Buitengebied Kesteren

Status: Geconsolideerde versie
Identificatie: NL.IMRO.1740.bpKEbuitengebied-onh3
Plantype: gemeentelijke overheid/bestemmingsplan

Artikel 21 Leiding - Gas

 

21.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het transport van aardgas.

 

 

21.2 Bouwregels

Op de binnen deze bestemming bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken,

geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd.

 

 

21.3 Afwijken van de bouwregels

 

21.3.1 Algemeen

Tot het verlenen van een omgevingsvergunning volgens het bepaalde in lid 21.3.2 wordt eerst overgegaan, indien hierdoor:

  1. de functies en waarden die in het plan aan de desbetreffende en aan de omliggende gronden zijn toegekend, niet blijvend worden geschaad;

  2. gehoord de betrokken leidingbeheerder, is gebleken dat hierdoor de belangen van de bescherming van de desbetreffende leidingen, of de veiligheid van mensen, dieren en goederen, niet blijvend worden geschaad.

 

21.3.2 Bouwwerken

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 21.2, voor de bouw van bouwwerken, indien en voor zover deze zijn toegestaan voor de in lid 21.1 bedoelde, eveneens voor deze gronden aangegeven, andere bestemmingen.

 

 

21.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

 

21.4.1 Algemeen

Het is verboden op de binnen deze bestemming bedoelde gronden de volgende

werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, zonder of in

afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen

bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden:

  1. werken en werkzaamheden welke direct zijn gericht op het storten, deponeren of op andere wijze opslaan van, van elders aangevoerde, grond, puin of afvalmaterialen;

  2. het aanplanten van een houtopstand, waaronder begrepen een productieboomgaard, een zacht-fruitopstand, een (boom)kwekerij of een windsingel;

  3. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden;

  4. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen;

  5. het indrijven van voorwerpen in de grond;

  6. buis- en kabelleidingen voor riolering, nutsbedrijven en overeenkomstige doeleinden.

 

21.4.2 Geen omgevingsvergunning vereist

Het in lid 21.4.1 vervatte verbod geldt niet voor:

  1. werken en werkzaamheden binnen het kader van het normale onderhoud, beheer of herstel van de functies, die het plan aan de gronden toekent;

  2. werken en werkzaamheden binnen het kader van de normale agrarische bedrijfsvoering en bodemexploitatie;

  3. werken en werkzaamheden welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren;

  4. werken en werkzaamheden ten aanzien waarvan door het bevoegd gezag is medegedeeld dat deze werken of werkzaamheden, wat aard en omvang betreft, van zodanige ondergeschikte betekenis zijn, dat voor de uitvoering daarvan geen omgevingsvergunning wordt vereist.

 

21.4.3 Verlenen omgevingsvergunning

Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in lid 21.4.1, kan alleen worden verleend indien door de werken en werkzaamheden, gehoord de betrokken leidingbeheerder, is gebleken dat hierdoor de belangen van de bescherming van de desbetreffende leidingen of de veiligheid van mensen, dieren en goederen niet blijvend worden geschaad.