Voor het totale woongebied Pelgrimsche Hoeve en specifiek voor fase 1 is een waterparagraaf opgesteld (zie bijlage 3. Onderstaande tekst is een beknopte samenvatting van de waterparagraaf en beschrijft de hoofdijnen van de huidige situatie en opzet van de toekomstige duurzame waterhuishouding. Voor een uitgebreidere beschrijving wordt derhalve verwezen naar de waterparagraaf.
De waterparagraaf maakt eveneens onderdeel uit van de Visie Pelgrimsche Hoeve (zie bijlage 1).
Huidige bodem- en watersituatie
Ontwerpgrondwaterstand en GLG
De wisseling in de grondwaterstand wordt uitgedrukt met behulp van de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Daarbij wordt de GHG vaak als maatgevende grondwaterstand gehanteerd voor de toetsing van het ontwerp. Deze maatgevende grondwaterstand wordt de “ontwerpgrondwaterstand” genoemd. Voor Pelgrimsche Hoeve fase 1 is de ontwerpgrondwaterstand geschat op NAP +4,2 m en de GLG op NAP +3,5 m.
De schatting is gebaseerd op verschillende bronnen, te weten: de Bodemkaart van Nederland, grondwaterdynamiekkaarten uit de Wateratlas Noord-Brabant, de peilbuizen uit het grondwatermeetnet van de gemeente Maasdonk en het voor fase 1 uitgevoerde bodemkundig veldonderzoek. Aandachtspunt is dat voor het gebied ter hoogte van de zuidelijke ontsluiting geen veldonderzoek heeft plaatsgevonden.
Door de verzamelde gegevens te interpoleren en met elkaar te vergelijken, is een schatting gemaakt van de ontwerpgrondwaterstand en de GLG. Hieruit blijkt dat de waarden van de GHG en GLG van de informatiebronnen nagenoeg overeen te komen. Een aandachtspunt is dat er van de peilbuizen maar over de afgelopen drie jaar meetgegevens voorhanden zijn, terwijl voor het bepalen van de GHG en GLG van 8 opeenvolgende jaren gegevens nodig zijn.
Oppervlaktewater
Het plangebied valt binnen het beheergebied van het waterschap Aa en Maas. In en rondom het gebied zijn geen waterlopen categorie A (leggerwatergang) en categorie B (schouwsloot) aanwezig. Op circa 200 m ten noorden van de Zandstraat ligt een waterloop categorie A die richting het noorden afwatert. Aan de zuidzijde van de A59 is tevens een waterloop categorie A gelegen.
In/aan de randen van het woongebied Pelgrimsche Hoeve liggen wel enkele greppels zoals naast de Zandweg, Industriestraat en de Schotsheuvel. Het plangebied van fase 1 heeft te maken met de greppel bij de Zandweg en Industriestraat.
Riolering
In het bestaand stedelijk gebied, gelegen ten westen van het nieuwe woongebied, is een gemengd rioleringstelsel gelegen. Op hoofdlijnen watert het stelsel richting het westen af.
Binnen de westrand van het plangebied van het nieuwe woongebied ligt een transportleiding beton Ø800 mm van de gemengde riolering, die richting het noorden afstroomt. Ten noorden van de Zandstraat, op circa 70 meter ten noorden van het gebied, komt de leiding uit in een bergbezinkbassin (BBB). De overstort van de BBB op oppervlaktewater ligt verder richting het noorden.
Toekomstige duurzame waterhuishouding
Hemelwaterbehandeling
Afgaand op de huidige bodem- en watersituatie blijkt het plangebied van Pelgrimsche Hoeve fase 1 (matig) goed geschikt te zijn voor de infiltratie van hemelwater.
Het hemelwater dat afstroomt van de daken van de woningen wordt binnen de kavels geborgen en geïnfiltreerd. Het hemelwater dat afstroomt van de particuliere opritten en eventueel overige terreinverharding, zoals terrassen, wordt gezamenlijk met het van de openbare verharding (wegen, parkeerplaatsen, trottoirs) afstromende hemelwater afgevoerd naar de openbare wadi's.
Binnen het totale woongebied is ruimte opgenomen voor drie centrale wadi's, één wadi in het noordoosten van het gebied en een wadizone in het zuiden van het gebied. In de wadi's wordt het afstromende hemelwater van de particuliere opritten en openbare verharding geborgen en geïnfiltreerd.
Tijdens neerslag lopen de wadi's vol met hemelwater. Bij grotere buien (kunnen) de wadi's overstromen op aanliggend maaiveld van het groen en de wegen. De hoogtes van het groen, wegen en woningen wordt zo bepaald dat het hemelwater niet richting/in de woningen stroomt. De vloerpeilen van de woningen komen in ieder geval 0,3 m boven de nabijgelegen weg te liggen. Na neerslag lopen de wadi's met behulp van infiltratie leeg.
