direct naar inhoud van Regels
Plan: Kern Maasland 2008
Status: geconsolideerde versie
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1842.bp21KMLGec-VA01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 plan

het bestemmingsplan Kern Maasland 2008 met identificatienummer NL.IMRO.1842.bp21KMLGec- van de gemeente Midden-Delfland. Dit betreft een geconsolideerde versie van:

  • bestemmingsplan Kern Maasland 2008, vastgesteld 19 mei 2009 met besluitnummer 2009-4-05;
  • 1e partiele herziening Kern Maasland 2008, vastgesteld 26 maart 2013 met besluitnummmer 2013-03-05 b;
  • 3e partiële herziening Kern Maasland 2008, vastgesteld 26 mei 2015 met besluitnummer 2015-06-05C.
1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5 aan- en uitbouw

een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.

1.6 aan-huis-gebonden beroep

een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

1.7 agrarische activiteiten

activiteiten, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren.

1.8 antennedrager

een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.

1.9 antenne-installatie

een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.

1.10 archeologisch onderzoek

onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingvergunning beschikt.

1.11 archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.

1.12 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.13 bedrijf

een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en verhandelen van goederen, dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als niet zelfstandig onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen.

1.14 bedrijfswoning/dienstwoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein.

1.15 bedrijfsvloeroppervlakte (bvo)

de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.

1.16 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen en aantallen

afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen en aantallen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van

het bepaalde bij of krachtens de Woningwet.

1.17 bestaande bouwwerken

bouwwerken, die op het tijdstip van het van kracht worden van dit bestemmingsplan zijn of alsnog kunnen worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet.

1.18 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.19 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.20 bijgebouw

een vrijstaand gebouw dat in functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.

1.21 bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend

hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

1.22 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een

bouwwerk.

1.23 bouwgrens

de grens van een bouwvlak.

1.24 bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van kelderlagen, onderbouw en kapverdiepingen.

1.25 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.26 bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel.

1.27 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde

gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.28 bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.29 consumentenvuurwerk

vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik.

1.30 dakkapel

een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst.

1.31 dakopbouw

een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst.

1.32 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.33 detailhandel in volumieuze goederen

een detailhandelsbedrijf in de volgende te onderscheiden categorieën:

  • a. detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen;
  • b. detailhandel in volumineuze goederen, zoals auto's, keukens, badkamers, boten, motoren, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en/of materialen;
  • c. tuincentra;
  • d. grootschalige meubelbedrijven inclusief in ondergeschikte mate woninginrichting en stoffering;
  • e. bouwmarkten.
1.34 dienstverlening

het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden met of zonder rechtstreeks contact met het publiek.

1.35 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.36 geluidshinderlijke inrichtingen

bedrijven in de zin van artikel 41 van de Wet geluidhinder én artikel 2.4 van het Inrichtingen- en

vergunningenbesluit milieubeheer.

1.37 grens stedelijk gebied

de grens overeenkomstig de rode contour, zoals opgenomen in het streekplan van Zuid-Holland.

1.38 hoofdgebouw

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het

perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.39 horecabedrijf

een bedrijf gericht op één of meer van de navolgende activiteiten:

  • het verstrekken van al dan niet ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken;
  • het exploiteren van zaalaccommodatie;
  • het verstrekken van nachtverblijf.
1.40 kantoor-/praktijkruimte

voorzieningen gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch,

juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.

1.41 kap

een constructie van één of meer dakvlakken met een helling van meer dan 30° en minder dan 65°.

1.42 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer geldt, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

1.43 nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations,

schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, apparatuur voor de telecommunicatie is hieronder niet begrepen.

1.44 opslag

het bewaren van goederen, waaronder agrarische producten, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard.

1.45 overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand.

1.46 overig bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.47 pand

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.48 peil

het peil:

  • a. voor bouwwerken waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
  • b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
1.49 platte afdekking

een horizontaal vlak, ter afdekking van een gebouw, dat meer dan tweederde van het grondvlak van het gebouw beslaat.

1.50 risicovolle inrichting

inrichtingen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

1.51 seizoensgebonden ballonhal

een opblaasbare, niet-permanente bebouwing zijnde, tennishal die uitsluitend in het winterseizoen mag worden opgebouwd en gebruikt.

1.52 sporthal

een complex bedoeld voor binnen- en buitensportactiviteiten, alsmede aan sport en gezondheid gerelateerde voorzieningen.

1.53 Staat van Bedrijfsactiviteiten "bedrijventerrein"

de bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten "bedrijventerrein" die van deze regels deel uitmaakt.

1.54 Staat van Horeca-activiteiten

de bijlage Staat van Horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt.

1.55 tuinmeubilair

voorzieningen ten behoeve van particuliere tuinen in de vorm van meubilair, verlichtingsvoorzieningen, parasols, speelhuisjes, zandbakken, schommels en daarmee gelijk te stellen

voorzieningen.

1.56 voorgevel

de gevel van een woning die naar aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling en oriëntatie als belangrijkste beeldbepalende gevel kan worden aangemerkt.

1.57 winterseizoen

de periode van oktober tot en met april.

1.58 woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 afstand

de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelgrenzen

worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn.

2.2 bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen

2.3 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.

