Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Glastuinbouwgebied Westland
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1783.abp00000013-vast

Artikel 21 Wonen - Dijkwoning

21.1 Bestemmingsomschrijving
De voor "Wonen - Dijkwoning" (W-DW) aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het wonen in een dijkwoning;
  2. bijbehorende erven, terreinen en voorzieningen, zoals ontsluitingswegen ten behoeve van de bereikbaarheid van de woning en groen;
  3. (hoofd-)watergangen, waterpartijen en (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen;
  4. ontsluitingswegen ten behoeve van de bereikbaarheid van glastuinbouwbedrijven en voet- en fietspaden;
  5. ter plaatse van de functieaanduiding "(e)" het erf behorende bij een dijkwoning.
21.2 Bouwregels
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:
  1. hoofdgebouwen met de bijbehorende bouwwerken;
  2. bouwwerken, geen gebouw zijnde;
  3. ter plaatse van de functieaanduiding "(e)" is geen hoofdgebouw en/of overkapping toegestaan;
  4. ter plaatse van de functieaanduiding "(sw-z)" is geen bebouwing toegestaan;
en gelden tevens de volgende bouwregels ten aanzien van:
21.2.1 Dijkwoningen
Voor het bouwen van dijkwoningen gelden de algemene regels als genoemd in Artikel 32, alsmede dat:
  1. per bestemmingsvlak is één dijkwoning toegestaan, tenzij ter plaatse van de aanduiding “aantal woningen” een ander maximum aantal dijkwoningen is aangegeven;
  2. de maatvoering van dijkwoningen bedraagt:
 
  1. indien de bestaande vergunde maten ten dienste van de bestemming (m.u.v. voormalige bedrijfsgebouwen en -bouwwerken) meer bedragen dan de maten als genoemd onder b., dan mag maximaal tot en met de bestaande maten worden teruggebouwd;
  2. de afstand van het hoofdgebouw tot de bestemmingsgrens aan de achterzijde bedraagt minimaal 1 meter;
  3. de afstand van het hoofdgebouw tot aan de bestemmingsgrens aan de zijkant bedraagt minimaal 3 meter, met uitzondering van aaneengebouwde dijkwoningen aan de zijde waar hoofdgebouwen aaneengebouwd worden;
  4. de afstand van het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw tot een wkk-installatie en/of (natte) koeltoren bedraagt minimaal 65 meter;
  5. de afstand van het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw tot een windturbine van een derde bedraagt minimaal 4x de as-hoogte;
  6. de afstand van een aan-, uitbouw en bijgebouw tot de bestemmingsgrens bedraagt minimaal 1 meter, tenzij in de bestemmingsgrens wordt gebouwd;
  7. een aan-, uitbouw en bijgebouw dient gelijk met of achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, met uitzondering van een erker;
  8. de breedte van een aan-, uitbouw en/of aangebouwd bijgebouw bedraagt maximaal 2/3e van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw;
  9. lid i is niet van toepassing ter plaatse van de functieaanduiding "(e)".
21.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde bij dijkwoningen
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde bij woningen gelden de algemene regels als genoemd in Artikel 32, alsmede dat:
  1. de maatvoering van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt:
  1. de afstand van een overkapping tot de bestemmingsgrens bedraagt minimaal 1 meter, tenzij in de bestemmingsgrens wordt gebouwd;
  2. een (vrijstaande) overkapping dient minimaal 2 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd;
  3. de afstand van een vrijstaande overkapping tot het hoofdgebouw bedraagt minimaal 3 meter;
  4. de afstand van een windturbine tot de - niet aan een weg of watergang, die deel uitmaakt van de vaarwegen, zoals als opgenomen in Bijlage 4, gelegen erfscheiding bedraagt minimaal 0,5x de bouwhoogte;                 
  5. de afstand van een windturbine tot hoofdgebouw plus aan- en uitbouw van een (bedrijfs-)woning van een derde bedraagt minimaal 4x de as-hoogte.
21.3 Afwijken van de bouwregels
21.3.1 Afwijken voor woningen
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2.1 voor:
  1. de afstand van het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw tot maximaal 12,50 meter van een wkk-installatie of (natte) koeltoren, mits uit onderzoek is gebleken dat door te nemen maatregelen deze afstand tot aan het hoofdgebouw, aan- of uitbouw niet tot milieu hygiënische bezwaren leidt;
  2. de afstand van het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw dichterbij een wkk-installatie of (natte) koeltoren, mits:
    • de aan te houden afstand ertoe zou leiden dat herbouw of vergroting van een woning onmogelijk zou zijn;
    • de bestaande afstand - zoals aanwezig ten tijde van de tervisielegging van het bestemmingsplan - niet wordt verkleind;
    • dit niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit.
21.3.2 Afwijken voor bouwwerken, geen gebouw zijnde bij dijkwoningen
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2.2 voor:
  1. de afstand van een windturbine dichterbij het hoofdgebouw plus aan- en uitbouw van een (bedrijfs-)woning van een derde, mits uit onderzoek gebleken is dat door te nemen maatregelen deze afstand tot een aan een woning of ander geluidsgevoelige bestemming niet tot milieu hygiënische bezwaren leidt.
21.4 Specifieke gebruiksregels
21.4.1 Aan-huis-gebonden-ondernemingen
Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van een woning ten behoeve van een aan-huis-gebonden-onderneming, mits:
  1. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft;
  2. het netto vloeroppervlak in gebruik voor de aan-huis-gebonden-onderneming niet groter is dan 25% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw met een maximum van 50 m²;
  3. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse;
  4. er geen gebruik wordt gemaakt van gevelreclame;
  5. de onderneming uitsluitend door één van de bewoners (zonder personeel) wordt gedreven;
  6. voor de activiteiten van de onderneming geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist en de inrichting valt onder het begrip type A van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer;
  7. er geen horeca- en/of detailhandelsactiviteiten plaats vinden;
  8. de activiteiten worden uitgevoerd in het hoofdgebouw plus aan-, uitbouw en aangebouwd bijgebouw.
21.4.2 Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor:
  1. kamerbewoning;
  2. zelfstandige woonruimte van een bijgebouw;
  3. zelfstandige kantoorruimte;
  4. horeca;
  5. detailhandel.