Het plangebied van voorliggend wijzigingsplan is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Door invulling van een thans 'braakliggend' terrein wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse verhoogd en wordt voorkomen dat buiten het bebouwd gebied gebouwd wordt.

3.2.4 Gemeentelijk beleid

Bestemmingsplan Woonkern Wormer en Lint

In artikel 41.3 van het bestemmingsplan "Woonkern Wormer en Lint" is een wijzigingsbevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders opgenomen. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen, met dien verstande dat de bestemmingen ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingzone - wijzigingsgebied 2' kunnen worden gewijzigd in de bestemmingen 'Groen', 'Natuur', 'Tuin', 'Verkeer - Verblijfsgebied' en/of 'Wonen'. Aan deze wijzigingsbevoegdheid zijn de volgende voorwaarden gesteld:

  • a. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 8;
  • b. binnen het wijzigingsgebied dienen voldoende parkeerplaatsen te worden gerealiseerd, waarbij dient te worden voldaan aan het ten tijde van de aanvraag geldende parkeerbeleid;
  • c. de herinrichting van het gebied vindt plaats op basis van een door de gemeenteraad vastgestelde stedenbouwkundige verkaveling inclusief beeldkwaliteitsplan, waarbij rekening is gehouden met cultuurhistorische en stedenbouwkundig waarden in (de omgeving van) het gebied;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden worden niet onevenredig aangetast;
  • e. het straat- en bebouwingsbeeld wordt niet onevenredig aangetast;
  • f. het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen wordt niet onevenredig aangetast;
  • g. er is geen sprake van milieuhygiënische belemmeringen;
  • h. het kostenverhaal is verzekerd en de economische uitvoerbaarheid is gewaarborgd;
  • i. het bepaalde in artikel 12, 16, 19, 21 en/of 23 is van overeenkomstige toepassing.

Hierna wordt de beoogde ontwikkeling van 8 grondgebonden twee-onder-één-kapwoningen getoetst aan de randvoorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid.

Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 8

De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van acht grondgebonden twee-onder-één-kapwoningen. Derhalve wordt het voorgeschreven maximum aantal niet overschreden en wordt voldaan aan de voorwaarde.

Binnen het wijzigingsgebied dienen voldoende parkeerplaatsen te worden gerealiseerd

Uit paragraaf 3.7 blijkt dat binnen het wijzigingsgebied wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarde.

Herinrichting van het gebied vindt plaats op een vastgesteld stedenbouwkundige verkaveling inclusief beeldkwaliteitplan, rekening houdend met cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling van acht grondgebonden twee-onder-één-kapwoningen is een stedenbouwkundige verkaveling en een beeldkwaliteitplan opgesteld. Deze beiden documenten zullen voorafgaand aan de vaststelling van voorliggend wijzigingsplan worden vastgesteld door de gemeenteraad, waarmee aan de voorwaarde wordt voldaan. Behandeling van de documenten vindt plaats in de raadsvergadering van 19 september 2017.

Gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden mag niet onevenredig worden aangetast

De beoogde ontwikkeling van acht grondgebonden twee-onder-één-kapwoningen voorziet in de toevoeging van een milieuhindergevoelige functie. In die zin is er geen aantasting van gebruiksmogelijkheden voor de omliggende woningen. Uit paragraaf 3.3.5 blijkt verder dat de toevoeging van woningen geen effect heeft op de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende watersportvereniging. Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarde.

Het straat- en bebouwingsbeeld mag niet onevenredig worden aangetast

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling van acht grondgebonden twee-onder-één-kapwoningen is een stedenbouwkundige verkaveling inclusief beeldkwaliteitplan opgesteld. Hierbij is rekening gehouden met de in de omgeving aanwezige stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden. Een afgevaardigde van de welstandscommissie heeft het plan op hoofdlijnen akkoord bevonden. Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarde.