2.4 goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel

2.5 inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de

scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.6 oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.7 vloeroppervlakte

de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Agrarisch" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het uitoefenen van agrarische activiteiten en voor de verkoop van eigen producten, met uitzondering van de volgende activiteiten: intensieve veehouderij, paardenfokkerij, paardenhouderij, (waaronder een manege), bosbouw, sier- en fruitteelt;
  • b. het in stand houden van de gronden als veenweidegebied;
  • c. ter plaatse van de aanduiding "wonen": tevens voor wonen;
  • d. bij deze functies behorende ontsluitingswegen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
  • a. gebouwen;
  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.2.2 Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de verbeelding en de volgende regels:

gebouwen

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum goothoogte (m)" is aangegeven;

gebouwen, geen gebouwen zijnde

  • c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel en grenzend aan openbaar gebied;
    • 2. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen elders;
    • 3. 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
    • 4. 15 m voor silo's en hooibergen.
3.3 Specifieke gebruiksregels

Opslag van goederen buiten het bouwvlak is niet toegestaan.

Artikel 4 Bedrijf

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Bedrijf" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. ter plaatse van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 2": bedrijven tot en met bedrijfscategorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten "bedrijventerrein";
  • b. ter plaatse van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.1": bedrijven tot en met bedrijfscategorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten "bedrijventerrein";
  • c. ter plaatse van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.2": bedrijven tot en met bedrijfscategorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten "bedrijventerrein";
  • d. ter plaatse van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 4.1": bedrijven tot en met bedrijfscategorie 4.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten "bedrijventerrein";
  • e. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - schildersbedrijf": tevens voor een bedrijf in de afwerking van gebouwen;
  • f. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - elektronische installatie": tevens voor een bedrijf in elektronische installatie;
  • g. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - timmerwerkfabriek": tevens voor een timmerwerkfabriek;
  • h. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - autoschadeherstelbedrijf": tevens voor een autoschadeherstelbedrijf;
  • i. ter plaatse van de aanduiding "nutsvoorziening": tevens voor nutsvoorzieningen;
  • j. ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning": tevens voor één bedrijfswoning;
  • k. ter plaatse van de aanduiding "woonwagenstandplaats": tevens voor twee woonwagenstandplaatsen;
  • l. bij deze functies behorende voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Op deze gronden mogen ten behoeve van de besetemming uitsluitend worden gebouwd:
  • a. gebouwen;
  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

4.2.2 Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de verbeelding en de volgende regels:

gebouwen

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum goothoogte (m)" is aangegeven;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum bouwhoogte (m)" is aangegeven

bedrijfswoningen

  • d. ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning" mag ten hoogste één bedrijfswoning worden gebouwd;
  • e. de inhoud van een bedrijfswoning inclusief aan- en uitbouwen mag ten hoogste 650 m³ bedragen;

bijgebouwen bij bedrijfswoningen

  • f. per bedrijfswoning mag ten hoogste 50 m² aan bijgebouwen worden gebouwd met een maximale goothoogte van 3 m en een maximale bouwhoogte van 5 m;

woonwagenstandplaatsen

ter plaatse van de aanduiding "woonwagenstandplaats" gelden de volgende regels:

  • g. per standplaats is ten hoogste één woonwagen toegestaan;
  • h. het grondoppervlak per woonwagen, bedraagt ten hoogste 50 m²;
  • i. de afstand tussen woonwagens onderling dient ten minste 4 m te bedragen;
  • j. het gezamenlijk oppervlak van bijgebouwen en overkappingen mag per woonwagen bedraagt ten hoogste 40 m²;
  • k. de bouwhoogte van bijgebouwen mag ten hoogste 3 m bedragen;

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

  • l. ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bebouwing" mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd;
  • m. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel en grenzend aan openbaar gebied;
    • 2. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen elders;
    • 3. in afwijking van het bepaalde onder 1 zijn ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - afwijkende bouwhoogte" erf- en terreinafscheidingen langs de openbare weg toegestaan met een bouwhoogte van ten hoogste 2,5 m;
    • 4. 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.3 Specifieke gebruiksregels

Ter zake gelden de volgende regels:

  • a. opslag van goederen met een totale (stapel)hoogte van meer dan 4 m is op onbebouwde gronden niet toegestaan;
  • b. uitoefening van detailhandel voor zover dit een normaal en ondergeschikt bestandsdeel vormt van de bedrijfsuitoefening, is toegestaan;
  • c. per bedrijf is een kantoorvloeroppervlakte die meer bedraagt dan 50% van de brutovloeroppervlakte niet toegestaan; kantoorvloeroppervlakte van meer dan 400 m² per bedrijf is in geen geval toegestaan;
  • d. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan;
  • e. geluidshinderlijke en risicovolle inrichtingen zijn niet toegestaan.
  • f. ter plaatse van de aanduiding "woonwagenstandplaats" is tevens toegestaan gedeelten van de woonwagens, inclusief aan- en uitbouwen te gebruiken voor aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, voorzover:
    • 1. het aan-huis-gebonden beroep of de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten door de bewoner van de desbetreffende woonwagen wordt uitgeoefend;
    • 2. het vloeroppervlak ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten niet groter is dan 25% van het vloeroppervlak van de woonwagen, inclusief aan- en uitbouwen, met een maximum van 40 m²;
    • 3. ten behoeve van de kantoor- en praktijkruimten en de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien;
    • 4. de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en niet gepaard gaan met horeca en detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan de uitoefening van de betrokken kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
  • g. het gebruik ten behoeve van seksuele dienstverlening is niet toegestaan.
4.4 Afwijken van de Staat van Bedrijfsactiviteiten

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1:

  • a. om bedrijven toe te laten in één bedrijfscategorie hoger dan in lid 4.1 genoemd, voorzover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de in lid 4.1 genoemde bedrijfscategorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • b. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de in lid 4.1 genoemde bedrijfscategorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten.

