| Plan: | Buitengebied, partiële herziening Lattropperstraat 41-43 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1774.BUIBPLATTRSTR4143-0401 |
In 2006 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg van kracht geworden. In het kader hiervan dient een gemeente ruimtelijke planvorming te toetsen op archeologische waarden. Indien potentiële archeologische waarden worden verstoord, dient hier nader onderzoek naar te worden verricht.
In het vigerende bestemmingsplan is een dubbelbestemming Archeologie opgenomen, waarin de verplichting is opgenomen bij nieuwbouw groter dan 100 m2 en/ of bodemingreep dieper dan 40 cm met een archeologisch onderzoek aangetoond dient te worden dat met het bouwplan geen archeologische waarden worden verstoord.
Voor het initiatief is een archeologisch bureau en veldonderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek wordt het volgende selectieadvies gegeven:
"Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (karterende fase) wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Dit vervolgonderzoek dient te bestaand uit een Definitieve Opgraving. Voorafgaand aan Definitieve Opgraving dient een Programma van Eisen te worden opgesteld dat door de gemeente en diens adviseur (dhr. drs. J.A.M. Oude Rengerink, Regionaal Archeoloog) te worden geaccordeerd."
Op 21-6- 2012 heeft de gemeente het selectieadvies overgenomen. Het selectiebesluit is hier als volg verwoord:
"Binnen de geplande bouwvlakken dient een archeologische opgraving te worden uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) volgens het Protocol Opgraven (4004). In principe kan het onderzoek het beste worden uitgevoerd direct voorafgaand aan de start van de bouw zodat na de opgraving de bouwput(-ten) feitelijk al zijn aangelegd. Voor de opgraving zal door de gemeente een Programma van Eisen worden opgesteld. De opgraving dient als een voorwaarde gesteld te worden bij de omgevingsvergunning (bouwvergunning)."
Uit de verkennende archeologische onderzoeken is gebleken dat het plangebied pas na definitieve opgraving kan worden vrijgegeven. Uit praktische overwegingen zal het onderzoek voor de Definitieve Opgraving als voorwaarde worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. In het kader van het bestemmingsplan is deze waarborg vastgelegd met een dubbelbestemming. Het uitgevoerde Archeologisch bureau & veldonderzoek en het selectieadvies zijn in bijlage 1 van onderhavige toelichting opgenomen.