Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Graafland 38
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1927.BPgraafland38AMS-VG01

11.3 Afstand gevoelige objecten ten opzichte van landbouwbedrijven

Onverminderd hetgeen in hoofdstuk 2 is bepaald, dient bij nieuwbouw of bij toepassing van artikel 13 lid 3 ten minste de volgende afstand in acht genomen te worden tussen het emissiepunt van landbouwbedrijven en het bestemmingsvlak van gevoelige objecten, zoals genoemd in artikel 1, lid 52:
 
 inrichting waar landbouwhuisdieren worden gehoudeninrichting waar geen landbouwhuisdieren worden gehouden
minimumafstand tot objecten categorie I en II 100 m 50 m
minimumafstand tot objecten categorie III, IV en V 50 m 25 m

11.4 Ondergronds bouwen

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen:
  1. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan onder bovengrondse bebouwing;
  2. de onderkant van het bouwwerk (inclusief fundering, maar exclusief palenfundering) bedraagt ten hoogste 3 m onder het peil;
  3. het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde onder b, indien het hydrologisch belang niet wordt geschaad, hetgeen door de aanvrager wordt aangetoond met een schriftelijk advies van het waterschap en de provincie.