Artikel 5 Detailhandel

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Detailhandel" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. detailhandel, uitsluitend in de eerste bouwlaag, waarbij geldt dat het bedrijfsvloeroppervlak per vestiging ten hoogste 300 m² mag bedragen;
  • b. dienstverlening, uitsluitend in de eerste bouwlaag;
  • c. wonen, met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, uitsluitend vanaf de tweede bouwlaag, met uitzondering van toegangen en bergingen;
  • d. ter plaatse van de aanduiding "parkeergarage" tevens een (ondergrondse) parkeervoorziening;
  • e. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding "supermarkt" een bedrijfsoppervlakte van ten hoogste 1.450 m² toegestaan uitsluitend in de eerste bouwlaag;
  • f. bij deze functies behorende voorzieningen, zoals laad- en losruimte, bergingen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, wateren nutsvoorzieningen.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:
  • a. gebouwen;
  • b. gebouwen, geen gebouwen zijnde.

5.2.2 Voor het bouwen gelden de aanduiding op de verbeelding en de volgende regels:

gebouwen

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum goothoogte (m)" is aangegeven;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum bouwhoogte (m)" is aangegeven;

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

  • d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel en grenzend aan openbaar gebied;
    • 2. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen elders;
    • 3. 2 m voor tuinmeubilair;
    • 4. 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
5.3 Specifieke gebruiksregels
5.3.1 Ter zake gelden de volgende regels:
  • a. opslag van goederen, buiten het bouwvlak en in de openlucht is niet toegestaan;
  • b. detailhandel in volumineuze goederen is niet toegestaan;
  • c. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan;
  • d. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan;
  • e. het gebruik ten behoeve van seksuele dienstverlening is niet toegestaan.

5.3.2 Het is toegestaan om gedeelten van gebouwen vanaf de tweede bouwlaag te gebruiken voor aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, voor zover:
  • a. het vloeroppervlak ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten niet groter is dan 25% van het vloeroppervlak van de woning met een maximum van 40 m²;
  • b. ten behoeve van de kantoor- en praktijkruimten en de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien;
  • c. de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en niet gepaard gaan met horeca en detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan de uitoefening van de betrokken kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten.
5.4 Afwijken van oppervlakte supermarkt

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1 onder e voor het uitbreiden van een supermarkt, met dien verstande dat:

  • a. de uitbreiding uitsluitend plaatsvindt binnen het bouwvlak en op de begane grond;
  • b. de uitbreiding niet mag leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer;
  • c. er voorzien dient te worden in voldoende parkeerruimte;
  • d. er geen duurzame ontwrichting van een evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur mag plaatsvinden;
  • e. er voorzien dient te worden in voldoende ruimte voor laden en lossen;
  • f. er redelijkerwijs voldoende ruimte open gelaten wordt om de woningen te bereiken.

Artikel 6 Gemengd

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Gemengd"aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. detailhandel, uitsluitend in de eerste bouwlaag, waarbij geldt dat het bedrijfsvloeroppervlak per vestiging ten hoogste 300 m² mag bedragen;
  • b. dienstverlening, uitsluitend in de eerste bouwlaag;
  • c. horeca tot en met horecacategorie 1b van de Staat van Horeca-activiteiten, uitsluitend in de eerste bouwlaag;
  • d. gezondheidszorg, uitsluitend in de eerste bouwlaag;
  • e. zorg en welzijn, uitsluitend in de eerste bouwlaag;
  • f. jeugd/kinderopvang, uitsluitend in de eerste bouwlaag;
  • g. verenigingsleven, uitsluitend in de eerste bouwlaag;
  • h. wonen, met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, uitsluitend vanaf de tweede bouwlaag, met uitzondering van toegangen en bergingen;
  • i. ter plaatse van de aanduiding "horeca tot en met categorie 1": tevens maximaal één horecabedrijf:
    • 1. uit ten hoogste categorie 1c van de Staat van Horeca-activiteiten;
    • 2. uitsluitend in de eerste bouwlaag;
    • 3. met een bedrijfsvloeroppervlak van ten hoogste 250 m²;
  • j. bij deze functies behorende voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en laad- en losruimte.
6.2 Bouwregels
6.2.1 Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
  • a. gebouwen;
  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

6.2.2 Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de verbeelding en de volgende regels:

gebouwen

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum goothoogte (m), maximum ouwhoogte (m)" is aangegeven;

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

  • c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel en grenzend aan openbaar gebied;
    • 2. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen elders;
    • 3. 2 m voor tuinmeubilair;
    • 4. 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
6.3 Specifieke gebruiksregels
6.3.1 Ter zake gelden de volgende regels:
  • a. opslag van goederen buiten het bouwvlak en in de openlucht is niet toegestaan;
  • b. detailhandel in volumineuze goederen is niet toegestaan;
  • c. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan;
  • d. het gebruik ten behoeve van seksuele dienstverlening is niet toegestaan.

