direct naar inhoud van Regels
Plan: Ootmarsum - Camping De Witte Berg
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1774.BUIBP0102-0401

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan:

het bestemmingsplan Ootmarsum - Camping De Witte Berg met identificatienummer NL.IMRO.1774.BUIBP0102-0401 van de gemeente Dinkelland;

1.2 bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage;

1.3 aan-huis-verbonden beroep:

een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk te stellen gebied, uitgezonderd prostitutie, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend door de gebruiker, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

1.4 aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.5 aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.6 ander bouwwerk:

een bouwwerk, geen gebouw, geen bijbehorend bouwwerk en geen overkapping zijnde;

1.7 bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.8 bed and breakfast:

het bieden van de, ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte, mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben;

1.9 bedrijfsvloeroppervlakte:

de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke;

1.10 bedrijfswoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon en familieleden tot de 2e graads, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is;

1.11 bestaande situatie (bebouwing en gebruik):

ten aanzien van de aanwezige bouwwerken en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, en het overige gebruik:

bestaand ten tijde van het inwerkingtreden van het bestemmingsplan;

1.12 bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak;

1.13 bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.14 bijbehorend bouwwerk:

een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw of ander bouwwerk met een dak;

1.15 bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.16 bouwgrens:

de grens van een bouwvlak;

1.17 bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder, met dien verstande dat de hoogte van een bouwlaag niet meer mag bedragen dan 4 m;

1.18 bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.19 bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel;

1.20 bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.21 bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.22 chalet:

een niet-zelfstandig verrijdbaar demontabel bouwwerk, bestaande uit hout of kunststof, zonder wielas en vaste verankering in de grond, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf en niet als kampeermiddel valt aan te merken;

1.23 dak:

iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

1.24 detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.25 Ecologische Hoofdstructuur:

een samenhangend netwerk van natuur- en landbouwgebieden met bestaande en potentiële natuurwaarden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van soorten en ecosystemen;

1.26 erotisch getinte vermaaksfunctie:

een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaats vinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal;

1.27 evenement:

elke voor publiek buiten de daartoe ingerichte inrichtingen toegankelijke festiviteit, grootschalige sportwedstrijd, auto- of motorcrosswedstrijd, optocht, georganiseerd vuurwerk en alle overige tot vermaak en recreatie bedoelde activiteiten, met uitzondering van markten als bedoeld in de Gemeentewet, kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen en betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties, voorzover de activiteiten een aaneengesloten periode van ten hoogste 14 dagen omvatten;

1.28 extensief dagrecreatief medegebruik:

een extensief dagrecreatief medegebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, vissen, picknicken, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen medegebruik;

1.29 gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.30 gebruiksmogelijkheden:

de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken;

1.31 groepsaccommodatie:

een groepsverblijf met meer dan acht slaapplaatsen, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd door groepen als kort verblijf;

1.32 hoofdgebouw:

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.33 hoofdverblijf:

het adres/de plaats die fungeert als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van betrokkene, waarbij betrokkene moet zijn ingeschreven in de Gemeente Basisadministratie Persoonsgegevens op dat adres en/of betrokkene het adres heeft opgegeven bij de Belastingdienst als hoofdadres en/of uit de feitelijke omstandigheden blijkt dat het adres als hoofdverblijf moet worden aangemerkt;

1.34 horecabedrijf:

een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie;

1.35 huishouden:

een zelfstandig(e) dan wel samenwonend persoon of groep van personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen zoals een keuken, sanitaire voorzieningen en de entree;

1.36 jaarstandplaats:

het terreingedeelte dat bestemd is voor het plaatsen van een kampeermiddel dat gedurende het gehele jaar aldaar aanwezig mag zijn;

1.37 kampeermiddel:

een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

1.38 kampeerterrein:

een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief dag- en nachtverblijf;

1.39 kantine:

een ruimte waarin bedrijfsuitoefening is gericht op het tegen vergoeding verstrekken van maaltijden, eenvoudige etenswaren en dranken;

1.40 kantoor:

een gebouw, dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden;

1.41 kap:

een geheel of gedeeltelijk niet horizontale dakconstructie gevormd door ten minste twee schuin hellende dakschilden met een helling van elk ten minste 15° en ten hoogste 75°;

1.42 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten, geheel of overwegend door middel van handwerk, geen detailhandel zijnde en prostitutie, waarvan de omvang van de activiteiten zodanig is, dat het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

