4.2 Bouwregels
4.2.1 Algemeen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
-
a. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd binnen het 'bouwvlak', met dien verstande dat uitsluitend binnen de bestemming 'Wonen' het bouwvlak met maximaal 5% van de oppervlakte van het bouwvlak overschreden mag worden voor hoofdgebouwen.
-
b. Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen zowel binnen het bouwvlak als binnen de aanduiding 'bijgebouw' worden gesitueerd, met dien verstande dat uitsluitend binnen de bestemming 'Wonen' het bouwvlak met maximaal 5% van de oppervlakte van het bouwvlak overschreden mag worden voor aan-, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen.
-
c. Ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan, daar waar bovengronds gebouwen aanwezig zijn, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein de ondergrondse bebouwing de bovengrondse bebouwing met een (horizontale) diepte van 3 meter mag overschrijden.
-
d. Ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één laag ondergronds.
4.2.2 Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
-
a. Binnen het bouwvlak, ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand', is maximaal 1 vrijstaande woning toegestaan.
-
b. Ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' mag de goot- en bouwhoogte niet meer bedragen dan is aangegeven.
-
c. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum volume', mag de inhoud niet meer bedragen dan is aangegeven, met in achtneming van het bepaalde in 4.2.3 sub g.
-
d. Ter plaatse van de aanduiding 'nokrichting', dient de nok van het hoofdgebouw in de aangegeven richting gebouwd te worden.
-
e. Indien een gevellijn op de verbeelding is aangeduid, dient de voorgevel van de woning in de gevellijn gebouwd te worden, met dien verstande dat de gevellijn niet in de volle lengte benut hoeft te worden.
-
f. Indien de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - entreezone' is opgenomen op de verbeelding, dient de hoofdentree van de woning binnen de aanduiding gebouwd te worden.
4.2.3 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij vrijstaande woningen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij vrijstaande woningen gelden de volgende regels:
-
a. De goothoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 4,5 meter.
-
b. Per hoofdgebouw is 1 carport toegestaan, met dien verstande dat de carport ten minste 3 meter achter de voorgevel of het verlengde daarvan is gesitueerd.
-
c. De goothoogte van een carport mag niet meer bedragen dan 3 meter.
-
d. De bouwhoogte van een carport mag niet meer bedragen dan 3 meter.
-
e. De maximale gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen bedraagt 50 m², met dien verstande dat het erf voor niet meer dan 50% bebouwd mag zijn.
-
f. De maximaal toegestane oppervlakte voor een carport bedraagt 30 m².
-
g. Voor aan- en uitbouwen geldt dat deze qua volume onderdeel uitmaken van het hoofdgebouw zoals bepaald in 4.2.2 sub c.
4.2.4 Nutsvoorzieningen
Voor het bouwen van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels:
-
a. De bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 3 meter;
-
b. De maximale oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m².
4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
-
a. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde op het erf vóór de voorgevel of het verlengde daarvan, mag niet meer bedragen dan 1 meter, met dien verstande dat pergola's zijn toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 3 meter.
-
b. De bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen op het erf achter de voorgevel of het verlengde daarvan, mag niet meer bedragen dan 2 meter.
-
c. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op het erf achter de voorgevel of het verlengde daarvan, mag niet meer bedragen dan 3 meter.
-
d. Een zwembad uitsluitend mag worden gesitueerd op een afstand tot de zijdelingse perceelsgrens en tot de achtergrens van minimaal 1 meter.
-
e. Het bebouwingspercentage voor het zwembad mag niet meer bedragen dan 50% van de gronden gelegen buiten het bouwvlak waarbij de bebouwde oppervlakte van het zwembad nooit meer mag bedragen dan 60 m².
4.3 Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Hoofdgebouwen buiten bouwvlak
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.1 onder a, teneinde een uitbreiding van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
-
a. De uitbreiding vindt plaats binnen het bouwperceel.
-
b. Het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt.
-
c. De afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.
4.3.2 Ondergronds bouwen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.1 onder c, teneinde ondergrondse gebouwen toe te staan daar waar bovengronds geen gebouwen zijn toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende regels:
-
a. het betreft geen bebouwing in geaccidenteerd terrein;
-
b. de bebouwde oppervlakte van de ondergrondse gebouwen bedraagt niet meer dan 25 m², in afwijking van het bepaalde artikel 2, de oppervlakte van de vloer gemeten, inclusief muren;
-
c. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;
-
d. de afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.