In het openbaar gebied vindt de afvoer zoveel mogelijk bovengronds plaats via molgoten. Hierop wordt de ophoging van het gebied, het wegprofiel en het hoogteverloop van de wegen afgestemd.
In een nog op te stellen waterhuishoudingsplan voor fase 1 wordt de waterhuishouding tot besteksniveau uitgewerkt. Later wordt ook de waterhuishouding voor de rest van het woongebied nog uitgewerkt. De planning hiervan is nog niet bekend.
Hemelwaterberging particulier gebied
De voorkeur gaat uit om voor de hemelwaterberging op de woonkavels bovengrondse bergingsvoorzieningen toe te passen. Het toepassen van infiltratiekratten heeft vanuit de gemeente Maasdonk niet de voorkeur omdat het functioneren van de kratten minder goed gewaarborgd kan worden. De situering van de bergings-/infiltratievoorzieningen is aan de ontwikkelaar en/of toekomstige eigenaar van de kavel. Alle uitgangspunten waar de particuliere bergingsvoorzieningen aan moeten voldoen, zijn opgenomen in de waterparagraaf.
Hemelwaterberging openbaar gebied
Met behulp van de HNO-tool is de benodigde berging in het openbaar gebied van het totale woongebied Pelgrimsche Hoeve en van het plangebied van fase 1 bepaald. In onderstaande tabel is de uitbreiding aan verhard oppervlak en de benodigde berging opgenomen.
Tabel 3.2 Uitbreiding verhard oppervlak en benodigde hemelwaterberging
Berging fase 1
Voor fase 1 komt de benodigde berging uit op circa 422 m3 bij de bui T=10 + 10%. Het grootste deel hiervan stroomt af naar (twee van) de drie centrale wadi's. Een deel stroomt af naar de zuidelijke wadizone. In de drie centrale wadi's en de zuidelijke wadi blijft nog 1.608 m3 beging over. Samen met de beschikbare berging in de noordoostelijke wadi blijft er nog 1.988 m3 over voor de rest van het woongebied.
Ont- en afwatering
Afgaand op de geschatte gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de maaiveldhoogtes, blijkt het gebied van het nieuwe woongebied Pelgrimsche Hoeve, waaronder ook fase 1, niet overal te voldoen aan de minimale ontwateringsnormen. Omdat verlaging van de grondwaterstand niet is toegestaan, dienen de woningen, wegen en het maaiveld binnen gebieden met onvoldoende ontwatering te worden opgehoogd.
Binnen het op te stellen waterhuishoudingsplan voor fase 1 en de uitwerking van de waterhuishouding voor het totale woongebied worden de hoogtes van de wegen, kavels, groen en wadi's nader uitgewerkt. Naast de ontwateringsnormen heeft vooral de bovengrondse afwatering via molgoten en het wegprofiel invloed op de hoogtes. Tevens is het bij het bepalen van de hoogtes van belang dat er een grondbalans wordt opgesteld, zodat gericht gewerkt kan worden aan een zoveel mogelijk gesloten grondbalans (alleen grond aanvoeren).
Afvalwaterafvoer
Binnen het nieuwe woongebied Pelgrimsche Hoeve komt een vrijverval afvalwaterriolering te liggen welke (grotendeels) wordt aangesloten op de bestaande afvalwaterriolering in de Pelgrimstraat. Voor het zuidelijk en zuidoostelijk deel van het gebied is het gezien de lengte tot aan de riolering in de Pelgrimstraat en het daarbij horende verval waarschijnlijk noodzakelijk om de riolering deels aan te sluiten op de bestaande riolering in de Industriestraat.
Afgaand op de in totaal 275 woningen komt de piekafvoer van de afvalwaterafvoer uit het totale woongebied uit op 8.250 l/uur, ofwel 8,25 m3/uur. Dit is gebaseerd op 2,5 inwoners per woning en een piekafvoer van 12 liter per inwoner per uur.
Bij het opstellen van het waterhuishoudingsplan voor fase 1 en de uitwerking van de waterhuishouding voor het totale woongebied wordt ook de afvalwaterriolering nader uitgewerkt, zoals de structuur, hoogteligging en diameter van de riolering en de aansluitpunten op de bestaande riolering.
Oppervlaktewater
De bestaande greppels krijgen zoveel mogelijk een plek binnen het plan. Wanneer het handhaven van één of meerdere greppels niet mogelijk is, wordt bepaald of maatregelen nodig zijn voor het garanderen van de af- en ontwatering van het gebied.