direct naar inhoud van 2.4 Gemeentelijke beleid
Plan: Stationsomgeving Sittard
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1883.BPStationSittard-VA01

2.4 Gemeentelijke beleid

2.4.1 Structuurvisie 2010

De gemeente Sittard-Geleen heeft in 2010 een structuurvisie opgesteld voor haar grondgebied. Deze structuurvisie is het eerste integraal ruimtelijk plan voor de totale gemeente sinds de herindeling in 2001. Het is een samenvoeging van alle bestaande ruimtelijke ambities en doelen van de gemeente Sittard-Geleen, op basis van vigerend beleid. De gemeenteraad heeft op 10 juni 2010 de structuurvisie van Sittard-Geleen vastgesteld.

Hieronder is een uitsnede van de structuurvisiekaart weergegeven voor het deel Sittard. Het vormt een samenvattende kaart van het ruimtelijk beleid van Sittard-Geleen. De structuurvisie kaart is via de lagen benadering opgebouwd uit de facet kaarten per beleidsgebied.

De stationsomgeving in het centrum van Sittard wordt in de structuurvisie aangeduid als "centrumgebied; regionaal stedelijk centrum met centrum stedelijk wonen, recreatief".

Heden en toekomst van Sittard-Geleen worden mede bepaald door het unieke archeologische erfgoed dat de stad rijk is. De gemeente streeft er dan ook naar om deze bron van kennis en cultuurbeleving in de bodem te behouden en te beheren. Ook het behoud van cultuurhistorische elementen zoals de binnenstad van Sittard, versterkt de recreatieve beleving van Sittard-Geleen.

De structuurvisie is gebaseerd op vigerend beleid. Naar de toekomst toe liggen er verschillende strategische opgaven die uitgewerkt moeten worden. De structuurvisie geeft als bestuurlijk document richting aan de inzet van gemeentelijke juridische bevoegdheden. Op gemeentelijk niveau wordt de structuurvisie vertaald naar juridisch bindende bestemmingsplannen.

In Bijlage 1 is de structuurvisiekaart opgenomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1883.BPStationSittard-VA01_0013.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.1883.BPStationSittard-VA01_0014.png"

2.4.2 Stadsvisie 2016

In 2007 is de stadsvisie 2012 (december 2002) verder verfijnt in de 'Stadsvisie 2016' opdat op basis daarvan scherpere keuzes gemaakt kunnen worden.

In de stadsvisie 2016 van Sittard-Geleen staat de volgende missie geformuleerd:

Sittard-Geleen wil zich ontwikkelen (transformeren) tot één herkenbare, samenhangende stad, waarin burgers, bedrijven en instellingen actief vorm en inhoud geven aan de stad. Kenmerken van deze ene stad zijn:

  • een sterke eigen, stedelijke identiteit;
  • de menselijke maat;
  • er wordt voortgebouwd op de unieke kenmerken van de samenhangende delen en de bestaande kleinschalige structuur van buurten en dorpen met ieder hun specifieke eigen identiteit;
  • innovatief en tegelijkertijd geworteld in een door industriële activiteiten gestempelde traditie;
  • een hoge kwaliteit van wonen, werken en recreëren;
  • de bijzondere kwaliteit van het landschap en de aanwezige natuurwaarden;
  • een open oog voor de trekkersrol van de stad in de regio Westelijke Mijnstreek en een krachtige complementaire positie in het (eu)regionale netwerk;
  • een antwoord op de demografische ontwikkeling.


Om de missie te realiseren wordt ingezet op drie strategische doelstellingen:

  • 1. Het versterken van de sociale vitaliteit van de stad.
  • 2. Het versterken van de stedelijke en regionale functies, waaronder de versterking van het landschap.
  • 3. Actief inzetten op de transformatie van de economische structuur.


Ten aanzien van de kern Graetheide zijn geen bijzondere uitgangspunten geformuleerd.

2.4.3 Masterplan Zitterd Revisited (1999-2009)

In 2002 werd het "Structuurplan Binnenstad Sittard en omgeving" door de gemeenteraad vastgesteld. In het structuurplan wordt beschreven hoe de gemeente de meest gewenste ontwikkeling ziet van de Binnenstad en zijn onmiddellijke omgeving. Na de vaststelling van het structuurplan werd het "Ontwikkelingsplan Zitterd Revisited" door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld als een verdere verfijning van het structuurplan en de ontwikkelingsvisie van Coenen.

Masterplan Zitterd Revisited staat voor een integrale en duurzame vernieuwing van het centrum van Sittard. Uitgangspunt van alle vernieuwing is het respecteren en versterken van het historisch karakter van de binnenstad. Want dáár ligt de kracht van Sittard. En daarmee ook de basis voor alle verdere vernieuwing. Rond de oude stad worden excellente woonmilieus ontwikkeld.

Als het project in 2020 klaar is, moet Sittard weer een regionaal ontmoetingscentrum zijn met een bovenregionale winkelfunctie.

In het Masterplan wordt een onderscheid gemaakt in 2 gebieden, te weten de middeleeuwse binnenstad met haar schootsvelden en het Stationskwartier. Voor elk gebied zijn in het plan de inrichtingsregels op hoofdlijnen omschreven. Naast deze gebieden is ook een aantal bijzondere plekken /locaties benoemd. Dit zijn met name pleinen en /of plekken waar verschillende “structuren”op een bijzondere manier bij elkaar komen.

