direct naar inhoud van Regels
Plan: Burgemeester Merkusstraat Delfgauw
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1926.wp004150064-4001

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

In dit plan wordt verstaan onder:

1.1 plan

het wijzigingsplan 'Burgemeester Merkusstraat Delfgauw' van de gemeente Pijnacker-Nootdorp.

1.2 wijzigingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1926.wp004150064-4001 met de bijbehorende regels.

1.3 vigerend bestemmingsplan

onder het vigerende bestemmingsplan wordt verstaan: het bestemmingsplan 'Historische Kern Delfgauw', vastgesteld door de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp op 5 september 2013.

1.4 overige begrippen

voor de overige begripsbepalingen wordt verwezen naar het bestemmingsplan 'Historische Kern Delfgauw', vastgesteld door de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp op 5 september 2013.

1.5 verwijzing

de regels die deel uitmaken van het vigerende bestemmingsplan zijn op deze wijziging van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien in het vigerende bestemmingsplan verwezen wordt naar de verbeelding, de bij het wijzigingsplan behorende verbeelding wordt bedoeld. Volledigheidshalve zijn de regels behorende bij de relevante enkel- en dubbelbestemmingen tevens opgenomen in Hoofdstuk 2.

1.6 wijziging verbeelding

dit plan wijzigt de verbeelding met nummer NL.IMRO.1926.bp000110064-4002 van het bestemmingsplan 'Historische Kern Delfgauw', vastgesteld door de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp op 5 september 2013, overeenkomstig de wijze zoals vervat in de verbeelding behorend bij dit plan.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, zonnepanelen en naar de aard en/of omvang daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.2 de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.3 de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.4 de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.5 de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Groen” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groen- en speelvoorzieningen,
  • b. watergangen en -partijen,
  • c. fiets- en voetpaden, in- en uitritten en andere, ondergeschikte verhardingen,
  • d. geluidwerende voorzieningen.

3.2 Bouwregels

Op de gronden als bedoeld in lid 3.1, mogen uitsluitend worden gebouwd andere bouwwerken, waaronder begrepen geluidwerende voorzieningen, bruggen, duikers, onder- en bovengrondse containers voor huishoudelijke afvalstoffen en fietsenstallingen en -rekken, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan daarbij hierna is aangegeven:

bouwwerken   max. bouwhoogte  
luifels, vlaggen- en andere masten:   8 meter  
erf- of perceelafscheidingen achter de voorgevelrooilijn, op een terrein waarop een gebouw staat:   2 meter  
overige erf- of perceelafscheidingen:   1 meter  
overige andere bouwwerken:   5 meter  
speeltoestellen:   6 meter  

Artikel 4 Tuin

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Tuin” aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en water.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Toegestane bouwwerken

Op en in de gronden als bedoeld in lid 4.1, mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. andere bouwwerken, zoals erf- of perceelafscheidingen en tuinmeubilair.
4.2.2 Bouwen

Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 4.2.1, gelden de volgende bepalingen:

  • a. de hoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven:

bouwwerken   max. bouwhoogte  
pergola's:   3 meter  
erf- of perceelafscheidingen achter de voorgevelrooilijn, op een terrein waarop een gebouw staat:   2 meter  
overige erf- of perceelafscheidingen:   1 meter  
overige andere bouwwerken:   5 meter  

Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Verkeer - Verblijfsgebied” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. verhardingen voor woonstraten, pleinen, auto-, fiets- en voetgangersverkeer en parkeervoorzieningen;
  • b. bermen, groen- en speelvoorzieningen;
  • c. watergangen, bruggen en duikers en
  • d. bij een en ander behorende andere voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen, met uitzondering van verkooppunten voor motorbrandstoffen.

5.2 Bouwregels
5.2.1 Toegestane bouwwerken

Op de gronden als bedoeld in lid 5.1, mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. ondergeschikte gebouwen, zoals abri's, telefooncellen, kabelkasten en gemaalgebouwen;
  • b. bij de bestemming behorende andere bouwwerken, zoals lichtmasten, informatieborden, verkeerstekens en -regelinstallaties, straatmeubilair, onder- en bovengrondse containers voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, waaronder begrepen groen-, vuil en glasinzameling en fietsenstallingen en -rekken en speelobjecten.
5.2.2 Bouwen

Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 5.2.1, gelden de volgende bepalingen:

  • a. van gebouwen mag de oppervlakte niet meer dan 20 m2 en de bouwhoogte niet meer dan 3 meter bedragen;
  • b. de bouwhoogte van licht- en andere masten, informatieborden, verkeerstekens en -regelinstallaties mag niet meer dan 10 meter bedragen en van overige andere bouwwerken niet meer dan 3 meter;
  • c. de hoogte van speeltoestellen mag niet meer dan 6 m bedragen.

Artikel 6 Wonen

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Wonen” aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen met inbegrip van beroep aan huis, en water.

6.2 Bouwregels
6.2.1 Toegestane bouwwerken

Op en in de gronden als bedoeld in lid 6.1, mogen uitsluitend worden gebouwd woningen, aan- of uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en andere bouwwerken, zoals erf- of perceelafscheidingen en tuinmeubilair.

