direct naar inhoud van Artikel 3 Agrarisch
Plan: Luchtscheidingsinstallatie De Wijk-20
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1690.BP00256-0401

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. de uitoefening van het agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' de instandhouding van de karakteristieke hoofdvorm van de gebouwen;

met daaraan ondergeschikt:

  • c. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden van de gronden;
  • d. openbare nutsvoorzieningen;
  • e. recreatief medegebruik;
  • f. infrastructurele voorzieningen;
  • g. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • h. sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen;
  • i. tuinen en erven;

met de daarbij behorende:

  • j. bedrijfsgebouwen;
  • k. bedrijfswoningen;
  • l. bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen;
  • m. kassen;
  • n. tunnelkassen;
  • o. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2 Bouwregels

Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming met inachtneming van de volgende regels:

3.2.1 Gebouwen

Ten aanzien van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. er zullen uitsluitend gebouwen ten behoeve van agrarische bedrijven worden gebouwd;
  • b. de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • c. per bouwvlak mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van één agrarisch bedrijf worden gebouwd;
  • d. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelgrens zal ten minste 5 meter bedragen;
  • e. het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste 1 per bouwvlak bedragen;
  • f. nieuwe torensilo’s, kassen en tunnelkassen zijn niet toegestaan;
  • g. de maatvoering van een gebouw zal voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:

functie van een gebouw   maximale oppervlakte in m2   goothoogte in m   dakhelling in °   hoogte in m  
  per gebouw   gezamenlijk   max   min   max   max  
bedrijfsgebouw   -   -   4   15   60   12  
bedrijfswoning   150   -   4   20   60   -  
bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning   -   100   3   -   60   -  
torensilo   bestaand   -   -   -   -   bestaand  
kassen   -   1000   4   -   -   7  
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. silo's en bassins zijn niet toegestaan buiten het bouwvlak;
  • b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak mag maximaal 12 meter bedragen;
  • c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 meter bedragen.
3.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. rangorde;
  • b. bebouwingsbeeld;
  • c. woonsituatie;
  • d. verkeersveiligheid;
  • e. sociale veiligheid;
  • f. milieusituatie;
  • g. openbare nutsleidingen;
  • h. gebruiksmogelijkheden;
  • i. landschappelijke waarden;
  • j. natuurlijke waarden;
  • k. cultuurhistorische waarden;
  • l. archeologische waarden.
3.4 Afwijking van de bouwregels

Bevoegd gezag is bevoegd af te wijken van het bepaalde in:

  • a. lid 3.2.1, onder d en toestaan dat de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens wordt verkleind;
  • b. lid 3.2.1, onder f en toestaan dat tunnelkassen worden gebouwd met inachtneming van de volgende regel:
    • 1. de hoogte van een tunnelkas mag niet meer bedragen dan 1,20 meter;
  • c. lid 3.2.1, onder g en toestaan dat de goothoogte van bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen wordt vergroot tot ten hoogste 5,50 meter;
  • d. lid 3.2.2, onder a, voor het bouwen van silo's en bassins buiten het bouwvlak met inachtneming van de volgende regels:
    • 1. de oppervlakte van een silo of een bassin mag niet meer bedragen dan 750 m2;
    • 2. de hoogte van een silo of een bassin, exclusief afdekking, mag niet meer bedragen dan 3,50 meter;
  • e. lid 3.2.2, onder c en toestaan dat de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot 12 meter.
3.5 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik in strijd met deze bestemming worden gerekend:

  • a. het opslaan van mest en/of overige landbouwproducten buiten het bouwvlak, met uitzondering van tijdelijke opslag van akkerbouwproducten;
  • b. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor een intensief veehouderijbedrijf;
  • c. het gebruik van bouwwerken voor verblijfsrecreatieve doeleinden;
  • d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel;
  • e. het gebruik van gronden als erf, buiten een zone van 25 meter vanaf de zij- en achtergevel(s) van bedrijfswoningen;
  • f. het toenemen van het bestaande aantal stuks dieren bij niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering waarbij het houden van dieren als ondergeschikte (tweede) tak bestaat;
  • g. het dempen van beken.
3.6 Afwijking van de gebruiksregels