Het Masterplan sluit aan bij de bestaande beeldkwaliteit van de binnenstad en streeft naar het waarborgen en versterken van een historisch, duurzaam en dynamisch karakter van het gebied.

Zitterd Revisited bestaat uit een vijftal deelgebieden:

  • Fase 1: Schootsvelden/Odasingel.
  • Fase 2: De Dobbelsteen.
  • Fase 3: Oude Ziekenhuislocatie.
  • Fase 4: Den Tempel.
  • Fase 5: Het Stationskwartier.

In Bijlage 2 zijn de 5 deelgebieden ter illustratie opgenomen. In het plangebied liggen fase 3 en 5.

2.4.4 Parkeerbeleid

De gemeente Sittard-Geleen heeft in december 2004 het parkeerbeleidsplan vastgesteld. Belangrijkste bouwsteen van dit beleidsplan is de 'parkeerplaatsverplichting'. Doelstelling van deze verplichting is dat iedere ontwikkeling waarvoor een bouwvergunning en/of bestemmingsplanwijziging wordt aangevraagd, verplicht kan worden om in de eigen parkeerbehoefte te voorzien.

Op 1 oktober 2009 heeft de gemeenteraad van de gemeente Sittard-Geleen de nota "mobiliteit en parkeren" vastgesteld. De hierbij gehanteerde uitgangspunten zijn:

  • De bewoner centraal.
  • De bezoeker van de centra als betalende gast.
  • Vergroten zones vergunning parkeren.
  • Consolidatie en verevening betaald parkeren.

In de nota parkeernormen Sittard- Geleen, parkeernormsystematiek van januari 2012 is de visie en toepassingskader op parkeren opgenomen.


De gemeente is hierbij ingedeeld in vijf gebieden. Onderhavig bestemmingsplan betreft het gebied "centrum Sittard". In de gemeente Sittard-Geleen is geen sprake van een uitzonderlijke situatie of omstandigheden waarvan een hogere of lagere parkeerbehoefte verwacht kan worden, dan voor een gemiddelde Nederlandse gemeente met stedelijkheidsgraad 3. Uitgangspunt is daarom dat de minimum en maximum parkeernorm van CROW onverkort wordt gehanteerd. In de nota is ook aangegeven hoe een berekening van het parkeersaldo moet plaatsvinden bij nieuwe ontwikkelingen en waaraan moet worden voldaan bij algemene ontheffing van de parkeereis. In de gemeentelijke bouwverordening wordt dit juridisch geregeld.

Op 19 april 2012 heeft de gemeenteraad de nota: "uitvoering parkeerbeleid" vastgesteld. het doel van deze nota is o.a.:

  • Het wegnemen van parkeeroverlast in de straten rondom het centrum door fiscalisering van het vergunninggebied.
  • Optimaliseren van parkeren in de centra van Sittard en Geleen voor zowel bewoners, bezoekers en zakelijk belanghebbenden.
  • Gratis parkeren op algemene gehandicapten-parkeerplaatsen door gehandicapten per 1 januari 2013.

2.4.5 Beleidsnota telecom zendinstallaties

Voor het plaatsen van zendinstallaties vormen het bestemmingsplan en de welstandscriteria vaak de belangrijkste toetsingskaders bij het beoordelen van een aanvraag voor een bouwvergunning. Vigerende bestemmingsplannen laten in beginsel het oprichten van zendmasten niet toe.

Om tot een verantwoorde stedenbouwkundige, landschappelijke en maatschappelijke inpassing van zendinstallaties te komen, is beleid voor locatiekeuze en vormgeving noodzakelijk. De gemeente Sittard- Geleen heeft gekozen voor een gebiedsgerichte aanpak waarbij onderscheid gemaakt wordt in vijf gebiedstypen:

  • Beschermd stadsgebied.
  • Stedelijk gebied.
  • Industriegebied.
  • Buitengebied.
  • Wegen/infrastructuur.

Vervolgens worden in elk gebied drie functies onderscheiden (woonfunctie, werkfunctie en recreatieve functie) en wordt binnen elk gebiedstype en functie aangegeven of een coöperatief dan wel restrictief beleid gevoerd zal worden als het gaat om locatiekeuze en plaatsing van zendinstallaties.

  Woonfuncties   Werkfuncties   Recreatieve functies  
Beschermd stadsgebied   restrictief   coöperatief   restrictief  
Stedelijk gebied   restrictief   coöperatief   coöperatief  
Industriegebied   restrictief   coöperatief   coöperatief  
Buitengebied   restrictief   restrictief   restrictief  
Infrastructuur   restrictief   coöperatief   restrictief  

Het onderhavige plangebied betreft het centrumgebied van Sittard. Voor het gebied zal dan ook voornamelijk een restrictief beleid worden gevoerd met, waar nodig, een coöperatief beleid

2.4.6 Uitvoeringsbeleid reclame, uitstal en terrassen beleid

In het streven naar ruimtelijke kwaliteit en een goed stedelijk klimaat spelen reclames, uitstallingen en terrassen een belangrijke rol. De gemeente heeft hiertoe in 2007 de basisnota (kadernota) Integraal Reclamebeleid (raadsbesluit 11 oktober 2007) opgesteld en het uitvoeringsbeleid Uitvoeringsbeleid terrassen vastgesteld op 3 april 2008 (raadsbesluit) en op 11 april 2008 (burgemeestersbesluit); inwerkingtreding op 17 april 2008.