6.3.2 Het is toegestaan om gedeelten van gebouwen vanaf de tweede bouwlaag te gebruiken voor aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, voor zover:
  • a. het vloeroppervlak ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten niet groter is dan 25% van het vloeroppervlak van de woning met een maximum van 40 m²;
  • b. ten behoeve van de kantoor- en praktijkruimten en de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien;
  • c. de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en niet gepaard gaan met horeca en detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan de uitoefening van de betrokken kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten.
6.4 Afwijken van de Staat van Horeca-activiteiten

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1:

  • a. om horecabedrijven toe te laten in één horecacategorie hoger dan in lid 6.1 aangegeven, voor zover het betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of de bijzondere maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de in lid 6.1 genoemde horecacategorieën van de Staat van Horeca-activiteiten;
  • b. om horecabedrijven toe te laten die niet in de Staat van Horeca-activiteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de in lid 6.1 genoemde horecacategorieën van de Staat van Horeca-activiteiten.

Artikel 7 Groen

7.1 Bestemmingsomschrijving

D voor "Groen" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. beplantingen, plantsoenen, bermen, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden;
  • b. ter plaatse van de aanduiding "waterberging" tevens een waterbergbezinkbassin;
  • c. bij deze functies behorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en water.
7.2 Bouwregels
7.2.1 Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd.

7.2.2 Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de verbeelding en de volgende regels:
  • a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. 1 m voor terreinafscheidingen;
    • 2. 4 m voor speeltoestellen;
    • 3. 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Artikel 8 Horeca

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Horeca" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. horecabedrijven tot en met horecacategorie 1 b van de Staat van Horeca-activiteiten;
  • b. ter plaatse van de aanduiding "horeca tot en met categorie 1": horecabedrijven uit categorie 1 van de Staat van Horeca-activiteiten;
  • c. ter plaatse van de aanduiding "horeca tot en met categorie 2": horecabedrijven tot en met categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten;
  • d. ter plaatse van de aanduiding "horeca tot en met categorie 3": horecabedrijven tot en met categorie 3 van de Staat van Horeca-activiteiten;
  • e. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen.
8.2 Bouwregels
8.2.1 Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
  • a. gebouwen;
  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

8.2.2 Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de verbeelding en de volgende regels:

gebouwen

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum goothoogte (m)" is aangegeven;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum bouwhoogte (m)" is aangegeven;

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

  • d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel en grenzend aan openbaar gebied;
    • 2. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen elders;
    • 3. 2 m voor tuinmeubilair;
    • 4. 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
8.3 Afwijken van de Staat van Horeca-activiteiten

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.1:

  • a. om horecabedrijven toe te laten in één categorie hoger dan in lid 8.1, voor zover het betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of de bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën zoals in lid 8.1 genoemd;
  • b. om horecabedrijven toe te laten die niet in de Staat van Horeca-activiteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de horecacategorieën, zoals in lid 8.1 genoemd.
8.4 Specifieke gebruiksregels

Opslag van goederen, buiten het bouwvlak en in de openlucht is niet toegestaan.

Artikel 9 Kantoor

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Kantoor" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. kantoren;
  • b. ter plaatse van de aanduiding "wonen"; tevens voor wonen;
  • c. bij deze functies behorende voorzieningen zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, groen en water.
9.2 Bouwregels
9.2.1 Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
  • a. gebouwen;
  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

9.2.2 Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de verbeelding en de volgende regels:

gebouwen

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum goothoogte (m)" is aangegeven;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum bouwhoogte (m)" is aangegeven;

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

  • d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel en grenzend aan openbaar gebied;
    • 2. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen elders;
    • 3. 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Artikel 10 Maatschappelijk

10.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Maatschappelijk" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. onderwijs;
  • b. gezondheidszorg;
  • c. zorg en welzijn;
  • d. religieuze instellingen;
  • e. jeugd/kinderopvang;
  • f. sociaal-culturele instellingen;
  • g. verenigingsleven;
  • h. ter plaatse van de aanduiding "begraafplaats": uitsluitend voor een begraafplaats;
  • i. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - dienstwoning": tevens voor een dienstwoning;
  • j. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - dierenarts": tevens voor een dierenartsenpraktijk;
  • k. ter plaatse van de aanduiding "sporthal": tevens voor een sporthal;
  • l. ter plaatse van de aanduiding "wonen": tevens voor wonen;
  • m. bij deze functies behorende voorzieningen zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, groen en water.
10.2 Bouwregels
10.2.1 Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:
  • a. gebouwen
  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

10.2.2 Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de verbeelding en de volgende regels:

gebouwen en overkappingen

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum goothoogte (m)" is aangegeven;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum bouwhoogte (m)" is aangegeven;
  • d. het totale oppervlak van gebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum bebouwingspercentage (%)" van het bouwperceel;

dienstwoningen

  • e. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van maatschappelijk - dienstwoning" mag ten hoogste één dienstwoning worden gebouwd, met dien verstande dat de dienstwoning ter plaatse van het adres Foppenpolder 3 ook door derden bewoond mag worden;
  • f. de inhoud van een dienstwoning inclusief aan- en uitbouwen mag ten hoogste 650 m³ bedragen;

bijgebouwen bij dienstwoningen

  • g. per dienstwoning mag ten hoogste 50 m² aan bijgebouwen worden gebouwd met een maximale goothoogte van 3 m en een maximale bouwhoogte van 5 m;

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

  • h. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel en grenzend aan openbaar gebied;
    • 2. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen elders;
    • 3. 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Artikel 11 Natuur

11.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Natuur"aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden;
  • b. extensieve dagrecreatie.
11.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
11.3.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Natuur zonder of in afwijking van een

schriftelijke omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, voor zover

geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • b. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • c. het aanleggen van dijken of andere taluds en het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds;
  • d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  • e. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen;
  • f. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • g. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties.

