Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
De SVIR benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. Voorts betreft het enkele specifieke gebieden zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam en Schiphol.
In het Barro heeft het Rijk voor deze onderwerpen regels opgesteld waarmee de SVIR juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend verankerd.
In de structuurvisie worden, naast de onderwerpen van nationaal belang, accenten geplaatst op het gebied van bestuurlijke verantwoordelijkheden. Het beleid betekent een decentralisatie van rijkstaken en bevoegdheden. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten. Lagere overheden, burgers en bedrijven krijgen, zolang het nationaal belang niet in het geding is, de ruimte om oplossingen te creëren.
Planspecifiek
De SVIR richt zich op onderwerpen van nationaal ruimtelijk belang. Het voorliggend initiatief valt hier niet onder. Het Barro stelt in die zin geen regels voor het plangebied. Het project betreft het herstructureren van een bedrijventerrein.
Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6, tweede lid)
Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied. Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2).
De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenspel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur."
Per 01 juli 2017 is de ladder voor duurzame verstedelijking herzien. Bij de herziening zijn onder meer de drie afzonderlijke 'treden' van de ladder losgelaten en is het begrip 'acute regionale behoefte' gewijzigd in 'behoefte'.
Door het ministerie van Infrastructuur en Milieu is een handreiking gemaakt. Deze 'handreiking ladder voor duurzame verstedelijking' werkt verder uit hoe met de ladder omgegaan moet worden. Voor een verdere uitleg van de ladder duurzame verstedelijking wordt naar die handreiking verwezen.
Planspecifiek
De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Op basis van jurisprudentie is bekend dat bij toevoeging van bedrijfsgebouwen/-terreinen 'in beginsel' de ondergrens ligt bij 500 m2 bruto vloeroppervlak.
In de huidige situatie geldt dat er maximaal 110% van de bestaande situatie bebouwd mag worden binnen het bestemmingsvlak. In de nieuwe situatie mag het gehele bestemmingsplak bebouwd worden (met uitzondering van het bepaalde in de geldende functieaanduidingen). De totale toevoeging van bebouwing zal meer bedragen dan 500 m2. Het betreft dan ook een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Het plan voorziet in een duidelijke behoefte. Om efficiënter en duurzamer afvalwater te zuiveren gaat het waterschap centraliseren door een aantal kleinere rioolwaterzuiveringen (rwzi's) af te bouwen. Deze kleinere rwzi's gaan op termijn dan ook sluiten. Als gevolg hiervan moet het afvalwater vanuit die regio's afgevoerd worden naar onder andere rwzi Dodewaard. Om dit extra afvalwater te kunnen verwerken is het noodzakelijk deze rwzi uit te breiden. Tevens is de uitbreiding noodzakelijk om voor een efficiënter en voordeliger zuiveringsproces te zorgen.
In het kader van zorgvuldig ruimtegebruik is het wenselijk om eerst te kijken naar uitbreiding binnen het bestaand eigen terrein. Het eigen terrein, met reeds een bedrijfsbestemming heeft voldoende ruimte om de uitbreiding binnen de bestaande perceelsgrenzen te realiseren. Uitbreiding op een andere locatie zou betekenen dat ook de bestaande bebouwing verplaatst zal moeten worden. Daarnaast is een rwzi geen functie om te realiseren binnen bestaand stedelijk gebied. Uitbreiding binnen de huidige perceelsgrenzen is dan ook als meest geschikt alternatief beschouwd.
Structuurvisie Wind op Land
De Structuurvisie Wind op Land (SWoL) is een uitwerking van de SVIR om de doorgroei van windenergie op land tot minimaal 6000 MW in 2020 mogelijk te maken. In de SWoL worden grootschalige locaties, over het algemeen locaties met meer dan 100 MW opgesteld vermogen, voor windenergie aangegeven. In de provincie Gelderland zijn geen grootschalige locaties aangewezen. Naast het aanwijzen van grootschalige locaties wordt er in de SWoL vanuit gegaan dat er ook kleinschaliger windenergie wordt gerealiseerd. Hierover zijn afspraken gemaakt met de provincies die dit vervolgens in hun ruimtelijke beleid vastleggen.