In de Integrale horecanota 2011-2015 is de evaluatie van het uitvoeringsbeleid terrassen genomen als afzonderlijk project. De evaluatie geeft aanleiding tot wijziging en hernieuwd vaststellen van het uitvoeringsbeleid m.b.t. terrassen. Op 11 april 2013 heeft de gemeenteraad van Sittard-Geleen vervolgens de beleidsnotitie 'Uitvoeringsbeleid terrassen 2012' vastgesteld.

Reclamebeleid
Het doel van het reclamebeleid is het bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde omgeving, beïnvloeding van het omgevingsbeeld en duidelijke en concrete criteria voor het aanvragen van reclames. Omdat niet iedere omgeving van dezelfde beeldkwaliteit is en ook niet even gevoelig is voor reclame is een onderscheid gemaakt in gebieden. Gebiedsgericht werken komt voort uit de welstandsnota waar per wijk of stadsdeel beschreven is wat het karakter en de kenmerken zijn en wat dit betekent voor de beeldkwaliteit, ook die van reclames. In de nota "uitvoeringsbeleid reclame, uitstallingen en terrassen" (februari 2008) zijn voor het centrum van Sittard specifieke criteria opgenomen voor het plaatsen van reclame in het gevelvlak, loodrecht op de gevel en vrijstaande reclamezuilen.

Hierbij is een onderscheid gemaakt in verschillende gebieden c.q. bebouwingstypen.

  • Sittard centrum met het beschermd stadsgezicht.
  • Historisch gegroeide woongebieden.
  • Winkelgebieden.

Terrassenbeleid

In de beleidsnotitie 'Uitvoeringsbeleid terrassen 2012' zijn welstandscriteria gesteld waaraan omgevingsvergunningplichtige en APV activiteiten met betrekking tot terrassen moeten voldoen, zodat deze een bijdrage kunnen leveren aan het behoud of de versterking van de visuele kwaliteit van de gebouwde omgeving. Omgevingsvergunningplichtige - en APV activiteiten voor terrassen dienen aan deze welstandscriteria te worden getoetst (terasschotten (incl. reclame), luifels/uitvalschermen, parasols e.d.) Deze nota maakt onderdeel uit van de Welstandsnota.

Het doel van het terrassenbeleid is het verkrijgen van een goede kwalitatieve uitstraling van terrassen, een goede ruimtelijke afstemming tussen de situering van terrassen en de ruimte die nodig is voor winkelend publiek en burgers met een functiebeperking en andere activiteiten, eenduidige en effectieve handhaving en deregulering. De gemeente is erbij gebaat als de openbare ruimte een ordelijke doch gezellige indruk uitstraalt. Horecaterrassen zijn hierbij beeldbepalende elementen. Goed ingerichte terrassen vormen een verlevendiging van het straat-/ marktbeeld en dragen bij aan de attractiviteit en kwaliteit van de openbare ruimte.

Het plangebied van het bestemmingsplan Stationsgebied is voor zover het betreft de Steenweg en de Stationsstraat aangeduid als horecaconcentratiegebied. Met het oog op de gewenste beeldkwaliteit gelden ten aanzien van het gebruik van materialen en kleuren bij de inrichting van een terras een aantal eisen. Deze zijn vastgelegd in de nota.

In het onderhavige bestemmingsplan is voor de regeling van terrassen aangesloten bij het gemeentelijk beleid.

Uitstal- en handhavingsbeleid

Uitstallingen worden niet meer toegestaan (nulbeleid in de APV). Doel hiervan is de verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte, het voorkomen van overlast, verbetering van de verkeersveiligheid en het zorgen voor een ongehinderde doorgang.

2.4.7 Beleidskader winterserres

Aanleiding

Bij de behandeling van het 'Uitvoeringsbeleid reclame, uitstallingen en terrassen' in de vergadering van 3 april 2008 heeft de gemeenteraad de wens uitgesproken om, als aanvulling op het zomerterrassen beleid, de mogelijkheden te onderzoeken van winterterrassen/serres op de Markt te Sittard en Geleen. Het doel hierbij is het verblijfsklimaat op de markt te verbeteren en te verlengen voor de horeca.

Het beleidskader Winterserres

Dit is een beleidskader waaraan initiatieven voor winterserres, naast de bestaande wet- en regelgeving met betrekking tot bouwen, getoetst worden. Het plaatsen van een winterserre is geen verplichting. Reeds eerder is vermeld dat er binnen het bestaande zomerterrassenbeleid ook mogelijkheden zijn voor wintergebruik. Dit betekent dat per ondernemer bekeken kan worden of behoefte is aan een terras/serre in de winter en zo ja welke variant het beste bij de bedrijfsvoering past. Winterserres kunnen solitair worden geplaatst.

Het beoogd resultaat is de horeca op de markt in Sittard de mogelijkheden te bieden winterserres te hebben in de periode van 1 oktober t/m 1 april van enig jaar. Tevens is in juli 2009 amendement aangenomen met als besluit dat:

indien ondernemers de zijschotten zowel voor de zomer- als voor de winterterrassen kunnen gebruiken, deze niet telkens gewisseld hoeven te worden.

2.4.8 Integrale horecanota Sittard-Geleen (2010)

Op 15 december 2010 heeft de gemeenteraad de integrale horecanota vastgesteld. De horecanota bestaat uit 2 delen, t.w. een ruimtelijk-economisch visie en een richtinggevend beleidskader.