11.3.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod

Het verbod van lid 11.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.

11.3.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning

De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 11.3.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor

de natuur- en landschapswaarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.

Artikel 12 Recreatie

12.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Recreatie" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. ter plaatse van de aanduiding "kinderboerderij": voor een kinderboerderij;
  • b. ter plaatse van de aanduiding "manege": voor een manege;
  • c. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van sport - tennishal": tevens voor een seizoensgebonden ballonhal;
  • d. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van sport - veldsport": voor veldsporten;
  • e. ter plaatse van de aanduiding "volkstuin": voor volkstuinen;
  • f. bij deze functies behorende voorzieningen zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, groen en water
12.2 Bouwregels
12.2.1 Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
  • a. gebouwen
  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

12.2.2 Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de verbeelding en de volgende regels:

gebouwen

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum goothoogte (m)" is aangegeven;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder a mogen bergingen buiten het bouwvlak worden gebouwd met een gezamenlijke inhoud van niet meer dan 60 m³ per bestemmingsvlak;
  • d. de bouwhoogte van bergingen buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • e. in afwijking van het bepaalde onder a mag ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van sport - tennishal" buiten het bouwvlak worden gebouwd;
  • f. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van sport - tennishal" bedraagt de bouwhoogte ten hoogste 9,5 m en bedraagt de oppervlakte ten hoogste 1.750 m²;

bouwwerken, geen gebouwen zijnde

  • g. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. 1 m voor terreinafscheidingen voor de voorgevel en grenzend aan openbaar gebied;
    • 2. 2 m voor terreinafscheidingen elders;
    • 3. 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
    • 4. 15 m voor lichtmasten ter plaatste van de aanduiding "specifieke vorm van sport - veldsport";
    • 5. 5 m voor tribunes ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van sport - veldsport";
    • 6. 4 m voor speeltoestellen.
12.3 Specifieke gebruiksregel

Het gebruik van de seizoensgebonden ballonhal is alleen toegestaan van oktober tot en met april.

Artikel 13 Tuin

13.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Tuin" aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen

13.2 Bouwregels
13.2.1 Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd.

13.2.2 Voor het bouwen gelden de volgende regels:
  • a. in afwijking van het bepaalde in lid 13.2.1 zijn erkers aan de voorgevel van het hoofdgebouw toegestaan, met in achtneming van het volgende:
    • 1. de diepte bedraagt ten hoogste 1 m gemeten vanuit de voorgevel van het hoofdgebouw;
    • 2. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m;
    • 3. de breedte bedraagt ten hoogste 2/3 van de gevelbreedte;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel en grenzend aan openbaar gebied;
    • 2. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen elders;
    • 3. 2 m voor tuinmeubilair;
    • 4. 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Artikel 14 Verkeer

14.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Verkeer" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wegen, bruggen en viaducten;
  • b. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals geluidswerende voorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, watervoorzieningen ten behoeve van wateraanvoer en -afvoer, waterberging en sierwater.
14.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting bedraagt ten hoogste 3 m.

Artikel 15 Verkeer - Verblijfsgebied

15.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Verkeer - Verblijfsgebied" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wegen en onderdoorgangen met een functie voor verblijf en verplaatsing;
  • b. fiets- en voetpaden;
  • c. parkeerplaatsen;
  • d. ter plaatse van de aanduiding "evenemententerrein": tevens voor evenementen;.
  • e. ter plaatse van de aanduiding "fietsenstalling": tevens voor een gebouwde fietsenstalling;
  • f. bij deze functies behorende bermen, beplantingen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, abri's, groen en water.
15.2 Bouwregels
15.2.1 Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

15.2.2 Voor het bouwen gelden de volgende regels:
  • a. de breedte van een brug ter ontsluiting van een agrarisch- of bedrijfsperceel mag ten hoogste 5 m bedragen;
  • b. de breedte van een brug ter ontsluiting van andere dan onder a genoemde percelen waarop zich een hoofdgebouw bevindt mag ten hoogste 3 m bedragen;
  • c. in afwijking van het bepaalde in 15.2.1 zijn abri's toegestaan;
  • d. de bouwhoogte van abri's bedraagt ten hoogste 3 m;
  • e. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
15.3 Specifieke gebruiksregels

Ter plaatse van de aanduiding "evenemententerrein" is het gebruik van de gronden als aangewezen

evenemententerrein in de zin van de beleidsregels "Evenementen in Midden-Delfland"

toegestaan. De aard en frequentie van de toegestane evenementen is bepaald in déze beleidsregels.

15.4 Lpg-vulpunt

Binnen het gebied met de aanduiding "vrijwaringszone - risicocontour LPG-station" dient rekening te worden gehouden met het geldende groepsrisico van het lpg-vulpunt.

Artikel 16 Water

16.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Water" aangewezen gronden zijn bestemd voor de wateraanvoer en -afvoer, alsmede voor de waterberging.