Het woon- en leefklimaat van omliggende woningen mag niet onevenredig worden aangetast

Al eerder werd geconcludeerd dat de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet mag worden aangetast. De omgeving van het plangebied betreft een overwegend woongebied, waarbinnen de acht grondgebonden twee-onder-één-kapwoningen zich goed voegen. Verder grenzen de nieuwe woningen niet direct aan percelen van bestaande woningen, maar worden van elkaar gescheiden door enerzijds water en anderzijds een woonstraat. Daarbij wordt opgemerkt dat hier voorheen een bibliotheek gevestigd was, welke voor aanzienlijk meer verkeersbewegingen en activiteiten zorgden dan de invulling met woningen. Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarde.

Er is geen sprake van milieuhygiënische belemmeringen

Uit paragraaf 3.3 blijkt dat er geen sprake is van milieuhygiënische beperkingen. Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarde.

Het kostenverhaal is verzekerd en de economische uitvoerbaarheid is gewaarborgd

In paragraaf 3.8 is de economische uitvoerbaarheid van voorliggend wijzigingsplan onderbouwd. Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarde.

Het bepaalde in artikel 12, 16, 19, 21 en/of 23 is van overeenkomstige toepassing

Voorliggend wijzigingsplan wijzigt uitsluitend de verbeelding ter plaatse van het wijzigingsgebied en legt hier de bestemming neer die in de wijzigingsbevoegdheid opgenomen zijn. Voor wat betreft de regels van voorliggend wijzigingsplan wordt verwezen naar de regels uit het moederplan. Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarde.

3.3 Milieu

3.3.1 Bodem

Algemeen

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet aangetoond worden dat de bodem- en grondwaterkwaliteit ter plaatse van het besluitgebied geschikt zijn voor het beoogde gebruik.

Toetsing

De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van acht grondgebonden twee-onder-één-kapwoningen ter plaatse van de voormalige locatie van de bibliotheek. In februari 2005 heeft er een verkennend bodemonderzoek1 op de locatie plaatsgevonden. Uit het onderzoek komt naar voren dat er geen aanleiding aanwezig is voor aanvullend onderzoek. Na sloop van de bibliotheek op de locatie is er een asbest in grond onderzoek2 uitgevoerd. De beide onderzoeken zijn voor advies voorgelegd aan de Milieudienst Waterland.

De Milieudienst concludeert in een memo van april 2012, die als Bijlage 2 is toegevoegd, dat op basis van het asbest in grondonderzoek visueel en analytisch geen asbest in grond is aangetroffen. Daarnaast geven zij aan dat voor de gehele locatie in 2005 een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd en dat daarbij eveneens geen asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Op basis van de beschikbare gegevens, concludeert de milieudienst dat er, naar de op dit moment geldende maatstaven, geen milieuhygiënische belemmeringen aanwezig zijn voor de uitgifte van het perceel.

Na sloop van de bibliotheek ter plaatse is de locatie ingezaaid met gras en hebben er geen bodembedreigende activiteiten op het perceel plaats gevonden. Ten behoeve van de planologische procedure is hiermee en de uitvoerbaarheid voor het aspect bodem voldoende aangetoond. Bij de daadwerkelijke grondoverdracht en aanvraag omgevingsvergunning zal, gezien de geldigheidsduur van een bodemonderzoek, hernieuwd bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden.

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect bodem geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Bij de daadwerkelijke grondoverdracht en aanvraag omgevingsvergunning zal, gezien de geldigheidsduur van een bodemonderzoek, hernieuwd bodemonderzoek uitgevoerd moeten worden.

3.3.2 Geluid

Algemeen

De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen.

Toetsing
In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) liggen er zones rond wegen en spoorlijnen en gezoneerde industrieterreinen. Wegen op een woonerf of met een maximumsnelheid van 30 km/uur hebben geen zone. Binnen een zone moet voor het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, onderzoek worden gedaan naar de optredende geluidbelasting. De omliggende wegen betreffen zogeheten 30 km/u wegen. Deze wegen hebben geen zone in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh). Om die reden kan onderzoek achterwege blijven. Gezien de verkeersintensiteiten van de omliggende wegen van het plangebied is er geen geluidhinder te verwachten op de woningen.