Voor het bestemmingsplan is vooral de horecavisie van belang. In dit deel wordt aangegeven op welke manier het horeca-aanbod (locatie, kwaliteit, type en mengfuncties) zich dient te ontwikkelen als reactie op ontwikkelingen en bewegingen in de markt, maar ook als mogelijk voortrekker op de weg naar een bruisende stad. Het vormt het toetsingskader voor toekomstige horeca-initiatieven en tevens het kader van waaruit de meer operationele werkzaamheden zullen plaatsvinden.

De visie richt zich met name op de beide stadscentra Sittard en Geleen en in mindere mate op de buitenwijken, overige kernen en het buitengebied. Dit vanwege de clustering van horeca in de twee centra en de met name lokaal sociale functie van de horeca in het buitengebied.

Kort samengevat constateert de horecanota in zijn algemeenheid dat er meer kwaliteit en diversiteit in het horeca-aanbod moet komen. Via een aantal actielijnen dient het aanbod in de beide stadscentra en de overige (dorps)kernen/buitengebied verbeterd te worden. Op basis van een overall-strategie wordt aan de hand van de termen "ontwikkelen", "consolideren" en "terugdringen" per horeca-categorie aangegeven hoe het aanbond in de gehele gemeente ontwikkeld dient te worden.

Ruimtelijk-economisch bepaalt de horecanota voor het stadscentrum Sittard 4 zoneringen waarbinnen de volgende vormen van horeca mogelijk zijn:

  • 1. Daghoreca en winkelondersteunende horeca/mengvormen.
  • 2. Culturele horeca/mengvormen.
  • 3. Avondhoreca/restaurants.
  • 4. Daghoreca overgaand in avond/nachthoreca.

Deze horecazonering uit de horecanota is in voorliggend bestemmingsplan juridisch vertaald.

Daarnaast wordt in de horecanota (onderdeel richtinggevend beleidskader) voorgesteld om de categorisering van het Bedrijfschap Horeca en Catering aan te houden en te laten landen in de bestemmingsplannen.

Bij dit bedrijfschap dienen alle huidige en nieuwe bedrijven ingeschreven te zijn/worden. Op deze wijze is het mogelijk de gestelde ontwikkelingen vanuit de visie te realiseren, omdat zo een relatie kan worden gelegd met de registratie (vierkante meters per sector). De categorieën zijn drankensector, restaurantsector, hotelsector en fastservicesector. Er wordt tevens aan iedere categorie een zwaarte gekoppeld, zodat bij wijziging van bestemming inzichtelijk is wat de mogelijk te volgen procedures zijn.

Voor de discotheken (vallen binnen de drankensector) dient een aparte categorie te komen en de fastservicesector zal in twee categorieën worden opgedeeld, te weten winkelgebonden horeca en avondgebonden horeca. Hierdoor kan worden voorkomen dat avondgebonden horeca zich vestigt in het winkelgebied.
De categorieën zijn:

  • Drankensector (middelzware horeca)
  • Discotheken (zware horeca) en partycentra
  • Restaurantsector (lichte horeca)
  • Hotelsector (lichte horeca)
  • Fastservicesector (lichte horeca)

2.4.9 Duurzaamheidsplan 2008-2016

In het duurzaamheidplan 'Sittard-Geleen duurzaam en energiek' worden op twee ambitieniveaus doelen en activiteiten beschreven. Het beschreven ambitieniveau "Klimaatakkoord" (een akkoord tussen het Rijk en de VNG) is te beschouwen als een basispakket van doelstellingen waarvan verwacht wordt dat iedere gemeente zich inspant om deze ambities te realiseren. In februari 2008 heeft de gemeente de eerste vervolgstap gezet door het Klimaatakkoord 2007-2011 met het Rijk te tekenen. Op hoofdlijnen betekent dit dat Sittard-Geleen de volgende doelstellingen onderschrijft:

  • In 2015 zijn de gemeentelijke inkopen 100% duurzaam.
  • In 2020 bedraagt het aandeel duurzame energie 20%.
  • In 2020 is nieuwbouw CO2 / klimaatneutraal.
  • Mobiliteit wordt schoner en zuiniger door het instellen van milieuzones en het stimuleren van biobrandstoffen.
  • Energiestromen bij bedrijven worden efficiënter benut.


Om een werkbaar duurzaamheidplan op te stellen met bijbehorend uitvoeringsprogramma zijn vijf kernthema's in het beleid benoemd, te weten:

  • 1. Duurzame gemeentelijke organisatie.
  • 2. Duurzame energie.
  • 3. Duurzame ruimtelijke ontwikkeling: duurzame stedenbouw, duurzaam bouwen en duurzaam groen en water.
  • 4. Duurzame mobiliteit.
  • 5. Duurzame economie.

Binnen de ambitieniveaus zijn uitwerkingen in doelstellingen gemaakt, die leiden tot een aantal concrete activiteiten ter uitvoering. Eventuele ontwikkelingen binnen het plangebied moeten passen binnen deze kaders.