1.43 kunstobject:

voortbrengsel van de beeldende kunsten in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde;

1.44 landschappelijke waarden:

waarden in verband met de verschijningsvorm van een gebied en de aanwezigheid van waarneembare structuren en/of elementen in dat gebied;

1.45 meetverschil:

een door de feitelijke terreininrichting aanwezig verschil tussen het beloop van lijnen in het veld en een aangegeven bestemmings- of bouwgrens;

1.46 milieusituatie:

de waarde van een gebied in milieuhygiënische zin die wordt bepaald door de mate van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in het bijzonder gelet op het voorkómen dan wel beperken van hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling;

1.47 natuurlijke waarden:

de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied. Onderdeel van de natuurlijke waarden vormt steeds een beoordeling van de soortbescherming op basis van de Flora- en faunawet;

1.48 normaal onderhoud:

het onderhoud, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren;

1.49 ondergeschikte horeca:

een vorm van horeca, in de vorm van het verstrekken van dranken en kleine versnaperingen, die ondergeschikt is aan en ten dienste staat van de functie waarbij de horeca wordt uitgeoefend, niet zijnde een zalencentrum, discotheek of een daarmee gelijk te stellen horecabedrijf;

1.50 overig bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.51 overkapping:

elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand;

1.52 pand:

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar en afsluitbaar is;

1.53 peil:
  • a. voor overige bebouwing in geaccidenteerd terrein: de bestaande gemiddelde bouwhoogte van het terrein op het punt waar deze direct grenst aan de gevel welke is gericht naar het openbare gebied waarop het bouwperceel ontsloten wordt;
  • b. voor gebouwen op een perceel in niet geaccidenteerd terrein, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst, mits het gebouw op een afstand van niet meer dan 20 m van die weg is gelegen: 35 cm boven de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
  • c. in andere gevallen bij gebouwen op een perceel in niet geaccidenteerd terrein: de gemiddelde bouwhoogte van het terrein op het punt waar dit direct grenst aan de gevel die is gericht naar het openbare gebied waarop het bouwperceel ontsloten wordt;
  • d. voor overige andere bouwwerken: de gemiddelde bouwhoogte van het aansluitende terrein;
1.54 permanente bewoning:

het (al dan niet tijdelijk) gebruiken van een voor recreatie bestemd verblijf als hoofdverblijf;

1.55 productiegebonden detailhandel:

detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, geteeld, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie en waarvoor geen winkelruimtes worden ingericht;

1.56 prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

1.57 prostitutiebedrijf:

een gebouw, voer- of vaartuig, dan wel enig gedeelte daarvan, geheel of gedeeltelijk bestemd, dan wel in gebruik voor het daar uitoefenen van prostitutie;

1.58 recreatief verblijf:

verblijf dat plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie;

1.59 recreatiewoning en/of hotellodge:

een gebouw dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf en waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben;

1.60 stacaravan:

een zelfstandig verplaatsbaar bouwwerk, bestaande uit een lichte constructie en uit lichte materialen met wielas, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf, die gedurende meerdere jaren op een kampeerterrein op dezelfde plaats blijft staan en als kampeermiddel valt aan te merken;

1.61 straat- en bebouwingsbeeld:

de waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin, die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede hoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar is georiënteerd;

1.62 tenthuisje:

een demontabele, lichte constructie met lichte materialen, waaronder tentdoek, voor vier tot zes personen met slaap-, kook- en zitgelegenheid, niet bedoeld voor de huisvesting van groepen;

1.63 trekkershut:

een houten huisje met slaap- en kookgelegenheden zonder verwarming of sanitaire voorzieningen dat dienst doet in plaats van een zelf meegenomen tent of caravan;

1.64 verkeersveiligheid:

de waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer, die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers;

1.65 verkoopvloeroppervlakte:

de totale oppervlakte van de voor het publiek toegankelijke en zichtbare winkelruimte, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de toonbank;

1.66 vloeroppervlakte:

de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de begane grond;

1.67 voorgevel:

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weggekeerde gevel, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de feitelijke indeling van het gebouw, als voorgevel moet worden aangemerkt;

1.68 weekend- en/of verblijfsrecreatie:

het recreatief doorbrengen van één of meer nachten buiten de vaste woonplaats, uitgezonderd sociale bezoeken aan familie, vrienden, kennissen en zakenbezoeken;