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect geluid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.

3.3.3 Luchtkwaliteit

Algemeen

De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan.

Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd, kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio's om samen te werken aan een schonere lucht, waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 øg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM.

Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein.
Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden.

Toetsing

De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van acht grondgebonden twee-onder-één-kapwoningen. Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan van deze omvang (minder dan 1.500 woningen) niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Toetsing aan de grenswaarden is derhalve niet noodzakelijk.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico's kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is de monitoringstool3 uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van de rijksoverheid geraadpleegd. De monitoringstool geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in het plangebied tussen 2015 en 2030. De monitoringstool kent scenario's zonder en met lokale maatregelen die er voor moeten zorgen dat op termijn overal aan de grenswaarden wordt voldaan. Beide typen scenario's laten in de toekomst een afname van de concentraties zien. Dit komt doordat bedrijven en het verkeer steeds schoner worden door technologische verbeteringen. De monitoringstool maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2015, 2020 en 2030 in het plangebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's.
In het plangebied worden geen gevoelige functies beoogd zoals bedoeld in het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Toetsing aan de grenswaarden is daarom niet noodzakelijk.

Conclusie
Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.

3.3.4 Externe veiligheid

Algemeen

Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire bronnen (chemische fabriek, lpg-vulpunt) en de mobiele bronnen (route gevaarlijke stoffen). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijk slachtoffers. Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico biedt burgers in hun woonomgeving een minimum beschermingsniveau tegen gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde en voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten.

Plaatsgebonden risico  

Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Deze kans mag niet groter zijn dan eens in de miljoen jaar. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan het plaatsgebonden risico van 10-6 als grenswaarde.

Groepsrisico  

Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Een ongeval met 100 doden leidt tot meer ontwrichting, leed en emoties, dan een ongeval met 10 dodelijke slachtoffers. Aan de kans op een ramp met 100 doden wordt dan ook een grens gesteld, die een factor honderd lager ligt dan voor een ramp met 10 doden. In het Bevi (stb. 250, 2004) wordt verder een verantwoordingsplicht (door de overheid) voor het groepsrisico rond inrichtingen wettelijk geregeld (art. 13). De verantwoording houdt in dat wordt aangegeven of risico's acceptabel zijn en welke maatregelen worden genomen om de risico's te verkleinen.

Toetsing

Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van de Risicokaart Nederland weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0880.BW2181020000-0401_0009.jpg"

Uitsnede Risicokaart Nederland met globale aanduiding plangebied (blauw)

De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van acht grondgebonden twee-onder-één-kapwoningen op de voormalige locatie van de bibliotheek. Hiermee worden nieuwe kwetsbare objecten in het plangebied mogelijk gemaakt.

Op een afstand van circa 250 meter bevindt zich één stationaire bron in de vorm van het zwembad Het Zwet. Deze inrichting is op basis van de milieuvergunning op de risicokaart opgenomen. Binnen de inrichting worden gevaarlijke stoffen opgeslagen, namelijk een opslagtank voor chloorbleekloog met een inhoud van 2.000 liter. De grens van het plaatsgebonden risico van 10-6 ligt op 0 meter. De afstand tot het plangebied is daarmee voldoende groot. Deze inrichting heeft geen groepsrisico. Nadere toetsing aan het groepsrisico is daarom niet noodzakelijk.

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de beoogde ontwikkeling in het plangebied.

3.3.5 Milieuzonering

Algemeen

Indien door middel van een plan nieuwe, gevoelige functies of milieuhinderveroorzakende functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu binnen en buiten het plangebied mogelijk is. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van nieuwe gevoelige functies.

Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningen, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de aanbevolen richtafstanden met één stap worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf de grens van de locatie van de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies.