2.4.10 Retail structuurvisie

De gemeente Sittard-Geleen heeft de gewenste ontwikkeling van de stad geschetst in de Stadsvisie. Voor het onderdeel detailhandel is er een uitwerking van deze stadsvisie ontwikkeld in de vorm van de "Retail structuurvisie Sittard-Geleen". Hierin wordt gesteld op welke manier de detailhandelstructuur kan bijdragen in de genoemde doelstelling en op welke wijze dit een concrete vertaalslag kan krijgen naar projecten. In 2007 is deze retail structuurvisie uit 2004 geactualiseerd. De geactualiseerde versie is in februari 2008 vastgesteld.

Het centrum van Sittard krijgt het profiel van recreatief winkelgebied. Er wordt geconstateerd dat het centrum qua omvang achterblijft bij de concurrerende centra als Maastricht, Heerlen en Roermond.

Als Sittard de concurrentie aan wil dan moet gestreefd worden naar een uitgebreid recreatief winkelaanbod, een aantrekkelijke winkelrouting en een goed verblijfsklimaat. In de retail structuurvisie wordt geadviseerd om trekkers toe te voegen aan het bestaande winkelaanbod en er daarbij voor te zorgen dat de binnenstad ook winkels met grotere vloeroppervlaktes kan accommoderen. De ontwikkeling van de Dobbelsteen en Den Tempel kunnen daar een belangrijke rol in spelen.

Een retailadviescommissie heeft het college geadviseerd ten aanzien van de opgestelde retail structuurvisie. De retailadviescommissie onderschrijft het belang van de versterking van het stadscentrum van Sittard. Het centrum zou zich moeten ontwikkelen tot het belangrijkste winkelgebied in de regio met een uitgebreid en gevarieerd recreatief winkelaanbod.

Vanuit breder economisch belang moet het centrum van Sittard zich ontwikkelen tot een grootstedelijk stadscentrum van bovenregionale betekenis. Daarbij is sprake van een mix van hoogwaardige stedelijke voorzieningen over de volle breedte. Om dat te realiseren wordt voor de ontwikkeling van de retailsector in Sittard-centrum ingezet op kwalitatieve groei waarbij de argumenten van onderscheidendheid en het toevoegen van kwaliteit doorslaggevend zijn.

Deze beleidsvisie is kaderstellend voor ontwikkelingen op het gebied van de detailhandel in onderhavig plangebied. Bij deze ontwikkelingen dient er dus altijd gekeken te worden naar deze beleidsvisie.

2.4.11 Masterplan openbare ruimte binnenstad Sittard

Het masterplan is een uitwerking van 'Zitterd Revisited' voor de openbare ruimte en omvat principe-oplossingen voor de cruciale onderdelen in de openbare ruimte en definieert materiaal en sfeer voor de openbare ruimte. Hierbij wil de gemeente aansluiten bij de historische beeldkwaliteit van de oude binnenstad en deze te versterken, alsmede ruime aandacht voor cultuurhistorische thema's, zoals de schootsvelden en herintroductie van het thema 'water in de stad'.

2.4.12 Functieprofielen en branchering

De binnenstad van Sittard is het (boven-)regionale centrum voor de gemeente Sittard-Geleen en omgeving. In het centrum is o.a. de geplande ontwikkeling van De Dobbelsteen (o.a. Hoge School en circa 10.000 m² winkelvloeroppervlak), die moet leiden tot een grote impuls voor de binnenstad. Aan de andere kant hebben lokale en landelijke ontwikkelingen, zoals teruglopende bezoekersaantallen en toenemende internetbestedingen, hun invloed op het functioneren van het centrum.

Daarom wil de gemeente Sittard-Geleen het economische klimaat van de hele binnenstad versterken en heeft hiertoe in 2012 o.a. een onderzoek naar functieprofielen en branchering laten uitvoeren. In het navolgende worden voor het onderhavige bestemmingsplan relevante zaken beschreven.

Retailaanbod binnenstad Sittard

  • Het retailaanbod in de binnenstad van Sittard heeft een omvang van ruim 52.000 m² wvo,verdeeld over circa 250 winkels*. Het modische en overige niet-dagelijkse aanbod domineert, passend bij de recreatieve winkelfunctie. De leegstand bedraagt ruim 11.000 m² wvo, verdeeld over circa 65 panden.
  • De omvang van het retailaanbod in de binnenstad van Sittard ligt gelijk aan dat van een centrum van een gemiddelde kern met circa 75.000 inwoners. Het modische aanbod is relatief sterk aanwezig, terwijl meerdere overige niet-dagelijkse retailbranches ondervertegenwoordigd zijn. Met name de omvang van het aanbod in de branches bruin- en witgoed (elektronica), huishoudelijk en cadeau, en sport en spel is relatief beperkt. Ook aanbod in woninginrichting is ondergemiddeld.
  • Het horeca-aanbod in de binnenstad van Sittard bestaat uit circa 75 bedrijven. Het horeca-aanbod is gevarieerd.
  • In de binnenstad zijn daarnaast circa 60 dienstverlenende bedrijven (ambachten en baliefuncties) en culturele voorzieningen aanwezig, waaronder enkele galeries en twee musea.