16.2 Bouwregels

16.2.1 Op deze gronden mogen uitsluitend keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiingen, duikers, bruggen en aanlegsteigers worden gebouwd.

16.2.2 Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de verbeelding en de volgende regels:
  • a. de breedte van een brug ter ontsluiting van een agrarisch- of bedrijfsperceel mag ten hoogste 5 m bedragen;
  • b. de breedte van een brug ter ontsluiting van andere dan onder a genoemde percelen waarop zich een hoofdgebouw bevindt mag ten hoogste 3 m bedragen;
  • c. de oppervlakte van een aanlegsteiger mag ten hoogste 6 m² per steiger bedragen;
  • d. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 3 m.

Artikel 17 Wonen

17.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het wonen, met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
  • b. bij deze functie behorende erven;
  • c. bij deze functie behorende (ondergrondse) parkeervoorzieningen;
  • d. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van wonen - garages en bergplaatsen": ten behoeve van de stalling van vervoermiddelen en voor de opslag van niet voor handel en distributie bestemde goederen;
  • e. ter plaatse van de aanduiding "kantoor": tevens voor een kantoor- en praktijkruimte met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²;
  • f. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en water.
17.2 Bouwregels
17.2.1 Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
  • a. hoofdgebouwen;
  • b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen;
  • c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

17.2.2 Voor het bouwen gelden de aanduidingen op de verbeelding en de volgende regels:

hoofdgebouwen

  • a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum goothoogte (m)" is aangegeven;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximum bouwhoogte (m)" is aangegeven;
  • d. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "gestapeld" mag gestapeld worden gebouwd;
  • e. ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - 1" zijn dakopbouwen toegestaan, met dien verstande dat de dakopbouw ten minste 1 m uit de dakvoet wordt gebouwd;
  • f. ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - 1" moeten te bouwen dakopbouwen qua vormgeving en afmetingen aansluiten op de bestaande dakopbouwen in hetzelfde woningblok;

garages en bergplaatsen

  • g. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van wonen - garages en bergplaatsen" mogen uitsluitend bergplaatsen en garages worden gebouwd;
  • h. de goothoogte van garages en bergplaatsen mag ten hoogste 3 m bedragen;
  • i. de bouwhoogte van garages en bergplaatsen mag ten hoogste 4,5 m bedragen;

aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

  • j. het gezamenlijke grondoppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag ten hoogste 50% van de oppervlakte van de bij het hoofdgebouw behorende gronden bedragen met een maximum van 50 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van niet minder dan 15 m² van de bij het hoofdgebouw behorende gronden onbebouwd en onoverdekt dient te blijven;
  • k. in afwijking van het bepaalde onder I mag het gezamenlijk grondoppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen 80 m² bedragen, indien de oppervlakte van de bij het hoofdgebouw behorende gronden ten minste 250 m² bedraagt;
  • l. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m;
  • m. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m;
  • n. de diepte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag ten hoogste 50% van de diepte van de woning bedragen;
  • o. balkons en dakterrassen op aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn niet toegestaan;

bouwwerken geen gebouwen zijnde

  • p. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste:
    • 1. 1 m voor erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel en grenzend aan openbaar gebied;
    • 2. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen elders;
    • 3. 2 m voor tuinmeubilair;
    • 4. 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
17.3 Specifieke gebruiksregels

Op deze gronden is het gebruik toegestaan van gedeelten van hoofdgebouwen, inclusief aan- en uitbouwen, voor aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, voor zover:

  • a. het aan-huis-gebonden beroep of de kleinschalige bedrijfsmatige activiteit door de bewoner van het desbetreffende pand wordt uitgeoefend;
  • b. het vloeroppervlak ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten niet groter is dan 25% van het vloeroppervlak van de woning, inclusief aan- en uitbouwen, met een maximum van 40 m²;
  • c. ten behoeve van de kantoor- en praktijkruimten en de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien;
  • d. de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en niet gepaard gaan met horeca en detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan de uitoefening van de betrokken kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
  • e. het gebruik ten behoeve van seksuele dienstverlening is niet toegestaan.

Artikel 18 Leiding - Gas - 1

18.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Leiding - Gas - 1" aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende

bestemming(en) - tevens bestemd voor één aardgastransportleiding met een diameter van ten

hoogste 8 inch en een druk van ten hoogste 40 bar.

18.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 18.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m;
  • b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
18.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van lid 18.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.

18.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
18.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Gas - 1 zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;
  • c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • d. het indrijven van voorwerpen in de bodem;
  • e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  • f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.

18.4.2 Uitzondering op het aanlegverbod

Het verbod van lid 18.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 18.3 bedoeld;
  • b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen;
  • c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.

18.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken en werkzaamheden, zoals in lid 18.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad

Artikel 19 Leiding - Gas - 2

19.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Leiding - Gas - 2" aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - tevens bestemd een CO2-transportleiding, met een diameter van ten hoogste 10 inch en een druk van ten hoogste 22 bar.

19.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 19.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m;
  • b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
19.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van lid 19.2 onder b, indien de bij de

betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van

de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.

19.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
19.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Gas - 2 zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;
  • c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • d. het indrijven van voorwerpen in de bodem;
  • e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  • f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren

19.4.2 Uitzondering op het aanlegverbod

Het verbod van lid 19.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor omgeivingsvergunning is verleend, zoals in lid 19.3 bedoeld;
  • b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen;
  • c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.