Toetsing

Voorliggend wijzigingsplan maakt de realisatie van acht grondgebonden twee-onder-één-kapwoningen mogelijk. Hiermee wordt een nieuwe milieuhindergevoelige bestemming toegevoegd. Het plangebied en haar omgeving maakt gezien de aanwezige functies deel uit van een 'rustige woonwijk'. In de directe omgeving van het plangebied is slechts één milieuhinderveroorzakende functie gelegen. Het betreft het watersportvereniging aan de Sternstraat. Naast verkoop van watersportgerelateerde artikelen, traint hier ook een kanovereniging.

De activiteiten kunnen getypeerd worden als detailhandel en sportvereniging. Derhalve is sprake van categorie 1 bedrijvigheid, die goed inpasbaar is in een woonomgeving. De afstandsnorm voor dergelijke bedrijven bedraagt 10 meter. De nieuwe woningen worden op een afstand van ruim 10 meter gerealiseerd, waarmee voldaan wordt aan de afstandseis.

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect milieuzonering geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de beoogde ontwikkeling in het plangebied.

3.4 Water

3.4.1 Beleid

Rijksbeleid

Op het gebied van water is er beleid en regelgeving op Europees en rijksniveau, zoals de Kaderrichtlijn Water, het nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationaal Waterplan. De doelstellingen en uitgangspunten van dit beleid zijn niet rechtstreeks van toepassing op dit bestemmingsplan, maar krijgen hun doorwerking in het beleid van de provincie Noord-Holland en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

Waterprogramma 2016-2021

Het waterprogramma betreft één plan met een reeks aan maatregelen, activiteiten, prioriteiten en samenwerkingsplannen van het Hoogheemraadschap voor de periode 2016-2021.

In het Waterprogramma 2016 – 2021 wordt antwoord gegeven op de vragen:

  • Hoe wordt in de toekomst gezorgd voor veilige dijken, droge voeten en voldoende schoon en gezond water in Hollands Noorderkwartier?
  • Welke benadering wordt daarvoor gekozen?
  • En welke kosten en inzet gaan daarmee gepaard?

Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) presenteert in het Waterprogramma het beleid, de maatregelen, de programma's en de projecten die ze in de periode 2016 – 2021 gaan uitvoeren. Het Hoogheemraadschap bouwt voort op de regionale Deltavisie en verankert de landelijke Deltabeslissingen. Met dit Waterprogramma wordt richting gegeven aan het waterbeheer tussen 2016 en 2021. Dat is nodig, want de klimaatverandering en de veranderende maatschappij dwingen tot aanscherping en heroverweging van keuzes. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Veranderende patronen in communicatie en participatie in de maatschappij vragen grotere betrokkenheid en intensievere dialoog met de partners en belanghebbenden. Bovendien zijn er steeds meer partijen betrokken bij het waterbeheer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk.

Keur 2016

De keur bevat regels voor het beheer, gebruik en onderhoud van waterstaatswerken, zoals waterkeringen en watergangen. De regels hebben tot doel watersystemen in stand te houden en waterstaatswerken goed te laten functioneren. Daarvoor zijn in de keur verplichtingen en verbodsbepalingen opgenomen. Op grond van de keur zijn binnen de begrenzingen van het waterstaatswerk en de beschermingszone bepaalde handelingen verboden. Voor geplande werkzaamheden die plaats vinden binnen deze zones moet vooraf contact gezocht worden met het hoogheemraadschap. Afhankelijk van de aard van de werkzaamheden moet een watervergunning worden aangevraagd.

3.4.2 Situatie plangebied

Huidige situatie

Het plangebied van voorliggend wijzigingsplan is gelegen op korte afstand van de primaire watergang 'De Poel'. Ten aanzien van dit oppervlaktewater gelden geen beperkingen voor het voorliggende plangebied .

Toekomstige situatie

Onderhavige ontwikkeling is kleinschalig van aard. In de oorspronkelijke situatie was het plangebied verhard en dat zal in de nieuwe situatie deels ook zo zijn. De nieuwe verharding zal ongeveer bestaan uit een oppervlakte van 600 m2, hetgeen aanzienlijk kleiner is dan de bestaande toegestane bouwmogelijkheden in het plangebied (binnen de bestemming Maatschappelijk). Het bebouwde/verharde oppervlak neemt dus formeel af. Om die reden zijn de waterhuishoudkundige gevolgen door onderhavig plan zeer beperkt. Een nader onderzoek is om die reden niet noodzakelijk. Het aspect water werpt geen belemmeringen op voor voorliggende ontwikkeling.