Op onderstaande kaart is dit indicatief weergegeven.


afbeelding "i_NL.IMRO.1883.BPStationSittard-VA01_0015.jpg"

Gewenste positie deelgebieden

In de Toekomstvisie routing binnenstad bestaat de Sittardse binnenstad uit de volgende de gewenste deelgebieden (zie onderstaande kaart):

  • Compact kernwinkelgebied, bestaande uit Limbrichterstraat, Brandstraat, Voorstad, Walstraat, Paradijsstraat, Gruizenstraat en de Dobbelsteen.
  • Horecaplein en restaurantstraat Markt en eerste deel Pustraat.
  • Steenweg en Paardestraat aanloopmilieu met een divers aanbod tussen bronpunten (station en parkeergarage) en kernwinkelgebied. Voor de Steenweg is het doel het verbreden van de functies.
  • Aanloopmilieu diensten Rosmolenstraat. Voor de Rosmolenstraat is het doel het verbreden van de functies met dienstverlening.
  • Dwaalmilieu (o.a. cultuur) Kloosterkwartier.

afbeelding "i_NL.IMRO.1883.BPStationSittard-VA01_0016.jpg"

2.4.13 Water
2.4.13.1 Algemeen

In artikel 3.6.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat in de toelichting op een bestemmingsplan wordt beschreven hoe in een plan wordt omgegaan met de waterhuishouding. In het bestemmingsplan moet een verantwoording komen te staan hoe het onderwerp water is verwerkt in het bestemmingsplan. Het is verplicht om in het bestemmingsplan de watertoets op te nemen.

2.4.13.2 Beleidsuitgangspunten

In onderstaande paragraaf wordt het huidige provinciaal, waterschaps- en gemeentelijk waterbeleid, dat van toepassing is beschreven.


Watertoets

De watertoets is een procesinstrument dat inhoudt dat de waterbeheerders van begin af aan betrokken zijn bij het ruimtelijk proces. Ingrepen moeten conform de eisen van de waterbeheerders ontworpen worden. Afwijkingen hierop dienen te worden beargumenteerd en mitigerende maatregelen kunnen noodzakelijk zijn.

In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro is deze waterparagraaf voorgelegd aan Waterschap Roer en Overmaas. Het Waterschap heeft een positief wateradvies afgegeven. De reactie is als bijlage opgenomen (zie bijlage 3).


Integrated Pollution Prevention and Control richtlijn van de EU

De Europese Richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, oftewel de IPPC-richtlijn (afkorting van Integrated Pollution Prevention and Control, 96/61/EG en 2008/1/EG) verplicht de Europese lidstaten grote milieuvervuilende bedrijven te reguleren met een integrale vergunning voor alle mogelijke soorten van vervuiling, op basis van Best Beschikbare Technieken (BBT's) zoals verwoord is in de hiervoor opgestelde referentiedocumenten (BREF's).

In Nederland is de richtlijn op 1 december 2005 geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm) en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo). Na de inwerkingtreding van de Waterwet is de implementatiewetgeving veranderd: de IPPC-Wvo-vergunningen zijn vrijwel allemaal onder het WM-bevoegd gezag komen de vallen. In het plangebied zijn geen IPPC-inrichtingen gelegen.


Nationaal Bestuursakkoord Water

Op basis van het rapport van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het kabinetsstandpunt 'Anders omgaan met water' hebben het rijk, de provincies, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) ondertekent. Het NBW is doorgevoerd in de provinciale en regionale beleidsplannen.

Relevante aspecten uit het NBW zijn:

  • Toepassen van de watertoets als procesinstrument op alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen.
  • Toepassen van de trits schoon houden - zuiveren - schoon maken, met als eerste insteek het voorkomen van vermenging van schoon hemelwater van dakvlakken en afvalwater en het gebruik van bijvoorbeeld een bodempassage voor hemelwater van druk bereden straatvlakken.
  • Wateropgave (de benodigde bergingscapaciteit voor het opvangen van pieken in neerslag) bepalen aan de hand van de NBW normen regionale wateroverlast. Voor stedelijk gebied geldt een norm van T=100 (neerslaggebeurtenis die statistisch berekend eens in de 100 jaar voorkomt).


Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL)

In het POL2006 (inclusief actualisatie 2008 en 2009) is het omgevingsbeleid van de provincie Limburg beschreven. Naast beleid op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu en water, geeft het POL2006 de hoofdlijnen van het provinciaal verkeers- en vervoersplan. Tevens vormt het POL2006 een economisch beleidskader op hoofdlijnen, voor zover het de fysieke elementen daarvan betreft. Tenslotte is het POL ook een welzijnsplan, voor zover het de fysieke aspecten van zorg, cultuur en sociale ontwikkeling betreft. Het POL heeft een aantal voorheen wettelijk voorgeschreven provinciale beleidsplannen vervangen, namelijk het streekplan, het milieubeleidsplan, het waterhuishoudingplan.


Het provinciale waterbeleid bevat de volgende strategische doelen:

  • Herstel sponswerking: Het voorkomen van wateroverlast en watertekort in het regionale watersysteem, anticiperend op veranderende klimatologische omstandigheden.
  • Herstel van de natte natuur: Het bereiken van ecologisch gezonde watersystemen en grondwaterafhankelijke natuur.
  • Schoon water: Het bereiken van een goede chemische kwaliteit voor water en sediment.
  • Duurzame watervoorziening: Het beschermen van water voor menselijke consumptie, zodanig dat voldoende water van de vereiste kwaliteit via eenvoudige zuiveringstechnieken beschikbaar is.
  • Een veilige Maas: Het streven naar een acceptabel risico voor overstromingen in het rivierbed van de Maas.