19.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken en werkzaamheden, zoals in lid 19.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.

Artikel 20 Leiding - Gas - 3

20.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Leiding - Gas - 3" aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor drie aardgastransportleidingen met een diameter van ten hoogste 16 inch en een druk van ten hoogste 80 bar.

20.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 20.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m;
  • b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
20.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van lid 20.2 onder b, indien de bij de

betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van

de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.

20.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
20.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Gas - 3 zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;
  • c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • d. het indrijven van voorwerpen in de bodem;
  • e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  • f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.

20.4.2 Uitzondering op het aanlegverbod

Het verbod van lid 20.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 20.3 bedoeld,
  • b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen;
  • c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.

20.4.3 Voorwaarden voor een aanlegvergunning

De werken en werkzaamheden, zoals in lid 20.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.

Artikel 21 Leiding - Riool

21.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Leiding - Riool" aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende

bestemming(en) - tevens bestemd voor een afvalwatertransportleiding met een diameter van

ten hoogste 20 inch.

21.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 21.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m;
  • b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
21.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van lid 21.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.

21.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
21.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Riool zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;
  • c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • d. het indrijven van voorwerpen in de bodem;
  • e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  • f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.

21.4.2 Uitzondering op het aanlegverbod

Het verbod van lid 21.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 21.3 bedoeld;
  • b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen;
  • c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.

21.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken en werkzaamheden, zoals in lid 21.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het

leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.

Artikel 22 Waarde - Archeologie (hoge waarde)

22.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Waarde - Archeologie (hoge waarde)" aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.

22.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 22.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 4 m;
  • b. ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien:
    • 1. de aanvrager van de bouwvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld;
    • 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de bouwvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige;
  • c. het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken:
    • 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;
    • 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 50 m²;
    • 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
22.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
22.3.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie (hoge waarde) zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 50 cm, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen en aanleggen van drainage;
  • b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen;
  • c. het ophogen van gronden met meer dan 30 cm;
  • d. het verlagen of verhogen van het waterpeil;
  • e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • f. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
  • g. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • h. het aanleggen en verwijderen van verhardingen ten behoeve van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen

22.3.2 Uitzondering op het aanlegverbod

Het verbod van 22.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:

  • a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 22.2 in acht is genomen;
  • b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 50 m²;
  • c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
  • d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

22.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken en werkzaamheden, zoals in lid 22.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien:

  • a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld;
  • b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.
22.4 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen een of meer bestemmingsvlakken van de bestemming "Waarde - Archeologie (hoge waarde)" geheel of gedeeltelijk verwijderen, indien:

  • a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn;
  • b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

Artikel 23 Waarde - Archeologie (middelhoge waarde)

23.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Waarde - Archeologie (middelhoge waarde)" aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.

23.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 23.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 4 m;
  • b. ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien:
    • 1. de aanvrager van de bouwvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld;
    • 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de bouwvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige;
  • c. het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken:
    • 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;
    • 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 50 m²;
    • 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 80 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
23.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
23.3.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming "Waarde - Archeologie (middelhoge waarde)" zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 80 cm, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen en aanleggen van drainage;
  • b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen;
  • c. het ophogen van gronden met meer dan 30 cm;
  • d. het verlagen of verhogen van het waterpeil;
  • e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • f. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
  • g. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • h. het aanleggen en verwijderen van verhardingen ten behoeve van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen.

23.3.2 Uitzondering op het aanlegverbod

Het verbod van 23.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:

  • a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 23.2 in acht is genomen;
  • b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 50 m²;
  • c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
  • d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

23.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken en werkzaamheden, zoals in lid 23.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien:

  • a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld;
  • b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.
23.4 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen een of meer bestemmingsvlakken van de bestemming "Waarde - Archeologie (middelhoge waarde)" heel of gedeeltelijk verwijderen, indien:

  • a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn;
  • b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

Artikel 24 Waterstaat

24.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Waterstaat" aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemmingen) - tevens bestemd voor:

  • a. de waterhuishouding, wateraanvoer en -afvoer;
  • b. instandhouding van waterkeringen en bijbehorende beschermingszone(s);
  • c. bij deze functies behorende waterstaatkundige voorzieningen.
24.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 24.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m;
  • c. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering
24.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van lid 24.2 onder c, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterstaatsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. Voorafgaand aan het verlenen van de afwijking wint burgemeester en wethouders advies in bij de waterbeheerder.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 25 Hoogteaanduiding

  • a. Voor de ten hoogste toelaatbare hoogte van gebouwen dienen - onverminderd hetgeen in hoofdstuk 2 van de regels is bepaald - de op de verbeelding aangegeven hoogten in acht genomen te worden.
  • b. De ten hoogste toelaatbare hoogten mogen worden overschreden door antenne-installaties, schoorstenen, liftkokers, trappenhuizen en andere ondergeschikte bouwdelen, tenzij in hoofdstuk 2 anders is bepaald. Voor zover op de verbeelding of in hoofdstuk 2 de goot- of boeibordhoogte is aangegeven, mag de ten hoogste toelaatbare hoogte tevens worden overschreden door hellende dakvlakken, topgevels en dakkapellen.
  • c. Voor zover noch op de verbeelding noch in de regels regels zijn opgenomen ten aanzien van de afdekking van gebouwen, mogen de gebouwen zowel met een kap als plat worden afgedekt. Voor zover een platte afdekking wordt toegepast, geeft de op de verbeelding aangegeven ten hoogste toelaatbare goothoogte de ten hoogste toelaatbare hoogte van het boeibord van het platte dak aan.

