Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: De Helden van Kien Bremhorst 1, Sint-Oedenrode
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1948.OED001BP0012019P-VG01
1 Inleidende regels
 
Artikel 1 Begrippen
 
1.1 plan
Het bestemmingsplan ‘De Helden van Kien Bremhorst 1, Sint-Oedenrode’ met identificatienummer NL.IMRO.1948.OED001BP0012019P van de gemeente Meierijstad.
 
1.2 bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.
 
1.3 aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
 
1.4 aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
 
1.5 aanduidingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
 
1.6 bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
 
1.7 bedrijfsgebouw
Een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.
 
1.8 bezoekerscentrum
Een centrum waar onder andere activiteiten worden uitgeoefend ten behoeve van het houden van exposities, informatieverstrekking, educatie, culturele voorstellingen, verkoop van streekproducten, het houden van evenementen, verhuur van roeiboten, fietsen, schaatsen e.d.
 
1.9 bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
 
1.10 bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
 
1.11 bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
 
1.12 bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
 
1.13 detailhandel / verkoop
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
 
1.14 evenement
Een georganiseerde publieke gebeurtenis in de vorm van een voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak in de vorm van sport, spel, cultuur, tradities en dergelijke.
 
1.15 escortbedrijf
De natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend zoals escortservices en bemiddelingsbureaus.
 
1.16 gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
 
1.17 horecabedrijf
Bedrijfsmatig verstrekken van dranken of etenswaren voor gebruik ter plaatse of het bedrijfsmatig verstrekken van logies, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, nader te onderscheiden in:
 
horeca categorie 1:
een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren ten behoeve van consumptie ter plaatse, alsmede het daaraan ondergeschikt verstrekken van alcoholhoudende en niet-alcoholhoudende dranken, zoals een restaurant, pannenkoekhuis, eetcafé en pizzeria , al dan niet in combinatie met het verstrekken van zaalverhuur voor feesten, partijen en bijeenkomsten.
 
horeca categorie 2:
een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide snacks, ijs en kleine maaltijden voor consumptie elders, met daaraan ondergeschikt het verstrekken van dranken, zoals een snackbar, cafetaria, take-away en ijssalon.
 
horeca categorie 3:
een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van overwegend alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, al dan niet in combinatie met kleine etenswaren, zoals een bar.
 
horeca categorie 4:
een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig bieden van gelegenheid tot dansen dan wel tot het uitoefenen van een kans- en behendigheidsspel al dan niet in combinatie met het verstrekken van alcoholhoudende en niet-alcoholhoudende dranken, zoals een dancing, discotheek, casino of automatenhal.
 
horeca categorie 5:
een horecabedrijf dat een combinatie is van horeca categorie 1, 2 en 3.
 
1.18 maaiveld
De bovenkant van het aansluitende afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden.
 
1.19 nutsvoorziening
Een (openbare) voorziening ten nutte van het publiek (zoals centrale antenne, gas, water, elektriciteit, telefoon, riolering).
 
1.20 perceelsgrens
De grens van een bouwperceel.
 
1.21 prostitutie
Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding.
 
1.22 raamprostitutie
Een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee/prostitué tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen.
 
1.23 seksinrichting
Een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
 
1.24 straatprostitutie
Het door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken.
 
1.25 streekproduct
Een product gemaakt met eigen grondstoffen en/of grondstoffen die als streekeigen worden beschouwd en algemeen aanvaard is als een traditioneel streekeigen product en naar ambachtelijke wijze vervaardigd is volgens de streektradities en waarbij streekproduct en bereidingsstreek moeten overeenkomen, zowel in de be- en verwerking van het eindproduct als in de omschrijving van de streek. De streek behelst de gebieden Het Groene Woud of de regio Brabant-Noord.
 
1.26 terras
Een buiten de besloten ruimte van een inrichting liggend deel van een horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.
 
1.27 waterhuishoudkundige voorzieningen
Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit, waaronder duikers, stuwen, gemalen, kribben, inlaten en voorzieningen ten behoeve van berging en infiltratie van hemelwater.
  
Artikel 2 Wijze van meten
 
Bij de toepassing van de regels wordt als volgt gemeten:
 
2.1. afstand tot de zijdelingse perceelsgrens
de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse bouwperceelgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk;
 
2.2 bebouwd oppervlak van een bouwperceel
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen;
 
2.3 bebouwingspercentage
het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de planregels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming;
 
2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
 
2.5 de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
 
2.6 de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
 
2.7 de oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
 
2.8 peil
  1. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang vermeerderd met 0,20 m;
  2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein vermeerderd met maximaal 3 m. 
2.9 ondergeschikte bouwdelen
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.
  