3.4.3 Watertoets

Algemeen

De watertoets is in feite geen 'toets', maar een proces waarbij de waterbeheerder samenwerkt met de overheid die verantwoordelijk is voor een ruimtelijk plan. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het uitvoeren van een watertoets betrekt de waterbeheerder actief bij ruimtelijke besluitvormingsprocessen en geeft water een duidelijke plek binnen de ruimtelijke ordening.

Meestal is het waterschap de waterbeheerder, maar soms moeten ook andere waterbeheerders worden betrokken bij de planvorming (bijvoorbeeld Rijkswaterstaat). De watertoets heeft betrekking op alle ruimtelijke plannen en besluiten (onder andere bestemmingsplannen, structuurvisies en omgevingsvergunningen voor bouwen of gebruik waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan).

Toets

Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Voor het doorlopen van de watertoets gebruikt dit hoogheemraadschap de website www.dewatertoets.nl. Het Hoogheemraadschap kijkt, op basis van de antwoorden die op de website worden ingevuld, of bij de ruimtelijke ontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. De watertoets is als Bijlage 3 bij dit wijzigingsplan gevoegd.

Het bebouwde/verharde oppervlak binnen het plangebied neemt af. Om die reden zijn de waterhuishoudkundige gevolgen door onderhavig plan zeer beperkt. Een nader onderzoek is om die reden niet noodzakelijk. Het aspect water werpt geen belemmeringen op voor voorliggende ontwikkeling.

3.4.4 Conclusie

Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

3.5 Cultuurhistorie en archeologie

3.5.1 Archeologie

Algemeen

Door ondertekening van het verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast.

Toetsing

In de Archeologienota Wormerland 2010 wordt het beleid van de gemeente ten aanzien van archeologie beschreven. De in deze nota omschreven archeologische waarden zijn doorvertaald naar de vigerende bestemmingsplannen in de gemeente door middel van zogeheten dubbelbestemmingen. Volgens de verbeelding van het bestemmingsplan "Woonkern Wormer en lint" gelden ter plaatse van het plangebied geen archeologische dubbelbestemmingen. Om die reden kan archeologisch onderzoek achterwege blijven.

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect archeologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de gewenste ontwikkelingen in het plangebied.

3.5.2 Cultuurhistorie

Algemeen

Door de wijziging van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Om die reden is een korte analyse verricht van de ontstaansgeschiedenis en de mogelijk aanwezige cultuurhistorische waarden in het gebied.

Toetsing

Het plangebied van voorliggend wijzigingsplan betreft de voormalige locatie van de bibliotheek in Wormer. De bibliotheek is reeds geruime tijd geleden gesloopt en thans ligt het plangebied braak en is ingezaaid met gras. Binnen het plangebied, dan wel in de directe omgeving van het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden die met de bouw van de acht grondgebonden twee-onder-één-kapwoningen verloren kunnen gaan.

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de gewenste ontwikkelingen in het plangebied.

3.6 Flora en fauna

3.6.1 Algemeen

Voordat ruimtelijke ingrepen mogen plaatsvinden, dienen de gevolgen voor beschermde natuurwaarden en de consequenties in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te zijn gebracht.

3.6.2 Toetsing

In de huidige situatie bestaat het plangebied uit grasland, hetgeen intensief wordt beheerd. Een aantal bomen binnen het plangebied moeten mogelijk gerooid worden, onder andere als gevolg van het einde van de levensduur of als gevolg van de uitvoering van voorliggend plan. Compensatie bij de uitvoering is gewenst en volgt na overleg tussen ontwikkelaar en gemeente. Indien bomen worden gerooid zal dit, na verlening van een kapvergunning, plaatsvinden buiten het broedseizoen.

