| Plan: | Brouwerijstraat en Pauwstraat te Noordgouwe |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1676.00027BpGhp-vast |
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende enkelvoudige bestemmingen.
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' uitsluitend andere bouwwerken worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 2 meter.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder lid 6.2.2 onder a ten behoeve van het bouwen groter dan 250 m2 en dieper dan 50 cm, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld.
Indien uit het onder lid 6.3.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:
Alvorens de genoemde omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag aan de archeologische deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in lid 6.3.1. Bij een negatief advies verzoekt het bevoegd gezag de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven.
Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Het in lid 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
Het is verboden bouwwerken die zich op gronden met deze dubbelbestemming bevinden zonder, of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag te slopen.
Het verbod als bedoeld in lid 6.5.1 is niet van toepassing indien de sloopwerkzaamheden:
In het belang van de archeologische monumentenzorg kan het bevoegd gezag regels verbinden aan een omgevingsvergunning op of in gronden op de verbeelding en aangeduid met 'Waarde - Archeologie 5'.
Aan de omgevingsvergunning voor de gronden, als bedoeld in lid 1, kan het bevoegd gezag het voorschrift verbinden dat de sloopwerken vanaf 30 cm boven het maaiveld en dieper worden begeleid door een gekwalificeerd deskundige, indien de latere verstoringsoppervlakte groter dan 250 m2 is en de verstoringsdiepte meer dan 50 cm zal zijn.
Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarde worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende regels kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning.
Bij omgevingsvergunning kan met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan gewijzigd worden door de bestemming 'Waarde - Archeologie 5', als bedoeld in lid 1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatiegeen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn).
Op de voorbereiding van een besluit tot wijziging, als bedoeld in lid 6.6.1, is de afdeling 3.4 van de in de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.