2 Bestemmingsregels
 
Artikel 3 Horeca
 
3.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. een horecabedrijf in horeca categorie 5;
  2. een terras ten behoeve van maximaal 250 zitplaatsen;
  3. een bezoekerscentrum; 
met daarbij behorende: 
  1. trappen en verhardingen;
  2. laden- en lossen;
  3. groenvoorzieningen;
  4. in- en uitritten;
  5. speelvoorzieningen;
  6. bedrijfsinstallaties;
  7. onder- en bovengrondse containers;
  8. nutsvoorzieningen.  
3.2 Bouwregels
 
3.2.1 Bedrijfsgebouwen
 
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels:
  1. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;
  2. De maximale goothoogte respectievelijk bouwhoogte bedraagt niet meer dan aangeduid ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m).
  3. Het bouwvlak mag in zijn geheel bebouwd worden. 
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
 
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
  1. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat buiten het bouwvlak bedrijfsinstallaties zijn toegestaan.
  2. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat:
    1. de bouwhoogte van verlichtingsarmaturen, antennes en vlaggenmasten niet meer dan 8 m mag bedragen;
    2. de bouwhoogte van speelvoorzieningen niet meer dan 8 m mag bedragen;
    3. de bouwhoogte van bedrijfsinstallaties niet meer dan 4 m mag bedragen. 
3.2.1 Ondergronds bouwen
 
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels:
  1. de maximale ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt 3,5 meter onder peil;
  2. bouwen is toegestaan binnen de gevelgrenzen van de bedrijfsgebouwen.  
3.3 Nadere eisen
 
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing:
  1. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  2. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
  3. ter waarborging van de verkeersveiligheid;
  4. ter waarborging van de sociale veiligheid;
  5. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding. 
3.4 Specifieke gebruiksregels
 
3.4.1 Strijdig gebruik
 
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
  1. het gebruiken of laten gebruiken van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/ of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie;
  2. buitenopslag;
  3. het gebruik als bedoeld in artikel 3.1 na 24:00u, met uitzondering van feesten, partijen en bijeenkomsten;
  4. het gebruik als bedoeld in artikel 3.1 op zondag tot en met donderdag voor een besloten feest, partij of bijeenkomst na 1:00u;
  5. het gebruik als bedoeld in artikel 3.1 op vrijdag en zaterdag voor een besloten feest, partij of bijeenkomst na 2:00u;
  6. het gebruik als bedoeld in artikel 3.1 voor een besloten feest, partij of bijeenkomst met een muziekgeluidniveau hoger 70 dB(A) in een andere ruimte dan de streekkamer zoals beschreven in het rapport van het akoestisch onderzoek (bijlage 1 bij deze regels);
  7. het gebruik als bedoeld in artikel 3.1 voor een besloten feest, partij of bijeenkomst in de streekkamer zonder dat het dak van de streekkamer is voorzien van een geluidisolerend plafond zoals beschreven in het rapport van het akoestisch onderzoek (bijlage 1 bij deze regels), of gelijkwaardig;
  8. het gebruik als bedoeld in artikel 3.1 voor een besloten feest, partij of bijeenkomst in de streekkamer waarbij een muziekgeluidniveau hoger dan 95 dB(A) volgens het spectrum ‘dance’ wordt toegepast en in de overige ruimten achtergrondmuziek met een geluidniveau hoger dan 70 dB(A) ten gehore wordt gebracht.
  9. meer dan 70 dB(A) aan muziekgeluid op het terras op 2 meter afstand van de buitengevel van het bedrijfsgebouw (achtergrondgeluid) in de dagperiode (07.00-19.00 uur).
  10. meer dan 65 dB(A) aan muziekgeluid op het terras op 2 meter afstand van de buitengevel van het bedrijfsgebouw (achtergrondgeluid) in de avondperiode (19.00-23.00 uur).
  11. muziekgeluid op het terras in de nachtperiode (23.00-07.00 uur).
  12. het in afwijking van artikel 2.17 lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer gebruiken van de horeca-inrichting aan Bremhorst 1 zoals bedoeld in artikel 3.1 van de regels van dit bestemmingsplan, waarbij door de inrichting - door aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten - een langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) wordt veroorzaakt op in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting gelegen gevels van gevoelige gebouwen van meer dan:
    • 45 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur;
    • 40 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur;
    • 35 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur.
 
 
3 Algemene regels
Artikel 4 Anti-dubbeltelregel
 
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
 
Artikel 5 Algemene afwijkingsregels
 
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van:
  1. de in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages;
  2. de bestemmingsregels en toestaan dat het bouwvlak worden overschreden, met een maximum van 5 meter.
  
4 Overgangs- en slotregels
Artikel 6 Overgangsrecht
 
6.1 Overgangsrecht voor bouwwerken 
  1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar en omvang niet wordt vergroot,
    1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 
6.2 Overgangsrecht gebruik 
  1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
  
Artikel 7 Slotregel
 
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘De Helden van Kien Bremhorst 1, Sint-Oedenrode’.