Negatieve effecten op flora en fauna, als gevolg van de bouw van de woningen, zijn niet te verwachten.

3.6.3 Conclusie

Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

3.7 Verkeer en parkeren

3.7.1 Verkeer

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet in de ontwikkeling van acht grondgebonden twee-onder-één-kapwoningen in de kern Wormer. Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen per woning is uitgegaan van de kengetallen van het CROW, publicatie 317 van oktober 2012.

Voor wat betreft de verkeersgeneratie geldt voor woningen in de categorie 'koop, twee-onder-een-kap', verstedelijkingsgraad 'matig stedelijk' in de rest van de bebouwde kom een verkeersgeneratie per woning van minimaal 7,4 en maximaal 8,2 bewegingen per dag. De totale verkeersgeneratie voor de beoogde acht woningen komt daarmee neer op minimaal 59,2 en maximaal 65,6 verkeersbewegingen per dag.

De realisatie van acht extra woningen kent dus een generatie van ongeveer 62 verkeersbewegingen per dag, hetgeen niet leidt tot een substantiële toename van het aantal verkeersbewegingen. Daarbij moet worden opgemerkt dat de verkeersbewegingen die voorheen gemoeid waren met de bibliotheek komen te vervallen. Het aantal verkeersbewegingen afgezet tegen het aantal bewegingen met de bibliotheek zal dus nog fors lager liggen. De bestaande ontsluitingsstructuur heeft voldoende capaciteit om een toename van ongeveer 62 verkeersbewegingen per dag te verwerken.

3.7.2 Parkeren

Voorliggend wijzigingsplan voorziet in de ontwikkeling van acht grondgebonden twee-onder-één-kapwoningen in de kern Wormer. Voor wat betreft het noodzakelijk aantal parkeerplaatsen per woning is uitgegaan van de kengetallen van het Gemeentelijk Verkeer en Vervoer plan (GVVP) van 3 november 2008. De stedelijkheidscategorie van de gemeente Wormerland is ‘matig stedelijk’. In onderstaande tabel zijn de te hanteren parkeerkencijfers weergegeven per hoofdfunctie (bron: ASVV 2004). De parkeerkencijfers uit het ASVV, zijn door de gemeente overgenomen (matig stedelijk). In nieuwe situaties worden deze parkeerkencijfers als uitgangspunt gebruikt bij de raming van de parkeerbehoefte.

afbeelding "i_NL.IMRO.0880.BW2181020000-0401_0010.jpg"

De beoogde ontwikkeling gaat uit van de realisatie van acht grondgebonden twee-onder-één-kapwoningen in de categorie 'woning midden' in de rest van de bebouwde kom. De parkeernorm bedraagt hiermee 1,8 parkeerplaatsen per woning (gemiddeld), exclusief 0,3 parkeerplaats voor bezoekers parkeren. De te hanteren norm bedraagt hiermee 2,1 parkeerplaatsen per woning, waarmee het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen 16,8 bedraagt.

In het verleden was er met de bibliotheek in het plangebied eveneens sprake van een parkeerbehoefte. Om deze parkeerbehoefte van deze functie te bepalen, is eveneens gebruik gemaakt van de kengetallen van de GVVP.

afbeelding "i_NL.IMRO.0880.BW2181020000-0401_0011.jpg"

De parkeerbehoefte van de bibliotheek is 1,1 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo (gemiddeld). De oppervlakte van de bibliotheek bedroeg 986 m2. De parkeerbehoefte van de bibliotheek bedroeg daarmee 10,8. Deze parkeerbehoefte is na de sloop van de bibliotheek weggevallen.

Ten behoeve van de acht nieuwe woningen worden 2 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd, waarmee 16 nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De 3 parkeerplaatsen aan de Talingstraat blijven behouden en in de openbare ruimte worden 4 extra parkeerplekken gerealiseerd om de huidige parkeerdruk te verlichten. Deze zijn gelegen aan de Kemphaanstraat (2 toegevoegd aan de bestaande plaatsen) en 2 aan de noordoostzijde van de parallelweg.