1.69 woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

1.70 woonhuis:

een gebouw dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

1.71 woonsituatie:

de waarde van een gebied voor de woonfunctie die wordt bepaald door de situering van om die woonfunctie liggende functies en bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op de daglichttoetreding, het uitzicht, de mate van privacy en het voorkómen of beperken van hinder.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.2 de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.3 de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.4 de hoogte van een dakopbouw:

vanaf de afdekking van de bovenste bouwlaag tot aan het hoogste punt van de dakopbouw;

2.5 de hoogte van een kap:

vanaf de bovenkant goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot aan het hoogste punt van de kap;

2.6 de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.7 de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk:

  • bij het bepalen van de oppervlakte worden overstekken aan buitenwerkse gevelvlakken meegerekend.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Bos - Natuur

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bos - Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bos en bebossing, waaronder houtsingels;
  • b. natuur;
  • c. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van cultuurhistorie, de natuurlijke en de landschappelijke waarden van de bos- en natuurgebieden;
  • d. beken, plassen, poelen, vennen, sloten en/of andere watergangen en/of partijen, al dan niet mede bestemd voor waterberging;
  • e. recreatiewoningen, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken en kelders, ter plaatse van de aanduiding "recreatiewoning";

met daaraan ondergeschikt:

  • f. het extensief agrarisch medegebruik;
  • g. het extensief dagrecreatief medegebruik;
  • h. paden en wegen;
  • i. speelvoorzieningen;
  • j. nutsvoorzieningen;

met de daarbijbehorende:

  • k. andere bouwwerken.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen

Op de voor 'Bos - Natuur' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd voor zover dit in overeenstemming is met het bepaalde in lid 3.1.

3.2.2 Gebouwen en overkappingen

Op of in deze gronden mogen, behoudens recreatiewoningen, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken en kelders, geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

3.2.3 Recreatiewoningen, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken en kelders

Voor het bouwen van recreatiewoningen, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken en kelders, gelden de volgende regels:

  • a. de recreatiewoningen, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken en kelders, zullen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding "recreatiewoning";
  • b. er zullen gezamenlijk binnen de bestemmingen 'Recreatie - Verblijfsrecreatie 1' en/of 'Bos - Natuur' ten hoogste 14 recreatiewoningen, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken en kelders, worden gebouwd;
  • c. de inhoud van een recreatiewoning, inclusief de aangebouwde bijbehorende bouwwerken, en exclusief de kelders, zal ten hoogste 300 m³ bedragen;
  • d. een kelder zal binnen het grondoppervlak van de recreatiewoning worden gebouwd;
  • e. een kelder bedraagt ten hoogste 1 bouwlaag;
  • f. een recreatiewoning, inclusief de aangebouwde bijbehorende bouwwerken, zal vrijstaand worden gebouwd;
  • g. de goothoogte van een recreatiewoning en aangebouwd bijbehorend bouwwerk zal ten hoogste 3,00 m bedragen;
  • h. de bouwhoogte van een recreatiewoning en aangebouwd bijbehorend bouwwerk zal ten hoogste 6,00 m bedragen, waarbij een tweede bouwlaag in de kap is toegestaan;
  • i. de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, zal ten minste 10,00 m bedragen;
  • j. de afstand van een recreatiewoning en de aangebouwde bijbehorende bouwwerken tot de perceelsgrens zal ten minste 2,00 m bedragen.
3.2.4 Andere bouwwerken

Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen;
  • b. de bouwhoogte van de overige andere bouwwerken zal ten hoogste 2,00 m bedragen.
3.3 Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Verkleinen onderlinge afstand recreatiewoningen en aaneen bouwen

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.2.3 onder f en i in die zin dat recreatiewoningen, inclusief de aangebouwde bijbehorende bouwwerken, aaneen worden gebouwd en de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen wordt verkleind in die zin dat recreatiewoningen geschakeld worden gebouwd, mits:

  • a. ten hoogste 4 recreatiewoningen aaneen worden gebouwd;
  • b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
3.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van recreatiewoningen voor permanente bewoning;
  • b. het gebruik van recreatiewoningen anders dan ten behoeve van een bedrijfsmatige exploitatie;
  • c. het gebruik van recreatiewoningen voor de huisvesting van elders werkzaam zijnde arbeiders;
  • d. het gebruik van kelders onder recreatiewoningen als verblijfsruimte;
  • e. het gebruik van de gronden binnen de bestemmingen 'Recreatie - Verblijfsrecreatie 1' en/of 'Bos - Natuur' voor gezamenlijk meer dan 14 recreatiewoningen, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken en kelders.
3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.5.1 Omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:

  • het af- en/of vergraven en/of ophogen van gronden;
  • het verwijderen van bomen en/of houtgewas, alsmede de verwijdering van bodem- en oevervegetaties;
  • het aanplanten van bomen en/of houtgewas;
  • het dempen, graven, baggeren en/of verbreden van beken, plassen, sloten en/of andere watergangen en/of -partijen;
  • het aanbrengen van oppervlakte verhardingen;
  • het aanleggen van fiets- en voetpaden;
  • het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het extensief dagrecreatief medegebruik en/of het educatief medegebruik;
  • het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport- energie- en/of telecommunicatiekabels en/of -leidingen.
3.5.2 Uitzondering

Het bepaalde in lid 3.5.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden welke:

  • a. het normale onderhoud en/of het normale bosbeheer betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
3.5.3 Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden van de bos- en natuurgebieden.

Artikel 4 Recreatie - Verblijfsrecreatie 1

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. standplaatsen voor kampeermiddelen, waaronder stacaravans en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomens met daarbijbehorende bergingen;
  • b. bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit;
  • c. gebouwen en overkappingen voor zover ten dienste van het recreatieterrein, ten behoeve van:
    • 1. dienstverlening, waaronder recepties;
    • 2. horecadoeleinden;
    • 3. detailhandel;
    • 4. sport- en speeldoeleinden;
    • 5. een groepsaccommodatie;
    • 6. recreatieappartementen;
    • 7. zwembaden;

al dan niet in combinatie met ruimten ten behoeve van sanitaire voorzieningen en onderhoud en beheer;

  • d. gebouwen en overkappingen ten behoeve van:
    • 1. sanitaire voorzieningen;
    • 2. het onderhoud en het beheer;
  • e. recreatiewoningen, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken en kelders, ter plaatse van de aanduiding "recreatiewoning";
  • f. trekkershutten en tenthuisjes;
  • g. een zwemplas, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - zwemplas';
  • h. een hoofdontsluiting van het recreatiepark, ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting';

met de daarbijbehorende:

  • i. tuinen, erven en terreinen;
  • j. sport- en speelterreinen;
  • k. wegen en paden;
  • l. parkeervoorzieningen;
  • m. beplanting en bebossing;
  • n. water;
  • o. andere bouwwerken.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Stacaravans en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomens met daarbijbehorende bergingen

Voor het bouwen van stacaravans en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomens en daarbijbehorende bergingen gelden de volgende regels:

  • a. het aantal stacaravans en naar aard daarmee gelijk te stellen onderkomens zal ten hoogste 53 bedragen;
  • b. de vorm van een stacaravan of een naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomen zal rechthoekig te zijn;
  • c. de oppervlakte van een stacaravan of een naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomen zal, inclusief interne bergruimte en aanbouwen, zoals erkers, ten hoogste 60 m² bedragen;
  • d. de bouwhoogte van een stacaravan of een naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomen zal ten hoogste 3,75 m bedragen;
  • e. de breedte van een stacaravan of een naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomen zal ten hoogste 4,50 m bedragen;
  • f. per stacaravan of een naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomen zal één berging worden gebouwd;
  • g. de oppervlakte van een berging zal ten hoogste 6,00 m² bedragen;
  • h. de bouwhoogte van een berging zal ten hoogste 3,00 m bedragen.
4.2.2 Bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:

  • a. een bedrijfswoning zal uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning";
  • b. de inhoud van een bedrijfswoning zal ten hoogste 750 m³ bedragen;
  • c. de goothoogte van een bedrijfswoning zal ten hoogste 3,50 m bedragen;
  • d. de bouwhoogte van een bedrijfswoning zal ten hoogste 9,00 m bedragen;
  • e. de dakhelling van een bedrijfswoning zal ten minste 30° en ten hoogste 60° bedragen.
4.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels:

