| Plan: | Buitengebied, partiële herziening Lattropperstraat 41-43 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1774.BUIBPLATTRSTR4143-0401 |
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht.
Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is.
In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd.
Wonen
Het plangebied is bestemd als "Wonen". Binnen deze bestemming past de bouw van twee vrijstaande woningen. Ten aanzien van de plansystematiek voor de bestemming Wonen is aansluiting gezocht bij de plansystematiek van het bestemmingsplan "Buitengebied 2010" van de gemeente Dinkelland.
De bestemming heeft betrekking op de bestaande woonhuizen en bijgebouwen in het plangebied. Met 'bestaande woonhuizen' wordt gedoeld op de op het moment van het bestemmingsplan (voorafgaand aan de raadsvaststelling) aanwezige woonhuizen. In beginsel is voor verbouw of herbouw de bestaande locatie uitgangspunt. Een verschuiving van de woning voor herbouw is mogelijk met een omgevingsvergunning voor het afwijken van de situering binnen het bestemmingsvlak.
De grootte van het bestemmingsvlak is gebaseerd op de grootte van de aanwezige tuin en/of erfafbakening, zoals deze is af te lezen op recente luchtfoto's. Delen van percelen die als weiland of anderszins als cultuurgrond in gebruik zijn, zijn zoveel mogelijk onder de agrarische bestemming gebracht.
Onder de woonfunctie vallen woonhuizen, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken.
Extra functies ten behoeve van het wonen mogen in de hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken plaatsvinden. Bij binnenplanse afwijking is voorts combinatiegebruik met bescheiden vormen van logiesverstrekking mogelijk.
Binnen de woonbestemming zijn alleen agrarische hobbyactiviteiten toegestaan: agrarisch bedrijfsmatige activiteiten vinden plaats binnen de agrarische bouwpercelen.
De hoofdgebouwen bestaan altijd uit het woonhuis. De inhoud van de hoofdgebouwen mag maximaal 750 m3 zijn. Panden kleiner dan 750 m3 mogen tot die maat uitbreiden; panden groter dan 750 m3 worden in beginsel conserverend bestemd.
Per hoofdgebouw is één woning toegestaan. Een woning is een samenstel van ruimten, waarvan er meerdere in een huis aanwezig kunnen zijn. Het huis is evenwel het gebouw, waarbinnen overeenkomstig het terughoudende beleid ten aanzien van de woonfunctie in het buitengebied, niet meer dan één woning is toegestaan. In het buitengebeid zijn situaties aanwezig waar sprake is van inwoning. Dit is toegestaan bij woningen. In het woonhuis (het hoofdgebouw) mogen twee huishoudens zich vestigen.