Regenwater schoon van beek naar bodem

In de brochure "Regenwater schoon naar beek en bodem" (december 2005) geven de waterbeheerders richtlijnen om afgekoppeld regenwater op een verantwoorde wijze af te voeren naar beek of bodem. Onderdeel van deze visie is een voorkeurtabel waarin wordt aangegeven hoe er voor een bepaald type ontwikkeling met afkoppelen dient te worden omgegaan.

Op hoofdlijnen wordt aangegeven dat:

  • Het hemelwater tot een neerslaggebeurtenis (regenbui) van eens per 25 jaar (T=25, 31 mm in 45 minuten), opgevangen dient te worden.
  • Een neerslaggebeurtenis van eens per 100 jaar (T=100, 35 mm in 30 minuten) mag niet leiden tot wateroverlast.
  • Een retentie-/infiltratievoorziening dient binnen 24 uur wederom beschikbaar te zijn voor een volgende neerslaggebeurtenis.


Waterbeheersplan 2010 -2015

Het algemeen bestuur van het Waterschap Roer en Overmaas heeft op 29 september 2009 het waterbeheersplan 2010 - 2015 vastgesteld. Samenwerking, draagvlak, haalbaarheid en betaalbaarheid zijn de kernwoorden die het bestuur voor ogen stonden bij de discussies over het plan. Het waterbeheersplan met de bijbehorende bijlagen bevat concrete maatregelen die het waterschap de komende zes jaar gaat aanpakken. Denk daarbij aan investeringen voor bescherming tegen wateroverlast en verbetering van de waterkwaliteit, de visie van het waterschap op het waterbeheer in Zuid- en Midden-Limburg en beslissingen over de uitvoering van nieuwe projecten.


Notitie taakopvatting watersysteembeheer Waterschap Roer en Overmaas

Waterschap Roer en Overmaas heeft in december 2009 een notitie bestuurlijk vastgesteld, waarin staat onderbouwd hoe het waterschap haar taakinvulling voor het watersysteem ziet. Hierbij heeft het waterschap nieuwe normen voor de compensatie voor de toename van het verharde oppervlak benoemd. De compensatie voor de toename van het verharde oppervlak heeft als doel dat nieuwe ontwikkelingen geen (water)problemen veroorzaken in andere tijden of op andere plaatsen. Het hemelwater wordt opgevangen in buffers waar het hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem of vertraagd wordt afgevoerd naar oppervlaktewater.


Bij nieuwe ontwikkelingen dient voldoende opvangcapaciteit aanwezig te zijn voor een neerslagebeurtenis van eens per 25 jaar (T=25). Dit is in het beheersgebied van waterschap Roer en Overmaas 35 mm in 45 minuten. Daarnaast wordt getoetst of een neerslaggebeurtenis van eens per 100 jaar (T=100) geen wateroverlast veroorzaakt. T=100 komt overeen met 45 mm in 30 minuten. Voor de leegloop van de buffers wordt de regel gehanteerd dat ze in principe binnen 24 uur geledigd zijn en weer beschikbaar zijn voor een volgende neerslaggebeurtenis. Wanneer de buffer voorzien is van een afvoer naar oppervlaktewater, dient de afvoercapaciteit te zijn afgestemd op de afvoercapaciteit van het ontvangende oppervlaktewater.


Structuurvisie gemeente Sittard-Geleen

Herstructurering en nieuwbouw dienen te worden aangegrepen om te anticiperen op de klimaatsverandering. Ruimte voor water is meer dan ooit nodig om een veilig woon en werkklimaat te kunnen bieden. Uitgangspunt bij herstructurering en nieuwbouw is hydrologisch neutraal bouwen, hetgeen betekent dat het regenwater ter plekke moet kunnen worden opgevangen. Daarnaast moet de openbare ruimte meer en meer geschikt gemaakt worden om regenwater bij extreme situaties af te kunnen voeren. Dit vergt een intensieve samenwerking van alle beheerders van de openbare ruimte. Voor alle nieuwbouwlocaties geldt dat het water in een zo vroeg mogelijk stadium van de ruimtelijke plannen moet worden meegenomen. Wettelijk is dit vastgelegd door middel van de waterparagraaf in het bestemmingsplan. De gemeente toetst de ruimtelijke plannen met betrekking tot de waterhuishoudkundige aspecten in samenspraak met het waterschap. Naast het hemelwater worden in de watertoets ook het afvalwater, het grondwater en het beleid omtrent de Kaderrichtlijn Water in de beschouwing meegenomen.


WABO-vergunningsaanvraag gemeente Sittard-Geleen

In de gemeentelijke bouwverordening is vastgelegd dat bij nieuwe vergunningsplichtige opstallen het hemelwater op eigen terrein dient te blijven. De voorgeschreven verplichting om het hemelwater niet op traditionele wijze af te voeren naar het gemeenteriool of naar oppervlaktewater, maar naar een op het eigen erf of terrein aan te leggen opvang- en bezinkingsvoorziening, berust op milieuhygiënische overwegingen ('duurzaam bouwen'). Hiermee wordt beoogd om het hemelwater aan de bodem toe te voegen om op deze wijze zo veel mogelijk bij te dragen aan de instandhouding van het grondwaterpeil en het tegengaan van verdroging van het milieu.