Artikel 26 Molenbiotoop

26.1 Molenbiotoop in stedelijk gebied en landelijk gebied, molen in buitengebied

Indien de molen buiten het plangebied in het buitengebied is gelegen, gelden - in afwijking van hoofdstuk 2 - de volgende regels:

  • a. ter plaatse van de aanduiding "vrijwaringszone - molenbiotoop 100m" mag binnen een afstand van 100 m tot het middelpunt van de molen geen bebouwing worden opgericht of beplanting aanwezig zijn hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek;
  • b. ter plaatse van de aanduiding "vrijwaringszone - molenbiotoop 400m" mag binnen een afstand van 100 tot 400 m tot het middelpunt van de molen geen bebouwing worden opgericht of beplanting aanwezig zijn met een hoogte die meer bedraagt dan 1/100 van de afstand van het bouwwerk/beplanting tot het middelpunt van de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek;
  • c. vanaf de grens van het stedelijk gebied wordt een schuine lijn getrokken met een stijging van telkens 1 m per 30 m; deze lijn geeft - vanaf deze grens en ter plaatse van de aanduiding "vrijwaringszone - molenbiotoop 100m" of "vrijwaringzone - molenbiotoop 400m" - de maximaal toelaatbare bebouwings- en beplantingshoogte aan.
26.2 Afwijken van de maximale bouwhoogte molenbiotoop

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 26.1 indien:

  • a. de vrije windvang of het zicht op de molen al zijn beperkt vanwege aanwezige bebouwing en de windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt vanwege de nieuw op te richten bebouwing;
  • b. toepassing van de in dit lid onder a bedoelde afstands- en/of hoogtematen de belangen in verband met de nieuw op te richten bebouwing onevenredig zouden schaden;
  • c. indien op grond van hoofdstuk 2 een lagere maximale bouwhoogte geldt dan de maximaal toelaatbare bouwhoogte ingevolge lid 26.1 prevaleert de maximaal toelaatbare bouwhoogte van hoofdstuk 2.

Artikel 27 Percentages en dubbeltelregel

27.1 Percentages

Een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, geeft aan hoeveel van het bouwvlak van het desbetreffende bouwperceel ten hoogste mag worden bebouwd met gebouwen en overkappingen. Bij het ontbreken van een percentage mag het bouwvlak volledig worden bebouwd, tenzij in hoofdstuk 2 anders is bepaald.

27.2 Dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 28 Overschrijding bouwgrenzen

De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bestemmingsregels worden overschreden door:

  • a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt;
  • b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt;
  • c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt.

Artikel 29 Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening

De regels van stedenbouwkundige aard en de bereikbaarheidseisen van paragraaf 2.5 van de bouwverordening zijn uitsluitend van toepassing, voor zover het betreft:

  • a. bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer en brandblusvoorzieningen;
  • b. brandweeringang;
  • c. bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten;
  • d. de ruimte tussen bouwwerken;
  • e. parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen.

Artikel 30 Algemene bouwregels

Een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, geeft aan hoeveel van het bouwvlak van het desbetreffende bouwperceel ten hoogste mag worden bebouwd met gebouwen en overkappingen. Bij het ontbreken van een percentage mag het bouwvlak volledig worden bebouwd, tenzij in hoofdstuk 2 anders is bepaald.

Artikel 31 Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afgeweken kan worden - met een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor:

  • a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%;
  • b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.

Er kan niet worden afgeweken, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge

de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

Artikel 32 Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.

Artikel 33 Algemene procedureregel

Het ontwerp van een afwijkingsbesluit waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 3.6 lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening, ligt met bijbehorende stukken gedurende twee weken ter inzage. Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft het bestuursorgaan in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud. De bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid van belanghebbenden tot het schriftelijk indienen van zienswijzen bij het bevoegd gezag gedurende de termijn als hiervoor bedoeld.

Artikel 34 Werking wettelijke regelingen

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 35 Bestaande afstanden en andere maten

  • a. Indien afstanden tot, en hoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.
  • b. In die gevallen dat afstanden tot, en hoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
  • c. In het geval van (her)oprichting van bouwwerken is het bepaalde a en b uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.

Artikel 36 Strafregel

Overtreding van het bepaalde in:

  • a. artikel 11, lid 3;
  • b. artikel 18, lid 4;
  • c. artikel 19, lid 4;
  • d. artikel 20, lid 4;
  • e. artikel 21, lid 4;
  • f. artikel 22, lid 3;

is een strafbaar feit, zoals bedoeld in artikel 1a van de Wet op de economische delicten.

Artikel 37 Overgangsrecht

37.1 Overgangsrecht bouwwerken

Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt:

  • a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan- aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan;
  • b. burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het bepaalde onder lid a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%;
  • c. het onder lid a bepaalde is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregeling van dat plan.
37.2 Overgangsrecht gebruik

Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt:

  • a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  • b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  • c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
  • d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregeling van dat plan.

Artikel 38 Slotregel

Deze regels worden aangehaald onder de naam "bestemmingsplan Kern Maasland 2008".