direct naar inhoud van Artikel 15 Algemene wijzigingsregels
Plan: Inpassingsplan Overdiepse Polder
Status: geconsolideerde versie

Artikel 15 Algemene wijzigingsregels

15.1 (wijziging van bestemming 'Agrarisch met waarden, overig-natuurontwikkeling')

Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening de gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden, ter plaatse van de aanduiding 'overig-natuurontwikkeling' wijzigen in de bestemming 'Natuur', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. er dient een concreet plan aanwezig te zijn voor inrichting en beheer van de gronden voor natuurdoeleinden;
  • b. de uitvoering van inrichting en beheer van de gronden voor natuurdoeleinden dient te zijn verzekerd;
  • c. het bepaalde in lid 15.5.
15.2 (wijziging van bestemming 'Maatschappelijk - Militair oefenterrein')

Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening de gronden met de bestemming 'Maatschappelijk – Militair oefenterrein' wijzigen in de bestemming 'Natuur', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de militaire activiteiten ter plaatse worden beëindigd;
  • b. er dient een concreet plan aanwezig te zijn voor inrichting en beheer van de gronden voor natuurdoeleinden;
  • c. de uitvoering van inrichting en beheer van de gronden voor natuurdoeleinden dient te zijn verzekerd;
  • d. het bepaalde in lid 15.5.
15.3 (wijziging artikel 9)

Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening het plan wijzigen in die zin dat in artikel 9 lid 9.1 de 2ealinea vervalt, indien de in artikel 9 lid 9.1 2e alinea bedoelde waterstaatkundige belangen door vervangende wetgeving voldoende zijn verzekerd.

15.4 (wijziging artikel 10)

Burgemeester en wethouders kunnen overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening het plan wijzigen in die zin dat in artikel 10 lid 10.1 de 2een 3e alinea vervallen, indien de in artikel 10 lid 10.1 2e en 3e alinea bedoelde waterstaatkundige belangen door vervangende wetgeving voldoende zijn verzekerd en/of het profiel van het dijkverleggingsplan is opgenomen in de toepasselijke legger.

15.5 (afwegingscriteria wijziging)

In de afweging zoals bedoeld in lid 15.1 en 15.2 worden - voor zover van toepassing - de agrarische, landschappelijke, verkeerstechnische en milieuhygiënische belangen, alsmede de luchtkwaliteit betrokken. Met het oog daarop worden in elk geval de volgende criteria in acht genomen:

  • de functiewijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • de functiewijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersveiligheid;
  • de functiewijziging mag niet leiden tot een onevenredige toename van de verkeersintensiteiten op de bestaande wegenstructuur;
  • de functiewijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van het landschappelijk karakter van het gebied;
  • een functiewijziging mag niet eerder plaatsvinden dan nadat uit een bodemonderzoek is gebleken dat daartegen geen bezwaar bestaat;
  • een functiewijziging en daarbij behorende inrichting dient inpasbaar te zijn in de landschapsstructuur; waar mogelijk zal door het stellen van voorwaarden een versterking van de landschapsstructuur worden nagestreefd; als voorwaarde zal in ieder geval geëist worden dat geen open opslag plaatsvindt;
  • een functiewijziging met de daarbij behorende inrichting mag niet leiden tot nadelige gevolgen voor de natuurwaarden;
  • de functiewijziging mag niet leiden tot een onevenredige toename van de hinder op nabijgelegen hindergevoelige functies;
  • bij een functiewijziging dienen de wettelijke bepalingen inzake externe veiligheid in acht te worden genomen;
  • bij de toepassing van de wijzigingsbevoegdheden dient een watertoets te worden verricht.