6.2.2 Bouwen

Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 6.2.1, gelden de volgende bepalingen.

woningen

  • a. woningen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak, met de voorgevel in de naar de weg gekeerde bouwgrens;
  • b. woningen mogen uitsluitend worden gebouwd op de op de verbeelding aangeduide wijze:
    • 1. aaneengebouwd (aeg), alle woningen aaneen;
  • c. binnen het bouwvlak met de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag ten hoogste het op de verbeelding aangegeven aantal woningen worden gebouwd;
  • d. de goothoogte en de bouwhoogte van woningen mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' moet een gevel van geluidgevoelige ruimten als een dove gevel worden gerealiseerd.

aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

  • f. aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend gebouwd worden binnen de op de verbeelding aangegeven gebieden met de aanduiding 'bijgebouwen';
  • g. van aan- of uitbouwen mag de diepte gemeten uit de gevels van de oorspronkelijke woning en de verlengden daarvan, niet meer dan 3 meter bedragen;
  • h. de gezamenlijke oppervlakte van omgevingsvergunningplichtige aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag bij elke woning niet meer dan 50 m² bedragen, onverminderd het bepaalde onder i;
  • i. de gezamenlijke oppervlakte van aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag bij elke woning niet meer bedragen dan 50% van de gezamenlijke oppervlakte van de bij die woning behorende gronden, buiten het bouwvlak en gronden als bedoeld in Artikel 4 Tuin;
  • j. van aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag de goothoogte niet meer bedragen dan 2,7 m en de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m, doch in ieder geval niet meer dan 0,25 m boven de bouwvloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw;
  • k. voor zover de onder i genoemde bebouwing buiten het bouwvlak wordt gebouwd, geldt voor vrijstaande bebouwing een maximale goothoogte van 2,7 m en een maximale bouwhoogte van 3,5 m en voor aan- of uitbouwen een maximale bouwhoogte van 3,5 m, met dien verstande dat laatstbedoelde bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 0,25 m boven de bouwvloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw;

andere bouwwerken

  • l. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:

bouwwerken   max. bouwhoogte  
pergola's:   3 meter  
erf- of perceelafscheidingen achter de voorgevelrooilijn, op een terrein waarop een gebouw staat:   2 meter  
overige erf- of perceelafscheidingen:   1 meter  
overige andere bouwwerken:   3 meter  

brutovloeroppervlakte beroep aan huis

  • m. de gezamenlijke brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een beroep aan huis mag, in voorkomend geval samen met de brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf aan huis als bedoeld in lid 6.4, niet meer bedragen dan 30% van de totale brutovloeroppervlakte van de betreffende woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen, en in ieder geval niet meer dan 75 m².

6.3 Specifieke gebruiksregels
6.3.1 Parkeernormen

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van hoofdgebouwen wordt slechts verleend, indien wordt voldaan aan de parkeernormen als aangegeven in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 1 Nota parkeernormen.

6.4 Afwijking van de gebruiksregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1, ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf aan huis, mits:

  • a. de gezamenlijke brutovloeroppervlakte ten behoeve van een bedrijf aan huis, in voorkomend geval samen met de brutovloeroppervlakte ten behoeve van een beroep aan huis niet meer bedraagt dan 30% van de totale brutovloeroppervlakte van de betreffende woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen, en in ieder geval niet meer dan 75 m²;
  • b. op de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag van goederen ten behoeve van het bedrijf plaatsvindt;
  • c. in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsactiviteiten in de openbare ruimte rond de betreffende woning mogen plaatsvinden, en
  • d. de bedrijfsactiviteiten door hun aard, omvang en visuele aspecten, het woonkarakter van de woning en het milieu van de omgeving niet onevenredig aantasten.

Artikel 7 Waterstaat - Waterkering

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Waterstaat - Waterkering” aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterkering en bijbehorende voorzieningen.

7.2 Bouwregels
7.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming

Op en in de gronden als bedoeld in lid 7.1, mogen bouwwerken ten behoeve van de bestemming worden gebouwd.

7.2.2

Op en in de gronden als bedoeld in lid 7.1, mag ten behoeve van de andere bestemmingen, met inachtneming van de daarvoor geldende regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betreft:

  • a. andere bouwwerken en gebouwen ten dienste van en behorende bij waterkeringen en waterhuishouding;
  • b. andere bouwwerken ten behoeve van kruisende verkeersbestemmingen, zoals bruggen;
  • c. gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van andere voor deze grond geldende bestemming(en) uitsluitend, indien de belangen van de betrokken waterkering(en) zich hier niet tegen verzetten.

7.3 Watervergunning
7.3.1 Watervergunning

Behoudens het bepaalde in lid 7.3.2, is het verboden zonder of in afwijking van een watervergunning op en in de in lid 7.1 bedoelde gronden te realiseren:

  • a. andere bouwwerken ten behoeve van kruisende verkeersbestemmingen, zoals bruggen;
  • b. gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van andere voor deze grond geldende bestemming(en).
7.3.2 Verklaring van geen bezwaar

Bij negatief advies (niet afgeven van een watervergunning) van de beheerder van de waterkering mogen de bouwwerken niet worden uitgevoerd dan na een verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.

7.3.3 Uitzonderingen watervergunningplicht

Het in 7.3.1gestelde geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden:

  • a. in het kader van het normale beheer en onderhoud;
  • b. in het kader van het uitvoeren van een bouwplan voor een bouwwerk als bedoeld in sublid 7.2.2 onder a.;
  • c. waarmee is of mag worden begonnen op het tijdstip van onherroepelijk worden van de goedkeuring van het plan.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 8 Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 9 Overgangsrecht bouwwerken

  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen, wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  • c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

Artikel 10 Overgangsrecht bestaand gebruik

  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 11 Slotregel

Dit plan kan worden aangehaald als het "Wijzigingsplan Burgemeester Merkusstraat Delfgauw" van de gemeente Pijnacker-Nootdorp.

Bijlage bij de regels