4.3.3 Verhoging bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.5, sub a en c teneinde hogere bouwwerken, geen gebouwen zijnde toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
-
a. Het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;
-
b. De afwijking niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.
-
c. De bouwhoogte van terreinafscheidingen genoemd in artikel 4.2.5 onder a niet meer bedraagt dan 2 meter.
4.3.4 Oppervlakte vrijstaande bijgebouwen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.3 onder f, teneinde het oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen en carports te vergroten, mits wordt voldaan aan de volgende regels:
-
a. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100m².
-
b. Het erf mag voor niet meer dan 50% bebouwd zijn.
-
c. Het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt.
-
d. De afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.
4.3.5 Nokrichting
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.2 onder d, teneinde de op de verbeelding aangegeven nokrichting maximaal 3° te roteren, mits hierover een posititef advies door een stedenbouwkundige van de gemeente Overbetuwe wordt gegeven.
4.4 Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Evenementen
Voor evenementen gelden de volgende regels:
-
a. Evenementen zijn uitsluitend in de vorm van medegebruik toegestaan;
-
b. Er dient sprake te zijn van een evenement in de vorm van een voor publiek bestemde uitvoering/ verrichting van vermaak, op het gebied van sport, muziek of op sociaal-cultureel vlak;
-
c. Het evenement duurt maximaal 7 (aaneengesloten) dagen inclusief opbouw en afbraak van bijbehorende voorzieningen, met dien verstande dat hiervan door middel van een omgevingsvergunning van kan worden afgeweken zoals opgenomen in artikel 8.3.
4.4.2 Aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
Binnen deze bestemming is gebruik van een deel van de woning en/of de bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan huis gebonden beroep- of bedrijfsactiviteit toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
-
a. Maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning (begane grond + verdiepingen) met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 50 m² mag worden gebruikt voor aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit.
-
b. Degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn.
-
c. Het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse.
-
d. De activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving.
-
e. Er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit.
-
f. Het aan huis gebonden beroep of bedrijf is in hoofdzaak niet publieksgericht.
4.4.3 Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in dit artikel in ieder geval begrepen het gebruik van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van:
-
a. Zelfstandige bewoning en afhankelijke woonruimte, voor zover het betreft bijgebouwen.
-
b. Standplaats voor onderkomens, uitgezonderd caravans, kampeerauto's en tenten indien gelijktijdig niet meer dan één caravan of kampeerauto en/of één tent per bouwperceel wordt c.q. worden geplaatst en deze niet wordt/worden gebruikt voor permanente bewoning.
4.5 Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1 Publieksgerichte aan huis gebonden beroep en bedrijf
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.2, teneinde binnen een woning en/of bijgebouwen de uitoefening van publieksgerichte aan huis gebonden beroep of bedrijf toe te staan. Hiervoor dient aan de volgende criteria te worden voldaan:
-
a. Maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning (begane grond + verdieping) met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 50 m² mag worden gebruikt voor publieksgerichte aan huis gebonden beroep of bedrijf.
-
b. Degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn.
-
c. Het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse.
-
d. De activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving.
-
e. Geen omgevingsvergunning wordt verleend voor activiteiten die vergunningplichtig zijn krachtens de Wet milieubeheer.
-
f. Er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit.
4.5.2 Mantelzorg
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.3 onder a (strijdig gebruik) en toestaan dat een bijgebouw bij een woning wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte, met inachtneming van de volgende bepalingen:
-
a. Een dergelijke bewoning is noodzakelijk vanuit een oogpunt van mantelzorg; duidelijk is wie de zorgbehoevende(n) is of zijn.
-
b. Er wordt gebruikgemaakt van één in/uitrit door zowel verzorger als zorgbehoevende(n).
-
c. De bereikbaarheid voor (aanleg van) voorzieningen van algemeen nut en voor hulpdiensten blijft gewaarborgd.
-
d. Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven.
-
e. De oppervlakte van de afhankelijke woonruimte mag niet meer dan 75 m² bedragen.
-
f. Er ontstaat geen zelfstandige woning.
4.5.3 Vervallen omgevingsvergunning mantelzorg
De omgevingsvergunning voor mantelzorg vervalt indien de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is.