Bevoegd gezag is bevoegd af te wijken van het bepaalde in:

  • a. lid 3.5, onder a en toestaan dat gronden en bouwwerken buiten het bouwvlak worden gebruikt voor het opslaan van mest en/of overige landbouwproducten, voor zover de opslag langer dan 1 jaar plaatsvindt;
  • b. lid 3.5, onder c en toestaan dat bouwwerken worden gebruikt voor logiesverstrekking;
  • c. lid 3.5, onder d en toestaan dat gronden en bouwwerken worden gebruikt voor de uitoefening van productiegeonden detailhandel;
  • d. lid 3.5, onder f en toestaan dat het bestaande aantal dieren met ten hoogste 25% wordt uitgebreid.
3.7 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan wijzigen in die zin dat:

  • a. de aanduiding 'intensieve veehouderij' wordt toegevoegd, mits;
    • 1. het een verplaatsing van een bestaand volwaardig intensief veehouderijbedrijf betreft;
    • 2. de verplaatsing van het bestaande intensieve veehouderijbedrijf een gunstig effect voor het milieu en de omgeving met zich meebrengt;
  • b. de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - kwekerij' wordt toegevoegd, mits:
    • 1. gelet wordt op de landschappelijke inpasbaarheid;
  • c. de aanduiding 'zorgboerderij' wordt toegevoegd, mits:
    • 1. de zorgboerderij een directe relatie heeft met het agrarisch bedrijf;
    • 2. de zorgfunctie een ondergeschikte (tweede) tak betreft;
  • d. de aanduiding 'bouwvlak' wordt toegevoegd aansluitend aan een bouwvlak, mits:
    • 1. de oppervlakte van het bestaande bouwvlak met niet meer dan 5.000 m2 wordt vergroot, met dien verstande dat een bouwvlak niet meer dan 1,50 hectare bedraagt;
    • 2. dit vanuit de bedrijfsontwikkeling noodzakelijk is of wanneer sprake is van een langdurige vergroting van de productieomvang;
    • 3. rekening gehouden wordt met het gestelde in de Landinrichtingswet;
  • e. de aanduiding 'bouwvlak' geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, mits;
    • 1. dit vanuit de bedrijfsontwikkeling noodzakelijk is of wanneer sprake is van een langdurige vergroting van de productieomvang;
    • 2. rekening gehouden wordt met het gestelde in de Landinrichtingswet;
  • f. de aanduiding 'bouwvlak' wordt toegevoegd, mits:
    • 1. het bouwvlak bestemd is voor een volwaardige, in hoofdzaak grondgebonden agrarisch bedrijf;
    • 2. de oppervlakte van het bouwvlak niet meer bedraagd dan 1 hectare;
    • 3. rekening gehouden wordt met het gestelde in de Landinrichtingswet;
  • g. de aanduiding 'mestopslag toegestaan' wordt toegevoegd buiten een bouwvlak, mits:
    • 1. de oppervlakte van een mestsilo niet meer dan 1500 m2 bedraagt;
    • 2. de hoogte van een mestsilo, inclusief afdekking, niet meer bedraagt dan 5 meter;
    • 3. dit bedrijfstechnisch noodzakelijk is;
  • h. de aanduiding 'karakteristiek' wordt toegevoegd, mits:
    • 1. door verbeteringswerkzaamheden dan wel veranderde inzichten een pand karakteristiek wordt;
  • i. de aanduiding 'karakteristiek' wordt verwijderd, mits:
    • 1. de karakteristieke hoofdvorm niet te handhaven is in relatie tot de functie van het pand;
  • j. de bestemming 'Agrarisch' gewijzigd wordt in de bestemming 'Natuur', mits:
    • 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan landschappelijke en/of cultuurhistorische en archeologische waarden;
    • 2. geen onevenredige schade wordt aangericht voor het agrarisch gebied;
    • 3. de wijziging past binnen rijks en provinciaal beleid aangaande de Ecologische Hoofdstructuur;
    • 4. de wijziging betrekking heeft op gronden, die:
      • met betrekking tot de externe productieomstandigheden reeds beperkingen ondervinden en/of die landbouwkundig beperkte gebruiksmogelijkheden hebben;
      • agrarische productiegronden die nodig zijn voor de afronding van natuurgebieden;
      • agrarische productiegronden die liggen in het traject van een ecologische verbindingszone;