  • a. de bijbehorende bouwwerken zullen ten minste 1,50 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd;
  • b. vrijstaande bijbehorende bouwwerken zullen ten hoogste op een afstand van 25,00 m vanuit het dichtstbijzijnde punt van de bedrijfswoning worden gebouwd;
  • c. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning zal ten hoogste 100 m² bedragen;
  • d. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning zal ten hoogste 75% van de oppervlakte van de bedrijfswoning bedragen;
  • e. de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk zal ten hoogste 3,50 m bedragen;
  • f. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk zal ten minste 1,00 m lager zijn dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning;
  • g. de dakhelling van een bijbehorend bouwwerk zal ten minste 30° en ten hoogste 60° bedragen.
4.2.4 Gebouwen en overkappingen lid 4.1. onder c

Voor het bouwen van de in lid 4.1 onder c genoemde gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. de gebouwen en overkappingen zullen binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de goothoogte van een gebouw of een overkapping zal ten hoogste 4,50 m bedragen;
  • c. de dakhelling van een gebouw of een overkapping zal ten hoogste 60º bedragen;
  • d. de bouwhoogte van een gebouw of een overkapping zal ten hoogste 12,00 m bedragen.
4.2.5 Gebouwen en overkappingen lid 4.1. onder d

Voor het bouwen van de in lid 4.1 onder d genoemde gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen zal ten hoogste 3% van het bestemmingsvlak bedragen;
  • b. de goothoogte van een gebouw zal ten hoogste 4,50 m bedragen;
  • c. de bouwhoogte van een gebouw zal ten hoogste 8,00 m bedragen;
  • d. de bouwhoogte van een overkapping zal ten hoogste 4,00 m bedragen;
  • e. de dakhelling van een gebouw zal ten hoogste 60º bedragen.
4.2.6 Recreatiewoningen, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken en kelders

Voor het bouwen van recreatiewoningen, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken en kelders, gelden de volgende regels:

  • a. de recreatiewoningen, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken en kelders, zullen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding "recreatiewoning";
  • b. er zullen gezamenlijk binnen de bestemmingen 'Recreatie - Verblijfsrecreatie 1' en/of 'Bos - Natuur' ten hoogste 14 recreatiewoningen, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken en kelders, worden gebouwd;
  • c. de inhoud van een recreatiewoning, inclusief de aangebouwde bijbehorende bouwwerken, en exclusief de kelders, zal ten hoogste 300 m³ bedragen;
  • d. een kelder zal binnen het grondoppervlak van de recreatiewoning worden gebouwd;
  • e. een kelder bedraagt ten hoogste 1 bouwlaag;
  • f. een recreatiewoning, inclusief de aangebouwde bijbehorende bouwwerken, zal vrijstaand worden gebouwd;
  • g. de goothoogte van een recreatiewoning en aangebouwd bijbehorend bouwwerk zal ten hoogste 3,00 m bedragen;
  • h. de bouwhoogte van een recreatiewoning en aangebouwd bijbehorend bouwwerk zal ten hoogste 6,00 m bedragen, waarbij een tweede bouwlaag in de kap is toegestaan;
  • i. de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, zal ten minste 10,00 m bedragen;
  • j. de afstand van een recreatiewoning en de aangebouwde bijbehorende bouwwerken tot de perceelsgrens zal ten minste 2,00 m bedragen.
4.2.7 Trekkershutten en tenthuisjes

Voor het bouwen van trekkershutten en tenthuisjes gelden de volgende regels:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte van de trekkershutten en tenthuisjes zal ten hoogste 10% van het bestemmingsvlak bedragen;
  • b. de oppervlakte van een trekkershut of een tenthuisje zal ten hoogste 30 m² bedragen;
  • c. de bouwhoogte van een trekkershut of een tenthuisje zal ten hoogste 4,00 m bedragen.
4.2.8 Andere bouwwerken

Voor het bouwen van overige andere bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,50 m bedragen;
  • b. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken zal ten hoogste 10,00 m bedragen.