Navolgend is de beoogde nieuwe parkeersituatie weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0880.BW2181020000-0401_0012.png"

3.7.3 Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect verkeer en parkeren geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de beoogde ontwikkeling in het plangebied.

3.8 Economische haalbaarheid

Het plangebied en daarmee het exploitatiegebied van voorliggend wijzigingsplan is in eigendom van de gemeente. De kosten van de grondexploitatie en de planologische procedure maken deel uit van de grondprijs die de ontwikkelaar aan de gemeente voldoet. Er bestaat derhalve geen noodzaak een exploitatieplan vast te stellen.

De economische uitvoerbaarheid wordt daarom geacht te zijn aangetoond.

Hoofdstuk 4 Juridische planaspecten

De grondslag voor dit wijzigingsplan wordt gevormd door het bestemmingsplan "Woonkern Wormer en Lint" van de gemeente Wormerland. In dit bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor burgemeester en wethouders waarbij zij bevoegd zijn het bestemmingsplan te wijzigen, met dien verstande dat de bestemmingen ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingzone - wijzigingsgebied 2' kunnen worden gewijzigd in de bestemmingen 'Groen', 'Natuur', 'Tuin', 'Verkeer - Verblijfsgebied' en/of 'Wonen'.

De regels van dit wijzigingsplan maken in juridische zin deel uit van het geldende bestemmingsplan. Artikel 3.6 lid 1 onder a Wro bepaalt immers, dat wijzigingen worden geacht deel uit te maken van het (bestemmings)plan, met dien verstande dat zij, zolang en voor zover de bestemming nog niet is verwerkelijkt, kunnen worden herzien op dezelfde wijze als waarop zij tot stand zijn gekomen. Het wijzigingsplan is dus onderdeel van en vormt een aanvulling op het bestemmingsplan. Een en ander betekent, onder meer, dat de regels van het 'moederplan' (Woonkern Wormer en Lint) van toepassing zijn op de gronden binnen onderhavig plangebied. Dit is ook een van de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid zelf.

Het plangebied bestaat uit de gronden met de bestemmingen 'Tuin', 'Verkeer-Verblijfsgebied' en 'Wonen'. Voor het hele plangebied gelden deze bestemmingen, waarbij voor de planregels van deze bestemmingen wordt verwezen naar de regels uit het moederplan. Dit geldt eveneens voor de wijze van bestemmen, waarin een toelichting wordt gegeven op de bestemmingen.

De regels van de bestemmingen 'Tuin', 'Verkeer-Verblijfsgebied' en 'Wonen' zijn opgenomen artikel 19, artikel 21 en artikel 23 van het moederplan. Deze zijn onverminderd van toepassing op voorliggend wijzigingsplan.

Hoofdstuk 5 Procedure

Het ontwerpwijzigingsplan 'Heren van Wormer' heeft 28 september 2017 tot en met 8 november 2017 gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan het college van burgemeester en wethouders. Ten aanzien van het ontwerpwijzigingsplan zijn binnen de daarvoor gestelde termijn tien zienswijzen naar voren gebracht.

De zienswijzen zijn beantwoord door de gemeente en de nota hiervan is als bijlage bij dit plan opgenomen (Bijlage 4). Naar aanleiding van de zienswijzen en overleg met de reclamanten is het plan aangepast, specifiek met betrekking tot de bouwvlakken. Deze zijn enkele meters naar achter verplaatst om meer ruimte aan de voorzijde te creëren zodat het parkeren op eigen terrein beter kan worden opgelost en er ruimte ontstaat om twee extra nieuwe parkeerplaatsen te ontsluiten. Door de verplaatsing hoeven er ook geen bestaande parkeerplaatsen te verdwijnen. In de toelichting is in paragraaf 2.2 de aangepaste stedenbouwkundige situatering van de woningen opgenomen. Daarnaast is paragraaf 3.7.2 de aangepaste toekomstige parkeersituatie verwerkt.