    • 5. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van Artikel 5 van overeenkomstige toepassing zijn;
  • k. de bestemming 'Agrarisch' gewijzigd wordt in de bestemming 'Bos', mits:
    • 1. geen onevenredige schade wordt aangericht op het agrarische gebied;
    • 2. tot aan agrarische productiegronden minimaal 10 meter afstand wordt gehouden;
    • 3. aangesloten wordt op bestaande bosgebieden;
    • 4. de gronden bestemd worden voor:
      • bosbouw;
      • het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, natuurlijke en de landschappelijke waarden van het bosgebied;
      • recreatief medegebruik;
      • educatief medegebruik;
      • bestaande infrastructurele voorzieningen;
      • openbare nutsvoorzieningen;
      • waterhuishoudkundige doeleinden;
      • sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen;
      • met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde;
    • 5. gebouwen niet zijn toegestaan.
  • l. de bestemming 'Agrarisch' gewijzigd wordt in de bestemming 'Wonen', mits:
    • 1. een aanduiding 'bouwvlak' al dan niet wordt verwijderd;
    • 2. voormalige bedrijfsgebouwen worden gesaneerd;
    • 3. alle met het wonen verbonden functies onder worden gebracht in het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken;
    • 4. in het geval van vervangende nieuwbouw van een bestaande woning:
      • herbouw op dezelfde plaats plaatsvind;
      • geen onevenredige schade wordt aangericht aan agrarische bedrijven;
      • de woning voor wat betreft maat en schaal aansluiten op het aanwezige bebouwingsbeeld;
    • 5. het aantal woningen in het buitengebied niet toeneemt;
    • 6. de gronden bestemd worden voor:
      • woonhuizen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit;
      • bijbehorende bouwwerken;
      • wegen en paden;
      • water
      • met daarbij behorende tuinen, erven en terreinen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
  • m. de bestemming 'Agrarisch' wordt gewijzigd in de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch dienstverlenend bedrijf', mits:
    • 1. de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak';
    • 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan op het agrarisch gebied;
    • 3. alle met het bedrijf verbonden functies onder worden gebracht in het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken;
    • 4. de gronden bestemd worden voor:
      • bedrijfsgebouwen ten behoeve van agrarisch dienstverlenende bedrijven, al dan niet in combinatie met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering;
      • bedrijfswoningen;
      • bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen;
      • wegen en paden;
      • water;
      • met de daarbij behorende tuinen, erven en terreinen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
  • n. de bestemming 'Agrarisch' wordt gewijzigd in de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch aanverwant bedrijf', mits:
    • 1. de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak';
    • 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan op het agrarisch gebied;
    • 3. alle met het bedrijf verbonden functies onder worden gebracht in het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken;
    • 4. de gronden bestemd worden voor:
      • bedrijfsgebouwen ten behoeve van een agrarisch aanverwant bedrijf in de vorm van een bijzondere paardenhouderij of een dierenopvangcentrum al dan niet gecombineerd met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering;
      • bedrijfswoningen;
      • bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen;
      • wegen en paden;
      • water;
      • met de daarbij behorende tuinen, erven en terreinen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.