4.3 Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Afwijkende vorm stacaravans en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomens

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder b in die zin dat stacaravans en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomens op een andere wijze dan rechthoekig vorm worden gegeven, mits:

  • geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het samenhangend bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
4.3.2 Vergroten stacaravans en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomens

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder c in die zin dat de oppervlakte van een stacaravan of een naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomen exclusief interne bergruimte wordt vergroot tot ten hoogste 70 m², mits:

  • geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het samenhangend bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
4.3.3 Verkleinen onderlinge afstand recreatiewoningen en aaneen bouwen

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2.6 onder f en i in die zin dat recreatiewoningen, inclusief de aangebouwde bijbehorende bouwwerken, aaneen worden gebouwd en de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen wordt verkleind in die zin dat recreatiewoningen geschakeld worden gebouwd, mits:

  • a. ten hoogste 4 recreatiewoningen aaneen worden gebouwd;
  • b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
4.3.4 Vergroten van trekkershutten en tenthuisjes

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2.7 onder b in die zin dat de oppervlakte van een trekkershut of tenthuisje wordt vergroot tot ten hoogste 40 m², mits:

  • geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het samenhangend bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
4.4 Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Toegestaan gebruik

In overeenstemming met deze bestemming is:

  • a. het gebruik van gedeelten van bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
    • 1. het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de bedrijfswoning, waarbij één andere arbeidskracht ter plekke werkzaam mag zijn;
    • 2. de beroeps-/bedrijfsvloeroppervlakte in de bedrijfswoning, inclusief bijbehorende bouwwerken, bedraagt ten hoogste 30% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw;
    • 3. de beroeps-/bedrijfsvloeroppervlakte bedraagt ten hoogste 50 m²;
    • 4. parkeren op eigen erf plaatsvindt;
    • 5. er vindt geen detailhandel plaats anders dan productiegebonden detailhandel;
  • b. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor detailhandel ten behoeve van de recreanten van het betreffende recreatieterrein, waarbij de gezamenlijke winkelvloeroppervlakte ten hoogste 100 m² bedraagt;
  • c. het gebruik van gronden en bouwwerken voor horecavoorzieningen ten behoeve van de recreanten van het betreffende recreatieterrein, waarbij de gezamenlijke horecavloeroppervlakte ten hoogste 100 m² bedraagt;
  • d. het gebruik van gronden ten behoeve van weekmarkten, jaarmarkten, evenementen, festiviteiten, manifestaties en horecaterreinen en/of standplaatsen voor detailhandel, indien die activiteiten een aaneengesloten periode van minder dan 14 dagen omvatten.
4.4.2 Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van gebouwen, waaronder de recreatiewoningen, en kampeermiddelen, met uitzondering van de bedrijfswoningen, voor permanente bewoning;
  • b. het gebruik van gronden en bouwwerken anders dan ten behoeve van een bedrijfsmatige exploitatie;
  • c. het gebruik van gebouwen, waaronder de recreatiewoningen, en kampeermiddelen voor de huisvesting van elders werkzaam zijnde arbeiders;
  • d. het splitsen van een bedrijfswoning zodanig dat er meer dan één woning ontstaat;
  • e. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen voor bewoning;
  • f. het gebruik van kelders onder recreatiewoningen als verblijfsruimte;
  • g. het gebruik van gronden en bouwwerken voor horecavoorzieningen anders dan ten behoeve van de recreanten van het recreatieterrein;
  • h. het verwijderen van terreinafschermende beplanting, anders dan in de vorm van normaal onderhoud;
  • i. het gebruik van gronden voor kampeermiddelen en/of daarmee gelijk te stellen recreatieve onderkomens anders dan genoemd en bedoeld in lid 4.1 onder a;
  • j. het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in bijlage 1 opgenomen landschapsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
  • k. in afwijking van het bepaalde onder i mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen één jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in bijlage 1 opgenomen landschapsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
  • l. het gebruik van de gronden binnen de bestemmingen 'Recreatie - Verblijfsrecreatie 1' en/of 'Bos - Natuur' voor gezamenlijk meer dan 14 recreatiewoningen, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken en kelders.
4.5 Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1 Afwijkende kampeermiddelen

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.4 onder i, mits:

  • a. ten hoogste 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak wordt ingericht met kampeermiddelen en/of naar de aard daarmee gelijk te stellen verblijfsrecreatieve onderkomens die afwijken van de kampeermiddelen die zijn genoemd en bedoeld in lid 4.1 onder a;
  • b. de kampeermiddelen en naar de aard daarmee gelijk te stellen verblijfsrecreatieve onderkomens verplaatsbaar zijn;
  • c. de kampeermiddelen en naar de aard daarmee gelijk te stellen verblijfsrecreatieve onderkomens op het maaiveld worden geplaatst en/of gebouwd;
  • d. de bouwhoogte van een kampeermiddel of een naar de aard daarmee gelijk te stellen verblijfsrecreatief onderkomen ten hoogste 10,00 m bedraagt;
  • e. er rekening wordt gehouden met de landschappelijke en agrarische waarden van de directe omgeving, waarbij agrarische bedrijven in de directe omgeving niet onevenredig in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad.
4.5.2 Afwijken landschapsmaatregelen

