direct naar inhoud van Artikel 10 Algemene bouwregels
Plan: Reek Zuid - 2011
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1685.bpree2011reekzuid-OH01

Artikel 10 Algemene bouwregels

10.1 Algemene regeling m.b.t. ondergronds bouwen
10.1.1 Ondergrondse werken

Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.

10.1.2 Ondergronds bouwen

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen:

  • a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen de bouwvlakken, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen die ook buiten de bouwvlakken zijn toegestaan;
  • b. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 3 meteronder peil.

10.1.3 Afwijken ondergronds bouwen

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.1.2sub b voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarde dat:

  • a. de waterhuishouding niet wordt verstoord;
  • b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.

10.2 Bouwgrenzen
10.2.1 Overschrijding bouwgrenzen

De bouwgrenzen en bestemmingsgrenzen mogen in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 worden overschreden door:

  • a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen, hellingbanen en funderingen;
  • b. bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, gasafvoerkanalen, erkers, balkons, bordessen, luifels, kappen, overkragende verdiepingen en soortgelijke bouwsels, indien de overschrijding niet meer dan 0,75 meter bedraagt;
  • c. rookkanalen, indien de overschrijding niet meer dan 0,75 meter bedraagt;
  • d. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, indien de overschrijding niet meer dan 0,50 meter bedraagt;
  • e. putten, leidingen, goten en inrichtingen voor de watervoorziening of de afvoer of verzameling van water en rioolstoffen;
  • f. hijsinrichtingen welke de bouwgrens met niet meer dan 1 meter kunnen overschrijden;
  • g. antennemasten (antennes) op daken of aan gevels.

10.2.2 Nadere eisen

Indien bij de overschrijdingen als bedoeld in 10.2.1 de grens van de bestemming 'Verkeer – Verblijf' wordt overschreden:

  • a. is het aanbrengen van de in 10.2.1, sub a, sub b en sub c, genoemde bouwwerken of delen van bouwwerken niet toegestaan;
  • b. mogen de in 10.2.1, sub d genoemde bouwdelen niet lager worden aangebracht dan:
  • 1. 4,20 meter boven een rijweg of boven een strook ter breedte van 1,50 meter langs een rijweg;
  • 2. 2,20 meter boven een voetpad, voor zover dit voetpad geen deel uitmaakt van de in dit lid, sub b, onder (1) genoemde strook;
  • c. mogen de in 10.2.1, sub f en sub g, genoemde constructies niet lager worden aangebracht dan 5,80 meter boven de gronden met deze bestemmingen.