Beleidsplan Stedelijk Watermanagement gemeente Sittard-Geleen 2010-2013

Het Beleidsplan Stedelijk Watermanagement is de opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan 2005 - 2008. Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) beschrijft de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan haar zorgplicht voor het 'inzamelen en transporteren van afvalwater'. De uitbreiding van de zorgplichten worden beleidsmatig uitgewerkt in het Gemeentelijk Rioleringsplan, dat dientengevolge het Verbreed GRP wordt genoemd. De titel is niet langer ladingdekkend. Het beleidsplan gaat immers verder dan alleen de riolering. Daarom heeft Sittard-Geleen er voor gekozen om het Verbreed GRP voortaan aan te duiden als het Beleidsplan Stedelijk Watermanagement.


Watervisie

De watervisie is opgenomen in het Duurzaamheidsplan 2008-2016 van Sittard-Geleen.

  • De gemeente streeft naar duurzaam groen en water dat leidt tot een verhoging van de belevingswaarde en de recreatiemogelijkheden in de stad.
  • Het draagt bij aan een gezond leefklimaat in het stedelijk gebied en vangt de gevolgen op van de klimaatverandering.
  • Bij stedelijke ontwikkelingen en herinrichtingen wordt ingezet op een versterking van de groen- en waterstructuur als voorwaarde voor de stedelijke kwaliteit.

2.4.14 Vigerend beleid cultuurhistorie en archeologie

Sittard-Geleen streeft naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem als bron van kennis en cultuurbeleving. Cultuurhistorische relicten worden behouden en geaccentueerd. In samenhang met ruimtelijke inrichting, geeft de dynamiek van het verleden mede richting aan heden en toekomst.


In het najaar van 2012 is de beleidsnota archeologie en monumenten vastgesteld. De beleidsnota archeologie en monumenten geeft aan welk beleid de gemeente komende jaren zal voeren ten aanzien van archeologie en monumenten. Ook is eind 2012 de nieuwe Erfgoedverordening Sittard-Geleen 2012 vastgesteld, evenals de verordening Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK). In de Erfgoedverordening zijn bepalingen opgenomen voor bescherming van gemeentelijk erfgoed. De verordening ARK regelt in de instelling van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, die de taken van de huidige Welstands- en Monumentencommissies overneemt. Deze commissie zal in de eerste helft van 2013 operationeel worden. In de welstandsnota zijn voor een deel bepalingen opgenomen tot behoud van de historisch ruimtelijke karakteristiek van de gemeente. De subsidiëring van cultuurhistorisch erfgoed is geregeld in de "Subsidieverordening cultuurhistorisch erfgoed 2008". Voor de regio staat het beleid in het POL. Op landelijke niveau is de Monumentenwet van belang. In de navolgende paragraaf en in hoofdstuk 3 is dit verder voor het plangebied uitgewerkt.

2.4.15 Visie spoorzone gemeente Sittard-Geleen

In 2005 stelde de gemeente Sittard-Geleen de spoorvisie 'Veiligheid, element van stedelijke planning in de Spoorzone Sittard-Geleen' op. Uitgangspunt van deze visie is dat op een verantwoorde manier wordt omgegaan met de toename van risico's als gevolg van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De nieuwe veiligheidsvisie spoorzone is op 13 september 2012 door de gemeenteraad vastgesteld.


In deze visie is opgenomen dat bij nieuwe ontwikkelingen een zone van 50 meter vrijgehouden wordt van kwetsbare en beperkt kwetsbare bestemmingen. Als binnen 200 meter een nieuwe (beperkt) kwetsbare bestemming gerealiseerd wordt, moeten tevens bouwkundige effect beperkende maatregelen worden toegepast. In het kader van het bestemmingsplan en de ontwikkeling van de zuidelijke spooraansluiting wordt hieraan getoetst.

2.4.16 Beleidsvisie externe veiligheid Chemelot Site / Westelijke Mijnstreek

Sinds 2011 is de 'Beleidsvisie externe veiligheid Chemelot site / Westelijke Mijnstreek' van de gemeente Sittard-Geleen in werking getreden.

De opgestelde beleidsvisie gaat in op de huidige veiligheidssituatie rond de Chemelot site. De veiligheidssituatie wordt aanvaardbaar geacht door de volgende aspecten:

  • De Chemelot site heeft een grote economische belang voor Zuid-Limburg.
  • Op het bedrijventerrein zijn speciale en extra veiligheidsvoorzieningen getroffen om de kans op incidenten en de gevolgen daarvan zo klein mogelijk te houden. Deze worden geborgd via de milieuvergunning.
  • Het bedrijventerrein beschikt over een hoogwaardige bedrijfsbrandweer en rampenbestrijdingsorganisatie.
  • Nieuwe inzichten in bewezen veiligheidsmaatregelen worden toegepast waar dat bedrijfseconomisch verantwoord is. Ook deze worden geborgd via de milieuvergunning


Om de leefbaarheid van de Westelijke Mijnstreek te behouden en te verbeteren worden randvoorwaarden gesteld aan ontwikkelingen op de Chemelot site. Deze houden in dat ontwikkelingen met de hoogste veiligheidsrisico's centraal op het bedrijventerrein moeten plaatsvinden en ontwikkelingen met het laagste veiligheidsrisico aan de rand. Deze zogenaamde inwaartse zonering is in het vigerende bestemmingsplan opgenomen en wordt in het nieuwe bestemmingsplan Chemelot verankerd. Hierdoor worden burgers in de omgeving van de site zo min mogelijk blootgesteld aan eventuele risico's die gevaarlijke stoffen met zich meebrengen. Een uitzondering vormen uiteraard de activiteiten op het spoor omdat deze infrastructuur op het terrein vastligt.