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.4.2 onder j en k indien in plaats van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in bijlage 1, andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat:

  • a. de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in bijlage 1 opgenomen landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden waarvoor de in bijlage 1 genoemde landschapsmaatregelen zijn bepaald;
  • b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden.
4.6 Wijzigingsbevoegdheid
4.6.1 Wijziging situering bouwvlakken

Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de situering van bouwvlakken dan wel de bouwvlakken bij gelijkblijvende omvang worden aangepast, mits:

  • geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, het bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

4.6.2 Wijziging situering en/of omvang bedrijfswoning

Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de situering en/of de omvang van een bouwvlak of de bouwvlakken wordt vergroot, met inbegrip van een aanpassing van de aanduiding "bedrijfswoning", mits:

  • a. de overige regels van lid 4.2.2 van overeenkomstige toepassing blijven;
  • b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, het bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

4.6.3 Tweede bedrijfswoning

Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat een nieuw bouwvlak met de aanduiding "bedrijfswoning" wordt aangebracht ten behoeve van de bouw van een tweede bedrijfswoning, mits:

  • a. de regels van lid 4.2.2 en 4.2.3 van overeenkomstige toepassing zijn;
  • b. de bouw van een tweede bedrijfswoning noodzakelijk is voor het beheer en toezicht op het verblijfsrecreatieterrein;
  • c. de tweede bedrijfswoning aan de wegzijde in de directe omgeving van de eerste bedrijfswoning wordt gebouwd;
  • d. er nog niet eerder een tweede bedrijfswoning is gebouwd;
  • e. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Artikel 5 Waarde - Landschap

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van waardevolle landschapselementen.

5.2 Bouwregels

In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) mogen op of in deze gronden geen gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken, behalve voor zover bestaand, worden gebouwd.

5.3 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

  • het verwijderen, vernielen en/of aantasten van waardevolle landschapselementen anders dan ten behoeve van het normale onderhoud.

5.4 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de bestemming “Waarde - Landschap” gedeeltelijk wordt verwijderd, mits:

  • a. deze wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast ter realisering van een doorbraak van perceel naar perceel en die noodzakelijk is voor een goed landbouwkundig gebruik van de gronden, met een maximale breedte van 10,00 m;
  • b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van het waardevolle landschapselement.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 6 Antidubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Een eenmaal als bedrijfswoning gerealiseerd bouwwerk blijft bij de toepassing van deze regels aangemerkt als bedrijfswoning.

Artikel 7 Algemene bouwregels

7.1 Bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsgrenzen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, alsmede erkers over maximaal de halve gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen buiten beschouwing gelaten, mits:

  • de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 1,50 m wordt overschreden.

7.2 Maximale bouwhoogte

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen, worden plaatselijke verhogingen zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, buiten beschouwing gelaten, mits:

  • a. de oppervlakte per plaatselijke verhoging niet meer dan 10 m² bedraagt;
  • b. de gezamenlijke oppervlakte van de verhogingen ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt;
  • c. de verhoging leidt tot een hoogte welke ten hoogste 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt.

Artikel 8 Algemene gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden;
  • b. de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen;
  • c. het storten van puin en afvalstoffen;
  • d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

Artikel 9 Overige regels

9.1 Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening

De voorschriften van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het gestelde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen:

het bouwen bij hoogspanningsleidingen en ondergrondse hoofdtransportleidingen;

de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden;

de ruimte tussen bouwwerken. 

Artikel 10 Algemene regels inzake afwijking

Er kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, met een omgevingsvergunning worden afgeweken van:

  • a. de bestemmingsregels voor het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van de bestemmingsgrenzen indien dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt;

  • b. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen in die zin dat de bouwhoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen wordt vergroot, mits:
    • 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 50 m2 bedraagt;
    • 2. de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt.

 

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 11 Overgangsrecht

11.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in lid 11.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het lid 19.1. sub a met maximaal 10%.
  • c. Lid 11.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

11.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, behoudens voor zover uit de Richtlijn 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand onderscheidenlijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaand gebruik.
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 12 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het

Bestemmingsplan Ootmarsum - Camping De Witte Berg

van de gemeente Dinkelland.

Behorend bij het besluit van 25 maart 2014.