direct naar inhoud van Artikel 3 Centrum
Plan: Eurowerft-Noord
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1774.DENBPEUROWERFTNOOR-0402

Artikel 3 Centrum

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor “Centrum” aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen;
  • b. maatschappelijke voorzieningen;
  • c. detailhandel;
  • d. een supermarkt met een maximale bruto vloeroppervlakte van 1.620 m2 , uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt';
  • e. kantoren;
  • f. bedrijven, die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2;

met daaraan ondergeschikt:

  • g. wegen en paden;
  • h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • i. nutsvoorzieningen;
  • j. evenementen;
  • k. groenvoorzieningen;
  • l. parkeervoorzieningen;
  • m. speelvoorzieningen;
  • n. tuinen, erven en terreinen.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Voorwaardelijke verplichting

Een reguliere omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor het bouwen van gebouwen, wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat:

  • a. de eerste 1,5 m van de geluidsschermen van de hellingbaan, gemeten vanaf de Nordhornsestraat, worden gerealiseerd in doorzichtige bouwmaterialen;
  • b. het deel van de borstwering hoger dan 1 m boven de ter plaatse geldende maximale bouwhoogte, wordt uitgevoerd in lichtdoorlatende, niet-doorzichtige bouwmaterialen;
  • c. de scheidingsmuur binnen de veiligheidsafstand van de aangrenzende vuurwerkopslag dient te voldoen aan de normen inzake brandwerendheid en stevigheid conform het Vuurwerkbesluit 2012;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hellingbaan' een hellingbaan ten behoeve van de toegang tot het parkeerdek voor auto's wordt gerealiseerd, inclusief bouwdelen aan weerszijden van de hellingbaan ter afscheiding van de hellingbaan, met dien verstande dat de bouwhoogte van deze bouwdelen ter plaatse van de blauwe lijn, zoals weergegeven op bijlage 2 van de planregels, 1 meter meer bedraagt dan het wegvlak van de hellingbaan en de bouwhoogte ter plaatse van de rode lijn, zoals weergegeven op bijlage 2 van de planregels, 2 meter meer bedraagt dan het wegvlak van de hellingbaan.
3.2.2 Algemeen
  • a. op de voor “Centrum” bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in lid 3.1;
  • b. gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • c. ondergrondse gebouwen (kelders) zijn toegestaan, daar waar bovengrondse gebouwen aanwezig zijn.
3.2.3 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw zal ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen;
  • b. in afwijking van het gestelde onder a. mag de toegestane maximale bouwhoogte met 2,5 m worden verhoogd voor een maximaal bebouwingsoppervlak van 95 m2 ten behoeve van de realisatie van ondergeschikte bouwdelen;
  • c. Op het dak van het gebouw is een borstwering toegestaan, met dien verstande dat de bouwhoogte van de borstwering ten hoogste de ter plaatse geldende maximale bouwhoogte bedraagt, vermeerderd met 2 m.
3.2.4 Overkappingen en carports

In afwijking van het bepaalde in artikel 3.1.2 onder b gelden voor overkappingen en carports de volgende regels:

  • a. mogen zowel binnen als buiten de bouwvlakken worden gebouwd met een maximale oppervlakte van 50 m2;
  • b. deze niet mogen worden gebouwd op het voorerfgebied of vóór de voorgevelrooilijn;
  • c. de afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan minimaal 1 meter dient te bedragen.
3.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen op een afstand van meer dan 3,00 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan, ten hoogste 2,00 m zal bedragen;
  • b. de hoogte van kunstobjecten of speeltoestellen zal ten hoogste 4,00 m bedragen;
  • c. de bouwhoogte van vlaggenmasten zal ten hoogste 6,00 m bedragen;
  • d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.
3.3 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van gebouwen voor bewoning;
  • b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan bedrijven genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2;
  • c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van horecabedrijven;
  • d. detailhandel in de vormen perifere detailhandel, grootschalige detailhandel en/of supermarkten, uitgezonderd een supermarkt ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt';
  • e. risicovolle inrichtingen, vuurwerkbedrijven en/of geluidszoneringsplichtige inrichtingen;
  • f. het gebruik van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming als een supermarkt met een vloeroppervlakte van meer dan 1.620 m2;
  • g. het gebruik van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming zonder de aanleg en instandhouding van een geluidsscherm conform bijlage 2 van de planregels, met dien verstande dat de hoogte van het geluidsscherm zoals aangegeven op de blauwe lijn op die bijlage 1 meter hoger is dan het wegvlak van de hellingbaan en dat de hoogte van het geluidscherm op de rode lijn 2 meter hoger is dan het wegvlak van de hellingbaan;
  • h. het gebruik van de hellingbaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hellingbaan' door publiek tussen 23:00 uur en 07:00 uur.

Onder het gebruik wordt tevens verstaan het laten gebruiken.

3.4 Afwijken van de gebruiksregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden kan met omgevingsvergunning worden afgeweken van:

  • a. het bepaalde in lid 3.3 sub b, in die zin dat tevens bedrijven worden gevestigd die naar de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2, mits:
    • 1. het gaat om bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 1, maar die qua milieubelasting gelijkwaardig zijn aan de bedrijven die wel worden genoemd en toegestaan zijn of bedrijven die wel zijn genoemd in bijlage 1 onder een hogere dan de toegestane categorie, maar in een individueel geval een lagere milieubelasting hebben;
    • 2. het geen geluidzoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven betreft;
  • b. het bepaalde in artikel lid 3.3 sub c, in die zin dat horeca categorie 1 toegestaan worden, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
3.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, het plan wijzigen in díe zin dat:

  • a. de aanduiding 'supermarkt' wordt verwijderd, mits de betreffende functie ter plaatse is beëindigd.