Woongebieden Oost en West, veegplan 2020
| Status: | vastgesteld |
| Identificatie: | NL.IMRO.1724.BPBvwb1093-VAST |
| Plantype: | bestemmingsplan |
Inhoud
Artikel 3 Toevoegen van de bestemming Horeca
Artikel 4 Wijzigen van Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis verbonden activiteiten
Artikel 5 Toevoegen van voorwaardelijke verplichting voor waterberging
Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotregels
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
plan:
het bestemmingsplan Woongebieden Oost en West, veegplan 2020 met identificatienummer NL.IMRO.1724.BPBvwb1093-VAST van de gemeente Bergeijk.
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.
Artikel 2 Toepassingsbereik
Dit plan heeft betrekking op het bestemmingsplan 'Woongebieden Oost en West, Bergeijk', zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 1 maart 2018 en op onderdelen gewijzigd vastgesteld op 27 september 2018.
De regels van het bestemmingsplan 'Woongebieden Oost en West, Bergeijk' worden herzien zoals aangegeven in hoofdstuk 2 van de regels van dit plan. Voor het overige blijven de regels van het bestemmingsplan 'Woongebieden Oost en West, Bergeijk' ongewijzigd van toepassing.
De verbeelding van het bestemmingsplan 'Woongebieden Oost en West, Bergeijk' wordt herzien zoals aangegeven op de verbeelding van dit plan. Voor het overige blijft de verbeelding van het bestemmingsplan 'Woongebieden Oost en West, Bergeijk' ongewijzigd van toepassing.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Toevoegen van de bestemming Horeca
Aan de regels van het bestemmingsplan 'Woongebieden Oost en West, Bergeijk' wordt na artikel 14 een artikel 14a toegevoegd, dat als volgt luidt.
Artikel 14a Horeca
14a.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
horeca in de categorieën 1 en 2;
bestaande bedrijfswoningen;
tuinen, erven, inritten en verhardingen;
parkeervoorzieningen;
voorzieningen voor verkeer en verblijf;
groenvoorzieningen;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
14a.2 Bouwregels
14a.2.1 Gebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:
|
Situering |
uitsluitend binnen het bouwvlak |
|
Bebouwingspercentage |
max. 100% |
|
Goothoogte |
zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m)’, |
|
Bouwhoogte |
zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’, |
|
Dakhelling |
max. 60°, tenzij de bestaande dakhelling meer bedraagt geldt deze als maximum dakhelling |
14a.2.2 Bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen:
|
Aantal bedrijfswoningen |
max. één |
|
Situering |
uitsluitend binnen het bouwvlak, met dien verstande dat de voorgevel van de bedrijfswoning wordt gesitueerd in de voorgevelrooilijn of op een afstand van max. 3 m daarachter |
|
Erkers, portalen en luifels |
De voorgevellijn van bedrijfswoningen mag uitsluitend worden overschreden met erkers, portalen en luifels, onder de volgende voorwaarden: a. Diepte gemeten vanuit de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt max. 1,5 m b. Breedte erkers en/of portalen bedraagt max. 50% van de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw c. Afstand tot de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' bedraagt min. 3 m d. Oppervlakte erkers en/of portalen bedraagt max. 6 m² e. Oppervlakte luifel bedraagt max. 3 m² f. Goothoogte erkers en/of portalen bedraagt max. de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw g. Bouwhoogte erkers en/of portalen bedraagt max. de goothoogte vermeerderd met 1,5 m |
|
Inhoud |
max. 750 m3 |
|
Goothoogte |
zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m)’, |
|
Bouwhoogte |
zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)', tenzij de bestaande bouwhoogte meer bedraagt geldt deze als maximum bouwhoogte |
|
Dakhelling |
max. 60°, tenzij de bestaande dakhelling meer bedraagt geldt deze als maximum dakhelling |
14a.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, inclusief carports en overkappingen, gelden de volgende bepalingen:
|
Situering |
min. 1 m achter de voorgevellijn van de bedrijfswoning en op een afstand van max. 30 m van de bedrijfswoning |
|
Bebouwingsoppervlakte |
max. 60 m2 |
|
Goothoogte |
max. 3,2 m |
|
Bouwhoogte |
max. 5,5 m, met dien verstande dat indien het hoofdgebouw is uitgevoerd met een plat dak voor het met het hoofdgebouw verbonden bijbehorend bouwwerk een maximum bouwhoogte van 3,2 m geldt |
|
Dakhelling |
max 60° of plat dak, met dien verstande dat voor een bijbehorend bouwwerk gebouwd op de perceelsgrens geldt dat het schuine dak vanuit de perceelsgrens dient op te lopen |
14a.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
|
Situering |
zowel binnen als buiten het bouwvlak, met dien verstande dat voor de voorgevellijn uitsluitend erf- en terreinafscheidingen, vlaggenmasten, kunstobjecten, reclamezuilen en lantaarnpalen mogen worden gebouwd |
|
Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen |
max. 2 m |
|
Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn |
max. 1 m |
|
Bouwhoogte reclamezuilen |
max. 2,25 m, tenzij de bestaande bouwhoogte meer bedraagt geldt deze als maximum bouwhoogte |
|
Bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouw zijnde |
max. 5 m |
Artikel 4 Wijzigen van Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis verbonden activiteiten
Bijlage 2 'Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis verbonden actviteiten' van het bestemmingsplan 'Woongebieden Oost en West, Bergeijk' wordt als volgt gewijzigd:
Aan rubriek 7 'Overige dienstverlening in de vorm van eenmansbedrijven' wordt in de kolom 'aan huis verbonden activiteiten' de volgende activiteit toegevoegd:
gastouderopvang (gelijktijdige opvang van maximaal 6 kinderen)
In de rubriek 'Uitsluitingen' wordt de eerste bullit in de kolom 'aan huis verbonden activiteiten' aangevuld, zodat die als volgt komt te luiden:
groepsmatige activiteiten, dat wil zeggen het verlenen van diensten en het geven van onderricht en informatie aan 3 of meer personen tegelijk, uitgezonderd gastouderopvang, waarbij maximaal 6 kinderen gelijktijdig mogen worden opgevangen
Artikel 5 Toevoegen van voorwaardelijke verplichting voor waterberging
Aan artikel 22.5 van de regels van het bestemmingsplan 'Woongebieden Oost en West, Bergeijk' wordt na lid 22.5.10 een lid 22.5.11 toegevoegd, dat als volgt luidt:
22.5.11 Voorwaardelijke verplichting hemelwaterberging bij nieuwe woningen
Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is het gebruik van nieuwe woningen overeenkomstig het bepaalde in artikel 22.1 uitsluitend toegestaan indien hemelwater afkomstig van de daken van woningen en bijbehorende bouwwerken op eigen terrein wordt geborgen dan wel wordt geïnfiltreerd, waarbij een bergingsvoorziening c.q infiltratievoorziening met een minimale omvang van 6 m3 per 100 m2 dakvlak dient te worden gerealiseerd.
Hoofdstuk 3 Overgangs- en slotregels
Artikel 6 Overgangsrecht
6.1 Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%.
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
6.2 Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 7 Slotregel
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan
‘Woongebieden Oost en West, veegplan 2020'.
Vastgesteld: 26 november 2020