direct naar inhoud van Artikel 5 Bedrijf - 1
Plan: Buitengebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1924.Buitengebied11-BP40

Artikel 5 Bedrijf - 1

5.1 Bestemmingsomschrijving
5.1.1 Algemeen

De voor Bedrijf - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen in bijlage 1 van deze regels, met uitzondering van:
    • 1. risicovolle inrichtingen;
    • 2. geluidzoneringplichtige inrichtingen;
    • 3. horeca;
    • 4. detailhandel;
    • 5. zelfstandige kantoren;
  • b. bedrijfsgebonden kantoren met een bruto vloeroppervlak dat minder bedraagt dan 50% van het totale bruto vloeroppervlak en dat maximaal 3.000 m2 bedraagt;
  • c. bedrijfswoningen;
  • d. productiegebonden detailhandel;
  • e. bedrijfsgebonden parkeervoorzieningen.
5.1.2 Baggerspeciedepot

Ter plaatse van de aanduiding 'baggerspeciedepot' zijn de gronden uitsluitend bestemd voor de opslag van baggerspecie.

5.1.3 Opslag

In afwijking van het bepaalde in lid 5.1.1 zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding 'opslag' uitsluitend bestemd voor bedrijfsmatige opslag.

5.1.4 Detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke stoffen

Ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel in brand en explosiegevaarlijke goederen' zijn de in lid 5.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke stoffen.

5.1.5 Specifieke vorm van bedrijf - kraanverhuur en loonwerkbedrijf

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kraanverhuur en loonwerkbedrijf' zijn de gronden tevens bestemd ten behoeve van verhuur van kranen en daarmee vergelijkbare machines en voor een loonwerkbedrijf.

5.1.6 Specifieke vorm van bedrijf - watersport

In afwijking van het bepaalde in lid 5.1.1 zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - watersport' uitsluitend bestemd voor bestaande bedrijfsactiviteiten, gericht op watersport, alsmede voor laad- en loswal.

5.1.7 Tuincentrum

Ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum' zijn de gronden tevens bestemd voor een tuincentrum.

5.1.8 Spuiterij

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - spuiterij' zijn de gronden tevens bestemd voor een spuiterij.

5.1.9 Ondergeschikte functies
  • a. groenvoorzieningen en water;
  • b. erven en tuinen;
  • c. paden en wegen.
5.2 Bouwregels

Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:

5.2.1 Gebouwen
  • a. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' het bebouwingspercentage niet meer mag bedragen dan is aangegeven;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' de goothoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan aangegeven;
  • c. gebouwen, met uitzondering van bijgebouwen, dienen te worden afgedekt met een kap waarvan de dakhelling minimaal 25 graden bedraagt;
  • d. per bestemmingsvlak maximaal één bedrijfswoning is toegestaan;
  • e. in afwijking van het bepaalde onder e ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
  • f. de inhoud van een bedrijfswoning niet meer mag bedragen dan 750 m3; tenzij de inhoud van de bestaande bedrijfswoning reeds groter is in welk geval de bestaande inhoud als maximum geldt;
  • g. bij een bedrijfswoning bijgebouwen en overkappingen mogen worden opgericht waarbij:
    • 1. de maximale gezamenlijke oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50 m2;
    • 2. de goothoogte maximaal 3 m mag bedragen
    • 3. de bebouwing minimaal 3 m achter de naar de weg gekeerde gevel van de bedrijfswoning dient te worden gebouwd;
    • 4. de bebouwing op maximaal 50 m van de bedrijfswoning dient te worden gebouwd.
5.2.2 Andere bouwwerken

de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan:

  • a. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen;
  • b. 5 m voor overige andere bouwwerken.
5.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1. onder h, sub 1 ten behoeve een grotere oppervlakte aan bijgebouwen onder de voorwaarde dat:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswoning niet meer bedraagt dan 75 m2;
  • b. de bijgebouwen vanuit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar zijn dan wel op andere wijze in het landschap zijn ingepast.
5.4 Specifieke gebruiksregels
5.4.1

Per bestemmingsvlak is maximaal één bedrijf toegestaan.

5.4.2

Het hiervoor onder 5.4.1 gestelde geldt niet ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kraanverhuur en loonwerkbedrijf'. Binnen dit bestemmingsvlak zijn twee bedrijven toegestaan.

5.4.3

Het is verboden de gronden en bouwwerken anders te gebruiken dan ten behoeve van bedrijven dan die welke zijn genoemd in bijlage 1 onder de milieucategorieën 1 en 2.

5.5 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.4 ten behoeve van:

  • a. het toestaan van bedrijfsactiviteiten die niet genoemd zijn in milieucategorie 1 of 2; indien de betreffende bedrijven voor wat betreft milieuplanologische hinder, naar aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden te behoren tot de toegelaten milieucategorieën;
  • b. het toestaan van bedrijfsactiviteiten met milieucategorie 3, indien de betreffende bedrijven naar aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden te behoren tot de toegelaten milieucategorieën.
5.6 Wijzigingsbevoegdheid
5.6.1

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen ten behoeve van de bouw van een burgerwoning onder de voorwaarde dat:

  • a. de bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd;
  • b. de opstallen van het betreffende bedrijf volledig worden gesloopt;
  • c. aangegeven karakteristieke bebouwing of monumenten niet mogen worden gesloopt;
  • d. op het bedrijfsperceel minimaal 1000 m2 aan gebouwen wordt gesloopt;
  • e. de inhoud van een woning niet meer mag bedragen dan 650 m³;
  • f. de goothoogte van een woning niet meer mag bedragen dan 4 m;
  • g. de eventueel aanwezige bedrijfswoning wordt gewijzigd in een burgerwoning.
  • h. de woningen uit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen met zich mee brengen voor de bedrijfsvoering van de omliggende bedrijven, waaronder mede begrepen agrarische bedrijven;
  • i. de te slopen gebouwen zijn opgericht voor 1 januari 2003;
  • j. de woning(en) voldoen aan het bepaalde in de bestemming "Wonen" van deze regels;
  • k. de verschijningsvorm van de nieuw te bouwen woning past binnen, dan wel geen onevenredige afbreuk doet aan de karakteristiek van het buitengebied;
  • l. voldaan wordt aan de Wet geluidhinder;
  • m. in het wijzigingsplan een verantwoording is opgenomen ten aanzien van beleid en wetgeving rond externe veiligheid, geurhinder en hoogspanningsverbindingen;
  • n. de voorwaarden als bedoeld onder d en i gelden niet voor de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone wijzigingsgebied 6'.
5.6.2

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone wijzigingsgebied 9' de bestemming te wijzigen ten behoeve van de bouw van een burgerwoning onder de voorwaarde dat:

  • a. de burgerwoning in het bestaande hoofdgebouw wordt gebouwd;
  • b. de woning voldoet aan het bepaalde in de bestemming "Wonen" van deze regels;
  • c. de woning uit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen met zich mee brengt voor de bedrijfsvoering van de omliggende bedrijven, waaronder mede begrepen agrarische bedrijven;
  • d. voldaan wordt aan de Wet geluidhinder;
  • e. in het wijzigingsplan een verantwoording is opgenomen ten aanzien van beleid en wetgeving rond externe veiligheid, geurhinder en hoogspanningsverbindingen.